PARALLELSESSIES

Parallelsessies

Je kunt tijdens de parallelsessies kiezen uit een aanbod van meer dan 300 bijdragen. De bijdragen zijn verdeeld over zeven rondes en de Postermarkt Vers van de Pers.

De sessierondes hebben een duur van 60 of 90 minuten. In een sessie worden één of meerdere bijdragen geprogrammeerd. Er is géén zaalwissel tijdens de sessierondes; deelnemers worden geacht alle bijdragen in één sessie bij te wonen.

Het digitale abstractboek is vanaf woensdag 26 juni beschikbaar op deze pagina.

 

Toelichting op het onderstaande programmaschema

Zoek

Gebruik het zoekveld bovenaan om sessies te vinden met een bepaalde term, de naam van de spreker of het abstractnummer.

Blader

Je kunt door alle sessies bladeren door op een van de dagen te klikken. Wanneer je op een specifieke sessie klikt, wordt de bondige abstracttekst weergegeven. Door nogmaals op de sessie te klikken, vouwt de tekst weer in.

Kies

Je kunt interessante sessies selecteren door op de ster in de linkerbovenhoek te klikken. De ster wordt dan geel. De geselecteerde favorieten kun je bekijken door naar op de knop ‘Toon mijn keuzes’ rechtsboven te klikken. Als je alle sessies opnieuw wil bekijken, klik dan op ‘Toon/verberg alles’. De selectie garandeert geen plek; alle sessies zijn op basis van wie het eerst komt, het eerst maalt. Het schema gebruikt cookies om je geselecteerde sessies te onthouden voor wanneer je op een later moment terugkeert naar de pagina.

Spotlight sessies

Assessment, Methodologie & Evaluatie / Beroepsonderwijs, Bedrijfsopleiding en Vakmanschap

784 Programmatisch toetsen in het mbo: Perspectief op kwaliteit (#hoedan)

Parallelsessie 2, woensdag 10 juli 2024, 16:45 – 17:45 uur

Leren & Instructie

786 De inzet van Dashboards, data geletterdheid en zelf regulerend leren in het onderwijs

Parallelsessie 2, woensdag 10 juli 2024, 16:45 – 17:45 uur

Curriculum

748 Burgerschapsonderwijs in de vakken: lesgeven over maatschappelijke vraagstukken

Parallelsessie 3, donderdag 11 juli 2024, 09:00 – 10:30 uur

Leraar & Lerarenopleiding

369 Perspectieven op onderwijsonderzoek in de schoolpraktijk

Parallelsessie 4, donderdag 11 juli 2024, 11:15 – 12:15 uur

Onderwijs & Samenleving

746 Op het juiste (onderwijs)pad?

Parallelsessie 5, donderdag 11 juli 2024, 16:00 – 17:30 uur

Hoger Onderwijs

216 Toekomstbehendig Hoger Onderwijs 

Parallelsessie 6, vrijdag 12 juli 2024, 09:00 – 10:30 uur

ICT in Onderwijs & Opleiding

787 Best of Both Worlds – The Game: de optimale combinatie van mens en techniek in het onderwijs 

Parallelsessie 6, vrijdag 12 juli 2024, 09:00 – 10:30 uur

Programmaschema

woensdag 10 jul 2024

14:30 – 16:00 Parallelsessie 1

Perspectieven op de docentrol bij de mentale gezondheid van studenten in het hoger onderwijs

Workshop (60 minuten)281Petra Hoekstra; NHL Stenden Hogeschool; Rynke Douwes; NHL Stenden Hogeschool

Cobbenhagen – C 187wo 14:30 – 16:00

Studentenwelzijn en mentale gezondheid van studenten in het hoger onderwijs staan in de belangstelling. Onderwijsinstellingen ontwikkelen beleid en interventies op dit gebied. Ook docenten hebben te maken met de mentale gezondheid van studenten, maar hun rol daarin is tot op heden niet expliciet beschreven. Natuurlijk zijn docenten zijn geen hulpverleners maar ze hebben wel een rol door het creëren van een veilige en prettige leeromgeving. Uit beschikbare literatuur komt naar voren dat docenten vaak wel een rol voor zichzelf zien weggelegd maar worstelen met vragen als tot in hoeverre, hoe dit te combineren met andere rollen en taken, de beschikbare tijd, hun gevoelens van in staat zijn en de mate waarin ze er gefaciliteerd worden. In deze workshop laten we aan de hand van vier rolpercepties die naar voren komen uit onderzoek onder docenten (en die bevestigd zijn in een onderzoek onder studenten), deelnemers ervaren hoe deze helpend kunnen zijn in praktijksituaties rondom mentale gezondheid van studenten waarbij het voor docenten lastig kan zijn om hun rol en handelwijze te bepalen.

Hoger Onderwijs
mentale gezondheid, rolopvatting

Studenten Welzijnswijzer: Handboek voor ontwikkelen van welzijnsbeleid binnen verengingen (2/2)

Alternatieve presentatievorm (30 minuten)752Philip Diederen; Avans Hogeschool; Marca Wolfensberger; Avans Hogeschool

Cobbenhagen – C187wo 14:30 – 16:00

Actuele cijfers maken duidelijk hoe slecht het gesteld is met studentenwelzijn. Het probleem is urgent en vraagt om een nieuwe aanpak. Hierin is aandacht voor initiatieven van studenten zelf. We doen dit project dan ook met een onderzoeksgroep waar mbo, hbo- en wo-studenten aan deelnemen. Wij hebben zelf ervaren hoe studentenwelzijn onder druk staat én we hebben ervaring met het verenigingsleven. Dit project onderzoekt de rol die verenigingen kunnen spelen in het versterken van het welzijn van studenten en vertaalt dit naar een Studenten Welzijnswijzer (SWW), een adviesrapport, om verenigingen te ondersteunen bij het ontwikkelen van beleid. Dit vereist samenwerking tussen verenigingen, onderwijsinstellingen, gemeente, experts en studentenvakbonden. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een unieke samenstelling (intersectoraal en interdisciplinair) van onderzoekers en experts. Die samen, maar ook vanuit ieders eigen expertise en perspectief onderzoek doen naar studentenwelzijn.

Onderwijs & Samenleving
Sport en gezelligheidsverenigingen, Studenten en jongerenparticipatie, Studentenwelzijnsbeleid

Publieke waarden voor ogen: voorbij het instrumentele toepassen van ict in het onderwijs (1/2)

Workshop (60 minuten)629Daan Van Riet; Kennisnet

Cobbenhagen – Ruth Firstwo 14:30 – 16:00

Scholen zetten digitale technologie in voor hun onderwijs in de klas en voor de infrastructuur in een school. Deze technologie is aan de voorkant aantrekkelijk en bovendien gemakkelijk in gebruik. Tegelijkertijd is het belangrijk om naar de pedagogische en morele aspecten te kijken. Enkel naar de instrumentele dimensie van technologie kijken doet geen recht aan de vormende aard, complexe praktijk en publieke doelen van onderwijs. Met dit uitgangspunt hebben Kennisnet en de Universiteit Utrecht IPO ontwikkeld: hetImpactassessment Publieke waarden en Onderwijstechnologie. Deze toets heeft als doelstelling om scholen voldoende houvast te geven doordacht beslissingen te kunnen nemen wanneer digitale (leer)middelen gekozen worden. In de workshop wordt de IPO gepresenteerd, mede op basis van het gebruikte theoretische kader en volgt er een werksessie met voorbeelden uit de onderwijspraktijk. Er is voldoende ruimte voor discussie en het uitwisselen van ideeën. De IPO is naderhand publiek toegankelijk en te gebruiken.

ICT in Onderwijs & Opleiding
Onderwijsethiek, Onderwijstechnologie, Pedagogiek

To blend or not to blend: opvattingen van docenten en studenten over Blended Learning aan de universiteit (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)781Jimmy van Rijt; Tilburg University; Rian Aarts; Tilburg University

Cobbenhagen – Ruth Firstwo 14:30 – 16:00

Dit project van de Tilburg School of Humanities and Digital Sciences (TSHD) richt zich op de opvattingen van docenten en studenten over pedagogisch-didactische elementen van Blended Learning (BL) en hun impact op studentmotivatie na de Covid-pandemie. BL wordt gezien als een innovatieve aanpak voor geoptimaliseerd leren, met flexibiliteit en actief leren als cruciale elementen. Tegelijkertijd kan BL alleen optimaal tot bloei komen als aangesloten wordt bij de opvattingen van docenten en studenten over deze onderwijsvorm. Een online survey, ingevuld door 165 studenten en 39 docenten, onthult verschillen tussen hun opvattingen over BL. Studenten waarderen vooral de flexibiliteit die de benadering biedt, terwijl in docentopvattingen vooral de mogelijkheden voor actief leren doorschemeren. De resultaten bieden inzicht in de behoeften van beide groepen en hebben praktische implicaties voor het vormgeven van universitair onderwijsbeleid dat hun opvattingen integreert.

Hoger Onderwijs
docentovertuigingen, studentmotivatie, universitair onderwijs

Inzichten in de begeleiding en facilitering van studenten in het living lab-onderwijs (1/6)

Poster: Meedenksessie354Mirthe van den Hee; Hogeschool Inholland

Cube – Kleine foyerwo 14:30 – 16:00

Living labs zijn relatief nieuwe leeromgevingen waar studenten zelfsturend leren en in co-creatie met het werkveld werken aan authentieke, complexe thema’s. Hoe kunnen studenten (beter) worden begeleid en gefaciliteerd in het overschakelen naar voldoende zelfsturende mentaliteit en in het omgaan met de onzekerheid van wicked probems? Deze vraag wordt onderzocht en geanalyseerd tijdens een halfjarige pilot case study.

Hoger Onderwijs
living labonderwijs, studentbegeleiding

Transitie naar de Universiteit: Impact en Toegankelijkheid van Aansluitingsactiviteiten (2/6)

Poster: Meedenksessie406Willemien Veldsink; Radboud Universiteit

Cube – Kleine foyerwo 14:30 – 16:00

De mate waarin een student zich voorbereidt op de universiteit is van invloed op hoe eenvoudig de overstap naar de universiteit wordt gemaakt (Conley, 2008). Een van de manieren waarop studenten zich kunnen voorbereiden op het hoger onderwijs, is door deel te nemen aan aansluitingsactiviteiten (Radboud Universiteit, 2021). In dit evaluatie-onderzoek worden de doelen, het bereik en de opbrengsten van deze aansluitingsactiviteiten onderzocht. Er wordt onderzocht wat deelname aan aansluitingsactiviteiten studenten oplevert. Tevens zal onderzocht worden in hoeverre verschillende groepen studenten (bijv. eerste-generatiestatus, migratieachtergrond, geslacht) evenredig gerepresenteerd zijn in deze activiteiten en in hoeverre deze studenten ook in gelijke mate profiteren van de aansluitingsactiviteiten. Het onderzoek is een mixed-method posthoc evaluatie bestaande uit een vragenlijst en focusgroep interviews die bij twee cohorten worden afgenomen. In de meedenksessie zullen de eerste resultaten besproken worden en zal input verkregen worden voor de onderzoeksopzet van het tweede cohort. Het huidige onderzoek biedt inzicht in de toegankelijkheid van de aansluitingsactiviteiten en de opbrengsten ervan, wat kan bijdragen aan het creëren van een soepele overgang naar de universiteit.

Hoger Onderwijs
aansluitingsactiviteiten, hoger onderwijs, Transitie vowo

Zelfregie in zicht! Een ontwikkelkaart voor zelfsturend leren voor studenten en docenten (3/6)

Poster: Meedenksessie652Annemieke Windt; Hogeschool Inholland

Cube – Kleine foyerwo 14:30 – 16:00

Zelfsturend leren is een complexe vaardigheid waarbij studenten het initiatief nemen om met of zonder hulp van anderen hun leerbehoeften vast te stellen, leerdoelen te formuleren, benodigde bronnen en materialen te identificeren, bruikbare leerstrategieën te benutten en hun leeruitkomsten te evalueren (Knowles, 1975). Deze vaardigheid is belangrijk bij student-gecentreerd en -gestuurd onderwijs. Mogelijkheden om meer zelfsturend te leren geven studenten meer autonomie in het bepalen van hun studieloopbaan, wat kan bijdragen aan motivatie en studentwelzijn (Conley & French, 2014). Daarnaast hangt het samen met betere leeruitkomsten (Cazan & Schiopca, 2014) en een leven lang ontwikkelen (Tekkol & Demirel, 2018). Ruimte maken binnen opleidingen voor toenemende zelfregie van studenten vraagt van studenten en docenten een omschakeling. Het creëren van een ontwikkelkaart op het gebied van zelfregie kan daarbij helpen door het scheppen van een gemeenschappelijke taal hierover binnen een hogeschool. Het onderzoeksdoel is om te komen tot een ontwikkelkaart die studenten en docenten helpt bij gesprekken over het ontwikkelen van zelfregie en welke stappen men daarin kan zetten. Om tot een ontwikkelkaart te komen die voor de gebruikers relevant, consistent, effectief en bruikbaar is, wordt bij het onderzoek gebruik gemaakt van de Design Based Research methodologie (Plomp & Nieveen, 2013).

Hoger Onderwijs
design based research, hoger onderwijs, zelfsturend leren

Operationalisering Didactisch Contract op basis van Psychologisch Contract en Buy-in (4/6)

Poster: Meedenksessie665Rutger van de Sande; Fontys University of Applied Sciences; Dorieke SwinkelsVeldt; Fontys University of Applied Sciences

Cube – Kleine foyerwo 14:30 – 16:00

In dit onderzoek wordt bekeken welke relatie er bestaat tussen de concepten Buy-in, Psychologisch Contract en Didactisch Contract, om deze laatste te kunnen operationaliseren. Voor Buy-in en Psychologisch Contract bestaan al vragenlijsten. De onderzoeksvraag luidt dan ook: Hoe kan het didactisch contract geoperationaliseerd worden? Aanleiding voor dit onderzoek naar het Didactisch Contract is het stroef verlopen of zelfs mislukken van veel onderwijsinnovaties, ondanks grote inspanningen van docenten. Als we weten uit welke elementen een didactisch contract bestaat en hoe we daarop invloed kunnen uitoefenen, is het voor docenten mogelijk om onderwijsinnovaties soepeler en succesvoller te implementeren. Daarnaast willen we inzicht krijgen in de voortgang van innovatieve ontwikkelingen in onze lerarenopleidingen. In literatuuronderzoek en het vergelijken van bestaande vragenlijsten over Buy-in en Psychologisch Contract liggen aanknopingspunten voor het ontwikkelen van een meetinstrument bij het concept Didactisch Contract, dat we uiteindelijk zullen inzetten om studenten van onder andere onze lerarenopleidingen te bevragen.

Leren & Instructie
Buyin, Didactisch Contract, Psychologisch Contract

De (meer)waarde van onderwijskundig leiderschap bij onderwijsinnovaties (5/6)

Poster: Meedenksessie669Rosalien van der Meer; Hogeschool Saxion

Cube – Kleine foyerwo 14:30 – 16:00

De wereld van morgen vraagt om anders leren, denken én doen. Daarom werkt Hogeschool Saxion sinds 2018 aan de ontwikkeling en implementatie van de Saxion Onderwijsvisie waarmee ze studenten wil opleiden voor de toekomst. Bij de ontwikkeling en implementatie van dit nieuwe onderwijs, is de rol van onderwijskundig leiders van grote waarde: Hoe dragen zij de nieuwe onderwijsvisie uit? Hoe zorgen onderwijskundig leiders ervoor dat docenten voldoende zijn toegerust om het nieuwe onderwijs te verzorgen? En hoe organiseer je nieuwe vormen van onderwijs? Om zicht te krijgen op het handelen van onderwijskundig leiders heeft het Lectoraat Innovatief en Effectief Onderwijs van Saxion de ‘scan onderwijskundig leiderschap’ ontwikkeld. De scan, gebaseerd op de leiderschapspraktijken van Leithwood, brengt in kaart hoe zowel docenten als onderwijskundig leiders het onderwijskundig leiderschap bij de ontwikkeling en implementatie van de Saxion Onderwijsvisie ervaren. Tijdens de posterpresentatie wordt een korte toelichting gegeven op de scan; in de meedenksessie gaat de onderzoeker met deelnemers in gesprek over hoe de resultaten uit de scan van meerwaarde kunnen zijn, zowel binnen Saxion als daarbuiten.

Beleid & Organisatie
Leiderschapspraktijken, Onderwijskundig leiderschap

De relatie tussen rapportages van leerkrachten, leerlingen en medeleerlingen over behoefte-ondersteunend lesgeven (6/6)

Poster: Meedenksessie720Femke Borst; Universiteit Utrecht

Cube – Kleine foyerwo 14:30 – 16:00

Volgens de zelfdeterminatietheorie kunnen leerkrachten de motivatie en leerprestaties van hun leerlingen bevorderen door de drie psychologische basisbehoeften – autonomie, competentie en verbondenheid – van hun leerlingen te ondersteunen. Deze behoefte-ondersteuning kan worden gegeven door middel van autonomieondersteuning, structuur en betrokkenheid. Veelal vindt de behoefte-ondersteuning plaats in dyadische (1-op-1) interacties tussen de leerkracht en de leerling. Uit eerdere onderzoeken blijkt dat de behoefte-ondersteuning die leerkrachten bieden in deze dyadische interacties lastig te meten is, doordat de mate van behoefte-ondersteuning die leerkrachten bieden verschillen tussen leerlingen uit dezelfde klas en doordat de percepties van leerkrachten en leerlingen op geboden behoefte-ondersteuning niet overeenkomen. Het doel van deze studie is om beperkingen van zelfrapportages over behoefte-ondersteunend lesgeven van leerlingen en leerkrachten te ondervangen door percepties van medeleerlingen op behoefte-ondersteunend lesgeven als unieke aanvullende invalshoek te verkennen. Daartoe wordt onderzocht hoe de rapportages van medeleerlingen, leerkrachtrapportages en zelfrapportages van leerlingen met elkaar samenhangen en in welke mate de rapportages van medestudenten unieke voorspellende waarde hebben bovenop leerling- en leerkrachtpercepties voor motivatie, betrokkenheid en prestaties van leerlingen. Hiervoor worden multilevel correlaties en stapsgewijze regressieanalyses uitgevoerd. Tijdens de meedenk postersessie willen we de eerste resultaten delen en bespreken hoe verschillende percepties van behoefte-ondersteunend lesgeven samenhangen.

Leren & Instructie
Behoefteondersteunend lesgeven, Multiinformant benadering

Gevoel van inclusie, peer acceptatie en motivatie en welzijn: Leerling ervaringen in het (voortgezet) speciaal onderwijs

Symposium (90 minuten)374Christy Tenback; Rijksuniversiteit Groningen; Ivonne Douma; Rijksuniversiteit Groningen; Willeke Norder; Rijksuniversiteit Groningen

Cube 15wo 14:30 – 16:00

Om bij te dragen aan maatschappelijke cohesie en welzijn van de samenleving, is het voor het onderwijs van groot belang om een plek te zijn waar leerlingen zich thuis voelen en zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Om deze optimale ontwikkeling te realiseren is het voor leerlingen van belang om zich geïncludeerd en geaccepteerd te voelen, maar ook welzijn en motivatie om te ontwikkelenzijn van belang. De ervaringen van leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs met deze onderwerpen zullen tijdens dit symposium worden uitgediept. In de eerste bijdrage wordt besproken hoe leerlingen zich al jong deel voelen uitmaken van hun klas. De tweede bijdrage laat zien dat acceptatie een universele behoefte is, ongeacht ondersteuningsbehoeften. Op het moment dat leerlingen zich binnen een groep geïncludeerd en geaccepteerd voelen is het van belang dat zij gemotiveerd zijn en zich prettig blijven voelen. Daarover gaat de derde bijdrage.

Onderwijs & Samenleving
(Voortgezet) Speciaal onderwijs, Acceptatie en gevoel van inclusie, Leerling ervaringen, Motivatie

Het Nederlandse onderwijstoezicht, panacee of placebo?

Symposium (90 minuten)261Mariëlle Klerks; Inspectie van het Onderwijs; Stan Vermeulen; Inspectie van het Onderwijs; Merel Spanier; Inspectie van het Onderwijs

Cube 16wo 14:30 – 16:00

In het symposium geven we vanuit de Inspectie van het Onderwijs een inkijkje in het onderzoek dat we uitvoeren naar de effecten van het onderwijstoezicht. Het symposium kent drie bijdragen: We presenteren onze beleidstheorie die bestaat uit assumpties over de beoogde effecten van het toezicht en de wijze waarop deze behoren te ontstaan. In de twee andere bijdragen bespreken we onderzoek waarin enkele van de assumpties worden getoetst. De tweede bijdrage gaat in op het mogelijke effect van het door de inspectie geven van een eindoordeel na een inspectieonderzoek. Om het effect in kaart te brengen is gebruik gemaakt van een regressiediscontinuïteitsdesign. In de derde bijdrage bespreken we de verkenning die is uitgevoerd rondom onaangekondigd toezicht. Via een mixed-methods onderzoek zijn niet alleen de effecten van onaangekondigde inspectieonderzoeken onderzocht, maar zijn ook de voor- en nadelen in kaart gebracht. We sluiten het symposium af met een discussie aan de hand van stellingen die zijn gebaseerd op de onderzoeksresultaten, gericht op de vraag of het onderwijstoezicht een panacee is als het gaat om de onderwijskwaliteit of dat er eerder sprake is van een placebo-effect.

Beleid & Organisatie
Beleidstheorie, Effectonderzoek, Mixedmethods onderzoek, Onderwijstoezicht

Zelfgereguleerd leren in flexibele leeromgevingen: Eerste onderzoeksinzichten uit het SELFLEX consortium.

Symposium (90 minuten)612Anique De Bruin; Maastricht University; Peter Verkoeijen; Avans Hogeschool; Joyce Neroni; Erasmus Universiteit Rotterdam; Sina Gottschlich; Maastricht University; Judith Sieben; Maastricht University; Eelco Braad; Hanzehogeschool

Cube 17wo 14:30 – 16:00

In het hoger onderwijs krijgen studenten steeds meer flexibiliteit niet alleen in waar, wanneer en hoe ze leren, maar ook in wát ze leren. Deze nieuwe ruimte voor flexibele leeraanpakken (te weten, eigen leerdoelen of leermaterialen kiezen) en/of flexibel leertrajecten (te weten, kiezen welke vakken te volgen) doet een groot beroep op de zelfgereguleerd-leren-vaardigheden van studenten. Voor een goede implementatie van flexibel onderwijs is inzicht in effectieve ondersteuning van zelfgereguleerd leren in deze context onontbeerlijk. Het NRO-gesubsidieerde SELFLEX consortium gaat deze uitdaging aan en doet sinds september 2023 praktijkgericht onderzoek naar evidence-informed ondersteuning van zelfgereguleerd leren in flexibele leeromgevingen. De doelstelling van dit symposium is om de ORD gemeenschap kennis te laten maken met het SELFLEX consortium en met het praktijkgericht onderzoek dat de leden uitvoeren. De verschillende presentaties gaan in op centrale vraagstukken in het hoger onderwijs rondom de ondersteuning van zelfgereguleerd leren. Drie systematische literatuuronderzoeken (twee gecombineerd met een meta-analyse, en één met focusgroepdiscussies), en één empirische studie zullen gepresenteerd worden. De uitkomsten zijn zowel wetenschappelijk als praktisch relevant.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Hoger Onderwijs
flexibel onderwijs, systematisch literatuuronderzoek, zelfgestuurd leren

Leren en lesgeven met en over ict, door netwerk iXpact

Symposium (90 minuten)550Marc Van der Meer; Tilburg University; Pierre Gorissen; HAN University of Applied Sciences; Marijke Kral; HAN University of Applied Sciences; Kevin Ackermans; Open University of the Netherlands; Mariola Gremmen; HAN University of Applied Sciences

Cube 20wo 14:30 – 16:00

Dit symposium, gepresenteerd door onderzoekers van het consortium ‘iXpact: Gepersonaliseerd leren met en over ict’, richt zich op het verbeteren van onderwijs en lerarenopleidingen met behulp van ict. De focus ligt op de integrale benadering van digitalisering in het onderwijs en transformatief leren op alle niveaus in de onderwijsorganisatie. De bijdragen omvatten onderzoek over de effecten van gepersonaliseerd leren op metacognitie en motivatie, de organisatie van gepersonaliseerd leren met ict, en de digitale geletterdheid van studenten. Het symposium biedt wetenschappelijke inzichten en praktijkgerichte kennis, gericht op effectieve toerusting en ondersteuning van onderwijsprofessionals in een digitale samenleving. De sessie draagt bij aan de maatschappelijke dialoog over waarden in het onderwijs, met specifieke aandacht voor digitalisering, kansengelijkheid, autonomie en differentiatie.

ICT in Onderwijs & Opleiding
Gepersonaliseerd leren, ict in het onderwijs, Onderwijsprofessionalisering

Docenten in actie: een verkenning van teacher agency in diverse [onderwijs]contexten

Symposium (90 minuten)417Merel Van der Wal; Radboud Universiteit; Martijn Peters; HAN University of Applied Sciences; Hedi Windgassen; HAN University of Applied Sciences; Harmen Schaap; Radboud Docentenacademie; Max Kusters; ICLON Leiden University; Nika Hendriksen; Universiteit Leiden; Madeleine Hulsen; HAN University of Applied Sciences

Cube 21wo 14:30 – 16:00

Teacher agency heeft in de afgelopen decennia steeds meer aandacht gekregen in

(inter)nationaal onderwijsonderzoek, beleid en praktijk, vaak ingegeven door complexe problemen

als lerarentekorten, teruglopende kwaliteit van het onderwijs en te grote verschillen in kansen

tussen leerlingen. Aangenomen wordt dat teacher agency en het versterken daarvan positieve

effecten heeft, niet alleen op het welzijn en de professionaliteit van leraren, maar ook op

bijvoorbeeld het behoud van leraren en de kwaliteit van het onderwijs. Wetenschappelijk

onderzoek kan bijdragen aan de conceptualisatie van het complexe begrip teacher agency, inzicht

verschaffen in het ontstaan, ontwikkelen en versterken van teacher agency in het licht van urgente

onderwijsproblemen. Dit symposium heeft als doel de resultaten en implicaties van onderzoek

naar teacher agency in verschillende onderwijssectoren te delen en daarbij in te zoomen op de

theoretische en methodologische vraagstukken die het onderzoek naar teacher agency met zich

meebrengt. Tevens willen we met dit symposium bijdragen aan implicaties voor beleid en

onderwijspraktijk waarbij de rol van de leraar centraal staat.

Leraar & Lerarenopleiding
hulpbronnen, teacher agency

De waarde(n) van innovatief teamwerk – teaming-up rondom een scoping review (1/2)

Alternatieve presentatievorm (60 minuten)345Idwer Doosje; Hogeschool Utrecht; Remco Coppoolse; Hogeschool Utrecht

Cube 36wo 14:30 – 16:00

Het huidige (hoger) onderwijs vraagt om vernieuwingen die door (teams van) onderwijsprofessionals worden gerealiseerd. Echter, de duurzaamheid van vernieuwing staat vaak onder druk, projectfinanciering houdt op, collega’s voelen zich onzeker over de vernieuwing of een te hoge werklast zijn redenen waarom vernieuwingen kunnen stagneren. Belangrijke aanname voor het slagen van innovaties is om niet individueel, maar meer teamgericht te werken. Via teams kunnen ideeën, kennis en middelen worden uitgewisseld, eigen aannames worden bevraagd en nieuwe inzichten ontstaan. Er is echter weinig bekend over het sociale aspect bij het innoveren van onderwijs. Wat kan het team van onderwijsprofessionals doen om te komen tot succesvolle en duurzame innovaties?In deze ‘teaming-up’ (met deelnemers vormen we een tijdelijk en ad-hoc team op de ORD) worden resultaten uit de scoping review naar innovatief teamwork gedeeld en getoetst met aanwezige deelnemers die interesse, ervaring en kennis hebben van dit onderwerp. Op interactieve wijze worden deelnemers uitgenodigd aan de slag te gaan met resultaten, met als doel de resultaten verder aan te scherpen.

Beleid & Organisatie
Scoping review als basis voor dialoog, Vissenkom methode

Makkelijker gezegd dan gedaan: Uitdagingen bij de inrichting van brede brugklassen (2/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)398Eddie Denessen; Radboud Universiteit; Floris Burgers; Radboud Universiteit

Cube 36wo 14:30 – 16:00

In het Nederlandse onderwijs worden scholen gestimuleerd om brede brugklassen in te richten ter bevordering van kansengelijkheid, onder meer met subsidie vanuit de rijksoverheid. In zulke klassen zitten kinderen met twee of meerdere verschillende basisschooladviezen gedurende het eerste jaar (of de eerste jaren) van het VO samen in de klas. Het inrichten van brede brugklassen – ‘detracking’ in de internationale literatuur’ – gaat echter gepaard met normatieve, politieke en technische uitdagingen voor scholen die sterk afhankelijk zijn van de nationale onderwijscontext. Hoe hoe ga je om met weerstand tegen brede brugklassen? En hoe organiseer je een curriculum dat aansluit bij leerlingen met verschillende onderwijsniveaus? Voor wetenschappers is het belangrijk om goed zicht te hebben op dit soort uitdagingen, zodat onderzoek aansluit bij praktijkuitdagingen en wetenschappelijke aanbevelingen rekening houden met de alledaagse praktijk van scholen. Om inzicht te krijgen in de procesmatige uitdagingen die scholen ervaren bij het inrichten van brede brugklassen, nodigt deze ronde tafel zowel wetenschappers als onderwijsprofessionals met kennis van, of interesse in, brede brugklassen uit om ervaringen te delen. De inzichten die in deze ronde tafel worden opgedaan moeten handvatten bieden voor verder onderzoek naar brede brugklassen.

Onderwijs & Samenleving
Brede brugklassen, detracking, onderwijshervorming

Onderwijs in democratische waarden

Symposium (90 minuten)664Willeke Slingerland; Saxion Hogeschool; Tamar de Waal; Universiteit van Amsterdam; Hessel Nieuwelink; Hogeschool van Amsterdam; Floor Rombout; Hogeschool van Amsterdam; Anouk Zuurmond; Vrije Universiteit

Cube Z1wo 14:30 – 16:00

Het uitdragen van democratische waarden is een wettelijke plicht waar scholen, leraren en curriculummakers mee worstelen: hoe kunnen leraren enerzijds democratische waarden uitdragen en deze proberen te versterken bij leerlingen, terwijl ze tevens laten aan de eigen opvattingen van leerlingen en een open en kritisch leerklimaat waarborgen? Diverse studies laten zien dat het burgerschapsonderwijs in Nederland relatief weinig over democratie en democratische waarden gaat, terwijl deze in de nieuwe kerndoelen voor burgerschapsonderwijs een centrale rol spelen.In dit symposium belichten we de vraag ‘hoe kan onderwijs democratische waarden versterken, zonder daarbij de vrijheid en gelijkwaardigheid van leerlingen te beperken?’ vanuit bestuurskundig, onderwijskundig, filosofisch en juridisch perspectief. De eerste presentatie pleit voor meer positieve polarisatie in het onderwijs om jongeren te leren omgaan met schurende verschillen. De tweede presentatie toont hoe dialogen over democratische waarden kunnen bijdragen aan open en kritisch burgerschapsonderwijs. De derde presentatie is een kritische onderwijsfilosofische reflectie op vragen naar de wenselijkheid en haalbaarheid van onderwijs in democratische waarden. De referent reflecteert met een juridische blik op de presentaties en de centrale vraag. Met kritische reflectie en beproefde praktijkvoorbeelden levert dit symposium een wetenschappelijke bijdrage aan de actuele vraag naar onderwijs in democratische waarden.

Onderwijs & Samenleving
Burgerschapsonderwijs, Democratische waarden

Meertalige onderwijspraktijken: noodzaak voor waarde(n)vol onderwijs in een talig diverse samenleving

Symposium (90 minuten)718Jantien Smit; Hogeschool Utrecht; Marian van Popta; Hogeschool Utrecht; Jantje Timmerman; Hogeschool Utrecht; Suzanne Dekker; Fryske Akademy

Esplanada – Blackboxwo 14:30 – 16:00

De Nederlandse samenleving wordt steeds meertaliger (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022; Schmeets & Cornips, 2021), terwijl het onderwijs in Nederland (en Vlaanderen) met name focust op Nederlandse taalvaardigheid (Brakkee, 2017; Pulinx et al., 2017; Van Batenburg et al., 2022; Van Beuningen & Polisenska, 2019). Om toekomstbestendig, waarde(n)vol onderwijs te verzorgen in onze talig diverse samenleving, is het noodzakelijk om meertalige onderwijspraktijken te ontwikkelen, waarin (andere) thuistalen verwelkomd én benut worden (Duarte, 2022; Smit, 2022). In dit symposium presenteren we vanuit drie verschillende contexten en onderzoeksperspectieven hoe deze meertalige onderwijspraktijken eruit kunnen zien in het primair onderwijs en wat ze betekenen voor de houding en het handelen van leerkrachten:Opleiden van nieuwkomersspecialisten in de stad Utrecht: ontwikkelde meertalige onderwijspraktijken en hun rol in de reguliere basisschool (Timmerman, Van Popta, Smit)Toetsen in het rekenonderwijs aan nieuwkomersleerlingen: ontwikkelde meertalige toetspraktijken voor rekenen (Van Popta, Alberto, Van Beuningen, Smit)Meertaligheid in het Friese basisonderwijs: uitkomsten van een interventiestudie naar de attitude-ontwikkeling van leerkrachten (Dekker, Loerts, Duarte & Günther-van der Meij)De vraag die centraal staat in de discussie over deze presentaties is in hoeverre leerkrachten binnen deze meertalige praktijken bijdragen aan toegankelijker, eerlijker en inclusiever onderwijs.

Onderwijs & Samenleving
leerkrachthandelen, meertaligheid, toetsing

Drempelloos doorstromen van het mbo naar de pabo met het keuzedeel Voorbereiding pabo (1/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)218Bas Agricola; Hogeschool Utrecht

Koopmans – K 1201wo 14:30 – 16:00

De aanleiding voor het project Voorbereiding pabo is de heroverweging van de toelatingstoetsen voor de pabo voor mbo studenten onderwijsassistent. Onderzoek wijst uit dat deze toetsen, die niet goed passen bij het praktijkgerichte karakter van het mbo, ontmoedigend werken en veel studenten afschrikken. Als alternatief is in dit project een ontwikkelingsgericht portfolio binnen het keuzedeel Voorbereiding Pabo geïntroduceerd. Mbo-studenten kunnen straks drempelloos doorstromen naar de pabo als zij in dit portfolio aantonen dat zij basiskennis bezitten van de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, en natuur & techniek. In dit project zijn principes van programmatisch toetsen gehanteerd en werken alle betrokkenen van roc’s en pabo’s in regionale samenwerkingsverbanden samen. In de eerste fase zijn ontwerpkeuzes binnen programmatisch toetsen voor het keuzedeel geïdentificeerd door middel van interviews met mbo-opleidingen. De volgende fase omvat de resultaten van de tweede deelstudie, waarin ervaringen van mbo-docenten en -studenten met het nieuwe keuzedeel zijn onderzocht. Deelnemers aan deze ronde tafel worden uitgenodigd om over deze ervaringen te discussiëren en input te geven voor mogelijke herontwerp van het keuzedeel. Deelnemers wordt tot slot om input gevraagd op beoogde derde deelstudie, waarin de drempelloos ingestroomde pabo-studenten worden bevraagd op hun ervaring met het nieuwe keuzedeel.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
MBO keuzedeel, Portfolio, Programmatisch toetsen, Voorbereiding pabo

Strategieën voor het opschalen van bottom-up innovaties in het hoger onderwijs (2/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)403Nynke van Ketel; Universiteit van Amsterdam

Koopmans – K 1201wo 14:30 – 16:00

Om de waarde van bottom-up innovaties in het hoger onderwijs te vergroten is het belangrijk om te weten hoe kleinschalige innovaties kunnen worden opgeschaald. In de literatuur worden verschillende strategieën geïdentificeerd om de opschaling van innovaties te stimuleren. Niet altijd zijn deze strategieën toegespitst op het hoger onderwijs en niet altijd is er empirische onderbouwing. In deze sessie bespreken we verschillende strategieën om innovaties in het hoger onderwijs op te schalen. De discussie zal gebaseerd zijn op strategieën die op basis van een uitgebreide literatuurstudie zijn geïdentificeerd en op de praktijken en ervaringen van de deelnemers aan de sessie. Het doel van de sessie is om gezamenlijk te reflecteren op relevantie, effectiviteit en bruikbaarheid van verschillende strategieën. De sessie zal dienen als een start voor een onderzoek dat in het najaar zal plaatsvinden. Het doel van de studie is om aan de hand van de Delphi-methode met experts uit het onderwijsveld consensus te bereiken over relevante, bruikbare en effectieve strategieën om innovaties in het hoger onderwijs op te schalen. Wees van harte welkom om tijdens deze ORD-sessie alvast eigen inzichten te delen.

Hoger Onderwijs
Beleid en organisatie, Innovatie

De verschillende waarden van leergemeenschappen in het hoger onderwijs (3/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)775Jannet Doppenberg; Hanze Hogeschool

Koopmans – K 1201wo 14:30 – 16:00

Leergemeenschappen binnen het hoger onderwijs zijn hot. We zien echter binnen en buiten het onderwijs een grote diversiteit aan leergemeenschappen met elk hun rationale. Deze diversiteit en daarmee samenhangende waarden kunnen de samenwerking zowel binnen als buiten leergemeenschappen belemmeren. Tijdens de ronde tafel presenteren we een kader waarbinnen we een brug slaan tussen de verschillende leergemeenschappen en bieden we een handvat voor docenten en ontwerpers van curricula om de verschillende typen leergemeenschappen elkaar te laten versterken. Aan de hand van stellingen willen we een gezamenlijke dialoog voeren over het kader en de toepasbaarheid daarvan binnen het hoger onderwijs.

Hoger Onderwijs
Leergemeenschappen, Leeromgevingen

Het creëren van een inter-affectieve leerruimte waarin studenten hun eigen waarden kunnen ontdekken (1/2)

Workshop (60 minuten)208Roos BitsDerksen ; Edusenca Expertisecentrum affectief leren; Pamela den Heijer ; Hogeschool Rotterdam

Koopmans – K 1206wo 14:30 – 16:00

In het hoger onderwijs worden studenten doorgaans aangemoedigd om na te denken over waardeconflicten wanneer ze die tegenkomen in hun opleiding, door een cognitieve focus aan te nemen waarin denken centraal staat. Wat echter nodig is, zijn leerervaringen waarin studenten aandacht besteden aan hoe zij het waardeconflict van binnenuit ervaren. Om studenten aan te moedigen om van binnenuit met waardeconflicten om te gaan is een verschuiving van een strikt cognitivistische visie op affectieve leerervaringen naar een visie die ook het holistische perspectief omvat nodig. Dit kan worden gerealiseerd door het aanbieden van inter-affectieve leeromgevingen.

Leraar & Lerarenopleiding
affectieve leerervaring, interaffectieve leerruimte

Het stellen en integreren van persoonlijke doelen als motor voor academische motivatie (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)283Esli Verheggen; Universiteit Leiden

Koopmans – K 1206wo 14:30 – 16:00

Deze exploratieve studie onderzocht mechanismen die mogelijkerwijs van invloed zijn op spillover van motivatie voor persoonlijke doelen naar motivatie voor academische prestaties onder bachelorstudenten. Deelnemers (N = 113) namen deel aan een doelintegratie workshop waarin zij persoonlijke doelen formuleerden en een strategie opstelden om één van deze doelen in hun minst favoriete vak te integreren. Tegen de verwachting in was de motivatieverandering binnen de workshop niet significant voor deelnemers ten aanzien van hun minst favoriete vak, maar wel voor het gemiddelde van alle vakken (bij p < 0.1). Regressieanalyse liet zien dat het type doel dat studenten formuleerden geen significante predictor is van dit effect, terwijl dit wel het geval is voor het type integratiestrategie en de mate van intrinsieke motivatie voor persoonlijke doelen. In vergelijking tot studenten die zich richtten op vakcontext of studievaardigheden, was de gemiddelde motivatieverandering significant groter voor studenten die strategieën gericht op vakhinhoud formuleerden. Bovendien gold dat des te hoger de intrinsieke motivatie voor persoonlijke doelen was, des te sterker de motivatie van studenten veranderde. Deze resultaten suggereren dat het stellen van persoonlijke doelen de motivatie voor vakken kan bevorderen, zolang rekening wordt gehouden met de wijze van integratie en mate van intrinsieke motivatie.

Hoger Onderwijs
doelintegratie, goalsetting, motivationele spillover

Innoverende netwerken: welke functie(s) vervullen ze? (1/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)268Elske Van den Boom Muilenberg; Hogeschool Utrecht; Harry Rorije; Hogeschool Utrecht; Idwer Doosje; Hogeschool Utrecht

Koopmans – K7wo 14:30 – 16:00

Labs, werkplaatsen, leergemeenschappen: netwerken zijn niet meer weg te denken uit het onderwijs. Hoewel netwerken veelal worden ingezet t.b.v. professionals, kunnen ze ook aan onderwijsinnovatie een waardevolle bijdrage leveren. Netwerken gericht op onderwijsinnovatie worden innoverende netwerken genoemd. Innoverende netwerken definiëren we als een heterogene groep mensen – van verschillende functies, uit verschillende lagen uit de organisatie of van verschillende organisaties – die regelmatig samenkomt om gezamenlijk te werken aan het innoveren van het onderwijs​ om complexe uitdagingen het hoofd te bieden. Een helder beeld m.b.t. hoe netwerken kunnen bijdragen aan onderwijsinnovatie ontbreekt op dit moment. Een voorlopig conceptueel model voor de functies van innoverende netwerken is in twee stappen vanuit literatuur en ervaring van diverse onderwijsinnovators geconstrueerd. Deelnemers aan het rondetafelgesprek worden gevraagd naar hun ervaringen met innoverende netwerken. In interactie met hen beogen we ons model verder te versterken, te verrijken en aan te scherpen. Met kennis over de functies die netwerken kunnen hebben voor onderwijsinnovatie kunnen netwerken bewust(er) worden in- en opgericht, met als doel onderwijsinnovatie zo goed mogelijk te ondersteunen in de onderwijspraktijk.

Beleid & Organisatie
Innoverende netwerken, Netwerken, Onderwijsinnovatie

Ontwikkeling van reflectieve dialoog van Nederlandse basisschoolleerkrachten die samen leren en werken (2/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)737Simone Rijksen; ICLON Universiteit Leiden

Koopmans – K7wo 14:30 – 16:00

Reflectieve dialoog is een effectief instrument om het leren van docenten in professionele leergemeenschappen te bevorderen. Reflectieve dialoog wordt gedefinieerd als een rijke en terugkerende discussie waarbij docenten continu reflecteren op hun onderwijspraktijk met als doel hun kennis te vergroten en de lespraktijk duurzaam te verbeteren. Uit eerder onderzoek over samenwerkend leren blijkt echter dat het leren van dergelijke dialogen niet vanzelfsprekend en zeer contextafhankelijk is. Empirisch onderzoek naar hoe de gesprekken van docenten verlopen zou moeten uitwijzen hoe en waarom het leerpotentieel in de context van samen leren niet altijd benut wordt. Dit onderzoek heeft als doel meer inzicht te verkrijgen in het verloop van reflectieve dialogen bij zes groepen leerkrachten in het Nederlandse basisonderwijs. Voor de bestudering van de gesprekken in dit onderzoek is gebruik gemaakt van een analysekader gebaseerd op het werk van Bungum et al. (2018) en Mercer et al. (2004) dat de volgende type gesprekken onderscheidt: exploratief (vragen stellen en uitdagen van denken), cumulatief (voortbouwend op elkaar), confirmatief (bevestigend) en onafhankelijk (losstaande uitspraken). Gesprekken die getypeerd worden als exploratief, cumulatief, confirmatief of een combinatie daarvan, worden onder de loep genomen.

Leraar & Lerarenopleiding
reflectieve dialoog, samenwerken van docenten

Het leren en begeleiden van mbo-studenten voor en tijdens een beroep – naar mbo van waarde

Symposium (90 minuten)335Erica Wijnands-Pot ; Open Universiteit; Kathinka Van Doesum; Open Universiteit; Marjanne Hagedoorn; Open Universiteit

Simon – S8wo 14:30 – 16:00

Een belangrijk deel van de beroepsbevolking is opgeleid in het middelbaar beroepsonderwijs en vervult onmisbare functies in bijvoorbeeld de logistiek of gezondheidszorg. Van deze beroepsbeoefenaars wordt verwacht dat zij een bijdrage leveren aan tal van maatschappelijke uitdagingen zoals de energietransitie of innovaties in gezondheidszorginstellingen. Het middelbaar beroepsonderwijs is daardoor met recht ‘onderwijs van waarde’.Het goed opleiden van studenten vraagt inzicht in hun ontwikkeling en wat dit betekent voor de begeleiding door docenten in het middelbaar beroepsonderwijs. De drie studies die gepresenteerd worden in dit symposium, zijn gesitueerd in, op initiatief van, en in samenwerking met de praktijk van het middelbaar beroepsonderwijs uitgevoerd. De resultaten geven achtereenvolgend inzicht in: (1) welke beroepskennis docenten in het middelbaar beroepsonderwijs volgens henzelf nodig hebben voor het begeleiden van studenten, (2) welke onderzoekende vaardigheden studenten en beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg toepassen als onderdeel van beroepshandelingen, en (3) welke kenmerken leeromgevingen hebben die in potentie beroepsidentiteitsontwikkeling bij mbo-studenten uitlokken.We vragen het publiek met de onderzoekers in gesprek te gaan over bevindingen en opbrengsten, potentiële verbindingen te expliciteren en vervolgvragen voor onderzoek te articuleren.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
Beroepsidentiteit, Middelbaar Beroepsonderwijs, Onderzoekende vaardigheden

Do’s en Don’ts van (inter)nationale peilingsonderzoeken

Symposium (90 minuten)750Maarten Wolbers; KBA Nijmegen; Annemarie van Langen; KBA Nijmegen; Nicole Swart; Expertisecentrum Nederlands

Simon SZ 31wo 14:30 – 16:00

Uitkomsten van (inter)nationale peilingsonderzoeken (zoals PISA, PIRLS en de peilingsonderzoeken binnen het programma Peil.Onderwijs) worden ingezet om zicht te krijgen op de kennis en vaardigheden van leerlingen en de mate waarin zij door het onderwijs voorbereid worden om te kunnen participeren in de maatschappij, zowel in nationale als internationale context. Resultaten geven daarmee inzicht in de kwaliteit en het niveau van het onderwijs in Nederland.Nederland kent een rijke uitvoer en deelname aan de nationale en internationale peilingsonderzoeken waarbij voor verschillende domeinen (niet alleen de basisvaardigheden, maar bijvoorbeeld ook Engels, kunstzinnige oriëntatie, natuur & techniek en bewegingsonderwijs), verschillende schooltypen (po, vo en mbo) en op verschillende niveaus (leerling, leraar en school) onderzoeken worden uitgevoerd, zowel nationaal en internationaal. Met dit symposium willen we inzicht geven in het type onderzoek dat wordt uitgevoerd, presenteren we de resultaten van PISA-2022 met speciale aandacht voor de (on)mogelijkheden die er zijn met de data en gaan we in op een recent initiatief om de resultaten van de nationale en internationale peilingsonderzoeken samen te brengen op Onderwijskennis.nl, het digitale knooppunt van en voor het onderwijs.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
Peil.Onderwijs, Peilingsonderzoeken, PISA2022

Waar je wiegje staat… de kans op een universitaire studie en de locatie van de basisschool (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)407Erik Fleur; Ministerie van OCW/DUOIP; Susanne Lepoeter; Ministerie van OCW/DUOIP

Tias – TZ 10wo 14:30 – 16:00

Dat de onderwijsloopbaan van leerlingen wordt beïnvloed door de opleiding van de ouders, is inmiddels bekend. In deze studie kijken we naar de regionale component van kansgelijkheid over een langere periode. Niet alle basisschoolleerlingen blijken evenveel kans te hebben om naar de universiteit te kunnen. In sommige regio’s gaat bijna tweevijfde deel van alle basisschoolleerlingen een wo-opleiding doen. Dat is verhoudingsgewijs ongeveer drie keer zo vaak als in andere regio’s. Het is niet zo dat hierbij de eindtoetsscores leidend zijn. Van de leerlingen met een score van 545 of hoger (corresponderend met een vwo-advies) gaat in sommige regio’s ruim viervijfde deel van de leerlingen naar de universiteit; in andere regio’s geldt dit voor iets meer dan de helft van de leerlingen. Leerlingen uit regio’s waar verhoudingsgewijs weinig leerlingen naar de universiteit gaan, stapelen relatief vaak. Dit gaat met name om de routes havo-hbo-wo en havo-vwo-wo. Dit wijst erop dat hier de plaatsing en/of doorstroommogelijkheden in het vo een rol spelen.

Onderwijs & Samenleving
Gelijke kansen, Onderwijsprestaties, Regionale verschillen

Publieke waarde in het geding? Schaduwonderwijs op Nederlandse middelbare scholen (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)410Nynke Douma; GION, Rijksuniversiteit Groningen

Tias – TZ 10wo 14:30 – 16:00

Er is een toename zichtbaar van schaduwonderwijs in Nederland. In de afgelopen 10 jaar zijn huiswerkbegeleiding, bijles en examentraining ‘normale’ onderwijsactiviteiten geworden en hebben steeds meer scholen structurele samenwerkingen met aanbieders van schaduwonderwijs. De NPO-gelden hebben deze samenwerkingen verder versterkt. De verschillende vormen van schaduwonderwijs en verschillende niveaus van samenwerking tussen scholen en aanbieders hinderen ons begrip van de omvang en de rol van schaduwonderwijs in het voortgezet onderwijs in Nederland. Het doel van deze studie is daarom om een zo volledig mogelijk beeld te geven van de omvang en de vormen van schaduwonderwijs in en buiten Nederlandse middelbare scholen door middel van interviews met schoolteams. Hiervoor zijn semi-gestructureerde (groeps-)interviews afgenomen bij 21 onderwijsprofessionals uit 10 schoolteams. Opvallende resultaten zijn dat veel scholen gebruik maken van intern en/of extern aanvullend onderwijs. Dit werd vaak gefinancierd door de NPO-gelden. Veel van deze scholen kozen bewust voor intern aanvullend onderwijs, in plaats van (verdere) samenwerkingen met externe aanbieders. Veel onderwijsprofessionals zijn kritisch ten opzichte van extern, en in mindere mate intern, aanvullend onderwijs. Deze studie breidt de bestaande kennis over aanvullend onderwijs uit, en geeft daarnaast inzicht in de visie van onderwijsprofessionals op aanvullend onderwijs.

Onderwijs & Samenleving
Kansengelijkheid, Leerkrachtperspectief, Privatisering, Schaduwonderwijs

Effecten van Familie- en Gezinsklassen: weer met zelfvertrouwen naar school? (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)517Pauline Van Eck; Oberon; Marianne Boogaard; Kohnstamm Instituut; Jannie Wouters; Samenwerkingsverband De Eem

Tias – TZ 10wo 14:30 – 16:00

Leerkrachten hebben behoefte aan effectieve interventies voor individuele leerlingen met gedrag dat belemmerend is voor het leerproces van die leerlingen zelf en/of voor hun klasgenoten. De Familieklas en de Gezinsklas zijn interventies waarbij leerlingen op hun eigen school, samen met hun ouders, gedurende een aantal weken kunnen werken aan hun eigen gedragsdoelen. Beide interventies zijn gebaseerd op multi-family-therapie en systeemtherapie en worden sinds een aantal jaren uitgevoerd op diverse basisscholen in de regio Amersfoort, en in Noord-Nederland. De aanpak is geschikt voor kinderen met internaliserend of externaliserend gedrag, die een risico lopen risico op onderwijsachterstand en/of schooluitval.In het onderzoek ´Effecten van Gezins- en Familieklassen´ hebben we de effecten in kaart gebracht van de interventies op het leerlinggedrag. Daarnaast analyseerden we de (gepercipieerde) opbrengsten voor leerlingen, ouders en leerkrachten, en inventariseerden we de opbrengsten voor de samenwerking tussen ouders en school. Deze empirische resultaten hebben we gecombineerd met literatuurstudie en deskresearch om tevens zicht te krijgen op de werkzame mechanismen van de interventies. Tot slot is een korte, informatieve videofilm gemaakt die de kernpunten van de interventies in beeld brengt.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Onderwijs & Samenleving
gedragsinterventies, ouderbetrokkenheid

Ondersteunen van executieve functies in het regulier basisonderwijs

Symposium (90 minuten)651Sophie Pollé; KU Leuven; Fren Dieusaert; KU Leuven;Marleen van Tetering; Vrije Universiteit Amsterdam; Anouck Staff; Vrije Universiteit Amsterdam; Mariëtte Huizinga; Vrije Universiteit Amsterdam

Tias – TZ 3wo 14:30 – 16:00

Executieve functies (EF) is een overkoepelende term die verwijst naar een verzameling van cognitieve functies die doelgericht sociaal adaptief gedrag mogelijk maken. Ze zijn van groot belang voor de onderwijsprestatie (Huizinga et al., 2018). De ontwikkeling van EF heeft een langdurig ontwikkelingstraject dat doorloopt tot in de jongvolwassenheid. Achterblijvende ontwikkeling kan op latere leeftijd leiden tot leer- en gedragsproblemen. Daarom is het noodzakelijk dat kinderen ondersteund worden om deze vaardigheden optimaal te ontwikkelen. In de klascontext kan dit bereikt worden door aandacht te besteden aan aspecten van hun leeromgeving en onderwijspraktijken. Leerkrachten spelen een belangrijke rol in het creëren van een stimulerende omgeving die de ontwikkeling van deze vaardigheden bevordert.De eerste bijdrage aan dit symposium biedt een overzicht van de aanwezige evidence- en practice-base van EF-interventies. De tweede bijdrage gaat over het effect van leerkracht-leerling interacties op het werkgeheugen van lagere schoolleerlingen. De derde bijdrage evalueert een bestaande interventie die zich richt op het versterken van EF in het kleuteronderwijs, met extra aandacht voor kinderen met lage SES.

De nadruk in dit symposium ligt op de behoefte van onderzoekers en onderwijsprofessionals om gaten in kennis over doeltreffende interventies te vullen, en hierdoor effectievere strategieën te ontwikkelen binnen de schoolcontext.

Leren & Instructie
Basisonderwijs, Executieve Functies, Interventies, LeerkrachtLeerling Interacties

Leren en ontwikkelen van Onderwijsprofessionals: Een ecologisch (systeem) perspectief

Symposium (90 minuten)327Femke Geijsel; Tias; Maaike Koopman; Hogeschool Utrecht; Piety Runhaar; Wageningen Universiteit; Els Tanghe; Universiteit Antwerpen

Tias – TZ 4wo 14:30 – 16:00

Het onderwijs staat voor grote uitdagingen. Terwijl de lerarentekorten alleen maar toenemen, wordt er steeds meer van onderwijs verwacht. Investeren in het leren en ontwikkelen van onderwijsprofessionals en (daarmee) hun motivatie voor het werk kan helpen om deze uitdagingen aan te pakken. Onderwijsinstellingen maken daarom werk van (strategisch) personeelsbeleid, loopbaanpaden en professionaliseringsmogelijkheden enz. echter, de context waarin dit gebeurt wordt steeds ingewikkelder. Om enkele factoren te noemen: naast lerarentekorten zijn er ook schoolleiderstekorten; personeelszaken worden steeds vaker projectmatig of met tijdelijke gelden bekostigd wat het voeren van structureel beleid belemmert. Deze ‘wickedity’ van het vraagstuk van leren en ontwikkelen van onderwijsprofessionals vraagt om een ecologisch (systeem) perspectief, waarin aandacht is voor factoren op meerdere niveaus en hun onderlinge interacties; voor de rol van verschillende stakeholders binnen de scholen en daarbuiten en hun individuele perspectieven, verwachtingen en waarden. Het symposium brengt drie papers samen die op hun eigen manier deels een ecologisch perspectief hanteren. Door deze papers in samenhang te bespreken en erop de reflecteren beoogt het symposium handvatten te ontdekken om het ecologisch perspectief in onderwijsonderzoek een stap verder te brengen.

Beleid & Organisatie
Ecologisch perspectief, Interdisciplinair, Multistakeholder, Onderwijsprofessionals

Botsing van waarde(n)? Religieuze en pedagogische waarden onder druk van de Wet Burgerschapsonderwijs (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)293Mascha Enthoven; Hogeschool Inholland; Marietje Beemsterboer; Hogeschool Inholland

Tias – TZ 5wo 14:30 – 16:00

De Wet Verduidelijking Burgerschapsonderwijs stuit op bezwaren vanuit orthodox-christelijke kringen, vooral vanwege mogelijke conflicten met de basiswaarden van de wet en de vrijheid van godsdienst en onderwijs. De wet verplicht alle scholen om doelgericht onderwijs te bieden ter bevordering van actief burgerschap en sociale cohesie. De wet wordt door reformatorisch christenen gezien als een inbreuk op de vrijheid van onderwijs en de vrijheid van godsdienst. Dat maakt het relevant om te onderzoeken hoe de burgerschapsopdracht zich vertaalt in het dagelijks handelen van leerkrachten op reformatorische scholen.Om deze vraag te beantwoorden is een kwalitatief, verkennend Grounded Theory onderzoek verricht onder 16 leerkrachten van 2 reformatorische basisscholen. Daaruit blijkt dat leraren een discrepantie ervaren tussen de religieuze en pedagogische opdracht die zij ervaren en de wet. Die discrepantie legt druk op het handelen wanneer zij kinderen religieus willen vormen en pedagogisch gezien veiligheid willen bieden en kinderen willen helpen een relatie op te bouwen met de wereld.We presenteren een theorie over de manier waarop religieuze waarden en pedagogische waarden zich tot elkaar verhouden in het dagelijks handelen van leraren op reformatorische scholen en welke invloed de Wet Verduidelijking Burgerschapsonderwijs daar op heeft.

Onderwijs & Samenleving
Burgerschapsvorming, Pedagogische waarden, Religieuze waarden, Vrijheid van onderwijs

Flexibilisering en studentenwelzijn = de vorming van de professional van de toekomst? (2/2)

Workshop (60 minuten)703Femke Bijker; Hogeschool Windesheim; Herma Jonker; Hogeschool Windesheim; Charlotte Vissenberg; Hogeschool Windesheim

Tias – TZ 5wo 14:30 – 16:00

Flexibilisering en studentenwelzijn zijn belangrijke thema’s in het hoger onderwijs. Studentenwelzijn kan onder druk komen te staan wanneer er sprake is van flexibilisering van onderwijs (zie o.a. Kouwenberg, 2023). In het proces van flexibilisering van onderwijs binnen Hogeschool Windesheim is ervoor gekozen om een Learning Lab Student Sense of Belonging (SSB) in te richten. SSB heeft net zoals studentenwelzijn een positief verband met studiesucces (zie bijvoorbeeld Dopmeijer et al. 2022a; Gubbels & Kappe, 2017; Kouwenberg, 2023). Vanuit onze verschillende professionele rollen ervaren wij dat deze begrippen vaak als op zichzelf staande innovaties worden ingezet, in plaats van samenhangende processen in relatie tot het bieden van goed onderwijs en het opleiden van toekomstbestendige professionals. Vanuit de begrippen ‘flexibilisering’, ‘studentenwelzijn en SSB’ staan we stil bij wat hoger beroepsonderwijs volgens de wet is. Vanuit het wettelijke kader en visie op onderwijs dat interventies altijd in samenhang met goed onderwijs en het opleiden van toekomstbestendige professional moet plaatsvinden, gaan we in deze workshop aan de slag met de vraag ‘hoe’ dat kan. Ons doel is om theoretische en praktische kennis over goed hoger beroepsonderwijs in relatie tot de thema’s ‘flexibilisering’ en ‘studentenwelzijn en SSB’ in samenhang te problematiseren én te verrijken.

Hoger Onderwijs
flexibilisering, hoger onderwijs, student sense of belonging

Burgerschap in het middelbaar beroepsonderwijs. De vormgeving van burgerschapsonderwijs (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)233Chris Holman; Noorderpoort

Tias – TZ 8wo 14:30 – 16:00

Centraal staat hoe mbo-instellingen burgerschapsonderwijs vormgeven. Inzicht in kenmerken van vormgeving van burgerschapsonderwijs is niet alleen van belang om een beeld te krijgen van de inrichting van burgerschapsbevordering, maar eveneens een belangrijke voorwaarde voor meer kennis over de effectiviteit daarvan. Over beide is voor het mbo nog weinig bekend. Met behulp van onder docenten verzamelde gegevens over kenmerken die er volgens schooleffectiviteitsmodellen voor burgerschap toe doen, brengen we in kaart in hoeverre en op welke wijze deze kenmerken zichtbaar zijn. Veel docenten hechten belang aan burgerschapsvorming, het klimaat daarvoor wordt als veilig beoordeeld. De resultaten laten ook zien dat concrete leerdoelen vaak ontbreken, actuele gebeurtenissen weinig aandacht krijgen, een vast programma ontbreekt, burgerschap op veel instellingen slechts gedurende een deel van de schoolloopbaan van studenten aan de orde komt, en inzicht in de resultaten van het onderwijs ontbreekt. Dat geldt ook voor een gedeelde visie, evenmin worden studenten betrokken bij invulling daarvan. De inrichting van het mbo-burgerschapsonderwijs laat zich in een beperkte, een actieve en een organische aanpak typeren. Scholen die burgerschap een vaste plaats in het curriculum geven, werken met uitgewerkte leerdoelen, schenken meer aandacht aan bevordering van burgerschapskennis en -vaardigheden, intermenselijk verkeer en de sociaal-maatschappelijke dimensie van burgerschap.

Onderwijs & Samenleving
Burgerschapsonderwijs, Effectiviteit, Vormgeving

Integreren van burgerschap als (basis)vaardigheid van de scheikunde-docent. (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)358Judith Rotink; Universiteit Twente/ELAN; Talitha Visser; Universiteit Twente/ELAN

Tias – TZ 8wo 14:30 – 16:00

Nederlandse jongeren scoren relatief slecht op burgerschapsvaardigheden. Door burgerschap te integreren in de vaklessen kan burgerschapsonderwijs beter geborgd worden. Bovendien zorgen burgerschapsonderwerpen in de vakles voor contexten en vraagstukken die voor leerlingen relevant zijn. Scheikunde behandeld veel onderwerpen die raken aan maatschappelijke problemen zoals drugs en de plasticsoep. Bij dit soort onderwerpen naast scheikunde content ook burgerschap te integreren, vraagt van vakdocenten andere kennis en vaardigheden. Bovendien is het vaak normatieve aspect van burgerschapsonderwijs voor hen vaak lastig.In dit onderzoek is gekeken hoe scheikunde-docenten die al veel kansen benutten om burgerschap in hun les te integreren werken. Door middel van een cognitieve taakanalyse is gekeken naar vaardigheden en kennis die nodig zijn voor de integratie van burgerschap en scheikunde. Hiermee is er inzicht gekomen in de docentvaardigheden die nodig zijn voor het onderwijzen van deze complexe vaardigheid. Daarnaast kunnen docenten, maar ook scholen, lerarenopleiders en curriculumontwikkelaars deze inzichten gebruiken om de integratie van burgerschap bij scheikunde te versterken en ondersteunen. Dit onderzoek is input voor een docentprofessionaliseringstraject voor andere scheikunde-docenten dat met het 4C/ID model vormgegeven gaat worden.

Curriculum
Burgerschapsvorming, Cognitieve taakanalyse, Docentvaardigheden

Optimaliseren van Besluitvorming: Inzichten in onderwijsprofessionals van Groep 1/2

Workshop (60 minuten)353Christine Resch; Maastricht University; Esther Keulers; Universiteit Maastricht; Petra Hurks; Universiteit Maastricht

Tias – TZ 9wo 14:30 – 16:00

In onze workshop reflecteren we samen met de deelnemers op het besluitvormingsproces van onderwijsprofessionals betreffende leerlingen in groep 1/2 van de vroegschool. Bijvoorbeeld of/wanneer een leerling klaar is voor de overgang naar groep 3, en of/wanneer deze extra begeleiding of juist meer verdieping nodig heeft. We presenteren bevindingen uit ons recente onderzoek, waarbinnen we onderwijsprofessionals gevraagd hebben hoe zij komen tot besluiten en welke verschillende informatiebronnen (bewust dan wel onbewust) ze meewegen en als belangrijk of doorslaggevend beschouwen. Hierbij hebben we oog voor individuele verschillen tussen professionals: bijv. terwijl de ene leerkracht de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind zwaar meeweegt, hecht een andere meer waarde aan visies van ouders. Ook tussen leerlingen verschilt de professional (mogelijk) in hoe hij deze informatiebronnen meeweegt. Dit besluitvormingsproces kan soms ondoorzichtig of onvoorspelbaar lijken, en is gevoelig voor bias. De workshop focust op het verkennen van manieren om deze complexe beslissingen transparanter en consistenter over leerlingen te maken. We bespreken cruciale vragen, zoals: Hoe wordt bepaald wat relevante informatie is voor een beslissing? Weegt deze informatie voor elke leerling even zwaar? En wat heeft een onderwijsprofessional nodig om transparante(re) besluiten te nemen?

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leraar & Lerarenopleiding
Beslissen in de vroegschool, Mechanisch beslissen, Vignetten

16:45 – 17:45 Parallelsessie 2

Een levensvaardigheden-chatbot (AI) voor studentsucces en studentwelzijn (1/2) Een experiment tijdens de COVID-19-pandemie

Paperpresentatie (30 minuten)314Monique De BruijnSmolders; Kenniscentrum Talentontwikkeling Hogeschool Rotterdam

Cobbenhagen – C 187wo 16:45 – 17:45

Tijdens de COVID-19 pandemie, die helaas op veel van onze studenten een negatieve invloed had, op hun welzijn en academische prestaties, had AI (een chatbot) hen wellicht bij kunnen staan als hun “buddy”.In dit experiment onder 1.402 Nederlandse eerstejaars studenten Bedrijfskunde zijn de effecten van zo’n chatbot onderzocht. De studenten werden at random toebedeeld aan de testgroep (interactie met levensvaardigheden-chatbot Iki), of de controlegroep (invullen van online vragenlijsten levensvaardigheden). Effecten werden gemeten met online vragenlijsten en administratieve data op vier datapunten gedurende een heel academisch jaar (2020-2021).Chatbot Iki leidde tot significant hogere studentscores zowel op in hoeverre studenten een levensdoel hadden als de mate waarin zij zelfregulerend leerden, hoewel Iki’s effect op het zelfregulerend leren wegvaagde gedurende het tweede semester. Op studenten die de Internationale variant Bedrijfskunde studeerden, had Iki een significante en positieve impact op hun vitz. Tot slot leidde Iki tot significant minder coronastress, specifiek onder studenten die zichzelf identificeerden als vrouwelijk. Chatbot Iki liet geen effecten zien op mentaal welzijn of academisch presteren.We beëindigen onze studie met aanbevelingen voor toekomstige studies naar nieuwe generaties chatbots (AI) die sinds de introductie van ChatGPT een exponentiële groei doormaken.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

ICT in Onderwijs & Opleiding
chatbot, COVID19pandemie, studentsucces, studentwelzijn

De relatie tussen ChatGPT-gebruik en zelfeffectiviteit bij schrijven (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)626Janneke van der Loo; Tilburg Center of the Learning Sciences

Cobbenhagen – C 187wo 16:45 – 17:45

Sinds de lancering van ChatGPT is generatieve artificiële intelligentie een veelgebruikt hulpmiddel onder leerlingen in het voortgezet onderwijs. Dit roept vragen over de ontwikkeling van schrijfvaardigheid. Het doel van deze studie is tweeledig: inzicht krijgen in het gebruik van ChatGPT en de houding ten opzichte van ChatGPT bij leerlingen in het voorgezet onderwijs, en het onderzoeken van de relatie tussen ChatGPT-gebruik en zelfeffectiviteit bij schrijven. 958 Nederlandse leerlingen uit de bovenbouw havo/vwo vulden een vragenlijst in waarin ChatGPT-gebruik, attitudes ten opzichte van het gebruik van ChatGPT voor leren en drie dimensies van zelfeffectiviteit bij schrijven (ideeën genereren, conventies toepassen, zelfregulatie) werden gemeten. 647 leerlingen gaven aan dat ze ChatGPT hadden gebruikt voor schrijftaken op school. Over het algemeen hadden leerlingen een positieve houding ten opzichte van het gebruik van ChatGPT voor leertaken, waarbij ChatGPT-gebruikers positiever waren dan niet-gebruikers. Met betrekking tot zelfeffectiviteit lieten leerlingen die ChatGPT eerder hadden gebruikt voor schrijftaken en leerlingen die het niet hadden gebruikt, even hoge scores zien met betrekking tot conventies toepassen en zelfregulatie. ChatGPT-gebruikers rapporteerden echter lagere scores voor het generen van ideeën, wat aangeeft dat ChatGPT-gebruikers er minder vertrouwen in hebben dat ze op ideeën zullen komen voor schrijftaken dan niet-ChatGPT-gebruikers.

ICT in Onderwijs & Opleiding
ChatGPT, schrijfvaardigheid, zelfeffectiviteit

SPOTLIGHT Programmatisch toetsen in het mbo: Perspectief op kwaliteit (#hoedan)

Workshop (60 minuten)784Cor Sluijter; Liesbeth Baartman; Hogeschool Utrecht; Marlies de Vos; Hogeschool Utrecht; Manel van Kessel; Universiteit Leiden; Manel van Kessel; Universiteit Leiden; Heleen van der West; Radboud Universiteit; Susan VerbuntJanssen; Radboud Universiteit; Martine Baars; Radboud Universiteit

Cobbenhagen – Ruth Firstwo 16:45 – 17:45

Bij programmatisch toetsen (in het mbo vaak Lerend Kwalificeren genoemd) vormen leren en toetsen een geïntegreerd geheel. Studenten verzamelen tijdens hun leerproces voortdurend bewijzen van ontwikkeling. Deze dataverzameling kan op verschillende manieren gebruikt worden.Deze benadering roept echter ook vragen op. Hoe wordt het toegepast? Wat weten we er al over? Hoe zit het met validiteit en betrouwbaarheid? Hoe draagt het bij aan onderwijs, toetsing en onderwijskwaliteit? En als je het doet, hoe doe je het goed?De VOR-divisies Beroepsonderwijs, Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap (BBV) en assessment, methodologie & evaluatie nodigen u graag uit voor hun gezamenlijke spotlightsessie over dit thema tijdens de ORD 2024. Gastsprekers Liesbeth Baartman, Marlies Vos en Cor Sluijter geven korte inleidingen als startpunt voor verdiepende en agenderende tafelgesprekken.

Assessment, Bedrijfsopleiding en Vakmanschap, Methodologie & Evaluatie / Beroepsonderwijs
Beroepsonderwijs, Lerend Kwalificeren, Programmatisch toetsen

AI4Students: online-offline methodiek voor het opleiden van AI-ready studenten (1/4)

Poster: Meedenksessie441Jochem Kootstra; Hogeschool van Amsterdam; Lisanne Henzen; Hogeschool van Amsterdam

Cube – Kleine foyerwo 16:45 – 17:45

Artificial Intelligence (AI) beïnvloedt het leven en werk van iedereen en vraagt daarmee doelgerichte aanpassingen aan bachelorcurricula en het handelingsrepertoire van docenten. In Comenius Leadership-project ‘AI4Students’ wordt in participatief actie-onderzoek een methodiek ontwikkeld waarmee teams in bacheloropleidingen aan hogescholen in kaart brengen welke veranderingen nodig zijn om studenten ‘AI-ready’ op te leiden. Dit betreft AI-toepassingen die het werkveld van de opleiding veranderen, AI-vaardigheden die nodig zijn om met de toepassingen te werken en een verkenning van de gewenste toekomst met AI binnen dat werkveld. Vervolgens wordt onderzocht hoe en waar de resultaten een plek kunnen krijgen in het curriculum van de opleiding. Dit wordt uitgevoerd middels co-creatiesessies met docenten en studenten. Een onlinetool moet het sociale, pedagogisch-didactische proces binnen de co-creatiesessies doelgericht vormgeven en begeleiden; gericht op inclusie van verschillende perspectieven, gedeeld eigenaarschap van docenten van het curriculum en studentbetrokkenheid (Wenger, 1999). De ontwikkeling van de methodiek gebeurt door middel van drie iteraties bij negen opleidingen van de Hogeschool van Amsterdam. We bevinden ons in de tweede iteratie, die voornamelijk in het teken staat van het ontwikkelen van de onlinetool. De tool binnen de discipline-overstijgende methodiek en de praktische toepassing ervan bespreken we graag met het publiek.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

ICT in Onderwijs & Opleiding
AIcompetenties, AIready student, Artificial Intelligence, Methodiekontwikkeling

Exploring the Social Dimensions of Digital Media Usage in Children Aged 5-7: An Exploratory Study (2/4)

Poster: Meedenksessie579Els D.S. Goetschalckx; ICLON, Universiteit Leiden

Cube – Kleine foyerwo 16:45 – 17:45

Kinderen van vandaag groeien op in een overweldigend cross-contextueel medialandschap dat zowel hun formele als informele leeractiviteiten en recreatieve momenten doordringt. Digitale media maakt een integraal onderdeel uit van hun leven en geeft vorm aan hun ervaringen en sociale interacties. Deze studie onderzoekt daarom de sociale dimensies van het digitale mediagebruik bij deze leeftijdsgroep, met aandacht voor de rol van digitale media als sociale activiteit. Het cross-contextuele medialandschap omvat diverse mediaopties, en de studie integreert de ecologische systementheorie van Bronfenbrenner en Bowlby’s hechtingstheorie om de bredere sociaalecologische context en emotionele aspecten te begrijpen. Onderzoeksvragen zijn “Hoe ziet het cross-contextuele medialandschap eruit voor kinderen van 5-7 jaar oud?” en “In hoeverre is het gebruik van digitale media een sociale activiteit voor kinderen van 5-7 jaar oud?” Een exploratieve studie met twintig kinderen via semigestructureerde diepte-interviews op school, beoogt patronen te identificeren in de sociale aspecten van digitaal mediagebruik. Het onderzoek streeft naar een dieper begrip van de dynamische relatie tussen jonge kinderen en digitale media in sociale contexten. De bevindingen bieden waardevolle inzichten voor ouders, opvoeders en beleidsmakers, ter bevordering van gezond digitale mediagebruik en positieve sociale interacties in de vroege kinderjaren.

ICT in Onderwijs & Opleiding
Kinderen, Medialandschap, Sociale ontwikkeling

Technologie om thuistalen in te zetten in het onderwijs (3/4)

Poster: Meedenksessie776Rianne van den Berghe; Hogeschool IPABO

Cube – Kleine foyerwo 16:45 – 17:45

Deze meedenksessie gaat over de vraag hoe technologie een bijdrage kan leveren aan het actieve gebruik van thuistalen van meertalige leerlingen in het onderwijs. Thuistalen actief gebruiken in het onderwijs draagt namelijk bij aan het leren van meertalige leerlingen, maar een dergelijke ‘translanguaging pedagogy’ – waarin thuistalen positief gewaardeerd en actief ingezet worden om Nederlands en andere vakinhouden te leren (García & Kano, 2014) – is nog geen gebruikelijke aanpak in het onderwijs. Niet alle leerkrachten hebben voldoende kennis of praktische handvatten om een dergelijke aanpak in te zetten, bijvoorbeeld omdat zij zelf niet de talen van hun leerlingen spreken. Hier zou een rol kunnen liggen voor technologie. Deze meedenksessie is erop gericht om te achterhalen waar kansen en mogelijkheden liggen om technologie in te zetten om thuistaalgebruik te in het onderwijs te stimuleren.

ICT in Onderwijs & Opleiding
meertaligheid, technologie

Fostering online interaction (4/4)

Poster: Meedenksessie777Nanda van der Stap; Hogeschool Utrecht

Cube – Kleine foyerwo 16:45 – 17:45

Blended learning is een didactische, weloverwogen keuze waarbij een deel van het onderwijs online gebeurt en een deel fysiek. Bij traditioneel onderwijs gebeuren de interactieve leeractiviteiten en groepsactiviteiten voornamelijk fysiek plaats. Bij blended learning zit er een splitsing in de leeractiviteiten waarbij deze gedeeltelijk online uitgevoerd worden en waar ook de docent (idealiter) zich online laat zien: de zogenaamde poten. Een dergelijke samengevoegde leeromgeving vergt een goede overweging die samengevat kan worden in twee aspecten: 1. Hoe stimuleer je studenten dat ze daadwerkelijk online actief zijn, 2. Hoe maak je een goede verdeling tussen wat studenten aan leeractiviteiten online uitvoeren, en welke activiteiten beter voor de fysieke bijeenkomsten bewaard kan worden. Deze twee aspecten vormen samen de twee poten van blended learning die bepalend kan zijn voor de volledige deelname aan beiden poten. Studies laten zien dat veel studenten vroegtijdig de opleiding verlaten of daar ontevreden mee zijn door gebrekkige online deelname. Slechts bij een volledig begrip van deze poten van de leeromgeving kan deze geoptimaliseerd worden. Een diepgaand systematische literatuuronderzoek naar beide poten welke vervolgens samengevoegd worden in ontwerpprincipes geeft docenten handvatten voor het ontwikkelen van degelijke blended learning cursussen.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

ICT in Onderwijs & Opleiding
convergence, Online learning, social presence

Transdisciplinair samenwerken in hoger onderwijs, een hobbelige weg met verrassende uitzichten. (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)515Julie Kurris; Avans Hogeschool

Cube 15wo 16:45 – 17:45

De huidige complexe maatschappij nodigt uit tot een andere manier van onderwijzen, waarbij samenwerken centraal staat. Transdisciplinair onderwijs, waarin studenten van verschillende disciplines samen met een maatschappelijke partner werken aan een complex maatschappelijk vraagstuk, biedt mogelijkheden om te oefenen in het benaderen en handelen in de complexe samenleving. De implementatie van transdisciplinair onderwijs in hoger onderwijs heeft echter nog weinig voeten in de aarde. Vragen rondom de organisatie en didactische uitvoeringen van het onderwijs spelen bij docenten, beleidsmedewerkers en onderzoekers.Dit onderzoek richt zich op deze brede vraag: ‘wat zijn de voornaamste valkuilen en successen bij het opzetten, uitvoeren en evalueren van transdisciplinair onderwijs?’ Aan de hand van focusgroepen en semi-gestructureerde interviews met docenten, beleidsmedewerkers en onderzoekers, schetst dit onderzoek een beeld van de grootste vragen en belangen op dit thema Het onderzoek ligt aan de basis van de verdere ontwikkeling van de reeds bestaande TRAIL-tool (https://steam-plus.vercel.app/trail). Deze tool omvat kennis, voorbeelden en tools om gesprekken en samenwerkingen tussen verschillende belanghebbenden te faciliteren. Hierdoor zou het opzetten, uitvoeren en evalueren van transdisciplinair onderwijs minder hoogdrempelig worden, met als gevolg dat het een groter draagvlak zou kunnen krijgen binnen hoger onderwijs.

Hoger Onderwijs
Samenwerken, Transdisciplinariteit

Medisch studenten waarderen activerend onderwijs anders over tijd: een follow-up Q-methodologische studie (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)555JW Grijpma; Vrije Universiteit

Cube 15wo 16:45 – 17:45

Hoewel activerend onderwijs een effectieve manier is om de kennis en vaardigheden van studenten te

ontwikkelen, wordt de effectiviteit beïnvloed door verschillende factoren. Een belangrijke factor is de

waardering van studenten voor activerend onderwijs als middel om hun ontwikkeling te stimuleren. In deze studie rapporteren we de follow-up bevindingen van een eerder uitgevoerde Q-methodologische studie. In de oorspronkelijke studie identificeerden we vier studentprofielen die beschreven wanneer en waarom studenten gemotiveerd en betrokken waren in activerend onderwijs. In deze follow-up herhaalden we de studieprocedure met dezelfde deelnemers als uit de oorspronkelijke steekproef. Extra waren vervolginterviews met deelnemers om te vragen naar hun percepties over hun verandering in waardering.

We identificeerden twee nieuwe studentprofielen. Deze bevinding, ondanks een hoge correlatie met de oorspronkelijke profielen, demonstreert dat de waardering van studenten voor activerend onderwijs verandert over tijd. De vervolginterviews lieten zien dat deze veranderingen voortkwamen uit persoonlijke-, sociale-, en docentfactoren. De opleiding speelde een rol door de invloed van toetsing en de opbouw van het curriculum. Docenten en opleidingen kunnen van deze inzichten gebruik maken door regelmatig de studentwaardering voor activerend onderwijs uit te vragen en te evalueren in hoeverre hun onderwijs daarbij aansluit.

Leren & Instructie
Actief leren, Studentbetrokkenheid

Toegekende waarde aan de Scholarship of Teaching and Learning (SoTL): percepties van docenten (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)273Svenne Groeneweg; Universiteit van Amsterdam

Cube 16wo 16:45 – 17:45

Via Scholarship of Teaching and Learning (SoTL) bestuderen docenten in het hoger onderwijs hun eigen onderwijspraktijk op een systematische manier. Het doel van SoTL is om een beter inzicht te krijgen in het leerproces van studenten en om het doceren en leren te verbeteren. In toenemende mate wordt SoTL gezien als een veelbelovende professionaliseringsstrategie, maar er is behoefte aan meer empirisch bewijs van de werkelijke impact van SoTL.Het doel van het onderzoek is om in kaart te brengen welke waarde docenten zelf toekennen aan hun deelname aan een SoTL-programma. Aan de hand van twee interviewrondes, gedurende de looptijd van het programma en na afloop daarvan, hebben 16 verschillende docenten hun waardecreatieverhaal gedeeld. Deze verhalen zijn thematisch geanalyseerd aan de hand van een codeerschema gebaseerd op het value creation framework van Dingyloudi, Strijbos en De Laat (2019).Alle respondenten rapporteren waarde die betrekking heeft op de ontwikkeling van kennis en vaardigheden. Daarnaast wordt de setting van het programma zelf en de uitbreiding of versterking van sociale relaties en netwerken als waardevol gezien. Eventuele veranderingen in de onderwijspraktijk treden doorgaans pas later op. Als persoonlijke of professionele waarde genoemd worden, ervaren docenten deze vaak als de belangrijkste waarde.

Hoger Onderwijs
Docentonderzoek, Docentprofessionalisering, Scholarship of Teaching and Learning (SoTL), Waardecreatie

De ontwikkeling van innovatief professioneel potentieel van startende leraren: impact op carrièrekeuzes (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)385Julia van Leeuwen; Radboud Universiteit

Cube 16wo 16:45 – 17:45

In Nederland loopt de uitval van startende leraren in het eerste jaar op tot 20% (Noordzij & Van De Grift, 2020). Onderzoek richt zich op de uitvalredenen, maar ook op het behoud van starters door te kijken naar hun potentieel vanuit een resources-perspectief (Newberry & Allsop, 2017; Ulvik & Langorgen, 2012; van Leeuwen et al., 2022). Het potentieel van startende leraren om bij te dragen aan (innovatieve) onderwijsontwikkeling en schoolverbetering is eerder geconceptualiseerd als innovatief professioneel potentieel (IPP) (van Leeuwen et al., 2022). In deze bijdrage wordt onderzocht hoe dit potentieel zich ontwikkelt en hoe dat samenhangt met de carrièreoverwegingen van starters. Tijdlijninterviews met 19 startende leraren met 3 tot 7 jaar ervaring in het voortgezet onderwijs zijn uitgevoerd. De resultaten laten drie patronen zien van de impact van IPP-ontwikkeling op carrièreoverwegingen: (1) het onderwijs verlaten (volledig of tijdelijk), (2) twijfelen over het onderwijs verlaten of blijven, en (3) de intentie om in het onderwijs te blijven. De relatie met de schoolleiding lijkt een belangrijke factor in IPP-ontwikkeling en bij het behoud van starters voor het onderwijs, maar collega-docenten kunnen ook dienen als buffer voor een minder goede relatie met de schoolleiding.

Leraar & Lerarenopleiding
innovatief professioneel potentieel, startende leraren

Groei in relationele competentie: Een longitudinaal onderzoek in de lerarenopleidingen kleuter- en lager onderwijs (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)527Liedewij Borremans; KU Leuven

Cube 17wo 16:45 – 17:45

De kwaliteit van dyadische leraar-leerlingrelaties is cruciaal voor het welzijn van zowel leerlingen als leraren. Het belang van positieve affectieve leraar-leerlingrelaties wordt in onderzoek benadrukt en ook leraren erkennen de centrale rol van relaties voor het onderwijs. Tegelijkertijd rapporteren leraren dat relaties opbouwen niet vanzelfsprekend is en ervaren student-leraren moeilijkheden met het herkennen van relationele thema’s in interacties met leerlingen. De lerarenopleiding biedt een ideale context om de relationele competentie van leraren te versterken. Lerarenopleiders geven zelf aan reeds aandacht te besteden aan relationele thema’s, maar student-leraren lijken deze inspanningen niet altijd te herkennen.In een longitudinale studie werd het relationele competentiegevoel van student-leraren in de educatieve bacheloropleiding kleuteronderwijs en lager onderwijs onderzocht. Daarnaast werd hun self-efficacy voor instructiestrategieën, klasmanagement, leerlingbetrokkenheid en emotionele ondersteuning bevraagd. Resultaten toonden significante groei in kennis over leraar-leerlingrelaties, kennis over coping, en self-efficacy voor instructiestrategieën. Toekomstige leraren lager onderwijs vertoonden bijkomend groei in self-efficacy voor leerlingbetrokkenheid en emotionele ondersteuning. De groei in self-efficacy voor klasmanagement, nabijheid bouwen, coping met conflict, en reflectief functioneren was echter voor alle student-leraren beperkt. Doorheen de opleiding lijkt voornamelijk de kennisbasis en self-efficacy voor instructiestrategieën te groeien, terwijl de groei in self-efficacy m.b.t. het bouwen van dyadische relaties beperkter is.

Leraar & Lerarenopleiding
Leraarleerlingrelaties, Professionele groei

Waardecreatie van pabostudenten in blended leernetwerken (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)641Emmy VrielingTeunter; Open Universiteit

Cube 17wo 16:45 – 17:45

In het dynamische domein van het onderwijs, waar professionele ontwikkeling voortdurend ontwikkelt te midden van een steeds veranderende professionele omgeving, wordt de actieve betrokkenheid van pabostudenten in professionele lerarennetwerken (vanaf nu netwerken) beschouwd als een cruciale kans voor voortdurende professionele groei. Netwerken vormen sociale configuraties waarbinnen studenten samenwerken met medestudenten, pabodocenten en basisschoolleraren om gezamenlijk oplossingen te bespreken voor onderwijskwesties. Eerdere onderzoeken binnen fysieke netwerken hebben aangetoond dat deelname kan resulteren in waardevolle leeropbrengsten, oftewel waardecreatie, voor deelnemende student. Mede als gevolg van COVID-19 wordt steeds meer samengewerkt in blended netwerken waarin fysieke en online bijeenkomsten elkaar afwisselen. De huidige studie onderzocht in een mixed methods design hoe de sociale configuratie van blended netwerken gerelateerd is aan waardecreatie bij deelnemende studenten (n = 138) van vier Nederlandse pabo’s. De resultaten laten zien dat er voor optimale waardecreatie bij pabostudenten in blended netwerken in de sociale configuratie rekening moet worden gehouden met de volgende factoren: (a) informele contactmomenten, (b) betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid, (c) focus op de praktijk en (d) delen van opbrengsten en feedback.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leraar & Lerarenopleiding
blended leernetwerken, pabostudenten, sociale configuratie

Euregional Technology Award: leerlingen motiveren voor STEM (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)9Dave van Breukelen; Fontys Lerarenopleiding Sittard

Cube 20wo 16:45 – 17:45

De economie in de Euregio Maas-Rijn (regio Aken en Luik, Nederlands- en Belgisch-Limburg) is sterk afhankelijk van wetenschap en industrie. De regio kampt echter met een groot tekort aan werknemers, mede veroorzaakt door een laag aantal afgestudeerden binnen het bètadomein (STEM). Dit onderzoek onderzocht de impact en het didactisch ontwerp van een internationale ontwerpwedstrijd, de Euregional Technology Award (EUTech Award), waarbij leerlingen en maatschappelijk ontwerpprobleem formuleren, onderzoeken en oplossen. Daarvoor zijn gastlessen, workshops en maaksessies (prototyping) ontwikkeld, gebaseerd op onderzoekend en ontwerpend leren binnen een probleemgestuurde context. Gedurende een periode van circa vijf maanden namen ongeveer 600 leerlingen aan de wedstrijd deel. Een pre- en post-test, niet-participerende observaties en focusgroepinterviews laten zien dat veel leerlingen aanvankelijk onvolledige en/of foutieve STEM-percepties hebben die nadelig zijn voor hun houding t.a.v. STEM. Door het benadrukken van de actieve, creatieve en sociale aspecten van STEM ontwikkelen vooral de leerlingen met een impliciete STEM-interesse een positievere STEM-mindset. Uiteindelijk blijkt circa 60% van de leerlingen in meer of mindere mate te overwegen om te kiezen voor een bètaprofiel. Daarnaast volgen uit het onderzoek interessante implicaties voor de onderwijspraktijk die direct ontleend kunnen worden aan (het didactisch ontwerp van) de EUTech Award.

Domein Specifieke Aspecten van Onderwijs
Euregional Technology Award, Onderzoek & Ontwerpen, STEMdidactiek, STEMhouding

Natuurkundedocenten en -studenten geven hun visie op genderverschillen in hun klas: vragenlijsten en focusgroepen (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)479Natascha Musters; Tilburg University

Cube 20wo 16:45 – 17:45

“Genderongelijkheid in prestaties is een punt van grote zorg, omdat het op lange termijn gevolgen kan hebben voor de persoonlijke en professionele toekomst van meisjes en jongens.” (OECD, 2019). Analyses van prestaties in het voortgezet onderwijs laten een intrigerende paradox zien. In algemene zin hebben meisjes een gunstigere schoolcarrière dan jongens (Onderwijsraad, 2020). Onze vergelijking van natuurkunde-eindexamenresultaten laat echter zien dat jongens, hoewel ze een ongunstigere schoolloopbaan hebben, significant beter presteren op het natuurkunde-eindexamen dan meisjes (Ons Middelbaar Onderwijs, 2013-2019, N=15660).

De literatuur suggereert dat drie factoren belangrijk zijn voor het verklaren van genderverschillen in de onderwijscontext: 1) leerling kenmerken, 2) docenten en docent-leerling-interacties, en 3) leermaterialen. In onze studie richten we ons op deze drie factoren in de bovenbouw van het voortgezet natuurkundeonderwijs. We onderzoeken mogelijke verklaringen voor genderverschillen en ontwikkelen op basis daarvan interventies gericht op het bieden van gelijke kansen.

Tijdens de paperpresentatie delen we de resultaten van de vragenlijsten en focusgroepen voor leerlingen en docenten. In de vragenlijsten vroegen we bijvoorbeeld naar de werkhouding van leerlingen en lesboeken. Gedachten en ideeën over bijvoorbeeld vragen stellen in de klas werden gevonden tijdens de focusgroepen. Tot slot zullen ideeën voor gendergelijkheid bevorderende interventies in de klas besproken worden.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Domein Specifieke Aspecten van Onderwijs
equity, gender, natuurkunde

Tools van waarde – kinderen leren om changemaker te worden –

Workshop (60 minuten)21Stella van der WalMaris; Hogeschool Marnix Academie; Eva Kuijpers; Hogeschool Marnix Academie

Cube 21wo 16:45 – 17:45

Wereldwijd groeit het inzicht dat wij op verantwoorde wijze actie moeten ondernemen voor het realiseren van een meer rechtvaardige, vreedzame en duurzame samenleving. Hierbij is een cruciale rol weggelegd voor het onderwijs. Binnen burgerschapsonderwijs is een van de doelstellingen het aanwakkeren van maatschappelijke betrokkenheid en participatie. Veel leerkrachten in het basisonderwijs ervaren handelingsverlegenheid bij dit onderdeel van burgerschapsonderwijs. In een internationaal multidisciplinair onderzoeksteam worden tools ontwikkeld die leerkrachten hierbij ondersteunen. In de workshop verkennen we met behulp van verschillende werkvormen diverse tools voor leerkrachten die ingezet kunnen worden bij onderwijs waarin leerlingen leren hoe ze sociaal ondernemend bij kunnen dragen aan een mooiere wereld.

Curriculum
burgerschap, duurzaamheid, Leren voor Duurzame Ontwikkeling, Sociaal Ondernemerschap

De waarde van onderzoekend vermogen voor professionals (1/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)184Lisette Munneke; Hogeschool Utrecht

Cube 36wo 16:45 – 17:45

Door middel van een ronde tafel bijdrage willen we graag in gesprek komen met experts in het hoger onderwijs over een eerste verkennend onderzoek naar de plaats van onderzoekend vermogen in professionele werkwijzen en welke betekenis dit kan hebben voor de didactiek en het toetsen van onderzoekend vermogen in hbo-opleidingen. In het onderzoek zijn 24 ervaren professionals afkomstig uit diverse domeinen geïnterviewd en is gekeken naar hoe zij omgaan met ‘bumpy moments’ in hun werk waar ze voor hun gevoel niet voldoende kennis hebben om tot goed handelen te komen. Deze interviews worden geanalyseerd vanuit het kader van een recente definiëring van onderzoekend vermogen die op basis van een conceptanalyse tot stand gekomen is (Munneke et al., 2023). We hopen hiermee de definitie verder te kunnen verrijken en concretiseren zodat hbo-opleidingen beter in staat zijn om onderzoekend vermogen goed te integreren in het gehele beroepsprofiel dat centraal staat in een opleiding. Daarnaast zijn we op zoek naar samenwerkingsmogelijkheden met anderen op dit thema.

Hoger Onderwijs
Beroepsonderwijs, Professionele identiteit

Curriculumkeuzes op school (2/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)727Annette van Noorel; SLO; Geesje van Slochteren; SLO; Talita Groenendijk; SLO

Cube 36wo 16:45 – 17:45

Nederlandse scholen hebben te maken met globale kerndoelen en hebben ruimte om daarbinnen schooleigen curriculumkeuzes te maken. De kerndoelen worden op dit moment geactualiseerd en implementatie hiervan betekent een nieuwe curriculaire uitdaging voor scholen. SLO heeft drie onderzoeken laten uitvoeren (DUO Onderwijsonderzoek, verwacht 2024a,b; KOOS, 2023) om meer zicht te krijgen op de mate waarin en de manier waarop scholen op dit moment al dan niet bezig zijn met het curriculum op mesoniveau. “Het curriculum op mesoniveau of het schooleigen curriculum, verwijst naar afwegingen, keuzes en afspraken die leraren, schoolleiders en andere betrokkenen bij de school maken over het curriculum van de school” (Nieveen & Van den Akker, 2023, p.492). In het rondetafelgesprek worden de uitkomsten van een kwalitatieve interviewstudie en twee kwantitatieve vragenlijstonderzoeken geduid. Wat betekenen de resultaten met betrekking tot de huidige situatie voor beleid rondom de toekomstige implementatie van nieuwe kerndoelen en het proces dat in het kader van nieuwe kerndoelen in de scholen op gang zal moeten komen? Hoe kunnen scholen daarbij ondersteund worden? Na een korte presentatie van de belangrijkste resultaten zullen we enkele vragen voorleggen aan de deelnemers.

Curriculum
curriculair leiderschap, curriculumkeuzes, schooleigen curriculumontwikkeling

Benutting van kennis uit onderzoek bevorderen in het onderwijs: hoe doe je dat? (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)590Carlos Van Kan; HAN; Patricia Brouwer; Hogeschool Utrecht

Cube Z1wo 16:45 – 17:45

Rond 2015 werd middels practoraten een start gemaakt met het realiseren van een duurzame verbinding tussen praktijkonderzoek en onderwijsverbetering in het mbo. Een practoraat is een expertiseplatform binnen een mbo-instelling waar praktijk(gericht) onderzoek wordt uitgevoerd. Doel is het bijdragen aan onderwijsvernieuwing en verspreiden van kennis. Voor het bereiken van dit doel wordt van practoraten verwacht dat ze kennisbenutting van practoraatsopbrengsten in scholen stimuleren. De praktijkvraag was hoe practoraten aan deze verwachting kunnen voldoen. In voorliggend onderzoek is een model dat kennisbenutting als dynamische interactie adresseert gehanteerd om het proces van kennisbenutting in de context van practoraten te begrijpen en te bevorderen. Het onderzoek richt zich op de vraag welke strategieën practoren hanteren om kennisbenutting bij docenten(teams) te stimuleren, en welke strategieën docenten(teams) hanteren om kennis te benutten. Het onderzoeksdesign wordt gekenmerkt door het verbinden van activiteiten en praktische inzichten van practoraten in mbo-instellingen met onderzoeksactiviteiten en wetenschappelijke inzichten. Er zijn diverse kwalitatieve en kwantitatieve methoden van dataverzameling ingezet. We concluderen dat het model van kennisbenutting als een dynamische interactie zowel passend is voor de wijze waarop practoren kennisbenutting willen stimuleren en als wijze waarop docenten(teams) opbrengsten van practoraten benutten.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
kennisbenutting, practoraten

Leren in Netwerken en Communities bij Defensie (LINCD) (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)623Dany de Vries; TNO

Cube Z1wo 16:45 – 17:45

In de huidige maatschappij is het belangrijk dat medewerkers blijven leren om effectief te kunnen zijn in hun werk. De competenties opgedaan in formele opleidingen moeten worden (door)ontwikkeld en verdiept tijdens het werk om zo de ontwikkelingen en veranderingen bij te benen. Ook bij Defensie, waarbij opleiden en trainen essentieel is om medewerkers goed voor te bereiden op hun inzet, is de visie dat de medewerker altijd en overal moet kunnen blijven leren. Het TNO onderzoeksprogramma V2201 (Leerecosysteem op maat) bouwt in brede zin kennis op over verschillende facetten rondom het ontwikkelen van een leerecosysteem op maat voor Defensie. Het project Leren in Netwerken en Communities bij Defensie (LINCD) kijkt specifiek als onderdeel van het programma naar de mogelijkheden van leren in netwerken en communities. De onderzoeksvraag die daarbij centraal staat is: Wat zijn leernetwerken en communities en welke inrichtingsprincipes spelen een rol? De verkennende literatuurstudie richtte zich op hoe leernetwerken en communities effectief kunnen zijn als sociale leersystemen en welke algemene bevorderende mechanismen van belang zijn.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
Communities, Learning

Het Onderwijzen van Digitale Informatievaardigheden in het Hoger Onderwijs: Validatie van Ontwerpprincipes (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)338Josien Boetje; Hogeschool Utrecht, Nanda van der Stap; Hogeschool Utrecht

Esplanada – Blackboxwo 16:45 – 17:45

In het digitale tijdperk zijn informatievaardigheden essentieel voor academisch succes (Catalano & Phillips, 2016; Rowe et al., 2021) en het aanpakken van complexe maatschappelijke vraagstukken. Echter, studenten in het hoger onderwijs missen vaak de benodigde vaardigheden om effectief informatie te zoeken, evalueren en te gebruiken (Frerejean et al., 2016; Rosman et al., 2015; Walraven et al., 2009). Dit benadrukt de noodzaak voor systematische ontwikkeling van digitale informatievaardigheden in educatieve curricula. Ons systematisch literatuuronderzoek heeft geleid tot de ontwikkeling van zeven ontwerpprincipes voor het leren van informatievaardigheden in het hoger onderwijs. Deze workshop zal de effectiviteit, toepasbaarheid en volledigheid van deze principes valideren door middel van interactieve oefeningen en groepsdiscussies met onderzoekers.

ICT in Onderwijs & Opleiding
Digitale Geletterdheid, Digitale Informatievaardigheden, Ontwerpprincipes

Activerend Blended Onderwijs aan de Vrije Universiteit, een instituutsbrede analyse (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)663Ralf van Griethuijsen; Vrije Universiteit Amsterdam

Esplanada – Blackboxwo 16:45 – 17:45

Activerend Blended Onderwijs (ABO) is een onderwijsvorm waarbij onderwijs zowel in onderwijsruimten als online plaatsvindt en waarbij studenten door interactie en opdrachten de leerstof op een actieve manier tot zich nemen. De Vrije Universiteit Amsterdam (VU) heeft, sinds 2021, ABO als een van de ontwerpprincipes voor haar onderwijs. Met een zelf ontwikkeld meetinstrument is een groot aantal cursussen geanalyseerd om te bepalen of het onderwijs van de VU daadwerkelijk meer blended en activerend is geworden. Uit analyses bleek dat het onderwijs aan de VU in grote mate activerend is. Op een kleine minderheid van ongeveer 10% van de cursussen na heeft elke cursus een groot aantal activerende bijeenkomsten en opdrachten. Daarentegen is het onderwijs aan de VU in veel mindere mate blended. In 2019-2020, voor de Covid-19 pandemie, vond bijna het gehele onderwijs op de campus plaats en dit werd tijdens de pandemie geheel naar online verplaatst. Enkele jaren later had slechts een klein aantal cursussen een aanzienlijk deel van de online-activiteiten behouden.

Hoger Onderwijs
Activerend blended onderwijs

De Waarde(n) van Educational Design Research voor Innovatie en Evaluatie van het Hoger Onderwijs (1/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)180Annelies PietermanBos; UMC Utrecht

Koopmans – K 1201wo 16:45 – 17:45

In deze rondetafelsessie willen wij bespreken hoe Educational Design Research en conjecture mapping kunnen helpen met het ontwikkelen en innoveren van hoger onderwijs. We willen de sterke kanten, tekortkomingen en valkuilen van dit type onderzoek bespreken. Daarnaast gaan we in gesprek over de waarden die onder dit type onderzoek liggen en we vergelijken dat met (meer) kwantitatief onderzoek en pre- en posttestonderzoek. We gebruiken daarbij ons onderzoek naar een nieuw ontwikkelde leerlijn Data Science voor een bachelor Biomedische Wetenschappen als voorbeeld. Binnen dit onderzoek hebben we in kaart gebracht welke leerprocessen ons onderwijsontwerp op welke manier heeft beïnvloed (design conjectures) en hoe die leerprocessen vervolgens weer de leeropbrengsten hebben beïnvloed (process conjectures). Een voorbeeld hiervan is hoe integratie van statistiek met vakinhoudelijk onderwijs bijdraagt aan motivatie en hoe dat vervolgens bijdraagt aan retentie. Voor de deelnemers kan deze sessie een introductie of verdieping zijn van hoe ze Educational Design Research en conjecture mapping kunnen inzetten voor hun eigen onderwijsinnovaties.

Hoger Onderwijs
conjecture mapping, Educational Design Research, kwalitatief onderzoek, leerlijnonderwijs

Onderwijskwaliteit; wat verstaat ú eronder? (2/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)756Ellen Klatter; Rotterdam University of Applied Sciences (Hogeschool Rotterdam)

Koopmans – K 1201wo 16:45 – 17:45

Onderwijskwaliteit wordt zichtbaar als studenten en leerlingen hun diploma kunnen behalen in de tijd die ervoor staat. Onderwijsprofessionals zijn derhalve de eerstverantwoordelijken voor het organiseren van een studeerbaar programma dat curriculair, didactisch en pedagogisch zo goed in elkaar zit dat studenten met plezier, succes én welzijn kunnen studeren. In de praktijk zien we echter, dat dit nog sterk kan verbeteren.Willen we het aantal studenten dat binnen de tijd diplomeert verhogen, dan zullen we de onderwijskwaliteit moeten onderzoeken en het begrip ‘onderwijskwaliteit’ inhoudelijk moeten laden en definiëren. Binnen Hogeschool Rotterdam doen we vanuit expertisekringen samen met onze (praktijk)partners, praktijkgericht onderzoek naar de thema’s die samen de onderwijskwaliteit bepalen. Het uiteindelijke doel van ons onderzoek is een heldere beschrijving te maken van het begrip onderwijskwaliteit. Op basis van deze beschrijving willen we een instrument ontwerpen dat opleidingen kunnen inzetten bij het in kaart brengen van hun onderwijskwaliteit en doelen voor verbetering. We willen onze voorlopige analyse van het complexe begrip onderwijskwaliteit toetsen door in gesprek te gaan met onderwijsprofessionals om, met elkaar en vanuit verschillende perspectieven tot een zo compleet mogelijk beeld te komen van onderwijskwaliteit en de onderliggende concepten

Leren & Instructie
Onderwijskwaliteit, Standaarden, Studiesucces

Passend schooladvies? Hoe onze waarden de invulling van de onderwijspraktijk beïnvloeden

Workshop (60 minuten)377Nynke Douma; GION, Rijksuniversiteit Groningen; Anouk Zuurmond; Vrije Universiteit

Koopmans – K 1206wo 16:45 – 17:45

Wat is een passend advies? En hoe moet je kansrijk adviseren als het niet duidelijk is wat dat nou eigenlijk is?Onderwijsonderzoek, -praktijk en -beleid hebben te maken met normatieve doelen en concepten; met andere woorden: met ideeën over een rechtvaardige samenleving, over kansengelijkheid, of andere belangrijke waarden die met onderwijs te maken hebben.Onderwerpen als kansengelijkheid komen in onderzoek, praktijk en beleid veel aan bod. Er wordt bijvoorbeeld vaak een link gelegd tussen het schooladvies en kansen(on)gelijkheid, of onderzoek gedaan naar bias in het advies van de leerkracht. Van leerkrachten, die ook hun eigen normatieve opvattingen hebben, wordt gevraagd om een passend advies te geven en kansrijk te adviseren.Deze workshop gebruikt schooladvisering om het belang van het duidelijk definiëren van normatieve concepten binnen onderzoek en beleid te laten zien, en te laten zien hoe lastig werkbaar handvatten uit onderzoek en beleid zijn als dit niet wordt gedaan. Het doel is om deelnemers te laten zien dat een breed concept niet altijd een werkbaar concept is, welke valkuilen hierbij komen kijken, en om concrete handvatten te geven om hiermee aan de slag te gaan in hun eigen werk. Om dit te doen gebruiken we een vignetopdracht, groepsdiscussie en minicollege.

Onderwijs & Samenleving
Kansengelijkheid, Onderwijsfilosofie, Schooladvies

Het begeleiden van persoonsvorming als leerkracht en lerarenopleider (1/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)81Mascha Enthoven; Hogeschool Inholland

Koopmans – K7wo 16:45 – 17:45

Persoonsvorming gebeurt niet alleen tijdens geplande lessen, maar ook (en misschien wel vooral) op allerlei ongeplande momenten tijdens een schooldag. Hoe kun je als (aankomend) leerkracht grip krijgen op dit proces, waarbij het stellen van doelen, het geven van lessen en het toetsen van voortgang vaak niet aan de orde is?

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leraar & Lerarenopleiding
Curriculum, Persoonsvorming

Praktische wijsheid als manifestatie van persoonsvorming in professionele masteropleidingen (2/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)205Carlos van Kan ; Hogeschool Rotterdam; Jelle Ris ; Hogeschool Rotterdam; Pamela den Heijer ; Hogeschool Rotterdam

Koopmans – K7wo 16:45 – 17:45

Onze samenleving heeft mensen nodig die over het vermogen beschikken om in complexe beroepssituaties naar voren te treden (te verschijnen) en een eigen inzicht en oordeel te vormen over wat in een concrete situatie ‘het goede’ is om te doen. Met andere woorden, mensen die beschikken over ‘praktische wijsheid’. Professionele masteropleidingen kunnen professionals bij de verdere ontwikkeling van hun praktische wijsheid ondersteunen. De vraag is wat doen professionele masteropleidingen om praktische wijsheid bij studenten verder te ontwikkelen en te verdiepen? Deze studie wil professionele masteropleidingen dienstbare inzichten bieden om aandacht voor praktische wijsheid in te bedden in het curriculum.

Leraar & Lerarenopleiding
masteropleidingen, praktische wijsheid

Interprofessionele samenwerking Kinderopvang, Basisonderwijs en Jeugdhulp in beeld (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)610Annelies Kassenberg; Hanzehogeschool; Trynke Keuning Keuning; Hogeschool KPZ; Marian Ooms; Hogeschool van Amsterdam; Emma Nitert; Hogeschool KPZ

Simon – S8wo 16:45 – 17:45

In Nederland is er momenteel een sterke groei van integrale kindcentra (ikc). Binnen een ikc werken kinderopvang, basisonderwijs en zorg met elkaar samen. Ondanks de groei van ikc’s kent het onderzoek naar de interprofessionele samenwerking (IPS) in ikc’s nog maar een korte traditie met wisselende uitkomsten en steekproeven die vooral bestaan uit ikc’s met een ver gevorderde samenwerking. Hierdoor is er nog onvoldoende zicht op de ervaringen met IPS op locaties waar deze samenwerking formeel nog minder ver gevorderd is. Het huidig onderzoek wil dit kennishiaat verkleinen door de volgende onderzoeksvraag beantwoorden:In hoeverre hangt de mate van samenwerking tussen opvang, onderwijs en zorgprofessionals, zoals ervaren door directies, de beleving van IPS door diezelfde professionals en de mate van interprofessionele samenwerking gemeten met sociale netwerkanalyse met elkaar samen?Hiervoor is met de directies van 41 locaties de mate van samenwerking in kaart gebracht en aan 1188 professionals van deze locaties gevraagd met wie ze samenwerken en hoe zij de samenwerking ervaren. De eerste sociale netwerkanalyses laten zien dat er verschillen zichtbaar tussen de dichtheid van de netwerken en de mate van samenwerken volgens de directie en dat de netwerken zich onderscheiden op gebied van thema.

Onderwijs & Samenleving
Basisonderwijs, Interprofessionele samenwerking, Kinderopvang, Zorg

De rol van het welbevinden op school op de relatie tussen huiselijk geweld en psychosociale problemen (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)678Liselotte van Loon; VerweyJonker Instituut

Simon – S8wo 16:45 – 17:45

Huiselijk geweld heeft grote gevolgen voor kinderen, waaronder een vergrote kans op het ontwikkelen van psychosociale problemen. Alle scholen hebben te maken met kinderen die huiselijk geweld meemaken, en daarom is het van belang om te weten welke rol zij kunnen spelen in het voorkomen van deze problematiek. In deze studie is onderzocht of het welbevinden op school (algemeen welbevinden op school, welbevinden met de leraar, en welbevinden met medeleerlingen) de relatie tussen blootstelling aan en frequentie van huiselijk geweld en psychosociale problemen verklaart. Deelnemers waren 774 kinderen tussen 8-18 jaar), van wie 270 huiselijk geweld meemaakten (geweldsgroep). Kinderen (geweldsgroep: en hun ouders) vulden vragenlijsten in over huiselijk geweld, welzijn op school en psychosociale problemen. Uit de mediatieanalyses (Structural Equation Modeling) in MPlus bleek dat het welbevinden op school de relatie tussen blootstelling aan huiselijk geweld en psychosociale problemen medieerde (β = -.07, p < .001), maar dat de relatie tussen de frequentie van huiselijk geweld en psychosociale problemen niet door het welbevinden op school werd gemedieerd (β = .07, p = .11). Dit betekent dat het welbevinden op school een belangrijk doelwit is voor interventies in het voorkomen of verminderen van psychosociale problemen bij kinderen die huiselijk geweld meemaken.

Onderwijs & Samenleving
Huiselijk geweld, Psychosociale problemen, Welbevinden op school

Curriculumcoherentie in de lerarenopleiding: de verwevenheid van visie, curriculum en context (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)568Pieter Flamand; Universiteit Gent

Simon SZ 31wo 16:45 – 17:45

Het concept ‘curriculumcoherentie’ biedt een perspectief om de kwaliteit van lerarenopleidingen te benaderen. Een coherent curriculum stelt een heldere opleidingsvisie voorop, zorgt voor onderlinge afstemming tussen opleidingsonderdelen en voor afstemming met de onderwijspraktijk (Canrinus et al., 2019). Eerder onderzoek toont aan dat streven naar curriculumcoherentie uitdagend is, gezien contextfactoren deze inspanningen beïnvloeden (bv. Hermansen, 2019). In dit onderzoek bestuderen we deze factoren vanuit het perspectief van zes Vlaamse lerarenopleidingen secundair onderwijs. Via analyse van interviews en documenten identificeerden we 16 invloedrijke contextfactoren, opgedeeld in zeven opleidingsgebonden (bv. opleidingsgrootte) en negen opleidingsoverstijgende factoren. Van de negen niet-opleidingsspecifieke factoren, vallen er vijf toe te wijzen aan de hogeronderwijsinstelling (bv. instellingsbrede onderwijsvisie), twee aan de onderwijsoverheid (bv. toewijzing van middelen), één aan de onderwijspraktijk (theorie- en praktijkintegratie) en één factor verwijst naar interinstitutionele afspraken. Het valt op dat niet alleen de directe opleidingscontext curriculumcoherentie beïnvloedt, maar dat verschillende invloedrijke factoren zich in andere organisaties binnen het onderwijssysteem bevinden. De inzichten uit dit onderzoek ondersteunen de waarde van een systeemperspectief op curriculumcoherentie in de lerarenopleiding. Daarmee wordt verwezen naar de complexe interacties tussen het geheel van subsystemen die samen het onderwijssysteem vormen en waar de lerarenopleiding deel van uitmaakt (cf. Kenny & Cirkony, 2022).

Leraar & Lerarenopleiding
Curriculumcoherentie, Visieontwikkeling

Vakkenintegratie of betekenisvol leren. Snijdt het mes aan twee kanten? (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)672Nynke Bos; Hogeschool Inholland

Simon SZ 31wo 16:45 – 17:45

Digitale geletterdheid wordt gezien als cruciaal voor leerlingen om actief en zelfstandig deel te nemen aan onze (digitale) samenleving (Voogt, Godaert, Aesart, & van Braak, 2019). Er zijn zorgen bij de implementatie van digitale geletterdheid, zowel bij de lerarenopleidingen als in de praktijk onder andere vanwege het feit dat er reeds een overvol programma is en vanwege het feit dat er nog onvoldoende lesmateriaal voor handen is. Huidig onderzoek probeert houvast te geven in deze implementatiefase door de meerwaarde van open leermaterialen te verkennen en wel op een dusdanige manier dat digitale geletterdheid betekenisvol kan worden vormgegeven. Juist het perspectief van betekenisvol leren is essentieel in deze. Alleen dan wordt het maatschappelijke doel van de implementatie van digitaal geletterdheid gehaald en kunnen leerlingen actief, zelfstandig en langdurig deel te nemen aan onze toenemende digitale samenleving.

Leraar & Lerarenopleiding
Betekenisvol Leren, Digitale Geletterdheid

De student journey: studentbeleving als basis voor verandering

Workshop (60 minuten)545Senka Rebac; Hogeschool Inholland; Thijs Dijkstra; Hogeschool Inholland; Christiaan Oostdijk; Hogeschool Inholland

Tias – TZ 10wo 16:45 – 17:45

De student journey – soms ook wel student experience genoemd – gaat over hoe studenten hun opleiding, onderwijsinstelling en studietijd ervaren. Hieruit zijn veel lessen te leren hoe je als instelling en opleiding studenten zo goed mogelijk onderwijs kan bieden. Of studenten zich op hun plek voelen, hun tevredenheid met de verschillende vormen van interactie en de kwaliteit van hun ervaringen bij de onderwijsinstelling zijn van invloed op hoe betrokken zij zijn met hun opleiding (Holmes, 2018; Hixenbaugh et al. 2012). De student journey bestaat dan ook uit een combinatie van functionele en emotionele aspecten, waarbij persoonlijke, sociale en onderwijs-gerelateerde dimensies en waardes samenkomen en de beleving van studenten vormgeven (Van Slooten et al., 2022; Matus et al., 2021).In deze workshop gaan we gezamenlijk aan de slag en bieden we inzicht in hoe je de ervaringen en inzichten van studenten kunt inzetten. Aan de hand van door deelnemers ingebrachte input en voorbeelden uit ons onderzoek verkennen we de mogelijkheden rondom het thema student journey. We wisselen onderling uit en kijken waar mogelijk al interessante aanknopingspunten liggen om mee te nemen en hoe je dit kan toepassen binnen de eigen onderwijscontext.

Hoger Onderwijs
Studentbeleving, Tevredenheid

Tools voor feedbackdialogen: voorbereiden, vragen, verwerken, geven en organiseren

Workshop (60 minuten)303Marije Lesterhuis; Universitair Medisch Centrum Utrecht; Renske De Kleijn; UMC Utrecht; Mila Van Dorst; UMC Utrecht; Heleen Pennings; UMC Utrecht; Claudia Tielemans; UMC Utrecht; Lars De Vreugd; UMC Utrecht; Lieselotte Postmes; UMC Utrecht

Tias – TZ 3wo 16:45 – 17:45

Sinds de introductie van het concept feedbackgeletterdheid in het onderwijs (Carless & Boud, 2018) is er, naast aandacht voor vaardigheden om goede feedback te kunnen geven, steeds meer aandacht voor feedbackvaardigheden bij het vragen om feedback, het gebruiken van feedback en het organiseren van feedback(dialogen). Het gaat daarbij om feedbackvaardigheden van zowel docenten als leerlingen/studenten. In onze onderzoeksgroep hebben we de afgelopen jaren zeven feedback tools ontwikkeld en grotendeels gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften, om de ontwikkeling van zulke feedbackvaardigheden te bevorderen: acroniemen voor goede feedbackvragen, feedbackvalkuillen, rolbeschrijvingen voor docenten en werkplekbegeleiders, het Westerveld raamwerk voor feedbackdialogen, de Supervision Expectation & Evaluation Dialogue (SEED) tool, de Supervision Reflection Tool en een opzet voor functioneringsgesprekken (Feedback- & Reflectiecyclus). Na een korte theoretische introductie van de concepten feedbackdialogen en feedbackgeletterdheid, zullen we de tools tijdens de workshop pitchen en uitdelen (posters, kaartjes, hand-outs, youtube-links). Vervolgens zullen we in twee rondes van 12 minuten in kleine groepjes over één tool sparren over hoe deze ingezet zouden kunnen worden in de eigen onderwijs- en/of werkcontexten van de workshopdeelnemers. We zullen afsluiten met een uitwisseling van contactgegevens om na een half jaar per tool met elkaar uit te wisselen over hoe het gebruik ervan heeft uitgepakt.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
Begeleiding, Dialoog, Stages

SPOTLIGHT De inzet van Dashboards, data geletterdheid en zelf regulerend leren in het onderwijs

Workshop (60 minuten)786Manel van Kessel; Universiteit Leiden; Heleen van der West; Radboud Universiteit; Susan VerbuntJanssen; Radboud Universiteit; Martine Baars; Radboud Universiteit

Tias – TZ 4wo 16:45 – 17:45

Het onderwijs ondergaat een verschuiving met de opkomst van adaptieve leersystemen zoals Snappet en Gynzy. Deze systemen helpen leraren om de voortgang van leerlingen te volgen, maar bevorderen ook leerlingen in hun zelfregulatievaardigheden. Leraren ervaren echter uitdagingen in het interpreteren van leerling-data, waarvoor data geletterdheid een essentiële vaardigheid blijkt te zijn. Daarnaast spelen leraren een sleutelrol in bij het ondersteunen van zelfregulerend leren (SRL), maar wordt beperkt door missende kennis over SRL-concepten en strategische implementatie van SRL in de klas. Leraren kunnen inzichten uit het dashboard hierdoor niet goed vertalen naar pedagogisch handelen in de klas om leerlingen te ondersteunen.De sessie benadrukt het belang van optimaal benutten van leerling-data voor gefundeerde besluitvorming voor instructie, feedback en ondersteuning van SRL. Een korte presentatie over deze concepten en het gebruik van dashboards wordt gevolgd door een interactieve workshops. Deelnemers krijgen hands-on ervaring met SRL-dashboards en kunnen input geven vanuit hun expertise. Vervolgens discussiëren we over vragen zoals: Wat is het volgens je expertise nodig bij leraren om ze op basis van de inzichten van het dashboard constructieve feedback te geven, gericht op de SRL-vaardigheden van leerlingen?’ en ‘Kan een leraar efficiënt werken met een dashboard zonder kennis van deze concepten?’

Leren & Instructie
Dashboards, Datageletterdheid, Zelf regulerend leren (SRL)

Eigenaarschap en agency van lokale onderwijsactoren in het bevorderen van kansengelijkheid

Paperpresentatie (30 minuten)362Femke Koekkoek; Universiteit van Amsterdam; Floris Burgers; Radboud Universiteit

Tias – TZ 5wo 16:45 – 17:45

Kansenongelijkheid in het onderwijs is een complex probleem dat inzet en samenwerking vereist van verschillende onderwijsactoren. Dit paper betreft een mixed methods onderzoek naar de mate waarin verschillende onderwijsactoren (beleidsmakers, bestuurders, schoolleiders, leraren en ouders) in twee middelgrote Nederlandse steden zich medeverantwoordelijk voelen voor de aanpak van kansenongelijkheid (eigenaarschap) en zelf invloed willen en kunnen uitoefenen op dit probleem (agency). Ook brengt het onderzoek in beeld welke contextuele factoren, zoals tijd, (hulp)middelen, beleid en steun vanuit school, van invloed zijn op eigenaarschap/agency van onderwijsactoren. Daartoe zijn survey- (n = 515) en interviewdata (n = 41) verzameld. Het onderzoek biedt inzicht in wat er nodig is om actorgroepen te betrekken bij kansengelijkheidsbeleid en de sturingskracht van lokale kansengelijkheidsnetwerken te vergroten. De presentatie gaat vooral in op het kwalitatieve deel van het onderzoek waarin naar voren komt dat onder andere wet- en regelgeving, gebrek aan tijd en menskracht ervaren worden als beperkend voor eigenaarschap en agency van onderwijsactoren. Daarnaast laten de interviews zien dat onderwijsactoren verschillende visies hebben op het probleem, en met name op wat bijdraagt aan de aanpak ervan. Dit is ook van invloed op ervaren eigenaarschap en agency van verschillende groepen.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Beleid & Organisatie
Agency, Eigenaarschap, Kansengelijkheid, Lokale netwerken

Identiteitsontwikkeling van docenten: Betekenisvolle momenten in het combineren van onderwijs, onderzoek, en praktijk

Workshop (60 minuten)757Monica van Winkel; HAN UAS; Roel Grol; HAN

Tias – TZ 8wo 16:45 – 17:45

De uitdaging voor docentonderzoekers in hoger onderwijs is steeds meer om hun rollen binnen de kennisdriehoek, de velden onderwijs, onderzoek, en praktijkgerichte dienstverlening, te combineren. De inzet hierbij is op versterking van individueel en gezamenlijk leren, innoveren, en onderzoeken in die kennisdriehoek. In deze workshop exploreren we samen hoe docentonderzoekers hun rolidentiteiten combineren en hulpbronnen benutten in hun trajecten binnen de kennisdriehoek. We belichten betekenisvolle momenten in hun trajecten, eerst uit eigen onderzoek. We kijken naar leer- en keerpunten vanuit concepten van Aristoteles. We verkennen vervolgens hoe deze betekenisvolle momenten verweven zijn met structurele elementen binnen de kennisdriehoek: betrokken actoren, settingen, gebeurtenissen, en interacties. Hiervoor gebruiken we ook narratieve modellen. We geven in de

Hoger Onderwijs
hybridisering van docentidentiteit, Kennisdriehoek, transdisciplinair leren, verhaaltheorie

Portrait methodology: een waardevol instrument om reflectie en ontwikkeling van leraren te stimuleren.

Workshop (60 minuten)542Ella AitZaouit ; Fontys Lerarenopleiding Sittard

Tias – TZ 9wo 16:45 – 17:45

In deze workshop staan de praktische en ethische implicaties en de toegevoegde waarde van het uitvoeren van portrait methodology centraal. Portrait methodology is een kwalitatieve en narratieve onderzoeksmethode die tot doel heeft de perspectieven en ervaringen van deelnemers te verkennen door middel van diepte-interviews om vervolgens de essentie vast te leggen in een geschreven portret. Dit portret wordt tevens gebruikt als een reflectiemiddel tijdens het onderzoeksproces. Het is een vrij recente narratieve benadering om diepe reflectie op gang te brengen en identiteitsontwikkeling bij professionals te stimuleren. In deze workshop bespreek ik mijn onderzoekstraject als portretmethodoloog: van mijn beweegredenen voor het inzetten van deze aanpak om identiteitsontwikkeling bij beginnende leraren te onderzoeken tot de implicaties van het uitvoeren van deze methodologie. Op interactieve wijze bespreek ik met jullie de cruciale momenten tijdens het onderzoeksproces en gaan we samen aan de slag met werkvormen waarbij we methodologische keuzes en onze positie als portretmethodoloog bespreken. Deze interactieve sessie heeft als doel jullie inzicht te vergroten in hoe waardevol portrait methodology kan zijn voor de ​​reflectie en ontwikkeling van onderwijsprofessionals en waar je als portretmethodoloog rekening moet houden om deze methodologie op een ethische wijze uit te voeren.

Leraar & Lerarenopleiding
kwalitatief onderzoek, portrait methodology, professionele identiteitsontwikkeling, reflectieinstrument

donderdag 11 jul 2024

09:00 – 10:30 Parallelsessie 3

Van ‘Ladder’ naar ‘Waaier’: Wat moet er gebeuren om de crisis in het onderwijs te bezweren?

Symposium (90 minuten)242Eddie Denessen; Radboud Universiteit; Rolf van der Velden; ROA Maastricht University

Cobbenhagen – Aulado 09:00 – 10:30

Het onderwijs bevindt zich in een diepe crisis. Er is een wedloop ontstaan waarbij iedereen steeds meer onderwijs moet volgen om voor te blijven op de rest. Het verschijnsel van een verticale topzware onderwijsladder holt de positie van het middelbaar beroepsonderwijs uit en heeft grote negatieve individuele en maatschappelijke consequenties. Dat is aanleiding geweest voor Minister Dijkgraaf om te pleiten voor een ombuiging van de huidige unidimensionale ‘onderwijsladder’ naar een ‘onderwijswaaier’ met verschillende horizontale en verticale mogelijkheden.In dit symposium gaan we na waar het mechanisme om steeds meer onderwijs te volgen vandaan komt, bespreken we de individuele en maatschappelijke gevolgen, in het bijzonder voor de kansenongelijkheid, en komen we met een aantal oplossingen. Het symposium eindigt met een paneldiscussie en gesprek met de zaal over de gepresenteerde analyses en oplossingen.

Onderwijs & Samenleving
kansenongelijkheid, Onderwijswedloop, Status beroepsonderwijs

Onderzoekend vermogen als motor voor samen opleiden

Workshop (60 minuten)731Lidewij Van Katwijk; NHLStenden; Lisette Munneke; Hogeschool Utrecht, lectoraat onderzoekend vermogen; Jeroen Rozendaal; Hogeschool Rotterdam

Cobbenhagen – C 187do 09:00 – 10:30

In deze workshop gaan we op basis van een concrete opleidingscasus aan de slag met het gezamenlijk werken aan een manier waarop de ontwikkeling van onderzoekend vermogen door opleiders, zowel binnen de opleiding als in het praktijkleren, zo gestimuleerd kan worden dat het een motor wordt binnen samen opleiden.

Leraar & Lerarenopleiding

Pedagogiek van de dood

Workshop (60 minuten)630Jos Van den Brand; Thomas More Hogeschool

Cobbenhagen – Ruth Firstdo 09:00 – 10:30

Pedagogiek van de dood is een traject om beginnende leerkrachten in het basisonderwijs enigszins voor te bereiden op de dood van een ouder of een leerling. Het probleem is dat deze situaties niet in de praktijk geoefend kunnen worden, zoals dat bijvoorbeeld het geval is bij taal en rekenen. Een praktijkgemeenschap van leerkrachten, pabostudenten en -docenten dacht na over de ontwerpeisen van dit traject. De belangrijkste ontwerpeis is: het leren van ervaringen. Om casuïstiek te verzamelen zijn leerkrachten, ouders en leerlingen geïnterviewd die met de dood te maken kregen. Op basis van deze interviews zijn verhalen geschreven van het genre literaire non-fictie. Door met beginnende leerkrachten op deze verhalen te reflecteren, wordt hun pedagogische oordeelkundigheid gevormd. Voor de theoretische en didactische onderbouwing is de negatieve pedagogiek gebruikt die zich bezighoudt met het ontstaan en verloop van vormingsprocessen en met de didactiek van het pedagogisch handelen. Het project is mogelijk gemaakt door subsidie van SIA (onderdeel van NWO).

Leraar & Lerarenopleiding
Basisonderwijs, Onderwijsprofessionals, Pedagogisch handelen, Rouw

Het effect van een positieve benadering op de betrokkenheid van de leerling tijdens lezen volgens de TOPPR-methode (1/4)

Poster: Meedenksessie67Astrid Menninga; Rijksuniversiteit

Cube – Kleine foyerdo 09:00 – 10:30

Het doel van deze exploratieve studie is het verkennen van eventuele verandering in de motivatie / betrokkenheid van kinderen met leesproblemen ten gevolge van de orthopedagogische houding van de begeleider tijdens een behandeling met de TOPPR-methode. De onderzoeksvraag luidt: In hoeverre leidt de positieve benadering van de begeleider op de lezer tot een verandering in de motivatie van de lezer gedurende de behandeling van leesproblemen met de TOPPR-methode?Veel kinderen met leesproblemen komen in een negatieve spiraal terecht; van slechte leesprestaties ontstaat een negatieve houding ten aanzien van lezen en door deze negatieve houding verslechteren de leesprestaties. De TOPPR-methode probeert dit proces om te keren door in te steken op een positieve benadering, om zo het leesplezier en de leesmotivatie te verhogen.In deze studie worden twee begeleidingstrajecten met de TOPPR-methode geanalyseerd. State space grids worden gebruikt om dit proces te visualiseren. Het doel is inzicht te verkrijgen in de interactie tussen de begeleider en de leerling met leesproblemen. Er wordt verwacht dat een positieve benadering van de begeleider leidt tot meer motivatie – geuit in een grotere betrokkenheid – tijdens het lezen bij de leerling.

Leren & Instructie
interactie, leesproblemen, motivatie / betrokkenheid, positieve benadering

De dynamische aard van motiverend lesgeven: de validatie van een real-time observatie-instrument (2/4)

Poster: Meedenksessie430Teuntje van Heese; Universiteit Utrecht

Cube – Kleine foyerdo 09:00 – 10:30

In het onderwijs kan het lastig zijn om de motivatie van leerlingen vast te houden. Het is daarom belangrijk om te onderzoeken welke manieren van lesgeven motivatie kunnen stimuleren. Onderzoek liet al zien dat behoeftebevredigend lesgeven motivatie kan bevorderen en dat behoeftefrustrerend lesgeven motivatie kan ondermijnen. Echter, om accurate inzichten te verschaffen over deze motiverende en demotiverende handelingen is een nauwkeurig en integraal instrument nodig, waarmee ook hun dynamische aard gevat kan worden. Een micro-analytische aanpak kan hier uitkomst bieden. Daarom trachten wij in deze studie een instrument te valideren waarbij met een joystick real-time observaties van interacties tussen leerkrachten en hun leerlingen worden gecodeerd in het circumplex model van motiverend lesgeven (Aelterman et al., 2019). In de meedenksessie gaan wij graag in gesprek over de voorlopige resultaten, manieren voor het vaststellen van de validiteit en de toepasbaarheid voor de onderwijspraktijk.

Leren & Instructie
Motivatie, Observatieonderzoek, Zelfdeterminatietheorie

Systematische reviewstudie over Effectieve feedback voor Leerlingen met Special Educational Needs (3/4)

Poster: Meedenksessie455Maaike Radix; Vrije Universiteit Amsterdam

Cube – Kleine foyerdo 09:00 – 10:30

Feedback kan op effectieve wijze bijdragen aan het leerproces wanneer de leerling hier proactief mee aan de slag gaat. Momenteel is er echter beperkt onderzoek gedaan naar feedback aan leerlingen met speciale onderwijsbehoeften. In deze systematische reviewstudie onderzoeken we daarom welke werkzame mechanismen en factoren van effectieve feedback een rol spelen bij de proactieve verwerking hiervan door leerlingen met Special Educational Needs (SEN). In deze review worden drie typen SEN meegenomen, namelijk: (1) intellectuele en ontwikkelingsstoornissen (IDD), (2) externaliserend probleemgedrag en (3) autismespectrumstoornis (ASS).Het doel van deze systematische literatuur review studie is om designprincipes op te stellen om tot een feedback model te komen voor leerkrachtfeedback aan SEN leerlingen. Tijdens deze meedenksessie worden de tussentijdse resultaten gedeeld van de systematische reviewstudie over effectieve feedback voor SEN-leerlingen.

Leren & Instructie
Special Educational Needs

Samen op zoek naar (on)zichtbare wiskunde: leraren basisonderwijs bereiden leerlingen voor op wiskunde in de wereld (4/4)

Poster: Meedenksessie581Els D.S. Goetschalckx; ICLON, Universiteit Leiden

Cube – Kleine foyerdo 09:00 – 10:30

Hoe bereiden leraren en aanstaande leraren leerlingen voor op situaties waarin sprake is van (verborgen) wiskunde? Om deze vraag te beantwoorden hebben we een vragenlijst uitgezet onder leraren basisonderwijs en studenten aan de lerarenopleiding basisonderwijs. In de vragenlijst worden situaties voorgelegd, met de vraag om aan te geven hoe het door hen verzorgde onderwijs hierop voorbereid. Voorbeelden hiervan zijn het (her)inrichten van een huis of kamer of het reizen met het openbaar vervoer. We vroegen in de vragenlijst ook in meer algemene zin hoe het verzorgde onderwijs zich richt op maatschappelijke redzaamheid. Een twintigtal leraren basisonderwijs heeft de vragenlijst ingevuld, en met een drietal van hen houden we interviews. De dataverzameling en analyse is in volle gang, op het congres verwachten we een verklarend model te kunnen voorleggen aan de deelnemers.

Leraar & Lerarenopleiding
maatschappelijke redzaamheid, rekenenwiskunde

Succesfactoren en knelpunten bij de implementatie van kansrijke tutoringinterventies in het basisonderwijs

Symposium (90 minuten)563Afke Donker; Nederlands Jeugdinstituut; Mariëtte Hingstman; Rijksuniversiteit Groningen; Nicole Swart; Expertisecentrum Nederlands; Alexander Krepel; Kohnstamm Instituut; Martine Gijsel; Expertisecentrum Nederlands

Cube 15do 09:00 – 10:30

In dit symposium wordt gepresenteerd over onderzoek naar de implementatie van drie tutoringinterventies: De BliksemBende, Letterster en Weet wat je leest. De drie projecten richten zich op het verbeteren van leesvaardigheden (zowel technisch als begrijpend) van zwakke lezers en zijn opgezet vanuit het NRO-programma Effectmeting Kansrijke Interventies (EKI). Naast het in kaart brengen van effecten, wordt in de projecten veel aandacht besteed aan de implementatie van de interventies. In het symposium zullen we gezamenlijk reflecteren op succesfactoren en knelpunten voor duurzame implementatie van tutoringinterventies in het Nederlandse basisonderwijs.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leren & Instructie
Basisonderwijs, Implementatie, Lezen, Tutoring

observatieonderzoek van waarde: Observeren, analyseren & rapporteren

Symposium (90 minuten)749Chiel van der Veen; Windesheim University of Applied Science; Mireille Smits; Vrije Universiteit; Elizabeth Wynberg; Vrije Universiteit; Debby ten Hove; Vrije Universiteit

Cube 16do 09:00 – 10:30

Veel waardevolle kenmerken van leerlingen, leerkrachten en scholen zijn slecht of beperkt in kaart te brengen met toetsen of zelfevaluatie vragenlijsten. Observatieonderzoek is daarom alomtegenwoordig in de onderwijspraktijk en in onderwijsonderzoek. In dit symposium bespreken we verschillende fases in het doen van observatieonderzoek: Observaties, analyses en rapportage. Daarnaast laten we zien hoe de kwaliteit van observatieonderzoek binnen de onderwijswetenschappen verbeterd kan worden. Het symposium begint met een presentatie over een observatie instrument voor rollenspellen bij kleuters. Aan de hand van een validatiestudie van dit instrument bespreken wij hoe de kwaliteit van observatieonderzoek onderzocht en beschreven kan worden. Vervolgens presenteren we de recent ontwikkelde online tool ICC4IRR waarmee de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van observatie instrumenten in kaart gebracht kan worden en bespreken we de impact van observatiedesigns op de betrouwbaarheid van observatiedata. Afsluitend bespreken we een studie waarin domein-overstijgende richtlijnen voor het rapporteren over observatieonderzoek werden ontwikkeld.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid, Observatieonderzoek, Rapportage

Reisafstanden en voortijdig schoolverlaten. (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)376Tanya Beliaeva; Dienst Uitvoering Onderwijs; Daniel Elzas; Dienst Uitvoering Onderwijs; Rianne Lam; Dienst Uitvoering Onderwijs

Cube 20do 09:00 – 10:30

In dit onderzoek is gekeken naar het verband tussen reisafstanden en voortijdig schoolverlaten in het vo en het mbo. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat een langere reisafstand gepaard gaat met een lager uitvalpercentage. In dit onderzoek hebben wij data over vo-leerlingen en mbo-studenten uit de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023 geanalyseerd. Uit de resultaten blijkt dat in het mbo niet-vsv’ers gemiddeld langer reizen dan vsv’ers. Dit geldt ook wanneer we meerdere factoren meenemen, zoals leerweg en niveau. In het vo zien we geen evidente verschillen, al lijken voor specifieke groepen vo-leerlingen vsv’ers juist iets langer te reizen dan niet-vsv’ers.

Beleid & Organisatie
reisafstanden, voortijdig schoolverlaten

Een vergelijkende analyse tussen algemene en specifieke self-efficacy bij Vlaamse schoolleiders basisonderwijs (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)388Lore Bellemans; Universiteit Gent

Cube 20do 09:00 – 10:30

Self-efficacy verwijst naar de mate waarin individuen menen dat zij de doelen die zij zich vooropstellen ook effectief kunnen bereiken (Bandura, 1997). Hoewel steeds meer onderzoek het belang van self-efficacy bij leidinggevenden aantoont, is er weinig bekend over de self-efficacy van schoolleiders. Het algemene doel van deze studie was een beter inzicht te krijgen in de relatie tussen algemene en specifieke self-efficacy. 981 schoolleiders in Vlaanderen namen deel aan een online vragenlijst over hun gevoel van self-efficacy. Er werd een vergelijkende analyse uitgevoerd. De resultaten tonen aan dat algemene self-efficacy en specifieke self-efficacy afzonderlijke constructen zijn, die beide relevant zijn voor het zelfbeeld van schoolleiders en gerelateerd zijn aan zowel demografische, carrière-gerelateerde als werkgerelateerde variabelen. Deze studie benadrukt het belang om zowel aandacht te hebben voor de algemene self-efficacy als voor de specifieke self-efficacy van schoolleiders. Suggesties voor verder onderzoek, beperkingen en implicaties voor training en ondersteuning van schoolleiders worden besproken.

Beleid & Organisatie
algemene selfefficacy, schoolleiders, specifieke selfefficacy

Professionaliseringsprikkels van de overheid gericht op actoren in het voortgezet onderwijs; een woud om in te verdwalen (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)645Lyset Rekers Mombarg; Universiteit Twente

Cube 20do 09:00 – 10:30

Nederlandse schoolbesturen voor voortgezet onderwijs (vo) zijn in hoge mate autonoom. De overheid kan daarom alleen indirect sturen op de verder professionalisering van actoren in onderwijsorganisaties. Het ministerie van OCW en organisaties die aan OCW gelieerd zijn geven daartoe diverse prikkels (professionaliseringsbeleidsinstrumenten (PBI’s)) aan de actorgroepen. De grote hoeveelheid en variëteit aan prikkels is mogelijk problematisch door een gebrek aan overzicht en ongewenste verschillen in gebruik. In dit onderzoek hebben we gevonden dat de grote meerderheid van PBI’s gericht op schoolbestuurders, intern toezichthouders en schoolleiders communicatief of communicatief-juridisch van aard zijn. PBI’s gericht op leerkrachten zijn meestal financieel of financieel-communicatief. Uit interviews met experts volgt dat ze redelijk positief zijn over de bekendheid van PBI’s bij de diverse actorgroepen, maar dat ze naar hun inschatting vaak weinig gebruikt worden. Uit een online-enquête onder actorgroepen volgt dat de respondenten slechts enkele PBI’s, meestal financiële, kennen en dat vooral eerdere (eigen) ervaringen in de dagelijkse praktijk aanzetten tot professionaliseringsactiviteiten. We concluderen dat de huidige PBI’s van de overheid weinig effectief zijn en bevelen aan om een continu en coherent systeem van prikkels te ontwikkelen om de professionalisering van actoren in het onderwijs te stimuleren, in plaats van ‘een woud aan kortdurende prikkels’.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Beleid & Organisatie
professionaliseringsbeleid

De Waarde van Computational Thinking bij Domein Specifieke Problemen in het VO

Symposium (90 minuten)29Marco Kragten; Amsterdam University of Applied Science; Marjolein Van Dekken; Amsterdam University of Applied Science; Sharon Calor; Amsterdam University of Applied Science; Albert Logtenberg; ICLON, Universiteit Leiden; Dorrith Pennink; Amsterdam University of Applied Science; Josefien Sweep; Amsterdam University of Applied Science

Cube 21do 09:00 – 10:30

In het NRO-project … (Auteurs, 2021) worden lessen voor verschillende vo-vakken ontwikkeld, waarbij het doel is Computational Thinking (CT) te koppelen aan domeinspecifieke inhoud. Leerlingen leren vragen stellen binnen de context van bestaande vakken die met het gebruik van datasets en CT-vaardigheden kunnen worden beantwoord. In een samenwerking tussen docentonderzoekers en leraren van het voortgezet onderwijs worden met behulp van ontwerponderzoek in vier iteraties lessenseries ontworpen waarmee leerlingen leren hoe ze CT kunnen inzetten om domeinspecifieke problemen op te lossen. In de eerste twee iteraties worden leerdoelen en een didactisch lesontwerp (her)ontworpen waarmee leerlingen CT laagdrempelig kunnen benutten voor het beantwoorden van domeinspecifieke vraagstukken. De derde en vierde iteratie evalueren in welke mate de leerlingen toegepaste CT-vaardigheden aanleren.In dit symposium presenteren we (docentonderzoekers van een hogeschool) resultaten uit de eerste en tweede iteratie waarin we lessen hebben ontworpen waarin CT is geïntegreerd in de domeinspeciefieke vakken biologie, geschiedenis, Nederlands en natuurkunde.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Domein Specifieke Aspecten van Onderwijs
Computational Thinking, Domeinspecifieke problemen, Voortgezet onderwijs

VO-leraren als gespreksleider: Spanningen rondom het gesprek over seksuele en gender diversiteit (1/2)

Workshop (60 minuten)288Marieke Kroneman; ICLON Universiteit Leiden

Cube 36do 09:00 – 10:30

Procesevaluatie onder leerlingen van het vmbo naar ervaringen met peer to peer education gastlessen voor de sociale acceptatie van LHBT+ mensen, laat zien dat leerlingen (ook zij die weerstand voelen tegen dit onderwerp) de open uitwisseling van meningen en interacties met elkaar als positief en effectief ervaren (Kroneman, 2022). Scholen zijn hierin een ontmoetings- en oefenplaats. Hoewel er handreikingen bestaan (bijvoorbeeld VELON-toolkit, 2022), weten we niet of leraren zich voldoende toegerust voelen voor de taak van gespreksleider. Daarom zijn masterstudenten van de lerarenopleiding Universiteit Leiden (ICLON) bij het vak Pedagogiek gepeild of zij spanningen ervaren rondom dit onderwerp. Studenten geven aan dat zij onvoldoende kennis hebben over seksuele en genderdiversiteit. Ook weten zij niet hoe zij moeten reageren als er sterke negatieve meningen worden geuit in de klas die mogelijk botsen met hun persoonlijke opvattingen. Zij vinden dit problematisch, omdat ze voor elke leerling een veilig klimaat in de klas willen creëren, en waarden en normen willen overdragen van tolerantie en respect. Deze workshop gaat in op de taakopvatting, verantwoordelijkheden en eigen houding van vakdocenten, zodat leraren inzicht kunnen krijgen in welke expertise zij nodig hebben om het gesprek over dit thema in verbinding met leerlingen te kunnen voeren.

Leraar & Lerarenopleiding
Dialoog, seksuele & gender diversiteit, spanning, taakopvatting

Wanneer is de kansrijke interventie ‘StudentinzetopSchool’ in het VO daadwerkelijk succesvol?

Rondetafelgesprek (30 minuten)602Tirsa GuelenSatink; Radboud Universiteit; Judith Stoep; Expertisecentrum Nederlands / Radboud Universiteit

Cube 36do 09:00 – 10:30

Binnen het NRO-onderzoeksprogramma ‘Effectmeting kansrijke interventies in het PO en VO’ wordt het effect onderzocht van de interventie StudentinzetopSchool op de leerprestaties van leerlingen, de ervaren werkdruk van leraren en de wens van studenten om leraar te worden. Bij deze interventies worden studenten uit het hoger onderwijs ingezet in het VO om leerlingen en docenten te ondersteunen. Tijdens het rondetafelgesprek worden de resultaten van de eerste interventieperiode kort gepresenteerd. We willen de deelnemers uitnodigen om te reflecteren op het onderzoek en de gevonden effecten én wat dit betekent voor de waarde van de interventie. Wanneer kan de interventie StudentinzetopSchool wel of niet worden beschouwd als succesvol?

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Beleid & Organisatie
Kansrijke interventie, leerprestaties, werkdruk

Samenwerkend onderzoeken aan Nationaal Programma Onderwijs-thema’s mbo-ho

Symposium (90 minuten)470Marieke Pillen; Hogeschool KPZ; Rilana Prenger; Saxion hogeschool; Jolise ’t Mannetje; Saxion Hogescholen; Marjon Fokkens-Bruinsma; Rijksuniversiteit Groningen; Esmee Kamp-Bolks; Rijksuniversiteit Groningen; Dineke Tigelaar; Universiteit Leiden; Lysanne Post; Universiteit Leiden; Jessica Nooij; Avans Hogeschool; Lotte Scheeren; Expertisecentrum beroepsonderwijs (ECBO)

Cube Z1do 09:00 – 10:30

In 2021 is een bestuursakkoord gesloten voor het MBO en het HO. Daarin is een budget beschikbaar gesteld voor het ontwikkelen van aanpakken om de eventuele negatieve consequenties van de COVID-19 pandemie tegen te gaan. Met behulp van deze middelen hebben instellingen verschillende aanpakken ontwikkeld, gericht op een aantal thema’s waaronder studentenwelzijn, soepele in- en doorstroom en lerarenopleidingen. Hoe staat het nu in 2024 met de opbrengsten van deze aanpakken? In het kader van de NRO subsidie ‘Samenwerkend onderzoeken aan Nationaal Programma Onderwijs-thema’s mbo-ho’ zijn verschillende aanpakken nader onderzocht. Dit symposium licht aan de hand van vier projecten de opbrengsten van het Nationaal Programma Onderwijsthema’s toe. Deze projecten variëren in focus, onderwijssector en methodologie; tegelijkertijd is regionale samenwerking een gezamenlijk startpunt geweest binnen alle projecten. De doelen van het symposium zijn het meer inzicht geven in de werkzame elementen ten aanzien van de verschillende aanpakken. Daarnaast levert het symposium meer inzicht in hoe de resultaten zijn te gebruiken binnen de eigen praktijk.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Hoger Onderwijs
doorstroom, instroom, interesse, MBOHBOWO, toekomstorientatie, welzijn en binding

Versterken van onderwijsteams door transformatief onderzoek

Symposium (90 minuten)496Daniel van Middelkoop; Hogeschool van Amsterdam; Maartje van de Mortel; Hogeschool Fontys; Marian Thunnissen; Hogeschool Fontys; Ilya Zitter; Hogeschool Utrecht; Josien Engel; Hogeschool Utrecht; Mieke Koeslag-Kreunen; Hogeschool Utrecht; Patricia Brouwer; Hogeschool Utrecht; Peter Horsselenberg; Hogeschool van Amsterdam

Esplanada – Blackboxdo 09:00 – 10:30

Onderwijsprofessionals in het mbo en hbo hebben een belangrijke rol in het vertalen van ontwikkelingen in de maatschappij en de beroepspraktijk naar het onderwijs. Zij doen dit veelal in teamverband. Het werk van onderwijsprofessionals wordt in toenemende mate in teamverband georganiseerd. Het benutten van de meerwaarde van onderwijsprofessionals die in teamverband goed beroepsonderwijs realiseren, vraagt om docenten die binnen én over de grenzen van teams die samenwerking gestalte geven en met en van elkaar leren. Onderwijsprofessionals vinden het echter niet eenvoudig om in teamverband complexe onderwijsvraagstukken op te pakken.Ons symposium bundelt drie onderzoeken die bestuderen hoe samenwerken en -leren van onderwijsprofessionals aan complexe onderwijsvraagstukken er uit ziet en hoe vervolgens het samenwerken en -leren in teamverband versterkt kan worden. De drie onderzoeken zijn transformatief van aard. Dit betekent dat onderzoek- en onderwijsprofessionals intensief samenwerkten en dat zodoende al gedurende het onderzoek ontwikkeling van de onderwijspraktijk plaatsvond. In het symposium komen drie inhoudelijke invalshoeken op samen werken en -leren aan bod, te weten: teamleerprocessen, boundary crossing en professionele dialoog.We beogen hiermee een gesprek op gang te brengen hoe deze conceptuele invalshoeken de onderwijswetenschappen kunnen verrijken.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
crossboundary teaming, HR, onderwijsteam, teamleren

Het invoeren van adaptief leren bij een loopbaanopleiding van Defensie (1/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)294Pauline Zuidema; TNO

Koopmans – K 1201do 09:00 – 10:30

TNO doet samen met de Middelbare Defensie Vorming (MDV) en Open Defence Academy (ODA) onderzoek naar adaptief leren bij de MDV-opleiding. De MDV is een loopbaanopleiding voor het middenmanagement bij Defensie. De MDV wil adaptief leren in de toekomst gaan invoeren. Defensie verwacht dat door adaptieve interventies het leren als meer boeiend wordt ervaren, en dat leren beter verloopt. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door gepersonaliseerde lesstof aan te bieden, door specifieke begeleiding of instructie te geven of door aanvullende hulpbronnen en/of opdrachten aan te bieden. Het doel van het hier gepresenteerde onderzoek is het verzamelen, analyseren en duiden van leerdata zodat aanbevelingen kunnen worden opgesteld voor adaptief leren. Die dienen gericht te zijn op het zodanig inrichten van het leerproces dat de inhoud, vorm en timing van de lesstof is afgestemd op de eigenschappen en leerbehoeftes van de lerende, of op die van de groep als geheel. Op de ORD’24 presenteren we de uitkomsten van het onderzoek en presenteren we mogelijke aanbevelingen voor adaptief leren in deze use case. In het rondetafelgesprek willen we de educatieve expertise van deelnemers benutten om gezamenlijk een aantal aanbevelingen voor adaptieve interventies te bespreken, en de mogelijke consequenties hiervan in kaart te brengen.

Leren & Instructie
Adaptief leren, Gepersonaliseerd leren, Loopbaanopleiding

Implementeren is lerend reflecteren (2/3) De onderzoeks- en verbetercultuur van Groeikracht en de Transformatieve School.

Rondetafelgesprek (30 minuten)349Maren Van de Vrie; Oberon; Sanne de Vries; Oberon; Aafke Essen; Oberon; Saskia Brokamp; Hogeschool Utrecht; Elsemarijn Ippel; Hogeschool Utrecht; Ton Klein; Oberon

Koopmans – K 1201do 09:00 – 10:30

In opdracht van NRO onderzochten we de kansrijkheid van twee professionaliserings- en cultuurveranderingsprogramma’s. We richtten ons op Groeikracht en de Transformatieve School waarbinnen het versterken van de onderzoeks- en verbetercultuur op scholen centraal staat. Binnen een éénjarig pilotonderzoek evalueerden we de kwaliteit van de uitvoering en de potentieel werkzame mechanismen van deze trajecten. Daarnaast verkenden we hoe een onderzoeks- en verbetercultuur, het handelen van leraren en leerwinst van leerlingen vastgesteld kan worden.

Uit onderzoek komen een aantal werkzame elementen voor het bereiken van een verbetercultuur naar voren, zoals terugkerende lesbezoeken, reflecteren en coaching. Om de effectiviteit van de genoemde trajecten te verhogen, is het cruciaal dat werkzame elementen en activiteiten op de beoogde wijze worden geïmplementeerd en uitgevoerd. Wat werkt wel en niet bij de implementatie van programma’s op scholen en hoe kunnen we de kwaliteit van de uitvoering het beste meten?

In deze sessie gaan we aan de hand van stellingen in gesprek over werkzame elementen bij de implementatie van professionaliserings- en cultuurveranderingsprogramma’s. Daarna bespreken we instrumenten die onderzoekers en onderwijsprofessionals kunnen hanteren om de kwaliteit van de uitvoering van de programma’s op een betrouwbare en valide manier te meten.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Onderwijs & Samenleving
Implementatie, Onderzoeks en verbetercultuur

Kansrijke Taal: een ketenbenadering (3/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)454Deepa Meesters; Universiteit Twente; Marieke Van Geel; Universiteit Twente

Koopmans – K 1201do 09:00 – 10:30

In de gemeente Enschede is sprake van achterblijvende taalvaardigheid, met name kinderen bij en jongeren met een lagere sociaaleconomische status. Verschillende partners in de gemeente hebben daarom de handen ineengeslagen om een systeembrede aanpak te ontwikkelen ter versterking van de taalontwikkeling. In dit rondetafelgesprek presenteren we de eerste bevindingen uit groepsinterviews (kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs, gericht op probleemidentificatie en inventariseren van eerdere succesvolle en minder succesvolle aanpakken ter versterking van de taalontwikkeling) en vragenlijstonderzoek naar academisch optimisme in het kader van hoge verwachtingen. In de sessie willen we graag een aantal kansrijke aanpakken in de keten voorleggen en bespreken.

Onderwijs & Samenleving
Interprofessionele samenwerking, Kansengelijkheid, Onderwijsachterstandenbeleid, Taalontwikkeling

Waarde(n) in Verbinding: Samen Opleiden op vakinhoud via de inzet van waardengerichte verbindingskaarten

Workshop (60 minuten)671Marjolijn Peltenburg; Marnix Academie; Carolien Duijzer; Marnix Academie; Christa Dekker; Marnix Academie

Koopmans – K 1206do 09:00 – 10:30

“Ik voel mij gevangen tussen twee werelden” (uitspraak pabo-student). Regelmatig bemerkt zij hoe ideeën en opvattingen die ten grondslag liggen aan het onderwijs op de opleidingsinstelling niet per definitie dezelfde zijn als de ideeën en opvattingen in de onderwijspraktijk. Met het traject Vakinhoud Verbindt! stimuleren we opleiders van de opleidingsinstelling en uit de onderwijspraktijk om verbindingen met elkaar aan te gaan, om vanuit Samen Opleiden studenten beter te kunnen begeleiden juist wanneer er sprake is van verschillende ideeën of opvattingen tussen beide contexten. Het zijn met name gesprekken van opleiders over vakinhoud en vakdidactiek – bijvoorbeeld over taal of rekenen-wiskunde – die niet altijd eenvoudig zijn. Deze gesprekken raken aan de eigen professionele identiteit. Wij hebben een innovatieve set verbindingskaarten ontwikkeld die opleiders kunnen inzetten tijdens deze gesprekken. Voor het ontwerp van de verbindingskaarten en de werkwijze binnen Vakinhoud Verbindt! maken we gebruik van de principes van waardengericht werken (Andersen et al., 2022), van het gedachtegoed van Appreciative Inquiry (Cooperrider & Whitney, 2005) en van het perspectief van boundary crossing (Akkerman & Bakker, 2011). In deze workshop geven we een korte introductie op onze werkwijze, delen we enkele voorbeelden en nemen we deelnemers mee in het gebruik van de verbindingskaarten.

Leraar & Lerarenopleiding
pabo, Samen Opleiden, Waardengerichte dialoog

Waardevolle toetsing: een kunstzinnig perspectief (1/2)

Alternatieve presentatievorm (60 minuten)586Saar Frieling; Nivoz; Wouter Modderkolk; Erasmus Universiteit

Koopmans – K7do 09:00 – 10:30

In het Whole Child Development-programma onderzoeken vier hogescholen in samenwerking met vier scholen en Stichting NIVOZ wat het vraagt om breed vormend onderwijs voor álle kinderen mogelijk te maken. Toetsen en evalueren is hierbij een belangrijk thema. De meeste onderwijsprofessionals willen bijdragen aan het ‘in de wereld komen’ van kinderen. Om dat te kunnen doen, is het van belang om die kinderen als – eventueel buiten de norm vallend – subject te waarderen (Biesta 2018). Hoe kunnen we ook in onze toetsing recht doen aan de waarde van ieder kind? Een kunstzinnig perspectief kan hier wellicht aan bijdragen.In deze sessie bieden we deelnemers een kunstzinnige ervaring. De sessie start met een videoperformance door Bart van Rosmalen en Anouk Saleming. Zij geven een muzikaal-poëtische impressie van een gesprek tussen experts over de dilemma’s van toetsen en evalueren in het onderwijs. Vervolgens vragen wij deelnemers te schrijven over wat zij gezien en beleefd hebben. Vanuit die teksten begint een contemplatieve dialoog (Van Rosmalen et al., 2024), bestaande uit twee schrijf- en voorleesrondes met een nagesprek. Door het schrijven blijven deelnemers dicht bij de eigen ervaring. De dialoog rondom het thema toetsen heeft zo een expliciet subjectieve basis.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
Kunst, Toetsen, Waarde

Het leergemeenschapsgevoel binnen flexibel masteronderwijs (2/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)656Marjon Baas; Hogeschool Saxion; Tjark Huizinga; Hogeschool Saxion; Chantal Velthuis; Hogeschool Saxion

Koopmans – K7do 09:00 – 10:30

Binnen flexibel onderwijs krijgen studenten meer regie over het eigen onderwijs. Flexibilisering kan tot uiting komen in vier dimensies, namelijk tijd, plaats, inhoud en didactiek. De keuzes voor één of meerdere van deze dimensies bepaalt de mate van flexibiliteit. Indien er meer flexibiliteit wordt geboden heeft dit mogelijk invloed op het leergemeenschapsgevoel. Dat terwijl binnen zowel regulier als flexibel onderwijs het leergemeenschapsgevoel een belangrijke voorwaarde is om studentsucces te bevorderen. Een aanname is dat flexibel onderwijs een meer individualistisch benadering van onderwijs en studenten zich daardoor minder verbonden voelen met medestudenten. Binnen deze ronde tafel delen we de inzichten van ons onderzoek over het ervaren leergemeenschapsgevoel en relateren we dit aan de vormen van flexibiliteit die geboden zijn. Het doel van deze ronde tafel is om, gebaseerd op de onderzoeksresultaten, in gesprek te gaan hoe zelfs bij relatief kleine veranderingen in flexibiliteit de impact op het leergemeenschapsgevoel inzichtelijk gemaakt kan worden. Daarnaast willen we inzichten krijgen in welke relatie deelnemers verwachten tussen de diverse dimensies van flexibel onderwijs en veranderingen in het leergemeenschapsgevoel.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Curriculum
Leergemeenschapsgevoel, Sociale binding

Onderzoek dat bijdraagt aan complexe en hardnekkige vraagstukken in het onderwijs

Symposium (90 minuten)299Bas de Jong; Universiteit van Amsterdam; Heleen Pennings; UMC Utrecht; Nicolette Van Halem; Universiteit van Amsterdam; Marco Snoek; Hogeschool van Amsterdam; Ina Cijvat; Hogeschool van Amsterdam; Anne Groot; Universiteit van Amsterdam; Evi van Saase; Universiteit van Amsterdam; Christa Krijgsman; Technische Universiteit Eindhoven; Monica Louws; Universiteit Utrecht; Gonny Schellings; Technische Universiteit Eindhoven

Simon – S8do 09:00 – 10:30

In dit postersymposium staan we stil bij de vraag hoe onderzoek kan bijdragen aan het aanpakken en oplossen van hardnekkige vraagstukken in het onderwijs. Vertrekpunt is dat hardnekkige problemen te maken hebben met de complexiteit in het onderwijs. In het symposium willen we aan de hand van zes voorbeelden van onderzoek, nagaan hoe een systeemperspectief bij het opzetten van daarbij kan helpen. Naast het presentatie van de afzonderlijke posters ter inspiratie willen we de posters gebruiken als startpunt bij het zoeken naar een gezamenlijk antwoord op de vraag ‘Wat zijn de kenmerken van onderzoek dat kan bijdragen aan het oplossen van hardnekkige vraagstukken in complexe contexten?’

Beleid & Organisatie
Complexe vraagstukken, Onderzoeksmethoden, Systeemdenken

Onderwijsonderzoek en leraren (in opleiding)

Symposium (90 minuten)474Karlien De Jaeger; KU Leuven; Stefanie De Jonge; Ugent; Annemarie Melisse; Fontys Lerarenopleiding Tilburg

Simon SZ 31do 09:00 – 10:30

De onderzoekende houding en onderzoekscompetenties van leraren worden in onze snel veranderende en complexer wordende samenleving alsmaar belangrijker. Daarom wordt onderwijsonderzoek – onder verschillende gedaanten – in het curriculum van lerarenopleidingen geïntegreerd. In dit symposium wordt ingegaan op drie cases uit educatieve masteropleidingen in Vlaanderen en Nederland: de condities waaronder onderwijsonderzoek er geïmplementeerd wordt, de overtuigingen, attitude en het engagement van student-leraren ten aanzien van het gebruik en uitvoeren van onderwijsonderzoek en de plaats ervan binnen de professionele ontwikkeling van leraren worden onder de loep genomen.

Leraar & Lerarenopleiding
Educatieve masteropleidingen, Leraren secundair onderwijs, Onderwijsonderzoek

Hoe gaan schoolleiders om met spanningen en dilemma’s?

Symposium (90 minuten)482Janine Mommers; VORaad; Anje Ros; Fontys Hogeschool; Wouter Schenke; Penta Nova; Marlon van der Put; Fontys Hogeschool; Lydia Schaap; Hogeschool Utrecht; Rozemarijn Capiau; Hogeschool Utrecht

Tias – TZ 10do 09:00 – 10:30

Schoolleiders in alle sectoren ervaren spanningen en dilemma’s, als zij werken aan onderwijsinnovatie en leraren meer eigenaarschap daarin geven. Hun eigen voorkeuren voor een bepaalde leiderschapsstijl en opvattingen over goed leiderschap beïnvloeden hun gedrag, als zij ruimte bieden voor leiderschapsinitiatieven voor leraren (Edmunds, e.a., 2008). In dit symposium bieden we inzicht in de spanningen en dilemma’s die schoolleiders ervaren in drie verschillende sectoren. Daarnaast geeft het symposium zicht op de verschillende strategieën van schoolleiders om met deze spanningen om te gaan. Verder laten de studies zien welke invloed van de spanningen hebben op het zelfvertrouwen de professionele identiteit van schoolleiders. De drie bijdragen zijn getiteld:

1) Sturen of loslaten? Dilemma’s van schoolleiders die gespreid leiderschap stimuleren (po).

2) Professionele identiteit en zelfvertrouwen van schoolleiders in interactie met professionals (vo).

3) Leidinggeven aan veranderingen in het hoger onderwijs: omgaan met paradoxale spanningen (hbo).

De discussiant zal de resultaten samenvatten in een integraal model en aanbevelingen voor vervolgonderzoek geven.

Beleid & Organisatie
Dilemma's, Leiderschap, Professionele identiteit, Spanningen

Partnerschap in jeugdhulp en speciaal onderwijs

Symposium (90 minuten)424Johan De Jong; Fontys Pedagogiek; Hélène Leenders; Fontys Pedagogiek; Annemiek Hoppenbrouwers; Fontys Pedagogiek

Tias – TZ 3do 09:00 – 10:30

“Ik probeer alles eruit te halen wat erin zit, maar ik heb ouders die hun kind maar moeilijk kunnen ondersteunen. Als het kind dan last heeft van ADHD, vind ik dat moeilijk. Wat hoort nog bij mij als leraar, wat ligt bij andere hulpverlenende instanties? Ik heb de neiging om het toch maar steeds zelf op te pakken en ouders aan te sturen” (leraar)Het is van groot maatschappelijk belang om de ontwikkelingskansen van jeugdigen in kwetsbare gezinnen te optimaliseren. Wanneer thuis, school en hulpverlening goed op elkaar aansluiten heeft dit een positief effect op welbevinden, leerprestaties en gedrag van jeugdigen, en wordt de eigen regie van ouders op opvoeden versterkt.Professionals in onderwijs en jeugdhulp zouden jeugdigen en hun ouders als partners moeten zien waarmee ze gezamenlijk werken aan hun ontwikkeling. In de praktijk is het echter complex om een duurzame, gelijkwaardige samenwerking met ouders te realiseren en de stem van jeugdigen daarin centraal te stellen.Ons onderzoek is erop gericht om partnerschap te verbeteren zodat leraren en jeugdhulpverleners samen met jeugdigen en ouders de meest passende ondersteuning bij opvoeden en opgroeien vinden. In het symposium worden de bevindingen uit vragenlijstonderzoek, interviews en participatief actieonderzoek gepresenteerd.

Onderwijs & Samenleving
eigen regie van ouders, eigen stem van jeugdigen, partnerschap met ouders en jeugdigen, speciaal onderwijs

Valideren van het uitstroomperspectief van leerlingen in het S(B)O en VSO met het Landelijk Doelgroepenmodel

Symposium (90 minuten)667Jos Keuning; CitoLab; Monique Dijks; CitoLab; Emmelien van der Scheer; CitoLab; Anneke Dubbeld; CitoLab: Veerle Hoff; CitoLab; Ate de Boer; Effectief Onderwij

Tias – TZ 4do 09:00 – 10:30

Om leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs optimaal te kunnen laten ontwikkelen is het belangrijk om te zien wat een leerling kan en wat met de juiste ondersteuning haalbaar is. Het Landelijk Doelgroepenmodel (LDGM) beoogt hierin te ondersteunen. Het dient als kader om de ‘brede ontwikkeling’, onderwijsbehoeften en een mogelijk uitstroomperspectief van leerlingen met leer- en ontwikkelingsachterstanden in geobjectiveerde termen in beeld te kunnen brengen. Het LDGM is ontstaan vanuit de onderwijspraktijk en haar behoeften en was tot voor kort nog niet wetenschappelijk onderbouwd en onderzocht. De validiteit en wetenschappelijke onderbouwing van het model worden momenteel onderzocht, aan de hand van de argumentgericht valideren theorie van Kane (2013). De opzet van het onderzoek en de eerste onderzoeksresultaten worden in dit symposium gepresenteerd. Ten eerste zal gepresenteerd worden hoe het LDGM ontstaan is en hoe het model werkt. Vervolgens zal het verkennende vooronderzoek gepresenteerd worden. Daarna worden de resultaten van een systematic review naar voorspellers van schoolloopbanen in het gespecialiseerd onderwijs besproken. Ten slotte zal een vignettestudie gepresenteerd worden waarin onderzocht is in hoeverre de inzet van het LDGM vergelijkbaar is en tot vergelijkbare conclusies leidt op verschillende scholen.

Onderwijs & Samenleving
Gespecialiseerd onderwijs, Landelijk Doelgroepenmodel, S(B)O, Validiteit

Hoe geven basisscholen hun eigen onderwijsachterstandenbeleid vorm en welke keuzes liggen ten grondslag aan hun aanpak? (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)578Annemarie van Langen; KBA Nijmegen; Annemiek Veen; Kohnstamm Instituut

Tias – TZ 5do 09:00 – 10:30

Welk beleid voeren basisscholen op het gebied van onderwijsachterstanden en in hoeverre is dit beleid integraal? Op welke doelen richten zij zich en wat zijn de achterliggende redeneerlijnen? Deze vragen stonden centraal in een onderzoek voor het ministerie van OCW, in samenwerking met NRO, uitgevoerd door het Kohnstamm Instituut en KBA Nijmegen. Om de vragen te beantwoorden voerden we verschillende deelonderzoeken uit. Aan de hand van een expertbevraging, een literatuurstudie, een survey onder OAB-scholen en casestudies onder tien OAB-scholen is beschreven welke aanpakken scholen kiezen en welke keuzes en redeneerlijnen hieraan ten grondslag liggen. In deze sessie presenteren we de onderzoeksuitkomsten en illustreren deze aan de hand van praktijkvoorbeelden.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Onderwijs & Samenleving
basisscholen

Percepties van Nederlandse leerlingen over de kansenstructuur op weg naar het hoger onderwijs (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)707Benthe Van Wanrooij; Universiteit van Amsterdam

Tias – TZ 5do 09:00 – 10:30

Nederlandse jongeren verschillen sterk in hun kansen om het hoger onderwijs in te stromen (Inspectie van het Onderwijs, 2023), terwijl het Nederlandse onderwijssysteem op papier een brede toegankelijkheid zou moeten waarborgen, met diverse routes richting het hoger onderwijs. Het doel van dit onderzoek is om beter te begrijpen waarom jongeren, gegeven die toegankelijkheid op papier, in praktijk toch verschillen in instroom in het hoger onderwijs. We focussen ons daarbij op de percepties van jongeren ten opzichte van de formele kansenstructuur richting het hoger onderwijs. Ruim 1100 leerlingen in de tweede en pre-examenklas vulden een nieuw ontworpen vragenlijst in. Uit voorlopige analyses lijken verschillen die zichtbaar zijn in de instroom in het hoger onderwijs weerspiegeld te worden in de percepties van leerlingen over de kansenstructuur op weg naar het vervolgonderwijs.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Onderwijs & Samenleving
kansenstructuur, percepties van leerlingen, toegankelijkheid hoger onderwijs

Opgroeien in een gefilterd universum: hoe bewust zijn leerlingen zich van algoritmische filtering ? (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)761Tjitske De Groot; Universiteit Utrecht

Tias – TZ 5do 09:00 – 10:30

Algoritmische filtering van online content wordt steeds invloedrijker, en daarmee neemt het risico toe dat jongeren beperkte toegang hebben tot kennis en verbinding met elkaar. Het is belangrijk meer inzicht te krijgen in de algoritmische ervaringen van gebruikers, om de invulling van kritisch mediaonderwijs te herformuleren. In dit onderzoek, naar de algoritmische ervaringen van middelbare scholieren in Nederland, maken we gebruik van de volgende concepten: algoritmische verbeelding, algoritmische macht en kritische evaluatie. Onze resultaten tonen aan dat studenten situationele en praktijkgerichte kennis van algoritmische werking opbouwen die aansluit bij de kenmerken van de interface van sociale mediaplatforms. Implicaties voor mediawijsheid worden besproken.

Onderwijs & Samenleving
Algoritmisch bewustzijn, Filterbubbels, Kritisch mediaonderwijs

Effectiviteit van het @school behandelprotocol bij ernstig schoolverzuim door onderliggende emotionele stress. (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)379Evelyne Karel; Tilburg university

Tias – TZ 8do 09:00 – 10:30

Jongeren die aanzienlijke emotionele stress ervaren bij het naar school gaan, zowel voorafgaand als bij aankomst op school als gedurende de schooldag lopen een verhoogd risico op schoolverzuim. Wanneer schoolverzuim toeneemt en chronisch van aard wordt, kan dit op de korte termijn een bedreiging vormen voor zowel de academische als de sociaal-emotionele ontwikkeling van jongeren. Bovendien brengt het lange termijn risico’s met zich zoals bv mentale gezondheidsproblemen en werkgelegenheidsproblemen in de volwassenheid.In deze presentatie zullen de onderzoeksresultaten toegelicht worden naar de effectiviteit van het @school behandelprotocol bij leerlingen met chronisch verzuim vanwege emotionele stress.De behandelingen hebben plaatsgevonden binnen het onderwijssysteem, waarbij veranderingen in schoolaanwezigheid, angst- en stemmingsklachten, en zelfeffectiviteit werden onderzocht. Deze effectiviteitsstudie draagt bij aan het overbruggen van de kloof tussen onderzoek naar behandelmethodieken dat onder gecontroleerde en ideale omstandigheden uitgevoerd wordt (zoals bij ‘efficacy’ studies) en onderzoek dat in de dagelijkse klinische praktijk van bv het onderwijs wordt uitgevoerd onder meer realistische omstandigheden.

Onderwijs & Samenleving
cognitieve gedragstherapie, effectiviteitsonderzoek, emotionele stress, Schoolverzuim

Een sociologische blik op schoolafwezigheid: Lessen uit Vlaanderen (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)611Gil Keppens; Tilburg University

Tias – TZ 8do 09:00 – 10:30

Deze studie onderzoekt de stijgende trend van spijbelen in België, ondanks verhoogde inspanningen in data-analyse en preventie. De studie maakt gebruik van biografische diepte-interviews met problematische spijbelaars (N=25) en belicht hoe de huidige benadering van ongeoorloofde afwezigheid in het Belgische onderwijssysteem, vooral in beroepsgerichte opleidingen, leidt tot negatieve stigmatisering van jongeren. Deze stigmatisering, vaak gevoed door meritocratische opvattingen, beschouwt afwezigheid als een persoonlijke keuze en falen, wat leidt tot een self fulfilling prophecy. Jongeren gaan zich identificeren met het negatieve beeld dat van hen wordt verwacht, resulterend in een lager zelfbeeld en verminderde zelfwaardering. Dit onderzoek biedt waardevolle inzichten voor het herzien van spijbelbeleid en het bevorderen van een positievere onderwijsomgeving voor alle leerlingen.

Onderwijs & Samenleving
Diepteinterviews, Mythe van de meritocratie, Ongelijkheid, Spijbelen

De ontwikkeling van een model voor de kans op voortijdig schoolverlaten (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)739Jaap Walhout; Centraal Bureau voor de Statistiek

Tias – TZ 8do 09:00 – 10:30

Om voortijdig schoolverlaten (vsv) op het vo en mbo aan te kunnen pakken, is het van belang te weten welke factoren samenhangen met de kans op vsv. In dit onderzoek hebben we, met behulp van data die beschikbaar is bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), onderzocht welke combinatie van factoren het beste samenhangen met de kans op vsv.

Voor de kans op vsv op het vo gebruikt het beste model zeven achtergrondkenmerken: leeftijd, onderwijssoort, psychosociale problemen van de leerling, opgelopen vertraging, welvaartsniveau van het huishouden, ouderlijke structuur, of de leerling verdachte is geweest van een misdrijf. Het beste model voor de kans op vsv op het mbo gebruikt twaalf kenmerken: niveau van de mbo-opleiding, leeftijd, psychosociale problemen van de student, of de student verdachte is geweest van een misdrijf, ouderlijke structuur, geslacht, de aanwezigheid van problematische schulden, hoogst behaalde opleidingsniveau van de moeder, de gevolgde leerweg en onderwijsrichting, welvaartsniveau van het huishouden, stedelijkheid van de woonbuurt.

Met behulp van deze modellen kunnen individuele kansen op vsv worden geschat. Uiteindelijk kan zo vervolgens ook op regioniveau de verwachte omvang van de vsv-problematiek in kaart gebracht worden.

Onderwijs & Samenleving
voortijdig schoolverlaten

SPOTLIGHT Burgerschapsonderwijs in de vakken: lesgeven over maatschappelijke vraagstukken

Alternatieve presentatievorm (90 minuten)748Vincent Jonker; Universiteit Utrecht; Carla van Boxtel; Universiteit van Amsterdam; Lida Klaver; Hogeschool Saxion; Elwin Savelsbergh; Hogeschool Utrecht

Tias – TZ 9do 09:00 – 10:30

Doorgaans wordt benadrukt dat burgerschapsonderwijs geïntegreerd kan worden in schoolvakken. In deze sessie verkennen we hoe burgerschapsonderwijs in schoolvakken geïntegreerd kan worden met lessen over maatschappelijke vraagstukken. We bespreken samen met de deelnemers welke kennis, vaardigheden en attitudes die belangrijk zijn voor burgerschap hierbij worden nagestreefd en in hoeverre conceptualiseringen daarvan vakspecifiek zijn. Er worden voorbeelden uit verschillende schoolvakken gepresenteerd en besproken.

De eerste bijdrage gaat over de vraag hoe rekenen-wiskunde niet alleen een ‘hard selectievak’, maar ook een betekenisvol vak kan zijn door aandacht te besteden aan maatschappelijke vraagstukken, zoals armoedebestrijding. De tweede bijdrage gaat over bèta-burgerschapsonderwijs waarin leerlingen groepsgewijs denken en discussiëren over de optimale oplossing voor een socio-scientific issue. ‘Groepsgewijs probleemoplossen’ wordt daarbij gezien als een centrale competentie voor burgerschap. De derde bijdrage gaat over de vraag hoe studenten in de lerarenopleiding ondersteund kunnen worden bij het ontwikkelen van een handelingsrepertoire en een visie op klimaatonderwijs. Studenten vinden het lastig om klimaatverandering in de klas te bespreken. De vierde bijdrage gaat over lesgeven over controversiële geschiedenis. In hoeverre begrijpen leerlingen waarover precies onenigheid is en hoe ziet een aanpak eruit waarin aandacht is voor de epistemologische en ethische structuur van controverse, kritisch denken, vakspecifiek en moreel redeneren?

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Curriculum
socioscientific issues, vakdidactiek

11:15 – 12:15 Parallelsessie 4

Behouden van onderwijsprofessionals in het basisonderwijs: Een onderzoek naar motiverende factoren (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)177Maaike Koopman; Hogeschool Utrecht; Angela de Jong; Hogeschool Utrecht

Cobbenhagen – Aulado 11:15 – 12:15

In het Nederlandse basisonderwijs is een tekort aan leerkrachten en schoolleiders, in het bijzonder in grote steden en op scholen met veel leerlingen uit kansarme gezinnen. Verschillende onderzoeken geven aan welke factoren eraan bijdragen dat onderwijsprofessionals het onderwijs verlaten. Factoren die bijdragen aan het behouden van onderwijsprofessionals zijn onderbelicht. De onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt: Wat draagt bij aan de motivatie van leerkrachten en schoolleiders om in het Utrechtse basisonderwijs te blijven werken? Middels interviews met schoolleiders en leerkrachten van dertien basisscholen onderzochten we de kenmerken van hun motivatie (in termen van drie basisbehoeften) en de schoolorganisatie (in termen van structuur, cultuur, leiderschap). Deze scholen zijn geselecteerd op basis van kenmerken van de leerlingenpopulatie (hoge schoolweging en/of spreidingsgetal) enerzijds en kenmerken van de schoolorganisatie (laag personeelstekort en/of hoog werkplezier) anderzijds. Kwalitatieve analyses maakten vier thema’s zichtbaar die bijdragen aan de motivatie van leerkrachten en schoolleiders: (1) het geven/krijgen van vertrouwen, (2) aanwezigheid van een lerende cultuur, (3) een faciliterende schoolleider die gelegenheid biedt voor leren en ontwikkelen en (4) verbinding met collega’s. Resultaten onderstrepen het belang van factoren op het niveau van de schoolorganisatie voor de motivatie – en wellicht daarmee ook het behouden – van leerkrachten en schoolleiders.

Beleid & Organisatie
Lerarentekort, Motiverende factoren, Schoolleiderstekort

Functiedifferentiatie als oplossing voor het lerarentekort en het verbeteren van de onderwijskwaliteit. (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)333Jos Verkroost; Verkroost advies; Fabian Lionaar; Universiteit Maastricht

Cobbenhagen – Aulado 11:15 – 12:15

Deze studie onderzoekt of differentiatie in taken, gekoppeld aan beloning (functiemix), bijdraagt aan een verhoogde werving en behoud van leerkrachten in het basisonderwijs en aan de verbetering van de onderwijskwaliteit in het basisonderwijs. Deze studie is gebaseerd op internationale literatuur en schoolgegevens uit Nederland. De internationale literatuur is verkregen via een systematisch literatuuronderzoek en de gegevens van Nederlandse scholen zijn afkomstig uit nationale databases (N=6167 scholen). Het onderzoek maakte onderscheid tussen a) de vijf grootste steden in Nederland (G5); b) de Randstad-regio in Nederland; c) de rest van het land. Het onderzoek levert de volgende resultaten op: 1) Er is weinig peer-reviewed literatuur beschikbaar over functiemix in relatie tot de werving en het behoud van leerkrachten. 2) Het kan niet worden vastgesteld of een grotere functiemix op een school leidt tot een hogere instroom van leerkrachten of een hoger behoud van leerkrachten. 3) Scholen buiten de Randstad-regio die meer functiemix toepassen, hebben meer leerlingen die hogere referentieniveaus behalen dan scholen buiten de Randstad-regio die minder functiemix gebruiken.

Beleid & Organisatie
(onderwijs)personeelsbeleid, functiedifferentiatie

Het ervaren en onderzoeken van agency vanuit het perspectief van Futures Literacy

Workshop (60 minuten)583Petra Cremers; Hanzehogeschool; Ramila Kafaji Zadeh; Hanzehogeschool; Jitske GulmansWeitenberg; Hanzehogeschool; Indira Day; Universiteit Utrecht; Tim Stevens; Technische Universiteit Eindhoven

Cobbenhagen – C 187do 11:15 – 12:15

Hoger onderwijsinstellingen innoveren hun onderwijs zodat zij studenten kunnen voorbereiden op ‘de toekomst’. Echter, ‘de toekomst’ bestaat alleen in onze verbeelding. Futures Literacy (Miller, 2018) is het vermogen om bewust een verscheidenheid aan toekomsten te kunnen verbeelden en als lens te gebruiken om anders naar het heden te kijken. Miller suggereert dat als je dit vermogen ontwikkelt een new sense of agency kan ontstaan, waarbij je meer mogelijkheden voor keuzes in het heden kunt zien, omdat je je verbeelding oprekt door het bevragen van aannames over de toekomst. We onderzoeken de agency van docenten die het programma Mastering Futures Literacy volgen. Daarbij focussen we op hoe de professional agency van docenten zich verhoudt tot deze new sense of agency. In de workshop zullen we deelnemers kennis laten maken met de beginselen van Futures Literacy en ze laten ervaren hoe dat van invloed kan zijn op hun gevoel van agency. Dat doen we aan de hand van de Polak Game waarin we verkennen hoe je de toekomst ziet en jouw invloed daarop. Deelnemers aan de workshop positioneren zich op kwadranten, vanuit verschillende rollen. Door uitwisseling en reflectie ontwikkelen we inzicht in de relatie tussen agency en Futures Literacy.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Hoger Onderwijs
Agency, Docent Professionalisering, Futures Literacy

Opleiden van wendbare professionals.

Workshop (60 minuten)386Carla Oonk; Wageningen University; Wietske KuijerSiebelink; HAN University of Applied Sciences & Radboudumc Health Academy; Tanja Tankink; HAN University of Applied Sciences; Lotte Bus; HAN University of Applied Sciences

Cobbenhagen – Ruth Firstdo 11:15 – 12:15

Professionals komen steeds vaker nieuwe, ongebruikelijke en complexe situaties tegen in hun werk, mede door maatschappelijke uitdagingen. Dat betekent, dat we in ons onderwijs professionals moeten opleiden die in staat zijn om te kunnen inspelen op deze situaties en bijdragen aan gewenste verandering. Professionals die dit goed kunnen worden in de literatuur aangeduid als adaptieve experts. In onderwijs wordt wel gesproken over wendbare professionals. In deze workshop krijg je inzichten in hoe je de ontwikkeling van wendbaarheid kunt stimuleren door (nieuwe vormen van) werkplekleren, gebaseerd op de resultaten van het 4-jarig onderzoek Adapt at Work. Middels een korte interactieve warm-up over ‘mijn wendbaarheid’, krijg je inzicht in het concept en werksituaties die vragen om wendbaarheid. Vervolgens geven we een korte uitleg over de ontwikkelde tools op basis van onderzoeksresultaten, waarna deelnemers in subgroepen actief aan de slag gaan met één van de tools, om zo hands-on inzichten te krijgen over hoe te komen tot leerwerkomgevingen in het Hoger Onderwijs om de ontwikkeling van wendbaarheid van studenten te stimuleren.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Hoger Onderwijs
Adaptieve expertise, Leerwerkomgeving, Praktijkgericht onderzoek

Controversiële onderwerpen in de klas: hoe docenten verschillen in achtergronden van leerlingen waarderen en benutten (1/4)

Poster: Meedenksessie408Frouke De Wijs; Radboud Docenten Academie

Cube – Kleine foyerdo 11:15 – 12:15

Een belangrijke burgerschapsvaardigheid is dat leerlingen het gesprek aan kunnen gaan met mensen die andere opvattingen hebben dan zijzelf. School kan leerlingen helpen om deze vaardigheid te ontwikkelen middels het bespreken van controversiële onderwerpen in de maatschappijleerles. Het bespreken van deze onderwerpen kan echter ook bestaande scheidslijnen tussen leerlingen versterken, bijvoorbeeld tussen leerlingen met en zonder migratieachtergrond, en de ervaren afstand kan ertoe leiden dat niet alle leerlingen in gelijke mate deelnemen aan een gesprek over gevoelige onderwerpen. Mijn promotieonderzoek aan de Radboud Docenten Academie richt zich op de rol die docenten spelen in het erkennen van de waarde van verschillen in achtergronden van leerlingen. Juist omdat controversiële onderwerpen raken aan de identiteit van de leerlingen, kan de achtergrond van leerlingen gezien worden als waardevolle bron van kennis. Het erkennen van de waarde van verschillen in achtergronden van leerlingen draagt er naar verwachting aan bij dat leerlingen zich bekrachtigd voelen om deel te nemen aan het gesprek over een gevoelig onderwerp en dat zij het perspectief van medeleerlingen erkennen. Tijdens de meedenksessie zal ik de opzet van de eerste studie van mijn promotieonderzoek presenteren en is er ruimte voor feedback hierop.

Onderwijs & Samenleving
Achtergrond van de leerling, Burgerschapsonderwijs, Controversiele onderwerpen

Revitaliseert burgerschapsonderwijs onze democratische rechtstaat? (2/4)

Poster: Meedenksessie733Rieneke Brand; Radboud Universiteit

Cube – Kleine foyerdo 11:15 – 12:15

De Wet verduidelijking burgerschap verplicht scholen in het funderend onderwijs om (over) bepaalde democratische basiswaarden en competenties te onderwijzen en zorg te dragen voor een schoolcultuur die in lijn is met die basiswaarden.

Vanuit een bestuurskundig, onderwijskundig en onderwijsrechtelijk perspectief valt een aantal theoretische en empirische vragen te stellen naar de relatie tussen de bedoelingen van de wetgever en de dagelijkse onderwijspraktijk. Welke verwachtingen heeft de wetgever van de burgerschapsopdracht? Kan het onderwijs wel voldoen aan die verwachtingen? Hoe geven scholen invulling aan de burgerschapsopdracht? Hoe verhouden de veronderstelde ‘basiswaarden van de democratie’ zich tot de inzichten vanuit democratische theorieën dat er juist meerdere democratische waarden zijn, die bovendien onderling tegenstrijdig kunnen zijn?

Aan de hand van een analyse van de wetsgeschiedenis van de burgerschapsopdracht onderzoek ik de aan de wet ten grondslag liggende ideeën over burgerschap en democratie en de impliciete en expliciete verwachtingen van de wetgever ten aanzien van de wet. Daarnaast zal ik ook de huidige wetenschappelijke literatuur over burgerschapsonderwijs bestuderen en onderzoeken hoe deze literatuur zich verhoudt tot die hiervoor genoemde ideeën en verwachtingen. Tot slot hoop ik te onderzoeken hoe verschillende middelbare scholen burgerschapsonderwijs vormgeven en hoe zij in hun onderwijs ‘goed burgerschap’ benaderen.

Onderwijs & Samenleving
Democratie, Onderwijsvrijheid, Waardenpluraliteit

Grip op polarisatie in het wo: een digitaal dialoogplatform als oefenplaats voor perspectiefuitwisseling onder studenten (3/4)

Poster: Meedenksessie747Tjitske De Groot; Universiteit Utrecht

Cube – Kleine foyerdo 11:15 – 12:15

Voor een gezonde democratie is het essentieel om respectvol met elkaar van mening te kunnen verschillen en een constructieve dialoog te kunnen aangaan. In de praktijk is dit behoorlijk uitdagend. Ook in Nederland zien we bezorgdheid over toenemende polarisatie in het publieke debat. Ook op de universiteit komen verhitte debatten voor, bijvoorbeeld over inclusiviteit of discriminatie, waardoor mogelijk onveilige leeromgevingen ontstaan. Dergelijke discussies buiten het klaslokaal houden is vaak geen optie en ook niet gewenst: voor studenten zijn oefenmogelijkheden voor het omgaan met anderen die er verschillende, soms tegengestelde standpunten op nahouden juist essentieel ter voorbereiding op hun toekomstige (werkende) leven.Het huidige project onderzoekt hoe een digitaal dialoogplatform, ontworpen door Civinc, hieraan kan bijdragen. Op het platform gaan deelnemers met tegenstrijdige meningen over een onderwerp – zoals vrijheid van meningsuiting of representatie in de media – in anonieme, één-op-één chats het gesprek met elkaar aan. Door het platform in verschillende UU cursussen te implementeren en evalueren, is bekeken in hoeverre het platform functioneert als oefenplaats voor dialoog en perspectiefuitwisseling onder universiteitsstudenten. In deze postersessie delen we de eerste resultaten en nodigen we deelnemers uit om met ons de dialoog aan te gaan over de implicaties hiervan en mogelijke vervolgstappen.

Hoger Onderwijs
Online dialoogplatform, Perspectiefuitwisseling, Polarisatie, Wetenschappelijk onderwijs

Existentieel welzijn: wat voor jongeren van waarde is. (4/4)

Poster: Meedenksessie768Marije Verkerk; Hogeschool Utrecht

Cube – Kleine foyerdo 11:15 – 12:15

Jongeren in Nederland hebben in toenemende mate last van mentale klachten. Te veel toetsen? Te veel social media? Of hebben zij misschien een zingevingsprobleem? Wat maakt het leven voor hen moeilijk, en wat maakt het de moeite waard? En wat betekent ‘zinvol onderwijs’ in dit kader?Aan de hand van kwalitatief onderzoek kijk ik hoe existentieel welzijn er voor jongeren uitziet. Inzichten uit onderwijspedagogiek, filosofie en existentiële psychologie vormen de theoretische kant van het onderzoek. Voor het empirische deel ga ik in gesprek met leerlingen, studenten, en jonge professionals. Deze poster presenteert de eerste opbrengsten van dit narratieve onderzoek. Voor existentieel welzijn blijken verbinding, voldoening en zingeving cruciale ingrediënten; in de verhalen van respondenten komen waarden naar voren als balans, relaties, rust, perspectief, en (zelf)vertrouwen. De voorlopige resultaten bieden aanknopingspunten om in gesprek te gaan over het belang van diepgaande reflectie in alle soorten onderwijs en de waarden die in ons onderwijsstelsel lijken te zijn vergroeid, zoals succes, meetbaarheid, maakbaarheid en objectiviteit. Meedenkers worden uitgenodigd te delen wat zij herkennen in hun eigen onderwijspraktijk en kritisch mee te denken over hoe deze inzichten onderwijs ‘waarde-voller’ kunnen helpen maken.

Onderwijs & Samenleving
Existentieel welzijn, levensoriëntatie, levensverhalen

Sense of belonging van eerstejaars studenten: een exploratieve studie naar een dynamisch concept (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)321Tamara van Woezik; Radboud Docenten Academie; Paulien Meijer; Radboud Universiteit; Petrie Van der Zanden; Radboud Universiteit

Cube 15do 11:15 – 12:15

Het welzijn van studenten in het hoger onderwijs staat onder druk, waardoor ze mogelijk afhaken of uitvallen. Sense of belonging kan het welzijn vergroten. Sense of belonging houdt in dat studenten steun en verbondenheid ervaren op de campus, en ervaren dat ze ertoe doen en er om ze gegeven wordt door de academische omgeving. Recentelijk wordt geargumenteerd dat sense of belonging niet vaststaat, maar dynamisch en gesitueerd is. In dit onderzoek beogen we grip te krijgen op dit dynamische karakter, door te onderzoeken hoe de ontwikkeling van sense of belonging verloopt bij eerstejaarsstudenten in het eerste semester, en welke ervaringen cruciaal zijn in deze ontwikkeling. Data zijn verzameld bij 11 eerstejaarsstudenten in december 2022 – januari 2023 middels semigestructureerde interviews met technieken als storyline en metaforen. Deze interviews zijn met thematische analyse gecodeerd. De resultaten laten zien dat de ontwikkeling van sense of belonging ofwel geleidelijk kan gaan, ofwel met pieken en dalen. Daarnaast kunnen studenten verschillende drijfveren hebben (bijv. sociale verbondenheid, persoonlijke ontwikkeling of identificatie met het beroep), waardoor vergelijkbare situaties toch anders beleefd worden, of andere ervaringen betekenisvol zijn. Het onderzoek geeft meer inzicht in het dynamische karakter van sense of belonging en biedt handvatten voor mogelijke interventies.

Hoger Onderwijs
eerstejaars studenten, kwalitatief onderzoek, sense of belonging

Student perspectieven op co-reguleren van adaptieve expertiseontwikkeling tijden werkplekleren (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)437Anne Khaled; HAN University of Applied Sciences; Martine van Rijswijk; Universiteit Utrecht

Cube 15do 11:15 – 12:15

Van professionals wordt verwacht dat zij zich kunnen aanpassen aan veranderingen, innovatief en creatief kunnen werken en aan maatschappelijke vraagstukken kunnen bijdragen. Studenten kunnen deze adaptieve expertise (AE) ontwikkelen door te werken in een authentieke omgeving aan uitdagende en complexe taken. In dit onderzoek staat de begeleiding van AE en de behoefte hieraan vanuit het studentperspectief centraal. Daarvoor wordt gekeken naar hoe opleiders, in de ogen van studenten, deelnemen aan regulerende activiteiten van studenten die bezig zijn met AE vanuit de vraag Wanneer en hoe ervaren HO-studenten co-regulatie voor de ontwikkeling van adaptieve expertise tijdens werkplekleren? Een constante vergelijking van betekenisvolle fragmenten uit 12 focusgroep interviews met studenten laat zien dat AE volgens studenten op verschillende momenten tijdens het werkplekleren wordt aangesproken en dat co-regulatie meerendeels plaatsvindt tijdens de uitvoeringsfase en veel minder tijdens de voorbereiding. Daarnaast zien we dat voor studenten (1) aard van de begeleiding, (2) toegankelijkheid van de begeleider en (3) ruimte maken voor waarderen van functioneren ertoe doen voor co-regulatie.

Hoger Onderwijs
Adaptieve expertise, Begeleiding, Werkplekleren

Een mixed method studie naar de percepties van leerlingen lager onderwijs over teamteachingslessen (1/1)

Paperpresentatie (30 minuten)471Dries Mariën; Universiteit Antwerpen

Cube 16do 11:15 – 12:15

Deze studie heeft als doel inzicht te krijgen in de percepties van leerlingen over teamteaching. Meer specifiek over het lesgeefgedrag van hun leraren en de voor- en nadelen die zij ervaren tijdens teamteaching. Deze studie hanteert een mixed method design waarin vragenlijsten van 428 leerlingen werden geanalyseerd en aangevuld met data uit 15 focusgroepen. Leerlingen geven de hoogste scores voor ‘veilig leerklimaat’ en ‘duidelijke instructie’ in teamteachingslessen en ervaren ‘leerwinst’ en ’toegenomen steun’ als voornaamste voordelen. Leerlingen ervaren echter verwarring wanneer leraren tegenstrijdige of verschillende instructies geven. Grote klassen zijn voor veel leerlingen een storende factor, die tot meer lawaai en chaos leidt. Wanneer de teamteachingslessen gegeven worden in één vaste groep, geven leerlingen voor alle dimensies van effectief lesgeefgedrag en een significant hogere score alsook voor ‘toegenomen steun’, dan wanneer twee klassen worden samen gezet tijdens teamteaching. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de compositie van de klassen tijdens teamteaching er zeker toe doet bij het ervaren van effectief lesgeefgedrag en mogelijke voor- en nadelen door leerlingen zelf.

Leren & Instructie
Effectief lesgeefgedrag, Leerlingpercepties, Teamteaching, Voor en nadelen

Groepsinteracties in de internationale setting: Een vergelijkende case studie in het hoger onderwijs (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)774Marloes Hendrickx; TU Eindhoven

Cube 17do 11:15 – 12:15

Het hoger onderwijs wordt steeds internationaler, waardoor samenwerking plaatsvindt in diverse studententeams. Dit internationale karakter brengt een grote diversiteit aan perspectieven met zich mee, wat een voordeel kan zijn bij samenwerkend leren. Diversiteit brengt echter ook een risico op uitsluiting, vooral wanneer denkbeeldige faultlines (breuklijnen) ontstaan, hypothetische verdeellijnen die een groep in relatief homogene subgroepen opsplitsen. Dit onderzoek exploreert de effecten van verschillende diversiteitsstructuren in groepssamenstelling op de onderlinge interactiepatronen van studenten. De multipele casestudie vergelijkt de interactie en prestaties van drie studentengroepen van dezelfde masteropleiding aan een Nederlandse universiteit. Case 1 had een duidelijke faultline met drie mannelijke Nederlandse studenten en één vrouw uit China, terwijl cases 2 en 3 diverser waren. Groepsinteractie werd gecodeerd op basis van beurten en dialooghandelingen, en sequentiële analyses met orbital decomposition werden uitgevoerd om terugkerende patronen te identificeren. De resultaten tonen aan dat hoewel groepen niet veel verschilden in hun prestaties, uitsluitingspatronen optraden in case 1 die veel minder aanwezig waren in de andere studentengroepen. Deze bevindingen geven aan dat docenten er goed aan doen aandacht te besteden aan mogelijke faultlines bij het vormen van groepen, zodat diversiteit een troef kan worden in plaats van een bron van wrijving of ontevredenheid.

Leren & Instructie
interactieanalyse, Internationalisering, samenwerkend leren

Moeten we weer gaan schrijven met de hand, of mag de laptop blijven? (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)778Jan Engelen; Tilburg University; Marije van Amelsvoort; Tilburg University

Cube 17do 11:15 – 12:15

De vraag of je beter aantekeningen kunt maken op een laptop of op papier, is al langere tijd onderwerp van onderzoek. De algemene tendens is dat het (leer)rendement bij schrijven iets groter is dan bij typen, maar de onderzoeken lijken de laatste tijd ook genuanceerder te worden. Wij dragen bij aan dit debat met een onderzoek waarin een grote, zorgvuldig samengestelde groep leerlingen uit vwo-4 in acht condities aantekeningen maakt, aantekeningen gebruikt en begripstoetsen en zelfbeoordelingen maakt. In een directe en uitgestelde nameting vonden we bij een van de twee colleges dat de leerlingen betere resultaten behaalden wanneer zij aantekeningen met pen en papier hadden gemaakt, dan met de laptop. Bij het andere college zagen we geen verschillen in de manier van aantekeningen maken. Leerlingen waren meer zeker over hun eigen kunnen in de condities waarin met pen en papier gewerkt werd. Bovendien gaven leerlingen meer goede antwoorden op de toets wanneer ze de gemaakte aantekeningen gebruikt hadden door ze te herlezen, dan door de aantekeningen te bewerken. Op de ORD bespreken wij meer gedetailleerde resultaten en mogelijke vervolgstappen.

Leren & Instructie
aantekeningen, schrijven, typen

Besluitvorming van leraren voor differentiatie, pedagogisch redeneren en de rol van de leerling. (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)598Mirjam Heemskerk van der Sprong; De Haagse Hogeschool

Cube 20do 11:15 – 12:15

Dit onderzoek richt zich op de complexiteit die leraren ervaren bij het omgaan met diversiteit in de klas, in lijn met internationale en Nederlandse onderwijsaccenten op differentiatie. Het doel van deze studie is het beter begrijpen van hoe leraren informatiebronnen over leerlingen gebruiken om af te stemmen op verschillen in de klas en of en hoe ze de leerlingen betrekken bij differentiatiekeuzes. Het theoretisch kader benadrukt het belang van inzicht in het pedagogisch redeneren van leraren en adaptief onderwijs en bekijkt differentiatie vanuit curriculum- en leerlinggerichte perspectieven. De onderzoeksvragen richten zich op de gebruikte informatiebronnen en het redeneren van leraren bij differentiatiebeslissingen.Met een mixed-methods aanpak zijn 26 leraren in het basisonderwijs betrokken middels een online vragenlijst en semigestructureerde interviews. De resultaten tonen dat leraren diverse informatiebronnen gebruiken en leerlingen voornamelijk zien als ‘onderzoeksobjecten’ in het proces van afstemmen op verschillen. Leraren benoemen dat praktische beperkingen de actieve betrokkenheid van leerlingen belemmeren en differentiatie gebeurt vooral vanuit een didactisch perspectief.De wetenschappelijke en praktische relevantie van deze studie ligt in verwerven van inzichten die kunnen bijdragen aan het verbeteren van lerarenopleidingen en docentprofessionalisering, zodat leraren ondersteund kunnen worden bij het bewust en beredeneerd afstemmen op verschillen in de klas.

Leraar & Lerarenopleiding
adaptief onderwijs, differentiatie, instructiepraktijken

Ontwerp van (In)formeel Onderwijs rond Duurzaamheid: Factoren die Ontwerpkeuzes van Bètastudenten Beïnvloeden (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)692Ineke Henze; Radboud Universiteit; Hanna Stammes; Radboud Universiteit

Cube 20do 11:15 – 12:15

Groeiende nadruk in (in)formeel bètaonderwijs op wetenschappelijke geletterdheid vraagt van onderwijzenden (bijv. bètadocenten, museumstaf) dat ze hiervoor effectieve leermogelijkheden creëren. Maar, initiatieven om (beginnende) onderwijzenden te ondersteunen in de ontwikkeling van ontwerpvaardigheden hebben wisselend succes. Om meer te leren over factoren die onderwijsontwerp kunnen stimuleren voerden we een multiple casestudie uit in de context van een minor over bètaonderwijs die niet kwalificeert tot bètadocent maar beoogt dat studenten een rol leren spelen in het bevorderen van wetenschappelijke geletterdheid. Twee studenten met minimale onderwijs(ontwerp)ervaring ontwierpen ieder een onderwijsproduct voor een stakeholder en een ontwerpprobleem naar keuze met aandacht voor een duurzaamheidsthema. Via kwalitatieve analyse van ontwerp(tussen)producten, procesrapporten en een interview vonden we zeven thema’s die beschreven hoe externe, persoonlijke en praktische factoren ontwerpkeuzes beïnvloedden. Zo zagen we onder andere dat studenten eigen vakdidactische kennis gebruikten, werden ondersteund door suggesties van ervaren ontwerpers/onderwijzenden en hun ontwerp ook voedden met persoonlijke motivaties rond o.a. duurzaamheid en mogelijke carrières. Hun ontwerpkeuzes werden daarentegen minder geremd door praktische factoren. Wellicht dat de minorcontext, met veel keuzevrijheid waaronder in formeel dan wel informeel onderwijs, studenten juist kansen biedt voor de inzet en mogelijk ontwikkeling van externe en persoonlijke factoren ten behoeve van onderwijsontwerp.

Leraar & Lerarenopleiding
wetenschappelijke geletterdheid

Meertalige taaldidactiek in secundair taalonderwijs – resultaten van een literatuurreview (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)132Irma Westheim; Universiteit van Amsterdam

Cube 21do 11:15 – 12:15

Hoewel meertaligheid op veel scholen in Nederland en daarbuiten een realiteit is, wordt in het voortgezet onderwijs aanvullende taalkundige kennis en vaardigheden van leerlingen onderbenut. Zelfs leraren in (vreemde) talen, van wie mag worden verwacht dat ze zich bewust zijn van de voordelen van meertalige didactiek, beweren dat ze zich niet voorbereid voelen om het meertalige repertoire van leerlingen te valoriseren en meertalige taalleerstrategieën te implementeren om taalbewustzijn en/of doeltaalontwikkeling te stimuleren.Tot nu toe bestaat er geen systematische review van studies die strategieën van meertalige taaldidactiek voor het secundair taalonderwijs en de mogelijkheden daarvan voor ontwikkeling van taalbewustzijn en doeltaalontwikkeling, in kaart brengt. Deze systematische literatuurreview van 38 internationale studies vult de leemte op en geeft inzicht in strategieën van meertalige taaldidactiek die verband houden met taalbewustzijn en doeltaalontwikkeling. De uitkomsten bieden aanbevelingen en praktische handreikingen die een basis kunnen vormen voor een benadering om het meertalig repertoire van leerlingen in het secundair voortgezet (vreemde) taalonderwijs te benutten.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leraar & Lerarenopleiding
(Doel)taalontwikkeling, Crosslinguïstisch taalbewustzijn, Meertalig repertoire, Meertalige taaldidactiek

Meertaligheid op de Hogeschool van Amsterdam: waarde(n)vol opleiden in en voor een taaldiverse stad (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)355Catherine van Beuningen; Hogeschool van Amsterdam; Daniela Polišenská; Hogeschool van Amsterdam

Cube 21do 11:15 – 12:15

Meertaligheid is een gegeven in onze samenleving: voor een derde tot de helft van de kinderen en jongeren is het Nederlands niet hun eerste taal (CBS, 2022). Ook de studentenpopulatie van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en de stage- en beroepscontexten waarin zij terechtkomen, zijn divers en meertalig. Hoewel het valoriseren van meertaligheid bijdraagt aan een inclusief en effectief leer-/ontwikkelklimaat (De Graaf e.a., 2019; Smit, 2022), ligt de focus in het primair- (TeacherTapp, 2021), voortgezet- (Van Beuningen & Polišenská, 2019) en middelbaar beroepsonderwijs (Van Batenburg e.a., 2022) veelal eenzijdig op (de ontwikkeling van) het Nederlands. Er is echter weinig bekend over de omgang met meertaligheid in het Nederlandse hoger onderwijs. Bovendien ontbreekt zicht op de mate waarin opleidingen toekomstige jeugdprofessionals voorbereiden op werken in taaldiverse contexten. Middels een survey en focusgroepgesprekken onderzochten we daarom hoe HvA-opleidingen in het jeugddomein (lerarenopleidingen, Pedagogiek, Social Work, Toegepaste Psychologie) omgaan met meertaligheid. Resultaten laten zien dat er nauwelijks ruimte is voor andere talen dan het Nederlands en dat in curricula aandacht ontbreekt voor beroepssituaties waarin niet iedereen het Nederlands (goed) beheerst. We concluderen dat er voor opleidingen een ontwikkelopdracht ligt om studenten waarde(n)vol op te leiden voor en in een taaldiverse stad.

Hoger Onderwijs
(toekomstige) jeugdprofessionals, meertaligheid, opleiding/opleiden, taaldiversiteit

Lerarenopleidingen: de competenties voorbij

Workshop (60 minuten)63Stijn Dhert; KU Leuven Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

Cube 36do 11:15 – 12:15

Lerarenopleidingen en competenties vormen een langlopend huwelijk, dat niet meer in vraag gesteld wordt en waarvan niemand meer weet hoe de liefde ooit is kunnen ontstaan. Zowat alle lerarenopleidingen worstelen sinds de introductie van het competentiedenken met de operationalisering en instrumentalisering van competenties in overzichtelijke doelstellingen, werkbare ontwerpen, concrete praktijken en faire evaluaties. Steeds opnieuw kenmerken deze uitwerkingen zich door ‘veradministrering’ en ‘fragmentatie’, ‘proceduralisering’ en ‘detaillisme’, waarbij het doel van een meer geïntegreerde en holistische benadering keer op keer onderuit wordt gehaald.We stellen een alternatief voor ‘voorbij de competenties’: een conceptualisering van het onderwijzen en het leraarschap aan de hand van ‘brede triadische disposities’. Aan de hand van de eigen praxis van de educatieve master gedragswetenschappen bij KU Leuven, wordt verduidelijkt waarom we stellen dat deze dispositionele benadering van het lerarenberoep en van de opleiding tot het leraarschap beloftevol lijkt om daadwerkelijk een meer geïntegreerde en holistische benadering te realiseren.

Leraar & Lerarenopleiding
competenties, disposities, lerarenopleiding, pedagogische utopie

Motivatie in het mbo; kunnen we toekomstig uitval al zien aankomen? (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)32Irene Eegdeman; Vrije Universiteit

Cube Z1do 11:15 – 12:15

In het studiejaar 2021-2022 verlieten 30.242 mbo-studenten voortijdig de opleiding, het hoogste aantal in tien jaar. Onderzoek toont aan dat voortijdig schoolverlaten lastig bij de start van de opleiding te voorspellen is, maar na enkele weken verbeteren de voorspellingen. Weten wat er in deze eerste weken van de opleiding gebeurd is van cruciaal belang, zodat passende interventies tijdig ingezet kunnen worden. Deze studie onderzocht de eerste negen weken van de mbo-opleiding en focuste op academische en sociale integratie, motivatie en verwachtingen als factoren voor uitval.De resultaten laten zien dat studenten die tot de laatste week in onze studie bleven een lagere kans hadden op uitval. Verschillen in academische integratie en verwachtingen waren al zichtbaar in week 2-3. De vragenlijst bleek ook voorspellend vanaf week 2-3. Deze studie benadrukt het cruciale belang van deze eerste weken, suggererend dat het zaadje voor uitval mogelijk al in de tweede of derde week wordt geplant. Dit inzicht is waardevol voor het ontwikkelen van tijdige interventies en het verminderen van uitval in het mbo.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
Eerste negen studieweken, MBO, Motivatie, Studiesucces

Motivatielek bij VMBO leerlingen: Een onderzoek naar dalende motivatie vanuit zelfdeterminatietheorie perspectief (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)625Sanne Simons; Open Universiteit

Cube Z1do 11:15 – 12:15

Onderzoek wijst uit dat gedurende het voortgezet onderwijs (vo) de motivatie bij veel leerlingen daalt, wat het leren negatief kan beïnvloeden. Een van de meest prominente motivatietheorieën van dit moment is de zelfdeterminatietheorie. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in kwaliteit van motivatie op basis van de natuurlijke drive om te willen leren. De docent kan de motivatie van leerlingen bevorderen door de drie psychologische basisbehoeften (i.e., autonomie, competentie, verbondenheid) te ondersteunen. Dalende motivatie per schooltype en de oorzaak hiervan is nauwelijks onderzocht. Het doel van dit onderzoek is om motivatieverschillen onder verschillende schooltypes in kaart te brengen en de mate waarin de psychologische basisbehoeften worden vervuld of gefrustreerd. Uit een vragenlijststudie onder vo-leerlingen (n = 1440) bleek dat tweede tot en met vierde klasleerlingen een lagere autonome motivatie hadden dan brugklasleerlingen, ongeacht schooltype. Ook bleek dat vmbo-leerlingen minder gemotiveerd waren dan vwo leerlingen, gemedieerd door lagere bevrediging van de psychologische basisbehoeftes autonomie en competentie spelen. Het verschil is groter tussen vmbo en vwo ten opzichte van vmbo en havo. Uit de focusgroepstudie onder mbo-studenten (N = 18) bleek dat naast de invloed van psychologische basisbehoeftes op motivatie ook vrienden, het onderwijssysteem, negatieve beeldvorming en huisvesting van invloed zijn op motivatie.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
Beroepsonderwijs, Motivatie, Voortgezet onderwijs, Zelfdeterminatietheorie

Hoe stimuleren we het onderzoekend vermogen van hbo-docenten? Percepties van onderwijsprofessionals (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)183Anna Van der Want; Hogeschool Leiden; Belinda Ommering; Hogeschool Utrecht; Sandra Wagemakers; Avans; Mechteld van Kuijk; Hanzehogeschool Groningen

Esplanada – Blackboxdo 11:15 – 12:15

Door het continu veranderende beroepenveld waartoe opgeleid wordt, is toekomstbestendig hoger beroepsonderwijs (hbo) belangrijk. Docenten met onderzoekend vermogen kunnen bijdragen aan responsief beroepsonderwijs, doordat zij niet alleen zichzelf maar ook het eigen onderwijs blijvend ontwikkelen (Ommering et al., 2023). Docenten met onderzoekend vermogen zijn in staat om te herkennen waar handelingskennis ontbreekt, kunnen deze handelingskennis met een passende grondigheid verwerven én bruikbaar maken voor de eigen onderwijspraktijk (Munneke & Rozendaal, 2023). Door wisselende rollen, de weerbarstige dagelijkse onderwijspraktijk en diversiteit van de hbo-docentenpopulatie, kan het lastig zijn om hier vorm aan te geven. Daarom onderzoeken we welke percepties onderwijsprofessionals hebben over oplossingen om het inzetten van onderzoekend vermogen door hbo-docenten te stimuleren. Data is verzameld door onderwijsprofessionals uit vier hogescholen aan de hand van de kaartjesmethodiek (Andriessen et al., 2022) oplossingen te laten genereren. Deze zijn middels een deductieve template analyse geanalyseerd en geclusterd aan de hand van de vijf dimensies van Munneke et al., (2023). Een diversiteit aan oplossingen is geïdentificeerd, waarbij de ‘reflectieve dimensie’ als zesde dimensie is toegevoegd aan het bestaande raamwerk. Met dit onderzoek zijn directe aanknopingspunten geïdentificeerd om in de praktijk aan de slag te kunnen met het stimuleren van onderzoekend vermogen van hbo-docenten.

Hoger Onderwijs
Docentprofessionalisering, Onderwijskwaliteit, Onderzoekend Vermogen

Voorleven van het onderzoekend vermogen: de spiegelklapkaart (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)758Sjoerd Zoeteman; Fontys HKE; Nanke Dokter; Fontys HKE

Esplanada – Blackboxdo 11:15 – 12:15

Fontys Hogeschool Kind en Educatie stimuleert studenten om hun onderzoekend vermogen te ontwikkelen, essentieel voor leraren in een dynamische en veranderende onderwijscontext. Lerarenopleiders hebben een cruciale rol als voorbeeld en moeten congruent opleiden, waarbij ze het onderzoekend vermogen voorleven aan studenten. Om docenten bewust te maken van hun eigen onderzoekend vermogen en studenten te helpen begrijpen wat dit inhoudt, is een instrument ontwikkeld: de spiegelklapkaart. Deze kaart fungeert als reflectietool voor zowel docenten als studenten. De onderzoeksvragen richten zich op de bewustwording bij docenten en het nut voor studenten. Evaluaties tonen positieve resultaten onder bachelor- en masterdocenten, en verdere analyses volgen. Wetenschappelijk gezien beoogt het project de theorie over de voorbeeldrol van docenten in onderzoekend vermogen aan te vullen, terwijl het praktisch een waardevolle tool biedt voor HBO-docenten om hun onderzoekend vermogen te verbeteren en te tonen.

Leraar & Lerarenopleiding
Congruent opleiden, Voorbeeldrol docent

Samen onderzoek doen binnen een lerend netwerk

Alternatieve presentatievorm (60 minuten)289Chiel van der Veen; Windesheim University of Applied Science; Martine Broekhuizen; Universiteit Utrecht; Lara Engelsman; Windesheim; Karin van Look; Universiteit Utrecht; Sui Lin Goei; Windesheim University of Applied Sciences; Loes van Wessum; Windesheim

Koopmans – K 1201do 11:15 – 12:15

Lerende netwerken worden steeds vaker gebruikt als professionaliseringsstrategie. Om tot goede leerprocessen te komen is de rol van de procesbegeleider onontbeerlijk. We presenteren een onderzoek naar de interventies die procesbegeleiders hebben ingezet om twee belangrijke aspecten binnen het lerend netwerk te ontwikkelen: psychologische veiligheid en onderzoekend werken. Vervolgens ontwikkelen we met de deelnemers een model waarin we nagaan welke vergelijkbare interventies door andere actoren binnen het lerend netwerk benut kunnen worden, zodat deze elkaar versterken.

Leraar & Lerarenopleiding
onderzoekend werken, professionele ontwikkeling, psychologische veiligheid

Aan de slag met werkzame elementen voor binding & welzijn in het onderwijs

Workshop (60 minuten)286Annegien Langeloo; Hanzehogeschool

Koopmans – K 1206do 11:15 – 12:15

In het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), gericht op het terugdringen van leervertragingen na de coronapandemie, heeft een consortium van mbo-, hbo- en wo-instellingen onderzoek gedaan naar de werkzame elementen in NPO-aanpakken gericht op het vergroten van binding en welzijn van studenten. Er zijn focusgroepen gehouden met zowel onderwijsprofessionals als studenten. Hieruit zijn zestien werkzame elementen naar voren gekomen die gebruikt kunnen worden in het onderwijs. Daarnaast zijn er zes casussen uitgewerkt waarin de werkzame elementen toegepast worden in het onderwijs. Deze onderzoeksuitkomsten zijn verwerkt in interactieve website. Deze website, die tijdens de ORD wordt gepresenteerd, stelt onderwijsprofessionals in staat specifieke werkzame elementen te gebruiken om binding en welzijn in hun onderwijs te verbeteren. Tijdens de workshop zullen deelnemers actief aan de slag gaan met de website aan de hand van een casus uit de eigen praktijk. Met behulp van de werkzame elementen worden oplossingen ontworpen met als doel de sociale binding en welzijn van studenten in het eigen onderwijs te versterken.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Hoger Onderwijs
Binding, Welzijn

Feedback op reflectieprocessen van leerlingen; kloof tussen theorie en praktijk (1/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)278Josine Görtzen; Technische Universiteit Eindhoven, Eindhoven School of Education

Koopmans – K7do 11:15 – 12:15

Reflecteren is een belangrijke vaardigheid voor middelbare schoolleerlingen. Bij het vak Onderzoek & Ontwerpen (O&O) stimuleren docenten reflectieprocessen van leerlingen door het geven van feedback. Uit eerder onderzoek blijkt dat O&O-docenten het lastig vinden om procesgerichte feedback te geven.Op basis van literatuur is een professionaliseringstraject (Collaboratieve Docent Reflectie, CDR) ontwikkeld om docenten te ondersteunen bij het leren geven van procesgerichte feedback. Tien O&O-docenten volgden het CDR-traject: persoonlijke leerdoelen werden geformuleerd en elke docent koos één focusklas waarbij aan dit leerdoel werd gewerkt. Hiervan werden video-opnames gemaakt en binnen een leergemeenschap besproken. De leergemeenschappen (drie in totaal) kwamen drie keer samen. Het CDR-traject werd onderzocht met opnames van docentgesprekken, een ‘presentation of learning’ en een vragenlijst. Dezelfde vragenlijst werd ook aan leerlingen (n=164) voorgelegd. Ontwerp van het CDR-traject en meetinstrumenten zijn gebaseerd op drie theoretische feedbackmodellen.Echter, uit de data-analyse komt naar voren dat docenten niet/nauwelijks in deze theoretische nuances denken en handelen. Het rondetafelgesprek biedt deelnemers meer uitleg over het professionaliseringstraject, met stellingen rondom het combineren van theoretische modellen met de data-analyse: Wat is belangrijk in de vertaalslag tussen theorie en praktijk?

Leraar & Lerarenopleiding
dataanalyse, kloof tussen theorie en praktijk, procesgerichte feedback, reflectie

Het in kaart brengen van de vakdidactische ontwikkeling van geschiedenisdocenten in opleiding. (2/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)279Hanneke Tuithof; Hogeschool Utrecht; Wouter Smets; Erasmus University Rotterdam; Tim van der Heiden; Hogeschool Utrecht

Koopmans – K7do 11:15 – 12:15

Het ontwikkelen van vakdidactische kennis bij docenten in opleiding is een ingewikkeld proces. Uit eerder onderzoek blijkt dat sommige aspecten zich sneller ontwikkelen dan andere. In dit onderzoek volgen wij 12 docenten in opleiding en kijken wij naar hun vakdidactische ontwikkeling. Dit doen wij door afnemen van diepte interviews over hun lesvoorbereiding, daarnaast hebben de docenten in opleiding een onderdeel van een schoolboek geanalyseerd. De data die hierbij is opgehaald gebruiken wij om een vakdidactisch portret te maken van de docenten in opleiding. Een jaar later hebben er nieuwe interviews plaats gevonden en ook hier zijn vakdidactische portretten van gemaakt. Door middel van deze portretten proberen wij de vakdidactische ontwikkeling in kaart te brengen om zo te zien welke interacties en activiteiten het meest hebben bijgedragen aan deze ontwikkeling.

Leraar & Lerarenopleiding
docenten in opleiding, doelgericht werken, vakdidactische ontwikkeling

Measuring adaptive expertise: conceptual and developmental issues. (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)628Loek Nieuwenhuis ; Han; Tom de Laat; Han

Simon – S8do 11:15 – 12:15

Dit deel onderzoek komt voort uit eerder onderzoek van het onderzoeksproject Adapt at Work. Een project gericht op het verkennen van het concept van adaptieve expertise en hoe adaptieve expertise zich ontwikkeld. Adapt at work wordt uitgevoerd door een door een consortium van elf Nederlandse hogescholen en universiteiten onder leiding van de HAN en de RUMC. Deze paperpresentatie is gericht op het meten van adaptieve expertise middels drie instrumenten (D-ADAPT van Oprins, de Adaptability Scale van Van Dam en de Adaptive Expertise Inventory van Bohle-Carbonell). Door middel van een factor analyse is getoetst of de instrumenten hun stabiliteit behouden. Wat blijkt is dat ze dit met uitzondering van de Adaptive Expertise Inventory netjes doen. Daarnaast waren we geïnteresseerd of er een bepaalde overlap was tussen deze instrumenten. Wat logisch zou zijn, aangezien ze allen claimen hetzelfde te meten. Een factor analyse met alle instrumenten toont echter dat de instrumenten geen overlappende factoren bevatten en netjes van elkaar gescheiden zijn. Dit zou impliceren dat elk instrument toch iets anders meet. Als laatste is onderzocht of deze instrumenten gebruikt kunnen worden om veranderingen in adaptieve expertise te meten. Uit ons onderzoek is gebleken dat inderdaad mogelijk is.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Hoger Onderwijs
curriculumontwikkeling, professionele ontwikkeling

Een multilevel perspectief op binnenklasdifferentiatie (BKD): een valideringsstudie (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)745Antje Kenis; Universiteit Antwerpen

Simon – S8do 11:15 – 12:15

Het onderwijs wordt geconfronteerd met zorgen over de kwaliteit naar aanleiding van dalende leerlingprestaties en uitdagingen zoals inclusie. Deze kwesties benadrukken het belang van binnenklasdifferentiatie (BKD), een aanpak door leraren om tegemoet te komen aan de diverse leerbehoeften van alle leerlingen. Het nastreven van BKD brengt uitdagingen met zich mee, niet alleen voor individuele leraren, maar ook de school als geheel. Hoewel BKD cruciale implicaties heeft op zowel leraar- als schoolniveau, hebben eerdere studies een gefragmenteerde aanpak gehanteerd. Dit onderzoek richt zich op deze lacune en ontwikkelde een comprehensieve vragenlijst rond BKD als een multilevel vraagstuk. Na de validering van het meetinstrument, via exploratieve en confirmatieve factoranalytische technieken, kon de operationalisering van de geïntegreerde kenmerken van BKD bevestigd worden, alsook de constructvaliditeit en betrouwbaarheid van de schalen. Deze vragenlijst kan dienen voor zelfevaluatie doeleinden, maar ook voor administratieve autoriteiten voor controledoeleinden.

Leren & Instructie
binnenklasdifferentiatie, lager onderwijs, vragenlijstvalidering, wiskunde en wetenschappen

Het behoud en vertrek van basisschoolleerkrachten in een grootstedelijke context (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)276Pam De Vries; Vrije Universiteit Amsterdam; Leyla Reches; Afdeling Onderzoek en Statistiek (O&S) van Gemeente Amsterdam

Simon SZ 31do 11:15 – 12:15

Onderzoekers van de Vrije Universiteit en Onderzoek & Statistiek (O&S) van de gemeente Amsterdam hebben een onderzoek uitgevoerd naar welke factoren een rol spelen bij de uitstroom van leerkrachten in het primair onderwijs in de grootstedelijke context. Het doel van dit onderzoek is niet alleen om meer inzicht te krijgen in welke factoren een rol spelen, maar ook hoe die factoren samenhangen met het verloop van leerkrachten. In deze kwalitatieve studie zijn er drie groepen leerkrachten geïnterviewd: leerkrachten die werkzaam zijn in de stad, leerkrachten die buiten de stad zijn gaan werken en voormalige leerkrachten die zijn gestopt met lesgeven in het basisonderwijs. Tijdens het interview wordt er gebruik gemaakt van een card sorting task waarbij leerkrachten aspecten van de lerarenbaan moeten indelen op basis van hoe belangrijk zij dit vinden en hoe tevreden ze er erover zijn. Deze aspecten zijn gebaseerd op het theoretisch model van het behoud en vertrek van leerkrachten van Mason & Matas (2015). Dit onderzoek focust zich op Amsterdam als grootstedelijke context en is onderdeel van het LeraarLab van het Onderwijskennis Netwerk Amsterdam (ONA).

Leraar & Lerarenopleiding
Grootstedelijke context, Lerarentekort, Primair Onderwijs, Uitstroom

Schoolmarkt regio’s om onderwijsbeleid in de breedte te evalueren (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)525Joe Rodd; Dienst Uitvoering Onderwijs

Simon SZ 31do 11:15 – 12:15

Bij beleidsaanpassing of stelselverandering, worden leerlingen zowel direct geraakt (dit van de beleidsinterventie) als indirect geraakt (de leerlingen op andere afdelingen van de school, of op naburige scholen). Vaak wordt bij beleidsevaluatie enkel naar de impact op de leerlingen die direct geraakt worden gekeken, aannemelijk omdat het moeilijk is om te weten welke leerlingen indirect geraakt worden. De impact op de leerlingen die indirect geraakt worden, wordt dan genegeerd.Dit onderzoek introduceert een methode om in te schatten welke leerlingen indirect geraakt worden, door het algoritmisch vaststellen van schoolmarktregio’s die rekening houden met de woon-school reisstromen van VO leerlingen. De onderzoeker kan aannemen dat de rimpelingen van beleidsaanpassingen ophouden bij de grenzen van een schoolmarktregio, en dat door te kijken naar de impact op alle leerlingen binnen deze regio, zij de impact op de effectiviteit van het gehele onderwijsstelsel kan beoordelen. Omdat de regio’s verschillen in omvang, bevolkingssamenstelling en onderwijsstructuren, ontstaan er ook veel mogelijkheden tot natuurlijke experimenten.In de huidige kaart zijn er 79 regio’s die sterk verschillen in omvang en bevolkingssamenstelling, die we zullen delen als open databestand en shapefile, en toelichten bij de presentatie.

Beleid & Organisatie
Evalueren van onderwijsbeleid, Kansengelijkheid, Onderwijsstructuren, Regionale verschillen

Een waarde(n)volle dialoog: stilstaan en doorvragen

Workshop (60 minuten)346Heleen den Herder; Penta Nova; Annemieke Epema; Penta Nova; Henriëtte Hoogenkamp; Penta Nova

Tias – TZ 10do 11:15 – 12:15

Waarden spelen een belangrijke rol in organisaties. Bewust zijn van de eigen waarden en collectieve waarden zorgt voor focus en duurzame keuzes. Dit kan leiden tot meer inzicht in eigen drijfveren en verbinding tussen teamleden. De waarden geven een ‘afwegingskader’ dat gedurende langere tijd helpt bij het nemen van beslissingen. Het voeren van waardengerichte gesprekken is geen ‘common practice’ in het onderwijs. Het vraagt om stilstaan en doorvragen. In deze workshop gaan we aan de slag met de waardengerichte dialoog. Deelnemers ervaren hoe je de dialoog kunt inzetten om op waardenniveau met elkaar in gesprek te gaan. Daarbij maken wij gebruik van het Vierkwadrantenmodel dat ontwikkeld is binnen het lectoraat ‘Leiderschap in waardengericht werken in het onderwijs’ van Penta Nova onder leiding van Wouter Schenke. Dit model biedt inzichten hoe je tot afstemming komt van waarden en handelen van individuen en teams.

Beleid & Organisatie
leraren, schoolleiders, waarden

Biases, diversiteit en positionaliteit: Hoe we tot meer inclusief onderzoek kunnen komen

Workshop (60 minuten)700Marije Lesterhuis; Universitair Medisch Centrum Utrecht; Gisela Van der Velden; Universitair Medisch Centrum Utrecht; Bea Mertens; Universiteit Antwerpen

Tias – TZ 3do 11:15 – 12:15

Sociaalwetenschappelijke onderzoekers zijn minder divers dan veel van de populaties die we onderzoeken. De achtergrond van een onderzoeker bepaalt echter (vaak onbewust) keuzes die we maken, bijvoorbeeld het onderzoekstopic waarmee we affiniteit hebben en methodologische keuzes die soms (ongewild) leiden tot het uitsluiten van alternatieve perspectieven (Secules et al., 2021). Om te waken over de validiteit van onderzoek is het belangrijk kritisch te reflecteren op de invloed van de eigen subjectiviteit en context op het onderzoeksproces (Olmos-Vega et al., 2022), ofwel op onze positionaliteit. Positionaliteit verwijst naar een geheel van verschillende meer zichtbare (bv. etnische afkomst) en verborgen (bv. seksuele voorkeur) demografische identiteiten.In de workshop introduceren van de concepten diversiteit, biases en positionaliteit. Dit stelt de deelnemers in staat om te reflecteren op aspecten die deel uitmaken van hun onderzoeksidentiteit en die dus hun positionaliteit mee vormen. Vervolgens presenteert een van de auteurs de zes fundamentele aspecten van positionaliteit (Secules et al., 2021) en hoe deze in haar onderzoek het proces hebben beïnvloed. Tot slot gebruiken we deze zes aspecten om te reflecteren op mogelijke biases in het eigen onderzoek. Deze worden plenair besproken om, gebaseerd op methodologische literatuur, bruikbare handvatten voor inclusiever onderzoek aan te kunnen reiken.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
Biases, Diversiteit, Methodologie, Positionaliteit

SPOTLIGHT Perspectieven op onderwijsonderzoek in de schoolpraktijk.

Workshop (60 minuten)369Tirsa GuelenSatink; Radboud Universiteit; Errol Ertugruloglu; Universiteit Leiden; Martina van Uum; Radboud Docenten Academie; Annemieke Vennix; Eindhoven School of Education; Loes de Jong; Universiteit van Amsterdam

Tias – TZ 4do 11:15 – 12:15

Ben je lid van de VOR leraar en lerarenopleiding en/of voer je onderzoek uit in de onderwijspraktijk? Denk dan met ons mee in deze workshop over verschillende perspectieven op onderwijsonderzoek in de onderwijspraktijk.

Op scholen wordt onderwijsonderzoek uitgevoerd om meer kennis te verkrijgen over het onderwijs en om op basis van de conclusies het onderwijs te kunnen doorontwikkelen. Bij onderwijsonderzoek op scholen zijn verschillende partijen betrokken die elk vanuit hun eigen perspectief en belangen tegen het onderzoek aankijken.

Deze workshop start met een korte introductie door Helma Oolbekkink-Marchand over onderwijsonderzoek in de schoolpraktijk en verschillende actoren die hierbij betrokken zijn. Vervolgens maken we kennis met verschillende actoren: een promovendus, leraar, schoolleider en student (leraar in opleiding). Zij bespreken verschillende belangen en dilemma’s waar zij mee te maken hebben wat betreft onderwijsonderzoek in de schoolpraktijk.

In het tweede deel van de workshop verdelen de deelnemers zich in groepen en gaan zij aan de slag met één of meerdere van deze dilemma’s. Het doel is om zowel elkaar als elkaars perspectieven te leren kennen en zo meer zicht te krijgen op verschillende standpunten en belangen wat betreft onderwijsonderzoek in de onderwijspraktijk. Tot slot worden de belangrijkste bevindingen per groep met elkaar gedeeld.

Leraar & Lerarenopleiding
Onderwijsonderzoek, Perspectieven, Schoolpraktijk

Onderzoeksplein Onderwijs: hoe werkt het? En wat is de meerwaarde?

Workshop (60 minuten)762Rosanne Zwart; Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek

Tias – TZ 5do 11:15 – 12:15

Het NRO heeft in het kader van NP Onderwijs voor het mbo en ho gewerkt aan het ontwikkelen van een matchingsplatform ‘Onderzoeksplein Onderwijs’. Het Onderzoeksplein Onderwijs is bedoeld als matchingsplatform voor onderzoekers en onderwijsprofessionals. Deze partijen kunnen op het Onderzoeksplein hun idee voor een onderzoek plaatsen. Onderwijsprofessionals (scholen) geven aan welke kansrijke aanpak of innovatie ze graag zouden willen laten onderzoeken. Vervolgens zoeken ze (via het onderzoeksplein) de samenwerking met onderzoekers of andere praktijkprofessionals op. Indien een match leidt tot een onderzoeksvoorstel, dan kan financiering direct worden aangevraagd bij het NRO. Inmiddels is het onderzoeksplein succesvol gebruikt in onderzoek in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs en wordt het ook benut voor andere financieringsinstrumenten van het NRO.In deze interactieve workshop willen we deelnemers graag kennis laten maken met het onderzoeksplein en het gebruik ervan. Hoe werkt het, wat kan je er halen en brengen? Hoe moet je een idee op het plein zetten? Hoe zien eerdere aanvragen er in grote lijnen uit die op basis van de ontmoet op het plein tot stand zijn gekomen? Welke gebruikerservaringen zijn er al om van te leren?

Leren & Instructie
Coconstructie, Innovatie, Matchingsplatform, Verbinden

Praktijkgericht onderzoek verankeren in hybride leeromgevingen

Workshop (60 minuten)324Marielle Stevens; Fontys Hogeschool; Lia Spreeuwenberg; Fontys Hogeschool; Maria Custers; University of Twente

Tias – TZ 8do 11:15 – 12:15

Het hoger beroepsonderwijs (hbo) heeft de afgelopen jaren stevig ingezet op de ontwikkeling van opleider naar kennisinstelling. In potentie leveren hogescholen met praktijkgericht onderzoek een unieke bijdrage aan de kennisontwikkeling van de regio. Die potentie wordt nog niet volledig benut. In de strategische onderzoeksagenda ‘Praktijkgericht onderzoek als kennisversneller’ geeft de vereniging hogescholen vier agendapunten mee waarmee het hbo praktijkgericht onderzoek kan versterken (Mulder et al., 2021). Een daarvan gaat over het verbeteren van de verbinding met onderwijs. Veel hogescholen experimenteren met innovatieve leeromgevingen, zoals professionele werkplaatsen, fieldlabs en leerwerkplaatsen waarin leren, werken en onderzoeken met elkaar verbonden zijn. In deze workshop maken deelnemers op interactieve wijze kennis met drie invalshoeken om onderzoek beter te verankeren in dergelijke ‘hybride leeromgevingen’ die afkomstig zijn uit een multiple casestudy naar de bevorderende en belemmerende factoren bij het verankeren van onderzoek in HLO-curricula.

Curriculum
hbo, Hybride leeromgevingen, Praktijkgericht onderzoek, Responsieve curricula

Motiverend onderwijs met de Motivatie-motor

Workshop (60 minuten)170Lara van Peppen; Avans hogeschool; Peter Verkoeijen; Avans Hogeschool

Tias – TZ 9do 11:15 – 12:15

“Hoe motiveer ik mijn leerlingen?!” is een veelgehoorde vraag in het onderwijs. Je herkent vast die leerling die moeite heeft om in beweging te komen of minimale inspanning laat zien. Of die student waarbij het in de lessen ontbreekt aan een betrokken en actieve houding en die alleen maar lijkt te leren voor een toets. Hoe kan je als docent de motivatie van je studenten aanwakkeren? En welke kennis of handvatten kan je als onderwijsadviseur of -ontwikkelaar aanreiken om het onderwijs motiverend(er) vorm te geven? De Motivatie-motor kan je concreet op weg helpen.

Deze workshop staat in het teken van motiverend onderwijs. Hoe werkt motivatie eigenlijk? Wat is daarover bekend vanuit de leerpsychologie? We benaderen motivatie vanuit de zelfdeterminatie-theorie, die is gebaseerd op de basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid. We verkennen gezamenlijk deze theorie en vertalen deze naar onze eigen onderwijssituaties en ons eigen handelen, met behulp van een wetenschappelijk onderbouwd en praktisch instrument: de Motivatie-motor (ontwikkeld door Avans Hogeschool in samenwerking met diverse onderzoekers). Daarbij maken we ruimte voor intercollegiale uitwisseling.

Leren & Instructie
Motivatie, Zelfdeterminatietheorie

14:45 – 15:45 Postermarkt Vers van de pers

Docentbegeleiding om de ontwikkeling van zelfsturingsvaardigheden in flexibele onderwijscontexten te faciliteren

Poster: Vers van de pers97Debby Weerlink; Fontys Hogeschool

Cube plazado 14:45 – 15:45

Flexibele onderwijscontexten vragen in toenemende mate om zelfsturingsvaardigheden van studenten. Onderzoek laat onvoldoende zien wat het ontwikkelen van zelfsturingsvaardigheden vraagt van docenten en hoe zichtbaar is dat studenten zelfsturingsvaardigheden ontwikkelen. Dit onderzoek richt zich op de begeleiding van en door docenten om de ontwikkeling van zelfsturingsvaardigheden bij studenten te faciliteren.

Hoger Onderwijs
Docentbegeleiding, Zelfregulatievaardigheden, Zelfsturingsvaardigheden

Begrijpend lezen in het basisonderwijs: de rol van persoonlijke interesse

Poster: Vers van de pers108Dianne Venneker; Universiteit Leiden

Cube plazado 14:45 – 15:45

Recente PIRLS-resultaten tonen aan dat Nederlandse basisschoolleerlingen moeite hebben met het begrijpen van teksten. Deze studie heeft onderzocht of interesse in het onderwerp van een tekst lezers motiveert om actiever te lezen, wat mogelijk leidt tot dieper begrip. Kinderen uit groep 7 en 8 (N = 53) beoordeelden hun interesse in twaalf onderwerpen en lazen zes teksten, waarvan ze er drie als het meest interessant hadden bestempeld en drie als het minst interessant. Tijdens het lezen werden hun oogbewegingen geregistreerd met een eye tracker, en na elke tekst beantwoordden ze een aantal begripsvragen. De Cito-scores Begrijpend Lezen werden gebruikt om te onderzoeken of het effect van interesse afhankelijk was van begripsvaardigheid. Resultaten laten zien dat interesse in een onderwerp diep begrip bevorderde, onafhankelijk van het begrijpend leesniveau van de leerling. Voor minder vaardige begrijpend lezers bevorderde het daarnaast ook oppervlakkig begrip. Voorlopige eye-tracking resultaten laten zien dat vaardige begrijpend lezers langere leestijden en totale fixatietijden hadden voor de minst interessante teksten dan voor de meest interessante teksten. Voor minder vaardige begrijpend lezers had interesse geen invloed op hun oogbewegingen. Deze uitkomsten ondersteunen het belang van persoonlijke interesse bij het bevorderen van tekstbegrip.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leren & Instructie
Begrijpend lezen, Oogbewegingen, Persoonlijke interesse

Worden wie je bent: een actieonderzoek naar keuzevrijheid in het onderwijs

Poster: Vers van de pers190Niels Van Kleef; Movisie; Stella Ten Haaft; Movisie; Laura Jak; Movisie

Cube plazado 14:45 – 15:45

Deze poster deelt inzichten opgedaan met actieonderzoek op een voortgezet onderwijs vmbo-school. De onderzoeksvraag die centraal staat is: Hoe kunnen leerlingen een sociaal veilige ruimte krijgen om hun eigen interesses en talenten te volgen zonder hinder van rolpatronen? Uit verschillende onderzoeken blijkt dat rolpatronen die beschrijven hoe jongens en meiden zouden moeten zijn en hoe zij zich horen te gedragen, de vrije ontwikkeling van interesses en talenten van leerlingen kunnen belemmeren. De poster laat zien welke aanpassingen onderwijsprofessionals kunnen doen om bij te dragen aan de keuzevrijheid voor het leerlingen door het transformeren van rolpatronen op school en in de samenleving. Het onderzoek deelt zowel wetenschappelijke inzichten over werkzame elementen als praktische handelingsperspectieven die andere onderwijsprofessionals bewust kunnen maken en inspireren zich in te zetten voor keuzevrijheid voor iedereen.

Onderwijs & Samenleving
actieonderzoek, gendertransformatief, keuzevrijheid

Sportfolio: ontwerponderzoek naar een digital portfolio voor lichamelijke opvoeding

Poster: Vers van de pers224Lars Borghouts; Fontys Hogeschool Sport en Bewegen

Cube plazado 14:45 – 15:45

In het ‘Sportfolio-onderzoek’ worden ontwerpprincipes en gebruikersrichtlijnen ontwikkeld voor een effectief te gebruiken digitaal portfolio voor lichamelijke opvoeding (LO) in het voortgezet onderwijs. Middels een participatief co-design aanpak onderscheiden we vier fases: need identification, idea generation, development, en testing. In de afgeronde need identification fase zijn er behoeften en gebruikerseisen vastgesteld die samen met ontwerpprincipes uit de assessment-literatuur de basis leveren om in de volgende fases van het project protoypes te maken en deze in de praktijk te testen en door te ontwikkelen. De eerste resultaten hiervan zullen worden gepresenteerd.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
assessment, digitaal portfolio, lichamelijke opvoeding, ontwerponderzoek

Het definiëren van studentsucces in het hoger onderwijs: een ‘scoping review’

Poster: Vers van de pers326Jorien Vugteveen; Hanzehogeschool Groningen

Cube plazado 14:45 – 15:45

Studentsucces is stevig verankerd als prioriteit in het hoger onderwijs. Ondanks decennia onderwijsonderzoek, is er (nog) geen consensus over wat studentensucces en wat de stand van zaken met betrekking tot studentensucces is: studentensucces wordt geassocieerd met een scala aan concepten en er is sprake van gefragmenteerd bewijs voor werkende (elementen van) interventies gericht op het stimuleren van studentsucces. Het beschikbare bewijs is ongetwijfeld van waarde, maar de gefragmenteerde aard ervan maakt het moeilijk goedgeïnformeerde beslissingen te nemen over de inzet van tijd en geld voor studentsuccesgerelateerde inspanningen. Het doel van onze literatuur review (scoping review) was het definiëren van studentsucces en het inventariseren van gerelateerde factoren. In deze congresbijdrage brengen we in beeld welke elementen de definitie van studentsucces zou moeten omvatten en identificeren we gerelateerde factoren op basis van de bevindingen van onze review van 274 wetenschappelijke artikelen. De bevindingen geven onderwijsprofessionals handvatten voor een meer holistische interpretatie van studentsucces, zodat zij gerichtere interventies kunnen implementeren en het effect daarvan nauwkeuriger in kaart kunnen brengen.

Hoger Onderwijs
Student journey, Studiesucces

One size does not fit all: informele en formele activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van mbo-docenten

Poster: Vers van de pers330Marjanne Hagedoorn; Open Universiteit

Cube plazado 14:45 – 15:45

In het mbo spelen docenten een sleutelrol in het meebewegen met een steeds veranderende omgeving. Zij moeten zich professioneel blijven ontwikkelen om bij te dragen aan goed middelbaar beroepsonderwijs. Dit longitudinale onderzoek richt zich op het in kaart brengen van formele en informele activiteiten die volgens ervaren mbo-docenten bijdragen aan hun professionele ontwikkeling. In deze studie zijn 26 ervaren mbo-docenten tweeënhalf jaar gevolgd. Zij hebben via learner reports 386 activiteiten beschreven die bij hebben gedragen aan hun ontwikkeling. Deze activiteiten zijn geclusterd in zes informele activiteiten en vijf formele activiteiten en voorzien van concrete voorbeelden van hoe deze eruitzien binnen de context van het mbo. Inzichten uit dit onderzoek leveren aanbevelingen voor professionaliseringsbeleid en -vormgeving.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
Ervaren docenten, Learner reports, Middelbaar Beroepsonderwijs

Thuistalen een plek met de meertalige Voorleesrobot

Poster: Vers van de pers336Rianne van den Berghe; Hogeschool IPABO

Cube plazado 14:45 – 15:45

De Voorleesrobot is een sociale robot die in dit onderzoek gebruikt wordt om meertalige kleuters in hun thuistaal voor te lezen, zodat hun thuistalen actief betrokken worden in het onderwijs. Voor de (taal)ontwikkeling van meertalige kinderen is het gunstig als zij hun thuistaal actief mogen gebruiken op school, maar dit blijkt in de praktijk niet altijd even eenvoudig te realiseren. Het doel van het project is om te onderzoeken of technologie een bijdrage kan leveren hieraan.In het experiment wordt de robot als pre-teachingactiviteit ingezet en wordt onderzocht hoe de robot en zijn gebruik van thuistalen woord- en verhaalbegrip en betrokkenheid tijdens het voorlezen beïnvloedt. De resultaten zijn op het moment van indienen nog niet bekend, maar worden tijdens de ORD gepresenteerd. Door dit onderzoek wordt meer bekend over de mogelijke meerwaarde van technologie om thuistalen te integreren in het onderwijs, wordt het belang van de inzet van thuistalen onder de aandacht gebracht, en worden handvatten geboden voor verdere ontwikkeling van sociale robots voor het onderwijs.

ICT in Onderwijs & Opleiding
meertaligheid, robots

Waarde(n)volle onderwijsactiviteiten ter versoepeling van doorstroming van mbo naar hbo

Poster: Vers van de pers340Jorien Vugteveen; Hanzehogeschool Groningen; Centrum voor Talent en Leren

Cube plazado 14:45 – 15:45

In 2012 hebben de mbo- en hbo-instellingen in Noord-Nederland (Groningen, Friesland, Drenthe) de handen ineengeslagen om de doorstroom van het mbo naar het hbo te versoepelen. Daartoe zijn zowel in het mbo als in het hbo onderwijsactiviteiten ontwikkeld. In het mbo zijn die activiteiten bedoeld om studenten te helpen bij het maken van een keuze voor na diplomering: doorstroom naar het hbo, instroom in het werkveld of anders (bijv. een tussenjaar). In het hbo zijn die activiteiten bedoeld om (mbo-)studenten zacht te laten landen in hun nieuwe opleiding / onderwijsomgeving. Doormiddel van een driejarig onderzoeksproject zoeken onderwijs(beleids)- en onderzoeksprofessionals van de betrokken onderwijsinstellingen antwoord op de vraag: Wat is het effect op studentsucces van (elementen van) deze onderwijsactiviteiten, voor wie, onder welke omstandigheden en waarom? Het onderzoek kent kwalitatieve en kwantitatieve elementen, waaronder longitudinaal vragenlijstonderzoek om de kwantitatieve opbrengsten van de activiteiten in kaart te brengen en interviews met studenten en docenten in het mbo en hbo om een verdiepend beeld te schetsen van de ervaringen met en opbrengsten van de activiteiten. In deze congresbijdrage schetsen we een beeld van wat gezamenlijke onderwijsactiviteiten hebben opgeleverd en wat de betrokken en andere onderwijsinstellingen met die opgedane kennis kunnen.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Hoger Onderwijs
Hoger beroepsonderwijs (hbo), Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)

Keuzemodules in het hoger beroepsonderwijs: kwalitatief onderzoek naar de keuzefactoren en het keuzeproces van studenten

Poster: Vers van de pers419Peter Verkoeijen; Avans Hogeschool

Cube plazado 14:45 – 15:45

In het hoger beroepsonderwijs (hbo) veranderen instellingen hun onderwijsprogramma’s om tegemoet te komen aan de behoeften van een veranderende studentenpopulatie en beroepenveld. Zo creëren zij steeds meer mogelijkheden voor flexibele leertrajecten, onder andere door studenten de vrijheid te geven de inhoud van hun studietraject deels zelf te bepalen via modulaire curricula. Er is echter nog weinig bekend over hoe hbo-studenten het keuzeproces doorlopen en welke factoren daarin een rol spelen. Het huidige onderzoek is uitgevoerd om daar meer inzicht in te verkrijgen. Achttien hbo-studenten die een opleiding volgden in het economische domein kregen 4 fictieve, maar realistische modulebeschrijvingen voorgelegd. Aan iedere deelnemer werd gevraagd om zich in te beelden dat zij een keuze uit een van deze modules dienden te maken voor hun opleiding en hun werd gevraagd om 1 van de modules te kiezen. Het keuzeproces en de keuzefactoren werden voor iedere deelnemer in kaart gebracht via een semigestructureerd individueel interview. De data van het onderzoek worden momenteel verzameld en geanalyseerd. Tijdens de ORD zullen de resultaten gepresenteerd worden.

Hoger Onderwijs
Keuzeproces, Zelfregulerend leren

Oekraïners in het Nederlandse onderwijs, van tijdelijke opvang naar duurzame deelname

Poster: Vers van de pers494Koen van der Ven; SEO Economisch Onderzoek

Cube plazado 14:45 – 15:45

Door de uitbraak van de oorlog in Oekraïne, zijn er veel Oekraïense kinderen richting Nederland gekomen. Deze kinderen moesten in korte tijd een plek in het onderwijs krijgen, waar de bestaande nieuwkomersvoorzieningen niet voldoende capaciteit voor hadden. Er is daarom een tijdelijke onderwijsvoorziening geïntroduceerd. De situatie rondom Oekraïense kinderen in het Nederlandse onderwijs wordt gemonitord en geëvalueerd, waarbij de toegankelijkheid van het onderwijs en de onderwijskwaliteit in ogenschouw worden genomen. Het onderzoek bekijkt de situatie vanuit verschillende perspectieven (beleidsmakers, het onderwijs, Oekraïense kinderen/ouders) met een brede mix aan onderzoeksmethoden (zowel kwalitatief als kwantitatief). Het is een lopend onderzoek waarvan de meest recente resultaten zullen worden gepresenteerd. De resultaten van het onderzoek gebruikt OCW om beleid te formuleren rondom nieuwkomersonderwijs, zoals de nieuwe wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen.

Onderwijs & Samenleving
Nieuwkomers, Nieuwkomersonderwijs, Oekraïne

Studenten met financiële zorgen en -problemen en de invloed op hun welzijn en studiesucces; wat is de zorgplicht?

Poster: Vers van de pers544Elisabeth Klinkenberg; Hogeschool Inholland

Cube plazado 14:45 – 15:45

Het aantal jongvolwassenen dat financiële problemen heeft, stijgt ieder jaar. De oorzaken zijn onder andere de coronacrisis, de stijgende energieprijzen en de hoge inflatie. Maar financiële problemen kunnen ook ontstaan door een gebrek aan financiële vaardigheden. Voor studenten kunnen financiële zorgen en -problemen ervoor zorgen dat zij zich minder goed op de studie kunnen richten, studievertraging oplopen of zelfs noodgedwongen met de studie moeten stoppen. Alle onderwijsinstellingen hebben een zorgplicht, maar er is onduidelijkheid over hoe ver de juridische zorgplicht reikt en wat de inspanningsverplichting van de student is. In deze mixed-methods studie wordt de relevante wet- en regelgeving bestudeerd, interviews gehouden met experts, en enquêtes en interviews afgenomen met studenten van hogeschool Inholland over hun financiële zorgen en -problemen. Uit de eerste analyses van de Inholland Studentenwelzijnsmonitor blijkt dat de financiële zorgen van studenten iets zijn gedaald (-9%), maar dat deze zorg het minst hard is gedaald ten opzichte van andere mogelijke zorgen. Verder blijkt uit een aanvullende enquête dat 31% van de deelnemende studenten financiële zorgen en/of -problemen ervaart. Van deze studenten, gaf 9% aan dat dit ook studievertraging tot gevolg had. Tijdens de ORD delen de auteurs graag de uiteindelijke resultaten.

Hoger Onderwijs
Financiële problemen, Studenten, Studentenwelzijn, Studiesucces

Het formatief evalueren van onderzoekend vermogen door hbo-docenten

Poster: Vers van de pers582Els D.S. Goetschalckx; ICLON, Universiteit Leiden

Cube plazado 14:45 – 15:45

Hoewel onderzoekend vermogen steeds meer aandacht krijgt in het curriculum van het hoger beroepsonderwijs (hbo), ervaren hbo-docenten moeilijkheden bij het ondersteunen van de ontwikkeling daarvan. Een werkwijze volgens formatief evalueren zou kunnen helpen. Het is daarom van belang inzicht te krijgen in hoe docenten formatief evalueren benutten om de ontwikkeling van onderzoekend vermogen van hun studenten te stimuleren en welke specifieke problemen ze hierbij ondervinden. In groepsinterviews en reflectiesessies op gegeven feedback zijn de praktijken van docenten besproken, inclusief hun redenen achter hun handelen en opvattingen. Voorlopige resultaten tonen aan dat docenten het moeilijk vinden om een duidelijk beeld te krijgen van hoe onderzoekend vermogen er precies uitziet binnen hun beroepsdomein, wat het geven van gerichte feedback bemoeilijkt. Deze onderzoeksresultaten bieden handvatten voor de professionele ontwikkeling van docenten op het gebied van het formatief evalueren van onderzoekend vermogen en dragen bij aan het wetenschappelijk begrip van het gebruik van formatieve evaluatie in het hoger beroepsonderwijs, specifiek gericht op onderzoekend vermogen.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
Formatief evalueren, Hbodocenten

Formatief handelen in de hbo-praktijk: wat gebeurt er en wanneer werkt het?

Poster: Vers van de pers604Peter Verkoeijen; Avans Hogeschool

Cube plazado 14:45 – 15:45

In het hoger beroepsonderwijs (hbo) is er momenteel veel belangstelling voor formatief handelen. Veel hbo-opleidingen denken na over hoe zij formatief handelen kunnen vormgeven in hun eigen onderwijs. Hoewel er vaak ondersteuning wordt geboden aan docenten over formatief handelen, blijkt dat er behoefte is aan praktijkkennis over het succesvol implementeren van formatief handelen. Het doel van dit onderzoek is om bij te dragen aan kennis over de daadwerkelijke uitvoering in de praktijk, de relatie met zelfstandige voorbereiding van de student en de effecten op leren, motivatie en prestatie van studenten. Dit onderzoek wordt gedaan met 12 opleidingen van Avans Hogeschool die gebruik maken van principes van formatief handelen met behulp van een Inhoudsanalyse en focusgroepgesprekken met docenten en studenten. Op het moment van indienen is de dataverzameling van het onderzoek gestart. Voorlopige resultaten worden gepresenteerd tijdens de postersessie.

Hoger Onderwijs
didactiek, formatief handelen, hbo

Interventies voor navigeren binnen flexibele curricula in het hoger onderwijs: een scoping review

Poster: Vers van de pers613Eveline Kallenberg; Universiteit Utrecht / UMC Utrecht

Cube plazado 14:45 – 15:45

Dit gepreregistreerde scoping review heeft als doel om de huidige literatuur te presenteren over interventies die studenten ondersteunen bij het navigeren door flexibele curricula in het hoger onderwijs, waarbij uitkomstmaten en effectieve kenmerken van de interventies worden onderzocht. Studenten in onze graduate school worden geconfronteerd met uitdagingen bij het navigeren door hun studie die flexibele elementen bevat, wat van invloed kan zijn op hun professionele ontwikkeling en de tijd tot afstuderen. Inclusiecriteria voor deze review omvatten primair en secundair onderzoek in het hoger onderwijs, met nadruk op keuzes over de inhoud en curriculum planning. Het literatuuronderzoek volgt de JBI-methodologie en wordt uitgevoerd in Scopus, Web of Science, ERIC, PsychInfo en PubMed (vanaf 1999 tot heden en Engelstalige publicaties). De screening van titels en abstracts (circa 8.000 artikelen voor verwijderen van duplicaten) wordt gevolgd door full-text onderzoek. De relevante data zullen vervolgens worden georganiseerd en de belangrijkste bevindingen zullen worden samengevat.

Hoger Onderwijs
flexibel curriculum, interventie, keuzes, navigeren

Het belang van ontmoetingen: hbo/wo opgeleide ouders aan zet?

Poster: Vers van de pers618Sara Rubingh; Onderzoek & Statistiek, gemeente Amsterdam; Merel van der Wouden; Onderzoek & Statistiek, gemeente Amsterdam

Cube plazado 14:45 – 15:45

In hoeverre hangt onderwijssegregatie in Amsterdam samen met het onderwijsconcept en denominatie van de school? En hoe ontwikkelt de onderwijssegregatie zich in de stad? In de segregatiemonitor brengt Onderzoek en Statistiek (O&S) de segregatie in het Amsterdamse primair onderwijs in kaart en de ontwikkeling hiervan in de afgelopen tien jaar. Daarvoor wordt gekeken naar de diversiteit van leerlingen in het primair onderwijs: wat zijn de sociaaleconomische kenmerken (opleidingsniveau ouders en inkomen) en herkomst van leerlingen in het Amsterdamse primair onderwijs? Daarnaast bekijken we de diversiteit van de leerlingenpopulatie per school waarmee de schoolsegregatie in beeld komt. Ook wordt er naar een relatieve maat van segregatie gekeken door de segregatie op scholen te vergelijken met de samenstelling van woonbuurten in Amsterdam. De resultaten van de nieuwste monitor worden gepresenteerd.

Onderwijs & Samenleving
Amsterdam, segregatie

Exploring the Implementation of Challenge-based Learning for Sustainability in Secondary Education

Poster: Vers van de pers639Bart Schutte; TU Eindhoven

Cube plazado 14:45 – 15:45

Education that empowers students to address significant global challenges and guides them in understanding how to contribute to solving these issues should have a permanent place in the curriculum. Unfortunately, students in secondary education currently have limited exposure to this in their educational programs. It is crucial for them to comprehend the complexities of these scientific issues and recognize their role in promoting a sustainable future, leading to more informed and responsible citizens (Bayram-Jacobs et al., 2020). In response to these global challenges, often framed as sustainability issues, such as biodiversity and climate change, the educational concept of challenge-based learning (CBL) emerges as a potential solution for addressing these complex, open-ended, and interdisciplinary challenges. This learner-centered educational approach has been gaining prominence in higher education, positioned as a method for students to integrate disciplinary knowledge with the development of transversal competencies while addressing authentic sociotechnical societal problems. However, despite the extensive literature on CBL in higher education, less is known about this approach in secondary education. Therefore, our objective is to develop an instrument that encapsulates the most important characteristics of CBL for secondary education, that could guide teachers in designing and evaluating their educational practices.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Curriculum
Challengebased learning, Education for sustainable development, Educational innovation, Secondary education

Evaluatie van een docentprofessionaliseringsprogramma gericht op nieuwe technologieën in het hbo

Poster: Vers van de pers643Eelco Braad; Hanzehogeschool; Mechteld van Kuijk; Hanzehogeschool Groningen, Lectoraat ‘leren in de leergemeenschap’

Cube plazado 14:45 – 15:45

Hanzehogeschool-docenten van verschillende communicatie(gerelateerde) HBO-opleidingen deden mee aan het Edulab-professionaliseringsprogramma (sept ’23 -feb ‘24). Binnen dit professionaliseringsprogramma voerden docenten een ontwerpgericht onderzoek uit naar een digitale technologie van hun voorkeur (veelal ChatGPT) binnen de eigen onderwijseenheid. Tijdens gezamenlijke bijeenkomsten kregen docenten begeleiding van een inhoudelijk expert op het gebied van digitalisering en onderzoek (tevens co-auteur) en een onderwijskundig procesbegeleider. Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het ontworpen en geïmplementeerde professionaliseringsprogramma en in de leerprocessen en -opbrengsten van de deelnemende docenten alsook de reflecties van de ontwerpers op het programma. Om inzicht te krijgen in de percepties van de ontwerpers v.w.b. het ontwerp en de uitvoering van het programma is er gebruik gemaakt van a) interviews en b) logboeken per bijeenkomst. Om inzicht te krijgen in het gerealiseerde programma zijn deelnemers bevraagd d.m.v. c) interviews. Om inzicht te krijgen in de leerprocessen en -opbrengsten zijn d) korte vragenlijsten per bijeenkomst ingevuld en is er e) een eind-focusgroepinterview gehouden. Tevens zijn twee bijeenkomsten f) geobserveerd door de hoofdonderzoeker. De resultaten worden gepresenteerd tijdens de conferentie.

Hoger Onderwijs
AI, digitalisering, hoger onderwijs

Kennisclips uit DIY-studio: Inzicht in gebruiksvriendelijkheid, docentexpertise en videokwaliteit

Poster: Vers van de pers646Tjark Huizinga; Hogeschool Saxion; Kirsten olde Heuvel; Hogeschool Saxion

Cube plazado 14:45 – 15:45

Binnen blended onderwijs wordt vaak gebruik gemaakt van kennisclips. In de afgelopen jaren zijn Do-It-Yourself-studio’s (DIY-studio’s) ingericht waarbinnen onderwijsprofessionals kennisclips opnemen. Binnen dit onderzoek staan ervaringen over de gebruiksvriendelijkheid van DIY-studio’s, de docentexpertise en videokwaliteit centraal. Gebruiksvriendelijkheid richt zich op de eenvoud van de DIY-studio en de bruikbaarheid van aangeboden instructiematerialen. De docentexpertise maakt inzichtelijk hoe digitaal vaardig gebruikers van de DIY-studio’s zijn. De kwaliteit van de kennisclips richt zich zowel op de technische kwaliteit als op de onderwijskundige kwaliteit. Om de gebruiksvriendelijkheid en docentvaardigheden inzichtelijk te maken is een vragenlijst ontwikkeld. Voor de gebruikersvriendelijkheid is de ‘ease of use’ vragenlijst vertaald naar de context van DIY-studio’s. Voor de digitale vaardigheid is het raamwerk docentcompetenties onderwijs met ICT gehanteerd. De kennisclips zijn op basis van een analyseschema gecodeerd. Eerste resultaten illustreren dat de gebruiksvriendelijkheid positief wordt ervaren. Onderwijsprofessionals uiten variatie in de gewenste ondersteuning tijdens het gebruik van de DIY-studio. Onderwijsprofessionals schatten zich in als gemiddelde tot experts op het gebied van ICT-geletterdheid. Aanvullend vinden ze dat ze snel nieuwe ICT-toepassingen eigen maken en deze ook actief inzetten in het werk. De kwaliteit van de kennisclips wordt nog geanalyseerd en resultaten worden gepresenteerd tijdens de ORD.

Hoger Onderwijs
Blended learning, Kennisclips

Evaluatie van flexibiliseringsinterventies in masteronderwijs

Poster: Vers van de pers653Marjon Baas; Hogeschool Saxion; Tjark Huizinga; Hogeschool Saxion; Chantal Velthuis; Hogeschool Saxion

Cube plazado 14:45 – 15:45

Flexibel onderwijs biedt studenten om meer verantwoordelijkheid te nemen over de invulling van het onderwijs. Binnen het masteronderwijs vragen studenten om meer flexibel onderwijs, vooral binnen modulen, waar behoefte is aan meer flexibiliteit op het gebied van tijd en didactiek van het onderwijs. Specifiek voor de didactiek zien studenten mogelijkheden voor meer variatie in toetsing. Op basis van deze inzichten en de (on)mogelijkheden van docenten en opleidingen zijn aanpassingen doorgevoerd binnen modulen van zeven verschillende mastervarianten, die worden geëvalueerd in dit onderzoek via interviews en semesterevaluaties met studenten en docenten. Hierbij wordt zowel de mate waarin er gebruik is gemaakt van de flexibiliseringsmogelijkheden als de ervaringen met de flexibilisering geëvalueerd. Eerste resultaten illustreren dat studenten vooral gebruik maken van de flexibiliteit voor keuze in toetsing en het meer tijdsflexibel voorleggen van producten voor feedback. Hierdoor hebben studenten het gevoel dat de studielast beter te combineren is met hun werk- en privéleven. Voor docenten geldt dat de geboden beperkte flexibiliteit het onderwijs organiseerbaar houdt. Op basis van de eerste resultaten kan voorzichtig geconcludeerd worden dat het bieden van beperkte flexibiliteit al een bijdrage levert aan de studentbehoeften en bijdraagt aan de uitvoerbaarheid en organiseerbaarheid van het onderwijs voor docenten en opleidingen.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Curriculum
Leereffecten

Practicum van de toekomst: studentinteracties & percepties in online vs. on-campus labvoorbereiding

Poster: Vers van de pers660Sonja van Scheijen; Vrije Universiteit

Cube plazado 14:45 – 15:45

De Covid-19 pandemie leidde tot noodgedwongen online onderwijs, ook voor delen van traditioneel locatiegebondenonderwijs zoals practica. In tegenstelling tot de bredere studentervaring met online lesmomenten, bleek uit evaluaties dat de online experimentvoorbesprekingen van een tweedejaars organische chemiepracticum als zeer waardevol en interactief werden ervaren. Dit leidde tot onze onderzoeksvraag of de online voorbespreking een duurzaam alternatief zou kunnen zijn voor de traditionele campusvariant, vooral in termen van leeruitkomsten, studenttevredenheid en interactie. Dit is vooral interessant in het licht van groeiende studentaantallen in combinatie met een zalentekort.Een uitdaging bij online onderwijs is de transactionele afstand, oftewel de psychologische en communicatieve afstand die wordt ervaren. Om succesvolle online interactie te bevorderen zijn sociale veiligheid, een ondersteunende technische opzet, studentmotivatie en een adequaat onderwijsontwerp van vitaal belang.Voor de vergelijking tussen online voorbesprekingen en de campusvariant is een mixed-methods cross-over experimenteel design toegepast, waarbij studenten afwisselend online en on-campus voorbesprekingen volgden. Interacties zijn geteld en daarnaast zijn studentpercepties verzameld middels vragenlijsten, aangevuld met docentpercepties via semi-gestructureerde interviews. De kwantitatieve en kwalitatieve resultaten zullen gebruikt worden om te bepalen of de online variant een volwaardig alternatief is. We zullen daarnaast aanbevelingen geven voor het inrichten van toekomstbestendig practicumonderwijs.

Leren & Instructie
interactie, online onderwijs, sociale veiligheid, transactionele afstand

Beelden van docenten en studenten over inclusief hoger onderwijs: meervoudige gevalsstudie in Nederland

Poster: Vers van de pers685Tisja Korthals Altes; Windesheim University of Applied Sciences

Cube plazado 14:45 – 15:45

Studenten die verschillen van de norm (“de traditionele student”) ervaren momenteel meer barrières tot studiesucces in het hoger onderwijs. De studentpopulatie wordt steeds meer divers, wat het belang van inclusief hoger onderwijs onderstreept. Docenten spelen een belangrijke rol in het realiseren van inclusief hoger onderwijs, maar ervaren vaak een tekort aan ondersteuning van hun hoger onderwijsinstelling hiervoor. Om docenten te ondersteunen in het realiseren van inclusief hoger onderwijs is het essentieel om te weten wat docenten verstaan als inclusief hoger onderwijs, oftewel wat de beelden van docenten over inclusief HO zijn. Onderzoek over deze beelden zijn echter schaars. Om op dit kennistekort in te spelen is in dit onderzoek verkend welke beelden hoger onderwijs docenten en hun studenten van vier hoger onderwijsinstellingen in Nederland over inclusief hoger onderwijs hebben. Dit door middel van een vragenlijst en (groep)interviews. Met dit inzicht kunnen hoger onderwijsinstellingen, onderzoekers en overheden docenten ondersteunen in het realiseren van inclusief onderwijs.

Hoger Onderwijs
Diversiteit, Docenten

Polarisatie onder Jongeren? De Dynamiek van Attitudepolarisatie op Democratische Kernwaarden.

Poster: Vers van de pers691Nikki Dekker; Universiteit van Amsterdam

Cube plazado 14:45 – 15:45

De afgelopen decennia vertonen een toenemende mate van scherpe tegenstellingen tussen sociale groepen (bijv. Dekker, 2022). Polarisatie wordt gekenmerkt door een multidimensionale verdeeldheid in attitudes, identiteiten en gedrag. Zodra polarisatie democratische basiswaarden ondermijnt, vormt het een ernstige bedreiging voor de democratie (McCoy et al., 2018). Hoewel de wetenschap zich intensief buigt over het polarisatievraagstuk, ligt de focus hoofdzakelijk op volwassenen. De toenemende zorgen over polarisatie vormen met name een uitdaging voor het voortgezet onderwijs, dat jongeren voorbereidt op democratische participatie. Gezien recent Amerikaans onderzoek dat aantoont dat jongeren vergelijkbaar gepolariseerd zijn als volwassenen (Tyler & Iyengar, 2023), is het cruciaal om ook polarisatie onder Nederlandse jongeren te onderzoeken. Deze studie richt zich daarom op het in kaart brengen van gepolariseerde houdingen onder Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs, specifiek gericht op democratische kernwaarden. Het onderzoek richt zich tevens op verklaringen voor polarisatie binnen de school- en klascontext, waaronder individuele verschillen, schoolpositionering en klasklimaat.Data van de 50 deelnemende Nederlandse scholen aan het Adolescentenpanel Democratische Kernwaarden en Schoolloopbanen (2018-2024) wordt gebruikt om de standpunten van Nederlandse leerlingen (n = 3.534) op democratische dilemma’s te onderzoeken. Multilevel Modeling wordt toegepast om de invloed van de school- en klascontext op polarisatie te onderzoeken.

Onderwijs & Samenleving
Burgerschapsonderwijs, Democratische kernwaarden, Jongeren, Polarisatie

Peernetwerkvorming in het hoger onderwijs: De invloed van sense of belonging, studieprestaties en achtergrondkenmerken

Poster: Vers van de pers711Pieter van Lamoen; Erasmus University Rotterdam

Cube plazado 14:45 – 15:45

Het opbouwen van vriendschappelijke en studie-gerelateerde peer netwerken is van belang in de transitie naar het hoger onderwijs. Veel studenten ervaren echter moeilijkheden met de vorming van deze peer netwerken. Eerder onderzoek naar de transitie naar het hoger onderwijs heeft voornamelijk gekeken naar invloed van peer netwerken op bijvoorbeeld studieprestaties en welbevinden, terwijl het proces van netwerkvorming minder onderzocht is. In dit onderzoek wordt daarom gekeken in hoeverre sense of belonging¸ academische prestaties, en achtergrondkenmerken van studenten (i.e., eerste-generatie hoger onderwijs studenten, migratieachtergrond) van invloed zijn op de vorming van vriendschappelijke- samenwerkings- en hulpnetwerken binnen een opleiding. In totaal 247 eerstejaarsstudenten Psychologie hebben op drie momenten in 2022-2023 (september, november, januari) surveys ingevuld met vragen over hun peerrelaties en sense of belonging binnen de opleiding en deze data zijn gekoppeld aan hun studieprestaties en achtergrondkenmerken, zoals geregistreerd in de universiteitsdatabase. Om de invloed van de verschillende factoren op netwerkvorming te onderzoeken wordt gebruik gemaakt van stochastic actor-oriented modelling in RSiena. Resultaten van deze analyses worden begin 2024 verwacht.

Hoger Onderwijs
Academische prestaties, Sociale netwerken, Transitie naar het hoger onderwijs

De universiteit als plek om zelfgekozen vaardigheden te ontwikkelen en hierin ondersteund te worden door docenten.

Poster: Vers van de pers760Heleen van Ravenswaaij; Universitair Medisch Centrum Utrecht

Cube plazado 14:45 – 15:45

Van docenten in het hoger onderwijs wordt steeds vaker verwacht dat ze naast domein specifieke kennis en vaardigheden overdragen, ze ook studenten kunnen ondersteunen in het ontwikkelen van generieke vaardigheden. Voor docenten betekent dit dat zij d.m.v. een coachende rol studenten kunnen ondersteunen in het stellen van specifieke doelen en het werken aan deze doelen. Binnen challenge-based learning (CBL) is het vaak nog onduidelijk hoe docenten dit kunnen doen, waardoor in het huidige paper inzicht geeft in de kenmerken en activiteiten van docenten die hen helpen bij het ondersteunen van studenten. Vier docenten van een CBL-cursus, waarin studenten leerdoelen opstelden en individuele reflectiegesprekken voerden met de docenten, zijn geïnterviewd. De resultaten laten zien dat docenten de reflectiegesprekken vooral gebruikten om met studenten de doelen en groei te specificeren door vragen te stellen. Docenten vonden het belangrijk om een open en nieuwsgierige houding te hebben, eigen ervaringen te delen en studentente vragen het voortouw te nemen. Het hebben van reflectieve discussies en het delen van ervaringen tussen docenten heeft bovendien bijgedragen aan het verbeteren van hun coaching praktijk. Met deze resultaten kunnen toekomstige coaches beter geïnformeerd en geïnstrueerd worden en nagedacht worden over de match tussen docenten en bepaalde onderwijsvormen.

Hoger Onderwijs
Coachende docenten, Doelen opstellen, Generieke vaardigheden

Generatieve AI en het schoolvak Nederlands: Opvattingen van docenten Nederlands

Poster: Vers van de pers783Emmy Stevens; Tilburg University

Cube plazado 14:45 – 15:45

Met de komst van ChatGPT eind 2022, en vergelijkbare AI-applicaties in de maanden daarna, werd generatieve AI in één keer toegankelijk voor het grote publiek, en werd het meteen een onderwerp van gesprek op scholen. Ondanks talloze wetenschappelijke publicaties die de kansen en uitdagingen rond de implementatie van generatieve AI in het onderwijs bespreken, ontbreekt tot nog toe een diepere verkenning van de mogelijkheden voor generatieve AI in het onderwijs, en inzichten uit relevante disciplines, zoals taal- en letterkunde, worden nog niet voldoende benut.De opkomst van generatieve AI is zeer relevant voor het moedertaalonderwijs, omdat de verwerving van lees- en schrijfvaardigheid hierin een prominente positie inneemt en generatieve AI hier waarschijnlijk op van invloed zal zijn. Om ervoor te zorgen dat generatieve AI op verantwoorde wijze wordt geïmplementeerd, is het zaak om theoretische inzichten af te stemmen op praktijkervaringen. In dit surveyonderzoek verkennen we daarom opvattingen van middelbareschooldocenten Nederlands op het gebruik van generatieve AI in het schoolvak door middel van een vragenlijst en focusgroepinterviews. De uitkomsten uit dit onderzoek, samen met theoretische inzichten, gebruiken we om een beter beeld te krijgen van de potentiële impact van generatieve AI op het schoolvak Nederlands en om effectieve leermiddelen te ontwikkelen.

ICT in Onderwijs & Opleiding
docentopvattingen, generatieve AI, schoolvak Nederlands, surveyonderzoek

16:00 – 17:30 Parallelsessie 5

De relatie tussen het studiekeuzeproces en studiesucces in de transitie naar het hoger onderwijs (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)240Lien Demulder; KU Leuven

Cobbenhagen – Aulado 16:00 – 17:30

Eerder onderzoek suggereert dat het studiekeuzeproces het studiesucces in het hoger onderwijs (HO) kan beïnvloeden. Deze longitudinale studie onderzocht hoe exploratieprofielen (zeer actieve, matig actieve, passieve verkenners) samenhangen met de hoeveelheid verworven kennis over het HO en de binding aan de studiekeuze in het laatste jaar van het secundair onderwijs en hoe deze op hun beurt studiesucces in het eerste jaar van het HO voorspellen (n = 5.358). Daarbij werd nagegaan of de aard van de samenhang verschilde tussen academische en professionele bacheloropleidingen. Structural Equation Modelling (SEM) toonde aan dat de exploratieprofielen zowel de hoeveelheid kennis als binding significant voorspelden. Matig en zeer actieve verkenners vertoonden meer binding en meer kennis over het HO dan passieve verkenners. De hoeveelheid kennis had ook een positief direct effect op studiesucces. Er was ook een significant indirect effect van de exploratieprofielen op studiesucces via de hoeveelheid kennis. Multiple-group SEM toonde geen verschillen aan in de structurele paden tussen academische en professionele bachelorprogramma’s, wat de generaliseerbaarheid van het model over de twee soorten programma’s aangeeft. Dit onderzoek toont belangrijke inzichten in de relatie tussen het studiekeuzeproces en studiesucces, waarbij de hoeveelheid verworven kennis over het HO een belangrijke rol speelt.

Hoger Onderwijs
studiekeuze, transitie naar hoger onderwijs

Welke mechanismen van LOB in het vo dragen bij aan een passende studiekeuze? (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)605Nicky de Vries; Vrije Universiteit Amsterdam

Cobbenhagen – Aulado 16:00 – 17:30

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) in het voortgezet onderwijs is bedoeld om leerlingen te helpen bij het navigeren van diverse onderwijs- en loopbaanmogelijkheden, en het leren kennen van hun eigen interesses, vaardigheden en motivaties (Hughes et al., 2016). Een literatuurreview op het gebied van LOB liet zien dat LOB over het algemeen positief bijdraagt aan onderwijsuitkomsten en latere economische uitkomsten. Op basis van deze review is een voorlopige lijst van onderliggende mechanismen opgesteld, maar deze zijn nog niet expliciet onderzocht. Het doel van deze studie was daarom om deze mechanismen te onderzoeken op basis van de (impliciete) kennis van degenen die zich met LOB bezig houden. Twintig individuen (leerlingen, mentoren, decanen, schoolleiders in het voortgezet onderwijs en beleidsadviseurs in het hoger onderwijs) deden mee aan focusgroepinterviews. Met behulp van thematische analyse, identificeerden we zeven mechanismen van effectieve LOB: ervaring en netwerken; ontwikkeling van zelfkennis; contact met ervaren peers; gesprekken met deskundigen; informatievoorziening; ontwikkeling van reflectievaardigheden; en interactieve en activerende activiteiten. Deze mechanismen overlappen grotendeels met de aspecten van effectieve LOB zoals gevonden door Hughes en collega’s (2016). Toekomstig interventieonderzoek moet deze mechanismen bevestigen. De resultaten van deze studie kunnen nu al gebruikt worden in de praktijk als bouwblokken voor een LOB-programma.

Hoger Onderwijs
kwalitatief onderzoek, loopbaanorientatie en begeleiding, studiekeuze

Studiecoaching in thuisgroepen – evaluatie en werkzame principes voor een nieuw model voor studieloopbaanbegeleiding (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)640Rosalien van der Meer; Hogeschool Saxion

Cobbenhagen – Aulado 16:00 – 17:30

Hogescholen willen studenten opleiden tot zelfbewuste professionals die weten wat ze kunnen en willen bijdragen in de beroepspraktijk en maatschappij en die goed voorbereid zijn op een leven lang ontwikkelen. Daarbij krijgt het stimuleren van een sense of belonging van studenten steeds meer aandacht, om studenten onder meer in het kader van studentenwelzijn en succesvol studeren goed te ondersteunen. Saxion heeft mede hierom gekozen voor een nieuwe vorm van studieloopbaanbegeleiding: studiecoaching in thuisgroepen. Een thuisgroep is een vaste groep studenten van dezelfde opleiding, begeleid door een studiecoach. De leeractiviteiten in een thuisgroep zijn gericht op binding met elkaar en de opleiding en persoonlijke, professionele ontwikkeling van studenten. Het onderzoek heeft ervaringen van studenten en studiecoaches met thuisgroepen in beeld gebracht om zo te komen tot werkzame principes voor de inrichting van studiecoaching in thuisgroepen. Er zijn interviews afgenomen onder studenten en studiecoaches van vier opleidingen (zorg en economie). De resultaten leiden tot formulering van werkzame principes op het gebied van de leerinhoud, leeractiviteiten, docentrollen en groeperingsvormen binnen de thuisgroep. Integratie van het programma voor studiecoaching binnen het opleidingscurriculum blijkt daarbij een belangrijk aandachtspunt. De gevonden werkzame principes zijn vertaald naar aanbevelingen voor opleidingen die studiecoaching in thuisgroepen (verder) willen vormgeven.

Hoger Onderwijs
Binding, Persoonlijke professionele ontwikkeling, Studiecoaching, Studieloopbaanbegeleiding

Onderzoekend vermogen van docenten: hobbels en oplossingen identificeren in de onderwijspraktijk (1/2)

Workshop (60 minuten)70Anna Van der Want; Hogeschool Leiden; MarieJeanne Meijer; Hogeschool Windesheim; Maaike Konings; Haagse Hogeschool; Belinda Ommering; Hogeschool Utrecht; Sandra Wagemakers; Avans; Mechteld van Kuijk; Hanzehogeschool Groningen

Cobbenhagen – C 187do 16:00 – 17:30

Benieuwd naar de rol van onderzoekend vermogen voor docenten in de onderwijspraktijk? In deze workshop gaan we hands-on met dit thema aan de slag. Docenten in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger (beroeps) onderwijs bevinden zich namelijk in een dynamische en steeds complexere omgeving. Er wordt steeds meer van docenten verwacht, zoals het bijdragen aan toekomstbestendig onderwijs en het vervullen van een toenemend aantal rollen en taken (bijvoorbeeld grenswerkers/bruggenbouwers). Hoe ga je hier als docent en/of docententeam mee om? Is onderzoekend vermogen van docenten de sleutel tot succes? Met het onderzoekend vermogen van docenten bedoelen we het kunnen herkennen waar handelingskennis ontbreekt om vervolgens met passende grondigheid deze handelingskennis te kunnen verwerven en toepassen in de eigen onderwijspraktijk. In deze workshop gaan we dieper in op percepties van de rol van onderzoekend vermogen voor docenten om vervolgens middels actieve werkvormen (o.a. de Kaartjesmethodiek; Andriessen et al., 2022) na te denken over hobbels en mogelijke oplossingen voor uitdagingen in de onderwijspraktijk. Deze workshop is bedoeld voor docenten, alsook beleidsadviseurs, onderzoekers en andere stakeholders rondom docentprofessionalsering. Er wordt een verbinding gelegd met eigen professionele beroepssituaties, wat helpt om tot concrete inzichten te komen en dit vermogen in de eigen onderwijspraktijk te versterken.

Hoger Onderwijs
Docentprofessionalisering, Onderwijskwaliteit, Onderzoekend Vermogen, Wendbaarheid

Onderwijsstrategieën en self-efficacy beliefs van universitaire docenten (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)265Irene Douwesvan Ark; Rijksuniversiteit Groningen

Cobbenhagen – C 187do 16:00 – 17:30

Onderwijsstrategieën van universitaire docenten zijn belangrijk omdat deze gerelateerd zijn aan het leren van studenten. Self-efficacy beliefs (overtuigingen van zelfeffectiviteit) zijn nodig voor de toepassing van effectieve strategieën, waarin zowel docent- als studentgerichte strategieën tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn. Ons doel is om verschillende profielen van docenten met onderwijsstrategieën te identificeren en vervolgens inzicht te geven in verschillende self-efficacy beliefs tussen deze profielen. In totaal vulden 312 universitaire docenten de Approaches to Teaching Inventory en de UNIversity Teacher Self-efficacy Scale in. Latente profielanalyse werd gebruikt om de profielen te identificeren. Een variantieanalyse werd gebruikt om verschillen in self-efficacy beliefs te onderzoeken. We vonden vier verschillende profielen, waarvan er drie een gematigde of hoge studentgerichte aanpak bevatten. De bevindingen tonen verder aan dat docenten die studentgerichte onderwijsstrategieën hanteren ook hogere self-efficacy beliefs hebben. Deze bevindingen ondersteunen de identificatie van verschillende profielen van universitaire docenten.

Hoger Onderwijs
Onderwijsstrategieën, Selfefficacy beliefs, Universitaire docenten

Effecten van kritisch denken in het literatuuronderwijs (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)110Gepco De Jong; Tilburg University

Cobbenhagen – Ruth Firstdo 16:00 – 17:30

De workshop ‘Effecten van kritisch denken’ geeft inzicht in het vakinhoudelijke concept van kritisch denken en de impact en effecten van het gebruik van dit instrument op het denkproces van leerlingen. Kritisch denken kan leerlingen helpen diep na te denken over een literaire tekst en de relatie van literatuur met haar sociale context. Door bewust te werken vanuit een intuïtieve reactie naar een beredeneerd oordeel, ervaren leerlingen hoe kritisch denken hun denkproces kan verdiepen. Daarbij reflecteren leerlingen op de verschillende denkstappen en de effecten die kunnen optreden. Met kritisch denken kan de docent de leerlingen binnen vier domeinen ondersteunen: kennis over literaire conventies, kritisch denken als academische vaardigheid, het begrip van het individuele denkproces en burgerschap. Na een theoretische inleiding wordt de deelnemers gevraagd een tekstfragment te lezen dat betrekking heeft op de maatschappelijke thema’s kunstmatige intelligentie en racisme. Vanuit een eerste reactie op de tekst wordt door een gezamenlijke analyse van sociale context, inhoud en vertelwijze toegewerkt naar een beargumenteerd oordeel. De output van dit denkproces wordt vervolgens vergeleken met de resultaten van een interventie bij leerlingen. De afsluitende discussie van de workshop richt zich op docentverwachtingen over burgerschapsvorming en de rol die literatuuronderwijs hierin kan en mag spelen.

Leren & Instructie
Kritische denkvaardigheden, Literatuur, Onderwijs

Dialogisch literatuuronderwijs vanuit filosofisch perspectief (1/2)

Workshop (60 minuten)794Joop van der Kuip; Tilburg University; Sander Bax; Tilburg University

Cobbenhagen – Ruth Firstdo 16:00 – 17:30

Binnen het Tilburg Center of the Learning Sciences werken wij aan een didactisch model voor dialogisch literatuuronderwijs dat gebruik maakt van de dialogische technieken uit het filosofieonderwijs. Met dat model willen we niet alleen de literaire leesvaardigheid van leerlingen verbeteren, maar willen we ook bijdragen aan de bredere ontwikkeling van leerlingen tot kritische, analytische, flexibele en empathische burgers. Op die manier gaan we én de leescrisis in Nederland te lijf én werken we aan een betekenisvolle implementatie van burgerschapsvorming in het onderwijs in Nederland.

Het onderwijsleergesprek is de meest gebruikte didactische vorm binnen de filosofieles. Door het afwisselen tussen authoritative en dialogic discourse kunnen docenten zowel sturen naar bepaalde filosofische begrippen en theorieën (filosofie leren), als dat ze leerlingen hier zelf over aan het denken kunnen zetten (leren filosoferen). In onze workshop zullen we een eerste versie van ons didactisch ontwerp presenteren waarin we de inzichten uit het dialogisch literatuuronderwijs van Janssen en Schrijvers verbinden met inzichten rondom authorative en dialogic discourse. Wij zullen ons ontwerp met de deelnemers aan de workshop uitproberen en evalueren door een klassikale bespreking van twee fragmenten uit de Max Havelaar te modellen, zodat de deelnemers (in de rol van leerling) uitgedaagd worden tot reflectie en tot kritisch denken.

Leraar & Lerarenopleiding / Onderwijs & Samenleving
authorative and dialogic discourse, dialogisch literatuuronderwijs, Max Havelaar

Welke werkzame elementen karakteriseren een passend inductietraject voor zij-instromers in het mbo? – scoping review. (1/6)

Poster: Meedenksessie372Edy van Renselaar; Open Universiteit

Cube – Kleine foyerdo 16:00 – 17:30

Het lerarentekort is voelbaar in alle onderwijssectoren. Passende inductietrajecten dragen bij aan het tegengaan daarvan. Uit onderzoek naar de behoeften van zij-instromers in primair en secundair onderwijs tijdens de inductiefase is bekend dat deze groep startende docenten andere behoeften heeft dan diegenen die de lerarenopleiding hebben afgerond. De situatie van zij-instromers in het middelbaar beroepsonderwijs is significant anders omdat zij uit de beroepsgemeenschap komen waartoe het middelbaar beroepsonderwijs opleidt en de opleiding zowel op school als in het werkveld plaatsvindt. Gezien de achtergrond van de zij-instromers en context van het middelbaar beroepsonderwijs, is het belangrijk om de kennis over inductietrajecten voor deze doelgroep in kaart te brengen. Welke processen spelen in de inductieperiode van zij-instromers in het beroepsonderwijs? Via een scoping review brengen we de aard, kenmerken en het volume van de literatuur over mogelijke werkzame elementen in inductietrajecten voor zij-instromers in het beroepsonderwijs in kaart. We gebruiken hiertoe het stappenplan voor een scoping review van Arksey & O’Malley en werken vanuit drie keywords: induction, ‘second career teacher’ en ‘vocational education’. De gevonden artikelen worden op detailniveau geanalyseerd en gepresenteerd op beschreven werkzame elementen.

Leraar & Lerarenopleiding
inductietraject, zijinstromers

Kansenongelijkheid in flexibel hoger onderwijs (2/6)

Poster: Meedenksessie433Tamara van Woezik; Radboud Docenten Academie; Sjirk Zijlstra; Vrije Universiteit

Cube – Kleine foyerdo 16:00 – 17:30

De transitie van voortgezet onderwijs naar de universiteit is een uitdagende overgang. In het eerste jaar zijn er veel studenten die uitvallen, daarnaast kampt een groot deel van de studenten met mentale klachten. Hoewel er meer welzijnsprogramma’s aan de universiteiten verschijnen, is er tegelijkertijd een trend om meer te flexibiliseren en vrijheid van studenten te vergroten. Deze flexibilisering heeft als risico dat het de studiedruk verhoogt voor studenten die al een ongelijke start hebben, wat een negatief effect heeft op de verbondenheid die juist voor deze studenten belangrijk is. Echter is er nog weinig aandacht voor dergelijke neveneffecten.Er is steeds meer aandacht voor kansengelijkheid in het onderwijs, maar in onderzoek wordt dit niet vaak gecombineerd met de kansenongelijkheid die ontstaat bij flexibilisering van hoger onderwijs. In de huidige studie ontwikkelen en onderzoeken we een interventie die beoogt de verbondenheid te versterken in de overgang naar de universiteit. Hierin staan thema’s als sociale steun, verantwoordelijkheid, en emotionele regulatie bij leren centraal. We onderzoeken de ervaren autonomie, verbondenheid en competentie van de deelnemers voorafgaande en na afloop van deze workshop. Deze posterpresentatie illustreert de ontwerpfase van het onderzoek.

Hoger Onderwijs
autonomie, flexibilisering

Kom in beweging voor studentenwelzijn! (3/6)

Poster: Meedenksessie524Jolise ’t Mannetje; Saxion Hogescholen

Cube – Kleine foyerdo 16:00 – 17:30

De laatste jaren is de mentale gezondheid van studenten, mede door prestatiedruk binnen hun studie, steeds meer onder druk komen te staan (Dopmeijer, 2021). De Covid-19 pandemie heeft enerzijds gezorgd voor extra druk op de mentale gezondheid van studenten, maar zorgde er anderzijds voor dat studentenwelzijn breder op de agenda is gekomen (Adrighem et al., 2021; RIVM et al., 2021). Een andere negatieve invloed van de pandemie op de gezondheid van jongeren is veroorzaakt doordat ook sportdeelname en sportfrequentie, vooral tijdens de latere fasen van de pandemie, zowel onder jongeren als volwassenen behoorlijk gedaald zijn (NOC NSF, 2021). Beide ontwikkelingen zijn niet wenselijk, vanwege de risico’s voor de mentale en fysieke gezondheid van studenten, wat de kans om gezond succesvol te kunnen studenten verkleint.In het basisonderwijs is toenemende aandacht voor dynamische schooldagen, waar bewegen geïntegreerd onderdeel van schooldagen is. Inzichten die hier zijn opgedaan kunnen dienen als basis voor interventies in het hoger onderwijs. Dit innovatieproject richt zich op het ontwerp en de implementatie van vormen van bewegend leren en beweegbreaks in diverse opleidingen binnen het hbo, om daarmee zowel de fysieke als mentale gezondheid van studenten te bevorderen.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Hoger Onderwijs
bewegend leren, dynamische schooldagen

De rol van spanningen in het professioneel leren: diepte-interviews met startende docenten op de universiteit (4/6)

Poster: Meedenksessie705Marije Eradus; Universiteit van Amsterdam

Cube – Kleine foyerdo 16:00 – 17:30

Startende docenten moeten vaak taken uitvoeren die nieuw voor hen zijn, zonder enige formele voorbereiding of opleiding in lesgeven. De beginperiode kan stressvol en onzeker zijn, maar biedt tegelijkertijd ook leerkansen. Hoewel eerder onderzoek uit het primair en voortgezet onderwijs het belang van spanningen laat zien voor de professionele ontwikkeling van startende docenten, is onderzoek naar spanningen in het hoger onderwijs schaars en is er weinig bekend over hoe startende docenten van deze spanningen leren. Het doel van dit onderzoek is om te exploreren welke spanningen startende docenten op de universiteit ervaren en hoe zij hiervan leren. Data werd verzameld op basis van semigestructureerde diepte-interviews met 15 startende docenten. Inzichten uit dit onderzoek dragen bij aan het verbeteren van de ondersteuning van startende docenten op de universiteit, evenals het versterken van de aansluiting tussen de behoeften van deze groep docenten en hun professionaliseringmogelijkheden. Deelnemers van de presentatie worden gevraagd om mee te denken over de interpretatie van de resultaten, bijvoorbeeld hoe de resultaten zich verhouden tot bestaande theorieën en onderzoeken over spanningen en leren.

Hoger Onderwijs
Professioneel leren, Spanningen, Startende docenten, Universiteit

Student’s perspective on ‘authentic’ undergraduate research experiences (5/6)

Poster: Meedenksessie751Fanny Beekman; Vrije Universiteit Amsterdam

Cube – Kleine foyerdo 16:00 – 17:30

Participating in Undergraduate Research Experiences (URE) provides valuable benefits for STEM students, enhancing their understanding of the research process, improving technical skills, and better informed career decisions. Typically occurring towards the end of undergraduate programs, mentor-based UREs led by PhD mentors can be demanding and not always feasible. Course-Based Research Experiences (CUREs) offer a promising alternative, integrated within courses and emphasizing collaboration, discovery, relevance, iteration, and scientific practices to cultivate an ‘authentic’ research experience. The Laboratory Course Assessment Survey (LCAS) was developed to measure students’ perceptions of collaboration, discovery, relevance, and iteration, yet research yields conflicting findings on significant differences between students’ perceptions between CURE and traditional courses. This might suggest that other factors influence students’ perspectives on authentic research experiences. This comparative analysis aims to identify additional factors shaping students’ perceptions, hypothesizing that the potential for failure significantly impacts overall authenticity perception. The research design and methodology details are presented in this poster.

Hoger Onderwijs
Authentic Research, CourseBased Research Experiences

Jongeren in de (Georganiseerde) Criminaliteit: Verantwoordelijkheden en Rol Onderwijs(professionals). (6/6)

Poster: Meedenksessie779Marije van Amelsvoort; Tilburg University (Tilburg School of Humanities and Digital Sciences),

Cube – Kleine foyerdo 16:00 – 17:30

In Nederland groeit de bezorgdheid over de betrokkenheid van jongeren bij ernstige vormen van criminaliteit zoals drugshandel, wapenhandel, fraude en witwassen van geld. Deze trend raakt ook middelbare scholen, waar incidenten plaatsvinden als drugshandel op schoolpleinen, verstorend gedrag van betrokken leerlingen en uitbuiting door criminele groepen.De overheid tracht deze criminaliteit niet alleen te bestrijden, maar ook te voorkomen. Dit doen zij door samenwerking tussen veiligheids- en sociale domeinen, waarbij scholen een cruciale rol spelen. Ons enquêteonderzoek onder onderwijspersoneel in het voortgezet onderwijs toonde aan dat middelbare scholen inderdaad een belangrijke rol zien in het verstrekken van kennis aan personeel, leerlingen en ouders, het hanteren van duidelijke protocollen, samenwerken met veiligheidspartners en het voeren van gesprekken met leerlingen die betrokken (dreigen te) raken bij criminele netwerken. De wettelijke verplichtingen omtrent veiligheid op school, passend onderwijs en de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld vormen hierbij de juridische grondslag.Dit onderzoek geeft daarnaast de frequentie van gevallen waarin leerlingen betrokken zijn bij criminele netwerken weer en identificeert mogelijke signalen die hieraan vooraf zijn gegaan, zoals storend gedrag, fysieke onrust, negatieve houding jegens autoriteit en schoolverzuim.

Onderwijs & Samenleving
criminele netwerken, jonge aanwas, preventierol onderwijs, signaleringsrol onderwijs

Het bevorderen van zelfregulerend leren: Evaluatie van een professionaliseringsaanpak voor basisschoolleraren (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)156Patrick Sins; Hogeschool Rotterdam

Cube 15do 16:00 – 17:30

Zelfregulerend leren is een actief, constructief proces waarbij leerlingen leerdoelen stellen en vervolgens hun cognitie, motivatie en gedrag proberen te monitoren, reguleren en controleren waarbij hun doelen richting geven. Leraren spelen een belangrijke rol in het bevorderen van dit proces. Echter, verschillende observatiestudies laten zien dat expliciete instructie van ZRL-strategieën door leraren nauwelijks plaatsvindt. Gezien het belang van ZRL voor het leren en het voorbereiden van leerlingen op de kennissamenleving, is het noodzakelijk dat leraren ondersteund worden in hoe ze het ZRL van hun leerlingen kunnen verbeteren. Vanuit dit knelpunt is iSELF ontwikkeld: een evidence-informed professionaliseringsaanpak waarmee leraren in het basisonderwijs op praktische wijze leren hoe ze expliciete instructie van ZRL-strategieën kunnen geven en hoe ze dat in hun lessen kunnen integreren. In deze quasi-experimenteel pretest-posttest studie onderzochten we aan de hand van klassenobservaties in hoeverre iSELF bijdraagt aan de tijd die leraren besteden aan expliciete instructies. De resultaten geven aan dat in beide condities expliciete instructie van ZRL-strategieën weinig voorkomt. Echter, expliciete instructie is significant hoger in de experimentele groep op de post-test vergeleken met de controlegroep, wat aantoont dat leraren wel degelijk profiteerden van het leren over expliciete ZRL-instructie.

Leren & Instructie
Basisonderwijs, Expliciete strategie instructie, Professionele ontwikkeling van leraren, Zelfregulerend leren

De waarde van succesvolle samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)543Nynke van Miltenburg; Stichting CAOP; Sanne van der Valk; Stichting CAOP; Jordi Vermeulen; Stichting CAOP

Cube 15do 16:00 – 17:30

Sinds de jaren negentig bestaan initiatieven om samenwerking tussen primair onderwijs en kinderopvang te organiseren ten behoeve van kinderen, ouders en personeel. Monitoronderzoek wijst uit dat anno 2019 vrijwel alle basisscholen samenwerken met één of meerdere kinderopvanglocaties. Een kwart van de samenwerkende organisaties noemt zichzelf Integraal Kindcentrum (IKC). Dit is een verregaande vorm van samenwerking, waarbij onderwijs, kinderopvang, bso en welzijnsvoorzieningen gecombineerd worden aangeboden onder één integrale visie. Toch blijkt samenwerking in de praktijk voor de meerderheid van de onderwijs- en opvangorganisaties nog oppervlakkig. Dat komt doordat organisaties diverse knelpunten ervaren bij (intensivering van) de samenwerking, onder andere op het gebied van wet- en regelgeving, cultuurverschillen, verschillen in de financiering en huisvesting. Doel van het huidige onderzoek is om schoolleiders, bestuurders en HR-medewerkers praktische handvatten te bieden om de samenwerking met de kinderopvang vorm te geven. We voeren case studies uit bij acht IKC’s die succesvol samenwerken, wat betekent dat medewerkers tevreden zijn over hoe de samenwerking verloopt en positieve effecten zien op kinderen. Voorlopige resultaten laten zien dat de IKC’s op verschillende, creatieve manieren omgaan met de uitdagingen die bij integratie ontstaan.

Beleid & Organisatie
Interprofessioneel samenwerken, Kansengelijkheid, Kindcentra, Onderwijspersoneel

Bevordering van zelfregulerend leren in coaching van middelbare scholieren tijdens voortgangsgesprekken (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)673Anna Rebel; Universiteit van Amsterdam

Cube 15do 16:00 – 17:30

Zelfregulerend leren is een vaardigheid die steeds belangrijker wordt voor middelbare scholieren. Het is voor docenten echter moeilijk om zelfregulerend leren op een effectieve manier aan te leren. Doel van dit onderzoek is inzicht verkrijgen in de mate waarin en de manieren waarop coaches in voortgangsgesprekken met leerlingen uit de onderbouw van het voortgezet onderwijs aandacht besteden aan strategieën voor zelfregulerend leren. Twintig video-opnames van wekelijkse voortgangsgesprekken tussen coaches(N=10) en leerlingen(N=22) zijn geanalyseerd aan de hand van het observatie-instrument ATES (Dignath-van Ewijk et al., 2013). Middels dit instrument hebben we in kaart gebracht welke (sub)typen strategieën voorkomen in de opnames, hoe de instructie plaatsvindt en of dit impliciet of expliciet gebeurt.De resultaten laten zien dat coaches in 78,4% van de opgenomen minuten aandacht besteden aan strategieën voor zelfregulerend leren. Hun instructie richt zich vooral op metacognitieve strategieën (in 55,5% van de minuten) en motivationele strategieën (in 43,7% van de minuten). Instructie voor cognitieve strategieën komt in 3,2% van de minuten voor. Ruim drie kwart van de strategie-instructies is aangemerkt als impliciet. Het onderzoek suggereert dat het bevorderen van zelfgereguleerd leren tijdens voortgangsgesprekken mogelijk verbeterd kan worden wanneer coaches vaker expliciete instructie geven.

Leren & Instructie
Coaching, Gepersonaliseerd onderwijs, Voortgezet onderwijs, Zelfregulerend leren

“Misschien kan ik hier wel een niveau hoger doen”: De beleving van niveaus in een school met verlate selectie (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)241Pomme van de Weerd; Universiteit Utrecht

Cube 16do 16:00 – 17:30

Verlate selectie, oftewel het uitstellen van de indeling van leerlingen in vmbo, havo, of vwo, wordt aanbevolen door o.a. de Onderwijsraad om kansenongelijkheid en sociale segregatie binnen het Nederlandse voortgezet onderwijs te reduceren. Er is veel onderzoek over de effecten van verlate selectie op kansengelijkheid, maar er is minder bekend over de kwalitatieve gevolgen hiervan. Welke implicaties heeft zo’n systeemverandering voor leerlingen, bijvoorbeeld voor hun sociale contacten en de manier waarop zij het onderwijs beleven? Dit paper rapporteert over etnografisch onderzoek op een middelbare school waar verlate selectie wordt toegepast, klassen heterogeen (met leerlingen van verschillende niveaus) worden ingericht, en waar relatief makkelijk tussen niveaus gewisseld kan worden. De data bestaan uit interviews en focusgroepen met leerlingen, docenten, en de schoolleiding, en (les)observaties tijdens twee jaar veldwerk. Uit de data blijkt dat leerlingen het als vanzelfsprekend ervaren les te krijgen in heterogene klassen en vriendschappen ontwikkelen met leerlingen van andere niveaus. Tegelijkertijd zijn leerlingen sterk gericht op hun eigen niveau en streven ze naar het behalen van het hoogst mogelijke niveau. Deze inzichten in de kwalitatieve gevolgen van verlate selectie en heterogeniteit kunnen een belangrijke rol spelen in beslissingen rondom veranderingen in de inrichting van het Nederlands voortgezet onderwijs.

Onderwijs & Samenleving
kwalitatief onderzoek, middelbaar onderwijs, niveaus, verlate selectie

Zomerscholen in Vlaanderen: weg met de groeipijnen? (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)719Pieter Verachtert; Thomas More Hogeschool

Cube 16do 16:00 – 17:30

Daar waar zomerscholen in 2020 nog relatief nieuw waren en nadrukkelijk in het teken stonden van het wegwerken van covid-leerachterstanden, is het de vraag of dit drie jaar later nog steeds zo is.Als onderdeel van een veel bredere mixed-method studie, onderzochten we daarom bij de Vlaamse zomerscholen in 2023 of er een verschuiving in doelstellingen heeft plaatsgevonden en in hoeverre zomerscholen nog steeds vooral gericht waren op het bereiken van leerlingen uit kwetsbare gezinnen.De onderzoeksresultaten wezen uit dat de Vlaamse zomerscholen net als in 2020 een brede waaier aan doelstellingen probeerden te bereiken. Wel worden zomerscholen door organisatoren en medewerkers vandaag veel minder gezien als een middel om heel specifieke leerachterstanden te remediëren, maar wel als een manier om een kwetsbare groep leerlingen brede ontwikkelingskansen (met nadruk op taalontwikkeling) te geven.Verder stelden we onder meer vast dat de huidige Vlaamse zomerscholen er in geslaagd zijn om nog meer leerlingen aan te trekken die het Nederlands nog weinig machtig zijn. Het aandeel leerlingen uit een gezin dat in aanmerking komt voor schooltoeslag (SES-indicator) bleef daarentegen ongeveer stabiel ten opzichte van drie jaar geleden.De Vlaamse zomerscholen lijken hun kinderziektes ontgroeid te zijn en zitten volop in hun identiteitsontwikkeling.

Onderwijs & Samenleving
onderwijsachterstanden, onderwijsongelijkheid, zomerscholen

Een soepele start in het voortgezet onderwijs (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)729Margot Bochane; Hanzehogeschool

Cube 16do 16:00 – 17:30

Jaarlijks starten ongeveer 200.000 jongeren op Nederlandse middelbare scholen. De start op een nieuwe school is voor alle leerlingen een kwetsbaar moment, zeker voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. Een niet soepele start kan leiden tot onderpresteren, verminderde motivatie of voortijdig schoolverlaten, met negatieve invloed op welbevinden. Scholen proberen op verschillende manieren hun leerlingen een soepele start te geven, maar weten vaak niet of wat zij doen wel effectief of voldoende is. Het doel van dit onderzoek is om in kaart te krijgen hoe de huidig situatie wordt ervaren door leerlingen, ouders en leraren.

Door middel van semi-gestructureerde interviews hebben we de ervaringen van leerlingen, hun ouders en leraren met de start in het voortgezet onderwijs in kaart gebracht. Daarnaast hebben we gevraagd naar wat er goed gaat en wat er beter zou kunnen voor een soepeler start in het vo. De interviews worden getranscribeerd en gecodeerd. De codes worden samengevoegd in categorieën.

Deze exploratie zal input geven voor op te stellen best practices en hypotheses voor vervolgonderzoek naar het optimaliseren van het welbevinden van leerlingen, en de bijdrage daaraan door ouders en leraren bij de start in het VO.

Onderwijs & Samenleving
transitie

Ondersteuning van de autonomie van leerlingen als kernwaarde voor het stimuleren van creativiteit op de basisschool (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)528Linda Hendriks; Hanze University of Applied Sciences

Cube 17do 16:00 – 17:30

In een complexe dynamische systeemvisie op creativiteit zijn leerprocessen van individuele leerlingen met elkaar verweven en komen tot uiting in de leerkracht-leerling interactie in de klas. Autonomieondersteuning door de leerkracht is te zien als een kernwaarde voor het stimuleren van creativiteit in de interactie in de klas.

Dit interventieonderzoek vond plaats in de context van de muziekles op de basisschool. Leerkrachten ontvingen videofeedback-coaching voor de bevordering van autonomieondersteuning in de muziek-pedagogische interactie met als doel het stimuleren van muzikale creativiteit. Ondersteuning van de creatieve autonomie van leerlingen is van belang voor de motivatie en leerprestaties van leerlingen. Dit geldt ook voor de ontwikkeling van (muzikale) creativiteit.

Interactie in de klas bestaat uit talrijke leerkracht- en leerlinguitingen, die de bouwstenen vormen van leer- en onderwijsprocessen. In het onderzoek zijn State Space Grids (SSG’s) gebruikt voor het visualiseren en analyseren van leerkracht-leerling interactie op basis van videodata van veertig muzieklessen van vijf middenbouwklassen. In SSG-analyse worden leerkracht- en leerlinguitingen niet als aparte uitingen maar in samenhang geanalyseerd om zo interactiepatronen en veranderingen daarin in beeld te brengen.

De resultaten laten zien hoe leerkracht-leerling interacties zich gedurende de interventie hebben verplaatst naar meer optimale regio’s voor vier van de vijf klassen.

Leren & Instructie
Autonomieondersteuning, Creativiteit, Interactie in de klas, Muziekles basisonderwijs

Aandacht van leerkrachten voor buitenschoolse kennisbronnen van leerlingen in Nederlandse basisschoolklassen (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)764Anke Munniksma; Research Institute of Child Development and Education, UvA

Cube 17do 16:00 – 17:30

Door toenemende diversiteit binnen het onderwijs hebben steeds meer leerkrachten de taak om leerlingen met een andere achtergrond dan hun eigen achtergrond les te geven. Het kan voor deze leerkrachten een uitdaging zijn om lessen aan te passen aan de achtergrond van leerlingen. Als er een kloof is tussen de kennis en ervaringen van leerlingen thuis en wat ze op school leren, kan dat leiden tot lagere schoolprestaties, met name voor leerlingen uit minderheidsgroepen. Aandacht voor buitenschoolse kennisbronnen van leerlingen kan de kloof tussen school en thuis minimaliseren. Deze studie onderzocht of de aandacht van leerkrachten voor buitenschoolse kennisbronnen van leerlingen samenhangt met de schoolervaringen van leerlingen (motivatie, welzijn, growth mindset en kunnen omgaan met verschillen) en of dit verschilt tussen leerlingen met en zonder migratieachtergrond. Multilevel analyses op basis van data van leerlingen (N = 533) van 24 Nederlandse basisscholen laten significante positieve relaties zien tussen de aandacht van leerkrachten voor buitenschoolse kennisbronnen en de schoolervaringen van leerlingen. Dit verschilt deels naar migratieachtergrond. De bevindingen laten zien dat aandacht voor buitenschoolse kennisbronnen binnen het primair onderwijs bij kan dragen aan het bevorderen van gelijke kansen.

Onderwijs & Samenleving
Buitenschoolse kennisbronnen, Migratieachtergrond, Primair Onderwijs, Schoolervaringen

Onderzoek naar werkende principes bij integraal werken aan onderwijskwaliteit en studiesucces (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)475Mark Smit; Hogeschool Rotterdam; Margo Pluijter; Hogeschool Rotterdam; Arian van Staa; Hogeschool Rotterdam; Kim Niersman; Hogeschool Rotterdam; Letty Annijas; Hogeschool Rotterdam

Cube 20do 16:00 – 17:30

Hogeschool Rotterdam heeft een vijfjarig programma gedraaid getiteld ‘Grip op Onderwijskwaliteit en Studiesucces’. Uitgangspunt was dat onderwijskwaliteit en studiesucces alleen duurzaam kunnen worden versterkt in een integrale aanpak. 27 Opleidingen werkten in dit programma aan een integrale aanpak van hun onderwijskwaliteit, met het doel het vergroten van het studie- en studentsucces. Vanuit een probleemanalyse bepaalde de opleiding onder regie van een centraal programmateam welke aanpak en welke ondersteuning het meest passend was. Ondersteuning werd geboden door externe experts en interne lectoren. In een projectmatige aanpak, jaarlijks geëvalueerd en bijgesteld, zijn de opleidingsteams hiermee aan de slag gegaan.Het programma is afgesloten met een onderzoek naar de werkende principes, op basis van de opgedane ervaringen bij de opleidingen en de ondersteuners. Doel van dit onderzoek is om uit de praktijk voortgekomen handvatten te bieden aan opleidingen en instituten hoe zij integraal kunnen werken aan onderwijskwaliteit en studiesucces. De principes vallen onder de hoofdthema’s Focus & analyse, Kennis & Evidence, Aansturing & PDCA, Team en Student.

Beleid & Organisatie
collectief leren, teamleren

Mogelijkheden en beperkingen van learning analytics voor kwaliteitsontwikkeling: systematische literatuurstudie (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)491Margot Joris; Vrije Universiteit Brussel; Jerich Faddar; Vrije Universiteit Brussel

Cube 20do 16:00 – 17:30

Binnen een dergelijke context van kwaliteitsontwikkeling worden scholen gestimuleerd om gebruik te maken van meerdere informatiebronnen om beslissingen te nemen of actieplannen uit te rollen. Door het toegenomen gebruik van digitale leerplatformen beschikken scholen over gegevens met betrekking tot leerprocessen onder de noemer van ‘learning analytics’ (LA). Het gebruik van deze gegevens binnen het leerplichtonderwijs is schaars. Via een systematische literatuuronderzoek brengt deze studie in kaart welke mogelijkheden en beperkingen er zijn om LA aan te wenden binnen kwaliteitsontwikkeling in secundair onderwijs. De resultaten wijzen erop dat er een gebrek is aan de vereiste competenties om met LA gegevens aan de slag te gaan. De doorstroming van informatie tot een geaggregeerd niveau wordt ook als een moeilijkheid geïdentificeerd. Verder wordt ook gewezen op de noodzakelijke link met een overkoepelend kwaliteitskader. De literatuur wijst ook op de minderjarigheid van de lerenden waarop de LA betrekking hebben binnen het leerplichtonderwijs. De ethische afwegingen spelen hier een prominentere rol in vergelijking met het hoger onderwijs. Vanuit academisch perspectief vormt deze studie een belangrijke link tussen kwaliteitszorg en learning analytics. Bovendien vormen de resultaten een belangrijke voedingsbodem om verdere initiatieven en tools te ontwikkelen die het potentieel van LA te kunnen ontplooien.

Beleid & Organisatie
Kwaliteitsontwikkeling, Learning analytics, Schoolmanagement

Werken met data verzameld door scholen: kansen en uitdagingen (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)732Rikkert van der Lans; UvA

Cube 20do 16:00 – 17:30

Scholen verzamelen data (schooldata) voor kwaliteitszorg en ter ondersteuning van personeelsbesluiten. De validiteit van schooldata is, echter, onbekend. Validatie is ook complex omdat scholen diverse instrumenten gebruiken, welke ze op eigen initiatief kunnen aanpassen. Het doel van deze studie is te illustreren hoe schooldata efficiënt kan worden gevalideerd in samenwerking met scholen. Startpunt is de observatie dat de diverse instrumenten allen operationalisaties zijn van een (veel) kleiner aantal latente variabelen. Door deze latente variabelen te koppelen aan de instrumenten van scholen, kun je in theorie meerdere instrumenten tegelijkertijd valideren. Ter illustratie is schooldata met de VOS leerlingvragenlijst bij één school voor vo verzameld. Een procedure van vier stappen is ontwikkeld om de VOS te koppelen aan de latente variabele “kwaliteit van lesgeven”, zoals geoperationaliseerd door de “Mijn Leraar” leerlingvragenlijst (MTQ). Resultaten laten inhoudelijke overlap zien tussen de VOS en de MTQ (stap 1); de VOS fit het PCM, gelijk de MTQ, en hun cumulatieve ordeningen overlappen (stap 2); de VOS kan via geïdentificeerde ankeritems worden gekoppeld aan de MTQ (stap 3 en 4). Door in samenwerking met scholen de validiteit van kwaliteitszorginstrumenten te verbeteren helpt dit onderzoek de onderwijskwaliteit te verhogen en de kloof tussen onderzoek en praktijk te verkleinen.

Beleid & Organisatie
data van scholen, kwaliteit van lesgeven, kwaliteitszorg, validatie

Vormgeven aan een coherente meertalige onderwijspraktijk: een meervoudige casestudy op drie Nederlandse basisscholen (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)574Edda Veerman; Universiteit van Amsterdam; Joana Duarte; Rijksuniversiteit Groningen; Lisa Gaikhorst; Universiteit van Amsterdam

Cube 21do 16:00 – 17:30

In de onderwijskundige onderzoeksliteratuur zijn verschillende aanpakken beschreven waarmee onderwijsprofessionals meertalige leerlingen kunnen ondersteunen (bijvoorbeeld García & Li, 2014 en Lucas & Villegas, 2020). Toch voelen leerkrachten zich vaak onvoldoende voorbereid om met talige diversiteit in de klas om te gaan (Alisaari et al., 2019). Dit duidt op een behoefte om theorie over meertalige onderwijsaanpakken te vertalen naar bruikbare praktijken voor leerkrachten en schoolleiders (Lorenz et al., 2021). In deze paperpresentatie wordt verslag gedaan van een meervoudige casestudy op drie Nederlandse basisscholen die succesvol al meerdere jaren een meertalige onderwijsaanpak hanteren. Het doel was om te onderzoeken hoe meertalig onderwijs op een coherente en duurzame manier vorm kan krijgen en wat ervaren opbrengsten zijn. Op de scholen werden semigestructureerde focusgroepinterviews afgenomen onder leerlingen (N=22) en onderwijsprofessionals (N=8). De scholen blijken een combinatie van evidence-informed meertalige onderwijsaanpakken toe te passen, en laten praktische invullingen van deze aanpakken zien. De leerlingen ervaren zowel cognitieve als sociaal-affectieve opbrengsten van de meertalige onderwijsaanpakken. De studie geeft inzicht in condities die belangrijk zijn voor het laten slagen van een coherente meertalige onderwijsaanpak, zoals een schoolbrede visie op meertaligheid en het betrekken van ouders bij de aanpak.

Leraar & Lerarenopleiding
evidenceinformed onderwijs, meertaligheid, professionalisering van leraren

Evalueren van wetenschappelijk redeneren binnen psychologieonderwijs (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)616Marleen Evers; KU Leuven

Cube 21do 16:00 – 17:30

Deze studie onderzoekt hoe Vlaamse psychologieleraren (ASO/VWO) wetenschappelijk redeneren evalueren en hoe dit verband houdt met hun epistemologische opvattingen. Twintig leraren formuleerden evaluatiecriteria voor een wetenschappelijk redeneertaak en beoordeelden vervolgens antwoorden van leerlingen aan de hand van toegeleverde evaluatiecriteria. Elk onderdeel werd gevolgd door een semigestructureerd interview. Epistemologische opvattingen werden gemeten met de Epistemic Thinking Assessment (ETA) van Barzilei en Weinstock (2015). Data-analyse omvatte zowel inductieve als deductieve methoden. Resultaten tonen aan dat leraren vooral procescriteria formuleren (met nadruk op begrijpen en toepassen) en in mindere mate epistemic criteria. Leraren benaderen het evalueren van wetenschappelijk redeneren niet zozeer vanuit een wetenschappelijk-epistemologisch perspectief maar eerder als een loutere toepassingstaak. Ze proberen de evaluatie meer controleerbaar te maken door criteria formeel te gaan hanteren, zoals het tellen van het aantal argumenten. Complexere epistemologische opvattingen blijken niet noodzakelijk gunstig te zijn voor het evalueren van wetenschappelijk redeneren. De resultaten van deze studie kunnen professionaliseringsinitiatieven inzake het evalueren van wetenschappelijk redeneren inspireren.

Curriculum
Epistemologische opvattingen, Psychologie onderwijs, Wetenschappelijk redeneren

De positionering van de lerarenopleider in de Nederlandse en Vlaamse beroepsstandaarden voor lerarenopleiders (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)680Eline Vanassche; KU Leuven Kulak

Cube 21do 16:00 – 17:30

Zowel in onderzoek als in beleidsmiddens neemt de aandacht voor de eigenstandige expertise van lerarenopleiders sterk toe. Dit leidde in Nederland en Vlaanderen tot de ontwikkeling van beroepsstandaarden voor lerarenopleiders die algauw de vanzelfsprekende manier van handelen zijn geworden (bijvoorbeeld het in kaart brengen van professionaliseringsnoden, het werven van nieuwe lerarenopleiders, het evalueren van hun functioneren, etc.). Deze studie nodigt uit om een stap terug te zetten. Vertrekkende van een sociaal-constructionistische benadering van taal en recente inzichten uit de positioneringstheorie wordt het discours over de professionaliteit van lerarenopleiders geïmpliceerd in de Nederlandse en Vlaamse beroepsstandaarden geanalyseerd. Het discursieve perspectief vestigt de aandacht op wat de standaarden (doen) doen en het beeld van (goed) opleiderschap erin geïmpliceerd. De analyse van de Nederlandse en Vlaamse beroepsstandaarden en flankerende documenten reveleerde drie kernpremisses voor de professionaliteit van lerarenopleiders: (1) professionaliteit is een kwaliteit die individuele opleiders verwerven, bezitten en ‘uithandelen’; (2) professionaliteit kan in kaart worden gebracht en verzekerd door interactie met de beroepsstandaarden; en (3) professionaliteit is contextloos. De paper sluit af met een kritische analyse van de blinde vlekken in het gehanteerde discours en het verbeelden van een alternatief discours gebaseerd op recent onderzoek.

Leraar & Lerarenopleiding
Beroepsstandaard, Discoursanalyse, Lerarenopleider

Vanuit teacher noticing werken aan vakdidactische ontwikkeling (1/2)

Workshop (60 minuten)624Eefje Smit; Hogeschool Utrecht; Jop Schaap; Hogeschool Utrecht

Cube 36do 16:00 – 17:30

De werkwijze teacher noticing blijkt een positieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van vakdidactische kennis (PCK) bij leraren-in-opleiding. In een case study onderzochten wij, Eefje Smit en Jop Schaap, wat leraren-in-opleiding aardrijkskunde en geschiedenis zien en opmerken wanneer zij leerlingmateriaal op een systematische manier bekijken. Ze wisselden deze observaties uit en vergeleken deze met elkaar. Vervolgens reflecteerden zij door het tekenen van een story line op hun vakdidactische ontwikkeling. In deze workshop bespreken we de resultaten van deze case study. We zien dat zowel leraren-in-opleiding als lerarenopleiders vinden dat ze veel geleerd hebben van het systematisch bespreken van leerlingmateriaal. Leraren-in-opleiding noemen de verschillende perspectieven op het materiaal uit de klas waardevol en verrijkend. Wel hadden ze de werkwijze graag eerder in de cursus aangeboden willen hebben. Voor lerarenopleiders bood de manier van werken inzicht in de leerbehoefte van studenten.

In het tweede deel van de workshop zullen we een voorbeeld van leerlingmateriaal gezamenlijk bespreken, om vervolgens te kijken naar het gesprek dat onze leraren-in-opleiding daarover voerden. Hoe wordt het leren van deze studenten zichtbaar?

Leraar & Lerarenopleiding
case study, PCK, teacher noticing, Vakdidactische kennis

Perspectiefwisseling over normen en waarden in het onderwijs: Discours rondom achterstand, cultuur en ouderbetrokkenheid (2/2)

Rondetafelgesprek (30 minuten)690Cynthia Groff; Kohnstamm Institute, UvA

Cube 36do 16:00 – 17:30

Het is geen geheim dat normen en waarden via het onderwijs worden verspreid. Het is bovendien geen geheim dat normen en waarden verschillen tussen culturele groepen. Hoe gaan we hiermee om in een multiculturele samenleving? In een recent project onderzochten wij de “perspectiefwisseling” in het omgaan met meertaligheid. De inzichten uit dit onderzoek nemen we nu een stap verder door middel van een discussie over perspectiefwisselingen rond normen en waarden. Normen en waarden zijn van belang in allerlei onderwijscontexten. Voor de discussie brengen we specifieke voorbeelden mee uit (ons onderzoek over) het samenwerken met ouders ten behoeve van de taalontwikkeling van jonge kinderen en de rol van ouders en professionals. We gaan graag in gesprek over perspectiefwisselingen rond normen en waarden in het onderwijs. Meer aandacht voor (culturele) verschillen botst soms tegen diepgewortelde aannames over de “gewone” of “normale” gang van zaken. Ook in onderzoek zelf zitten vaak verborgen berichten en niet-ondervraagde veronderstellingen. We denken graag samen over hoe we elkaar bewuster kunnen maken over verschillen in normen en waarden in onze samenleving. Ook reflecteren we graag samen hoe dit verbonden is aan theorievorming en onderzoek over ongelijkheid in de Nederlandse onderwijscontext.

Onderwijs & Samenleving
Diversiteit, Gelijkwaardigheid

Multisource Feedback als stuwende kracht voor Reflectieve Dialoog in Professionele Leergemeenschappen (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)271Richard Kragten; Hogeschool van Amsterdam

Cube Z1do 16:00 – 17:30

Feedback en reflectieve dialoog vormen krachtige instrumenten voor docentontwikkeling. Door onderwijservaringen te delen binnen Professionele Leergemeenschappen (PLG’s), kunnen docenten elkaar ondersteunen bij het verfijnen van didactische vaardigheden. In deze studie onderzoeken we het gebruik van meerdere feedbackbronnen (‘Multisource Feedback’; MSF) als stuwende kracht voor reflectieve dialoog binnen PLG’s. Alvorens deze integratie empirisch te onderzoeken is een conceptueel raamwerk ontwikkeld door middel van een integratieve literatuurstudie met een doelgerichte steekproefstrategie (purposeful sampling). Hieruit is gebleken dat (a) MSF essentieel is voor het bevorderen van kritisch denken en diepgaande gesprekken in een reflectieve dialoog en (b) continuïteit, ondersteuning en onderzoekende houding in deze dialogen dragen bij aan een verhoogde acceptatie van MSF, vooral wanneer machtsdynamieken worden erkend. De integratie van MSF in reflectieve dialogen heeft duidelijk de potentie om verantwoordelijk handelen en docentontwikkeling binnen PLG’s te ondersteunen, wat kan resulteren in verbeterde onderwijspraktijken.

Leraar & Lerarenopleiding
Dialoog, Leergemeenschappen

Agency in werkplekleren: dynamiek tussen praktijkopleiders en student in een stage fysiotherapie (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)421Lieke Ceelen; Open Universiteit

Cube Z1do 16:00 – 17:30

Studenten leren op de werkplek door mee te doen in dagelijkse werkactiviteiten waarbij leerpotentieel (affordances) en agency (het willen en kunnen beïnvloeden en actief gebruiken van affordances) centrale concepten zijn. Zowel praktijkopleiders als studenten spelen een actieve rol in het benutten van het leerpotentieel op de werkplek. Dit onderzoek omvat een enkelvoudige casestudie naar agency in werkplekleren, in de context van een stage fysiotherapie. De casestudie focust op de dynamiek tussen de agency van twee praktijkopleiders en een student, die gezamenlijk het leerpotentieel van de werkplek kunnen beïnvloeden, creëren en benutten.Om de agency van praktijkopleiders te duiden, zijn de volgende drie strategieën gebruikt: (a) toevertrouwen, (b) stimuleren van participatie en (c) laten zien’ Als belangrijk resultaten worden drie student-strategieën bediscussieerd, in relatie tot de drie strategieën van praktijkopleiders, als manifestaties van agency in werkplekleren: (a) autonomie, (b) onderhandelde participatie en (c) leerbereidheid. Wanneer praktijkopleiders bepaalde strategieën toepassen, leidt dit tot het gebruik van vergelijkbare strategieën door de studenten. Omgekeerd zorgen de strategieën die studenten hanteren tijdens het werkplekleren ervoor dat de begeleiders hun aanpak kunnen heroverwegen.Tijdens de paperpresentatie wordt het dynamische karakter van agency in werkplekleren bediscussieerd aan de hand van voorbeelden en quotes.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
affordances, stage, Werkplekleren

Onderzoek naar empathieonderwijs bij rechtenstudenten van Tilburg University (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)716Ingemarie Sam MEd; Tilburg University

Cube Z1do 16:00 – 17:30

In deze paperpresentatie wordt het promotieonderzoek gepresenteerd naar de recente inzet van Visual Thinking Strategies (VTS) als methode om empathie te vergroten bij rechtenstudenten van Tilburg Law School (TLS). Ingegaan wordt op het belang van empathie voor de rechtspraktijk door het normatieve karakter van het recht. De Toeslagenaffaire heeft duidelijk gemaakt dat het recht onlosmakelijk verbonden is met context en dat betrokken oordeelsvorming door juristen essentieel is voor het gevoel van rechtvaardigheid in de samenleving. Rechtenstudenten dienen daarom opgeleid te worden tot ‘O-shaped’ juristen: uitbreiding van het onderwijs in ‘T-shaped’ vaardigheden, d.w.z. de traditioneel juridische en ondernemersvaardigheden, met soft skills. Daarin speelt empathie een cruciale rol. In de literatuur over VTS wordt empathie genoemd als een van de effecten van de methode, naast ontwikkeling van onder meer observatievermogen, kritisch denken, taal en culturele sensitiviteit. Het onderzoek naar de ontwikkeling van empathie bij rechtenstudenten van TLS is uniek, aangezien VTS bij die doelgroep nog niet eerder is ingezet als onderwijsmethode. Uitwisseling over mogelijke randvoorwaarden voor deze inzet van VTS, zoals groepsgrootte, is daarom onderwerp van de discussie na afloop van de presentatie.

Hoger Onderwijs
Empathie, rechtenstudenten

Behoeftes van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeftes en van leraren die met hen werken

Symposium (90 minuten)649Carla Geveke; Hanzehogeschool Groningen; Vera De Vries; Hanzehogeschool ; Anke de Boer; Rijksuniversiteit Groningen

Esplanada – Blackboxdo 16:00 – 17:30

Dit symposium presenteert onderzoek naar leerlingen met ondersteuningsbehoeftes in het basisonderwijs (zowel regulier als gespecialiseerd) en de behoeftes van leerkrachten bij het werken met deze groep leerlingen. De meest voorkomende soorten problemen gaan over een problematische werkhouding (74%) en/of een leerachterstand (69%) (Ledoux, 2021). Leraren ervaren een verhoogde werkdruk bij het werken met leerlingen met extra ondersteuningsbehoeftes, onder meer vanwege de organisatie van de extra ondersteuning.In dit symposium worden voorbeelden gepresenteerd van onderzoeken naar de behoeftes van leraren in het werken met leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte, met aandacht voor hun eigen perspectief en hun handelen, en de ondersteuningsvormen waar ze gebruik van kunnen maken. Bijdrage 1 geeft een overzicht van ondersteuningsvormen om leerlingen met cognitieve beperkingen en leerlingen met ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische problematiek te includeren in het reguliere onderwijs en de effecten ervan. Bijdrage 2 gaat in op de behoeftes van leraren met betrekking tot het werken met kwetsbare leerlingen vanuit het perspectief van de leraar zelf. Bijdrage 3 focust op het handelen van de onderwijszorgprofessionals bij het uitvoeren van een integraal professionaliseringstraject.

Onderwijs & Samenleving
inclusiever onderwijs, leraren, ondersteuningsbehoefte

Leven Lang Ontwikkelen met (Groene) Persona’s (1/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)397Renate Wesselink; Wageningen University & Research

Koopmans – K 1201do 16:00 – 17:30

(Globale) vraagstukken zoals CO2-reductie, klimaatadaptatie, stijgende vraag naar gezond en veilig voedsel, vergrijzing en technologische innovatie vragen om wendbaarheid van organisaties in de groene sector en daarmee om duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Recentelijk zijn er vier groene persona’s geïdentificeerd die de waarden, verlangens, behoeften, ontwikkelbenaderingen en het werk van verschillende typen werkenden in deze sector inzichtelijk maken (GroenPact et al., 2021). Met dit inzicht worden momenteel maatwerk begeleidingstrajecten ingezet om de ontwikkeling van werknemers te stimuleren en zo hun duurzame inzetbaarheid te bevorderen. Wageningen University & Research onderzoekt, in samenwerking met LTO Noord, FNV en Glastuinbouw Nederland, welke factoren in de leercultuur van een organisatie implementatie van persona’s in de praktijk bevorderen danwel hinderen en welke invloed het gebruik van persona’s in de ontwikkeltrajecten van medewerkers heeft hun houding en gedrag ten opzichte van leren en ontwikkelen. (Hoe) kunnen persona’s het leven lang ontwikkelen van werkenden in het groene domein stimuleren?

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
leercultuur, leven lang leren, leven lang ontwikkelen, werknemersprofiel

Op weg naar een kennishuis over het professional doctorate (2/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)438Jos Sanders; Hogeschool Arnhem en Nijmegen; Helma Oolbekkink-Marchand; Hogeschool Arnhem en Nijmegen; Niek van den Berg; Aeres Hogeschool Wageningen

Koopmans – K 1201do 16:00 – 17:30

Het Professional Doctorate (PD) is een praktijkgerichte aanvulling op de bestaande academische en professionele opleidingen. Kern is om professionals op kwalificatieniveau 8 op te leiden die onderzoekend kunnen interveniëren in complexe praktijken om daar duurzame innovaties te realiseren.

Een van de pilot-PD trajecten betreft het domein Leren & Professionaliseren. De pilot levert gaandeweg diverse kennisproducten, handelingsrepertoires, tools en andere inzichten op, zowel binnen de afzonderlijke trajecten van de kandidaten als op collectief niveau van de pilot. Om vanaf het begin kennisdeling en -benutting te faciliteren, bouwen de pilotpartners aan een zogeheten kennishuis. In de eerste uitwerkingen is dit kennishuis zowel een digitale vindplaats van inzichten, als een (mobiele) werkplaats om samen met anderen die inzichten te benutten.Het ontwerp van het kennishuis bouwt voort op onderzoeksinzichten over kennisdeling en -benutting in het onderwijs. Onderzocht wordt in hoeverre die inzichten toepasbaar en werkzaam zijn in de PD-context, en welke mogelijke aanpassingen nodig zijn om kennisdeling en -benutting in deze context te realiseren. In de rondetafel toetsen we een eerste ontwerp aan actuele inzichten van deelnemers aan de rondetafel. Herkennen ze de ontwerpeisen, hebben ze aanvullingen, komen er mogelijk nadere onderzoeksvragen voort uit de inrichting van een kennishuis in de PD context?

Hoger Onderwijs
kennisbenutting, kennisdeling, professional doctorate

‘Holding environments’, voor individueel- en collectief identiteitswerk binnen opleidingen. (3/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)767Famke van Lieshout; Hogeschool Utrecht; Cok Bakker; Hogeschool Utrecht

Koopmans – K 1201do 16:00 – 17:30

Tijdens dit rondetafelgesprek wordt een kritische, creatieve dialoog gevoerd over de specifieke rol van de onderwijscontext, in en bij professionele identiteitsontwikkeling van studenten. Veelal gaat de aandacht uit naar hoe een dergelijke vorm van normatieve professionalisering een plek krijgt in de beroepsopleiding. Echter, beïnvloedt een (on)bewust waarden-geladen context; middels het handelen van docenten, hoe het onderwijs vormgegeven wordt en hoe hier leiding aan wordt gegeven, ook het identiteitswerk van studenten én docenten en andere betrokkenen in de opleiding.Steeds meer beroepsopleidingen komen openlijk uit voor een normatief perspectief, op ‘goed werk’ door professionals. Echter, wordt vaak een discrepantie ervaren tussen hoe een bepaald perspectief begrepen en vertaald wordt in het handelen van betrokkenen binnen het curriculum en welke ‘bedoeling’ er men initieel mee had.Het voorleven van een waarden-oriëntatie, betreft een complex proces. Een dergelijk perspectief bestaat veelal naast andere relevante perspectieven en kan als té voorschrijvend overkomen waarmee de autonomie in het gedrang komt. Het is veelal te vrijblijvend en een eigen invulling wordt vrijwel niet besproken met elkaar.Dit pleit voor het belang van het creëren van ‘holding environments’, al dan niet met participatief actieonderzoek, waarmee zowel individueel en collectief identiteitswerk binnen opleidingen plaats kan vinden.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
Collectief identiteitswerk, Identity workspaces, Normatief opleiden, Participatief actieonderzoek

Samenwerken aan preventieve interventies in de klas door leraren en jeugdhulpverleners (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)87Karin Diemel; Fontys Hogeschool; Mariette Haasen; Fontys Hogeschool

Koopmans – K 1206do 16:00 – 17:30

In deze NRO-studie is in drie onderzoekslijnen onderzocht hoe leerlingen zich succesvol kunnen ontwikkelen door het aanbieden van een geïntegreerde preventieve aanpak door leraren en jeugdhulpverleners in de klas. In de designlijn is door drie onderwijspraktijken een interventie gericht op sociaal- en emotioneel leren voor leerlingen ontworpen en uitgevoerd door leraren en jeugdhulpverleners samen. In de evaluatielijn zijn, middels een vragenlijst en interviews, de effecten van de gezamenlijk uitgevoerde interventies onderzocht. Dit betrof effecten 1) op het welbevinden van de leerlingen, 2) op de pedagogische competenties van de leraren en 3) op het interprofessioneel samenwerken op zich. Bij de leerlingen zien we een toename in welbevinden met leerkrachten en met klasgenoten en een toename van het cognitief zelfvertrouwen. Uit de metingen blijkt vervolgens dat leraren, door samen te werken met jeugdhulpverlening, beter leren omgaan met complexe gedragssituaties in de klas. Tenslotte zien we bij de professionals uit beide werkvelden ontwikkelingen in het samenwerken. We zien een toename in onderlinge afhankelijkheid en flexibiliteit, wat betekent dat ze elkaar meer nodig hebben om doelen te bereiken en dat ze hun eigen professie los durven te laten om over de grenzen van hun eigen professionaliteit actief te worden.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Onderwijs & Samenleving
gedrag, jeugdhulpverlening, preventie, samenwerken onderwijs

SPOTLIGHT Op het juiste (onderwijs)pad? (2/2)

Alternatieve presentatievorm (60 minuten)746Anne van Leest; Universiteit Utrecht

Koopmans – K 1206do 16:00 – 17:30

Het toewijzen van leerlingen aan een middelbaar schoolniveau is al decennialang onderwerp van gesprek, niet alleen in Nederland, maar ook internationaal. Toch is de ongelijkheid van kansen in het onderwijs de afgelopen tien jaar toegenomen. Zo lijken leerlingen uit een laag sociaal economisch milieu (SES) aanhoudend kansen mis te lopen.Tijdens deze spotlightsessie van de divisie Onderwijs en Samenleving staat een panelgesprek rondom het thema kansengelijkheid bij de overgang van po naar vo centraal. Aan de hand van bevindingen en inzichten uit het proefschrift van Anne van Leest wordt vanuit verschillende perspectieven (wetenschap, beleid en praktijk) gekeken welke mogelijkheden er vanuit het onderwijs ingezet kunnen worden om gelijke kansen in het onderwijs te bevorderen.

Onderwijs & Samenleving
Basisschooladvies, Kansengelijkheid

Het Auctoraat als motor voor Onderzoeksmatig werken in het voortgezet onderwijs (1/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)311Ton Kallenberg; Jac.P.Thijsse College; Ben Vriesema; Jac.P.Thijsse College; Suzanne De Cock; Jac.P.Thijsse College; Mieke Van Diepen; Hogeschool van Amsterdam

Koopmans – K7do 16:00 – 17:30

Welke stappen kan een vo-school zetten om te komen tot een cultuur van onderzoeksmatig werken?

In deze bijeenkomst maken de sprekers duidelijk welke rol een Auctor kan spelen om te komen tot een onderzoeksmatige manier van werken bij docenten in het VO.

Het is niet altijd eenvoudig een manier van Onderzoeksmatig werken binnen een (bestaande) school te implementeren, immers, de docenten werken al lang volgens hun eigen manier. Om de ’tacit knowledge’ expliciet naar voren te krijgen en docenten mee te nemen op de weg naar Onderzoeksmatig werken, zijn verschillende manieren mogelijk. Aan de ronde tafel proberen we middels een verhelderend gesprek duidelijk te maken hoe wij het proces in werking hebben gezet en wat tot nu toe de resultaten zijn

Beleid & Organisatie
Auctoraat, Onderzoeksmatig werken

Ingebedde expliciete instructie over leerstrategieën in hoger onderwijs: ontwikkelen van een professionaliseringstraject (2/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)710Tine Hoof; Expertisecentrum Onderwijs en Leren, Thomas Morehogeschool

Koopmans – K7do 16:00 – 17:30

Studenten in het hoger onderwijs gebruiken over het algemeen niet die studeerstrategieën die uit onderzoek effectief zijn gebleken (e.g., Morehead et al., 2016). Daarom is er behoefte aan expliciete instructie hierover aan studenten (e.g., Biwer et al., 2020; Rea et al., 2022). Wanneer die expliciete instructie is ingebed in de dagelijkse praktijk van de docent, krijgen studenten bij verschillende leerstofonderdelen begeleide oefenkansen om zich effectieve studeerstrategieën eigen te maken (Dignath & Veenman, 2020; Muijs & Bokhove, 2020).Om docenten te ondersteunen bij het inbedden van expliciete instructie over leerstrategieën in hun lespraktijk hebben we een professionaliseringstraject ontwikkeld. We beschrijven grondig (1) de inhoud van het traject, gebaseerd op de best evidence uit onderzoek naar studeerstrategie-instructie en (2) de ontwerpprincipes volgens welke het traject is vormgegeven. Tot slot (3) rapporteren we over de ervaringen van de docenten die deelnamen aan een pilot-professionaliseringstraject.

Leraar & Lerarenopleiding
hoger onderwijs, instructie over leerstrategieën, professionaliseringstraject

Onderwijs met impact ontwerp je samen: ondernemend onderwijs (3/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)763Joyce van den Boogaard; Fontys HKE; Nanke Dokter; Fontys HKE

Koopmans – K7do 16:00 – 17:30

Bij Fontys Pabo ’s-Hertogenbosch staat samen opleiden met partners uit het werkveld centraal, met flexibel en gepersonaliseerd onderwijs dat aansluit bij studenten. Gepersonaliseerd onderwijs stimuleert zelfgestelde leerdoelen en onderzoeksmatig werken en leidt tot diepgaand leren. In reactie op studentenwensen om duidelijkere kaders en de behoefte aan meer bruisende activiteiten, werd ervoor gekozen om in het curriculum ‘Werken met projecten’ als speerpunt te nemen. Dit werd ondersteund door een website waar externe partners projecten kunnen aanmelden. Evaluaties tonen sterke studentenmotivatie en tevreden docenten, met verbeterde team- en student-docent relaties. Tijdens de ronde tafel worden enkele uitdagingen besproken: het balanceren van diversiteit in projectkeuzes, het optimale leerlandschap voor een ideaal leerklimaat en het creëren van ruimte voor gepersonaliseerde projecten binnen het curriculum zonder concessies aan kwaliteit.

Leraar & Lerarenopleiding
betekenisvol opleiden, leerlandschap, werken met projecten

Pedagogisch redeneren over technologie-integratie: een literatuurstudie (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)393Lotte Schreuders; Universiteit van Amsterdam

Simon – S8do 16:00 – 17:30

Digitale technologie ontwikkelt zich in een razend tempo waardoor docenten worden geconfronteerd met de eindeloze mogelijkheden en uitdagingen van het integreren van technologie in hun onderwijs (Haleem et al., 2022; Vincent-Lancrin, 2021). Een manier om dieper inzicht te krijgen in hoe docenten technologie integreren, is door hun pedagogisch redeneren te bestuderen (Heitink et al., 2016; Holmberg et al., 2018; Hughes et al., 2020). Pedagogisch redeneren kan worden gedefinieerd als het denkproces wat ten grondslag ligt aan de beslissingen die docenten nemen. Hiermee geeft het inzicht in de “waarom” achter de onderwijspraktijk van docenten (Loughran, 2019). Echter, het pedagogisch redeneren van docenten is moeilijk te meten en liggen definities, operationalisaties en meetinstrumenten erg uiteen in de literatuur (Forkosh-Baruch et al., 2021). Deze scoping review heeft daarom als doel te analyseren hoe pedagogisch redeneren over technologie-integratie wordt geoperationaliseerd in de literatuur. Uit deze analyse zijn drie algemene theoretische stromingen en bijbehorende operationalisaties geïdentificeerd. In deze paperpresentatie zullen we deze stromingen, hun theoretische basis en bijbehorende raamwerken verder toelichten.

ICT in Onderwijs & Opleiding
Pedagogisch redeneren, Scoping review, Technologie integratie

Waarde(n) van open leermateriaal: beweegredenen voor gebruik in funderend onderwijs (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)499Lysanne Post; Universiteit Leiden; Marjon Baas; Hogeschool Saxion

Simon – S8do 16:00 – 17:30

Dit onderzoek richt zich op het gebruik van open leermaterialen in het funderend onderwijs, waarbij zowel een systematische literatuurreview als een mixed-method studie is uitgevoerd. Het onderzoek beoogt inzicht te bieden in de beweegredenen van docenten om open leermaterialen al dan niet te gebruiken, met het uiteindelijke doel barrières weg te nemen en meer leerlingen toegang te verschaffen tot hoogwaardige en actuele leermaterialen. De eerste inzichten van de literatuurstudie, waarin 53 van de 784 artikelen voor verdere screening zijn geselecteerd, laten zien dat inzichten zich voornamelijk richten op de waarde van open leermaterialen in het funderend onderwijs vanuit het perspectief van studiesucces en de verkregen toegang tot materialen, maar ook de barrières presenteren die leraren ervaren bij het gebruik. In de mixed-method studie hebben 20 leraren een vragenlijst ingevuld en zijn er 5 leraren geïnterviewd. De eerste resultaten van de empirische studie laten zien dat leraren open leermaterialen vooral incidenteel gebruiken voor het verrijken van het onderwijs met actuele onderwerpen of moderne materialen. Over het geheel kan voorzichtig geconcludeerd worden dat leraren open leermaterialen vooral mogelijkheden bieden ter aanvulling en variatie op de reeds door de leraar gebruikte methode(n).

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

ICT in Onderwijs & Opleiding
open leermaterialen

Meedoen op afstand in een hybride klas, interactie met leerlingen met een chronische aandoening (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)521Silvia Klunder; ICLON, Interfacultair Centrum voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Nascholing van de Universiteit Leiden;Ben Smit; ICLON, Interfacultair Centrum voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Nascholing van de Universiteit Leiden

Simon – S8do 16:00 – 17:30

Onderzoek naar hybride virtueel onderwijs voor leerlingen met een chronische aandoening (CA) is beperkt. In onderwijs aan zieke kinderen die vanuit huis of ziekenhuis onderwijs volgen moeten leraren hun aandacht moeten verdelen over de leerlingen in de klas en de leerling-CA. Leraren hebben met name moeite om de interactie tussen de leerling-CA en de klas (leerlingen én de leraar) te stimuleren. Leraren hebben moeite met het onderhouden van de sociale betrokkenheid van de leerling-CA met de klas en omgekeerd, en het stimuleren van de motivatie van leerlingen-CA voor leren en school. Daarnaast zijn de toegepaste pedagogische en didactische strategieën en de gebruikte technologie van invloed is op de effectiviteit van hybride virtueel onderwijs. In dit onderzoeksproject wordt beschreven hoe leraren hybride virtueel onderwijs in PO, VO en MBO vorm geven en welke problemen ze daarbij ondervinden. Tevens worden suggesties voor verbetering van het onderwijs gepresenteerd. De resultaten van het onderzoek zijn tevens verwerkt in een factsheet voor leraren.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

ICT in Onderwijs & Opleiding
afstandsonderwijs, hybride, interactie

Hoe zien taken eruit die tot doel hebben adaptieve expertise te bevorderen tijdens werkplekleren in het hoger onderwijs? (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)337Els Roskam-Pelgrim; Avans Hogeschool; Lotte Bus; HAN University of Applied Sciences

Simon SZ 31do 16:00 – 17:30

De onvoorspelbare complexiteit van toekomstige beroepen vereisen dat professionals beschikken over adaptieve expertise. Adaptieve experts weten hoe ze optimaal moeten bewegen tussen efficiëntie en innovatie. Uit de literatuur zijn verschillende taakkenmerken geïdentificeerd die curriculumontwikkelaars kunnen gebruiken om adaptieve expertise te bevorderen. Dit zijn: openheid, authenticiteit, noviteit, cognitieve complexiteit, creatieve complexiteit, interactie met stakeholders, samenwerking, autonomie en leercultuur. In deze studie analyseren we drie casussen in werkgerelateerde onderwijsomgevingen in de context van het hoger onderwijs, die ontworpen zijn om adaptieve expertise te bevorderen. We analyseren op basis van interviews met ontwikkelaars, docenten en studenten hoe de negen genoemde taakkenmerken tot uiting komen. Een zekere mate van autonomie met een veilige leercultuur waarin fouten maken mag en er gereflecteerd wordt, blijken in alle casussen aanwezig. Verder zien we variaties in de mate waarin de aard van de taak uitgewerkt wordt (openheid, authenticiteit en noviteit). Ook de mate waarin er cognitieve en creatieve complexiteit gevraagd wordt, wordt verschillend uitgewerkt, evenals de keuze voor ofwel een grote mate van samenwerking bij het volbrengen van de opdracht, ofwel het interacteren met stakeholders.Curriculumontwikkelaars kunnen de taakkenmerken gebruiken als een gespreksstarter om beredeneerde keuzes te maken in de ontwikkeling van onderwijsmodules gericht op adaptieve expertise ontwikkeling.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Hoger Onderwijs
Adaptieve expertise, Taakkarakteristieken, Werkplekleren

Network Literacy Questionnaire (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)676Femke Nijland; Open Universiteit

Simon SZ 31do 16:00 – 17:30

De netwerkgeletterdheid van studenten in het hoger onderwijs is van invloed op hoe studenten academische vaardigheden verwerven en kennis delen buiten de onderwijscontext. Om de netwerkgeletterdheid van studenten in kaart te brengen is de Network Literacy Scale (NLS) ontwikkeld in samenwerking met experts en studenten, bestaande uit vijf schalen: zelf categorisatie, sociale equivalentie, collectieve aandacht, gezamenlijke kennis en sociale identiteit. De NLS is uitgezet onder 75 studenten. Exploratieve factoranalyse is uitgevoerd, waarbij vijf factoren werden onderscheiden. Onderzoek resulteerde in een vragenlijst van 25 items waarmee de vaardigheid van studenten in het aangaan van leerrelaties in kaart kan worden gebracht.

Hoger Onderwijs
Netwerkgeletterdheid, Netwerkleren

De bijdrage van scholen aan de vaardigheidsgroei van leerlingen (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)725Anton Béguin; International Baccalaureate Organization

Simon SZ 31do 16:00 – 17:30

In schooleffectiviteitsonderzoek wordt empirisch gevonden dat de variantie op schoolniveau relatief laag is (Coleman et al, 1966) in verhouding tot de variantie op leerlingniveau. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het effect van scholen op leerlingprestaties relatief beperkt is. In een recente Amerikaanse studie (Atteberry & McEachin, 2020) werd echter gevonden dat bij meting van groei in leerlingprestaties een relatief groot deel van de variantie op schoolniveau lag. In dit paper laten we zien dat de conclusie van de auteurs dat de school een groot deel van de groei bepaalde, genuanceerd moet worden. In het door hen gehanteerde statistische model interpreteren zij verschillen vaardigheidsgroei in isolatie, terwijl er ook verschillen in aanvangsniveau (intercept) bestaan tussen scholen. Met name als er een interactie tussen groei en aanvangsniveau optreedt zal dit de interpretatie compliceren.In deze studie presenteren we de resultaten van een replicatie van het onderzoek van Atteberry & McEachin toegepast op Nederlandse data die komen uit het onderdeel Rekenen-Wiskunde van het Cito leerlingvolgsysteem (PO). We voerden ook vervolganalyses uit om inzicht te krijgen in het effect van de interactie tussen het aanvangsniveau en vaardigheidsgroei.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
multilevel modellen, schooleffectiviteit, vaardigheidsgroei

Schoolleiderschap en Schoolprestaties: Effectiviteit van het High Performing Schools Programma (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)291Orhan Agirdag; KU Leuven

Tias – TZ 10do 16:00 – 17:30

Veel onderwijssystemen kampen met dalende schoolprestaties. Daarom zoeken beleidsmakers en professionals naar manieren om deze prestaties te verbeteren. Deze studie onderzoekt de effectiviteit van een specifiek schoolleiderschapsontwikkelingsprogramma in Nederland, genaamd het High Performing Schools (HPS) programma. Het HPS-programma is een initiatief voor professionele ontwikkeling, dat zich richt op school- en leiderschapsverbetering in twee verschillende versies: (1) HPS voor leiderschapsteams (directeuren en managementteam) en (2) HPS voor hele schoolteams als professionele leergemeenschappen (PLGs). 47 basisscholen namen deel aan de HPS-programma’s tussen 2018-2019 en 2021-2022. Een quasi-experimenteel design werd geïmplementeerd om de effectiviteit van het programma te beoordelen. De academische prestaties (behaalde streefniveaus) van de 47 deelnemende scholen werden vergeleken met een vergelijkingsgroep van 6,110 scholen, met behulp van ANCOVA. De analyses toonden aan dat scholen die aan het HPS-programma deelnamen, beter presteerden dan vergelijkbare scholen. Verbeteringen in prestaties werden gevonden die equivalent zijn aan zes tot acht maanden extra leerprogressie. Scholen die deelnamen aan de PLG-versie van het programma presteerden het beste. De effecten waren statistisch significant voor wiskunde en schrijven, maar voor lezen werden geen significante effecten gevonden. We concluderen dat het HPS-programma veelbelovende resultaten laat zien.

Leren & Instructie
Leiderschap, Schoolverbetering

Gespreid leiderschap en intern sociaal kapitaal in onderwijsorganisaties in het VO (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)507Lieneke Ritzema; Rijksuniversiteit Groningen; Marij Veldman; Rijksuniversiteit Groningen

Tias – TZ 10do 16:00 – 17:30

Dit onderzoek richtte zich op de vraag op welke manier gespreid leiderschap in VO-onderwijsorganisaties vorm krijgt en hoe dit gerelateerd is aan het intern sociaal kapitaal (ISK) van deze organisaties. We voerden een multipele cases studie uit met zes besturen en twaalf onderliggende scholen. Ons onderzoek toont dat er meerdere invullingen zijn van gespreid leiderschap in onderwijsorganisaties. In de onderzochte organisaties wordt op een of andere manier gestreefd naar het spreiden van het leiderschap, maar in welke betekenis, met welk doel en tot waar in de organisatie taken laag belegd zouden moeten worden is niet altijd helder en er treden verschillende uitingsvormen op. Gespreid leiderschap en ISK lijken aan elkaar gerelateerd, in die zin dat een hoge mate aan ISK de implementatie van gespreid leiderschap lijkt te vergemakkelijken en dat in organisaties waar het ISK relatief laag is, het gespreid leiderschap ook minder goed uit de verf lijkt te komen. Dit betekent dat organisaties zich goed bewust zouden moeten zijn van zowel hun visie op gespreid leiderschap als de mate van aanwezig ISK.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Beleid & Organisatie
Gespreid leiderschap, Intern sociaal kapitaal

Curriculum innovation in higher professional education and the key role of the manager (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)562Hans Frederik; Vrije Universiteit

Tias – TZ 10do 16:00 – 17:30

Universities of applied sciences are the driving force in higher professional education and knowledge development. With approximately half a million students, these universities of applied sciences are the largest provider of highly educated professionals in the Netherlands. The success of these universities is partly determined by the quality of the connection and knowledge exchange with the professional field. The manager of the training team is responsible for the organization and development of the curriculum. In this role, they have powers in the areas of personnel, finance, quality assurance and planning within the institutional framework of the university. They are the central hub in the organization of training courses and are responsible for optimizing work processes and guaranteeing the quality of graduates. In this study we interviewed 25 managers about how they use their resources for innovation within their management frameworks in educational organizations. This research shows that innovation requires room for entrepreneurship and experiment.

Hoger Onderwijs
higher professional education, professional field, program director, resource orchestration

Samenwerkingsactiviteiten in de BKO. Wat leren docenten hiervan? (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)375Marloes Vreekamp; Wageningen University & Research

Tias – TZ 3do 16:00 – 17:30

De Nederlandse universiteiten kennen sinds 2008 de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) om de kwaliteit van het universitaire onderwijs en de professionele ontwikkeling van docenten te verbeteren. Binnen de BKO wordt samenwerken door docenten als belangrijk ervaren. Samenwerken met andere deelnemers omvat diverse activiteiten en varieert in de mate van onderlinge afhankelijkheid tijdens de samenwerking (Little, 1990). In deze studie is middels een survey onderzocht welke samenwerkingsactiviteiten worden ervaren door docenten, welke leeruitkomsten docenten rapporteren en wat de relatie is tussen samenwerkingsactiviteiten en leeruitkomsten. Uit de resultaten blijkt dat samenwerkingsactiviteiten die gepaard gaan met een hoge onderlinge afhankelijkheid (co-creatie) minder vaak worden ervaren dan die met een lage onderlinge afhankelijkheid (delen). Verder blijkt dat hoe frequenter samenwerking wordt ervaren, hoe meer leerresultaten er worden gerapporteerd door docenten. Tot slot blijken samenwerkingsvormen waarbij sprake is van een geringe onderlinge afhankelijkheid leeruitkomsten in het persoonlijke domein (i.e. kennis, visie) en docent handelen te stimuleren. Deze resultaten kunnen worden gebruikt om samenwerkingsactiviteiten binnen de BKO verder vorm te geven.

Hoger Onderwijs
Docentprofessionalisering, samenwerking, survey

Change Laboratories: Meer kans op blijvende waarde (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)502Arjen De Vetten; ICLON, Universiteit Leiden

Tias – TZ 3do 16:00 – 17:30

Wanneer docenten structurele problemen ervaren die een transformatie van hun onderwijspraktijken vereisen, is er behoefte aan transformative agency. Wij gebruiken de Change Laboratory innovatiemethodiek om verandering in een complexe onderwijscontext te bewerkstellingen en de ontwikkeling van transformative agency van docenten te faciliteren (Engeström, 2011). Het onderzoek vindt plaats binnen de vakken van vier docenten van een master rechtsgeleerdheid. Wij bestuderen de transformaties in hun vakken om te evalueren in hoeverre uit de implementatie van de vernieuwde onderwijsmodellen die docenten tijdens de Change Laboratory hebben ontwikkeld docenten transformative agency bereikt hebben. Voor de analyse gebruiken we lesobservaties, interviews en panelgesprekken met studenten, kijkcijfers van kennisclips, toetsresultaten en reflectie-interviews met de docenten over hun transformative agency. Een eerste analyse toont getransformeerde onderwijspraktijken, waarbij studenten meer verantwoordelijkheid op zich hebben genomen voor hun eigen leerproces en voor participatie tijdens het onderwijs. Tijdens de presentatie delen we ook de resultaten van de reflectie-interviews. Ons onderzoek draagt bij aan de evidentie over de effectiviteit van de Change Laboratory innovatiemethodiek, een methodiek die ook in andere contexten waarin structurele problemen spelen gebruikt kan worden.

Hoger Onderwijs
Agency, Change Laboratory, Docentontwikkeling, Onderwijsinnovatie

Leren van expert docenten: hoe bereiken zij hoge studentbetrokkenheid in activerend onderwijs? (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)540JW Grijpma; Vrije Universiteit

Tias – TZ 3do 16:00 – 17:30

Kleinschalig activerend onderwijs, waarbij studenten door actieve betrokkenheid hun kennis en vaardigheden ontwikkelen, speelt een grote rol in het medisch onderwijs. Ondanks docentprofessionalisering en theoretische vooruitgang in kennis over dit onderwerp, blijft het een uitdaging voor zowel beginnende als meer ervaren docenten om studenten optimaal te betrekken in hun onderwijs. We hebben een interviewstudie uitgevoerd met behulp van een Constructivist Grounded Theory Approach, om te ontdekken hoe expert docenten (gekenmerkt worden door consequente hoge beoordelingen op het gebied van studentbetrokkenheid) het lukt om een hoge mate van studentbetrokkenheid te bereiken. Deze studie resulteerde in een grounded theorie die bestaat uit drie wederzijds beïnvloedende componenten: 1) Streven naar een ondersteunende leeromgeving, bestaande uit psychologische veiligheid, wederzijdse zorg en toewijding, en een duidelijke en gedeelde klassenstructuur; 2) Persoonlijke aanpak, beïnvloed door individuele onderwijswaarden en competenties, kennis en overtuigingen over studenten, en het cursusontwerp; 3) Faciliteren van het actieve leerproces, door continue te observeren, de betekenis van deze observaties te analyseren in het licht van hun streven en aanpak, en vervolgens te beslissen over een te volgen koers. Deze theorie benadrukt het belang van docentprofessionalisering die studentbetrokkenheid holistisch benaderd en langdurig van opzet is, om docenten bewust te laten worden van hun waarden.

Leren & Instructie
Actief leren, Docentprofessionalisering, Studentbetrokkenheid

Doorgronden en ondersteunen van responsief curriculum co-design met dialoogkaarten

Workshop (60 minuten)693Susan McKenney; Universiteit Twente; Anje Ros; Fontys Hogeschool; Maria Custers; University of Twente

Tias – TZ 4do 16:00 – 17:30

Maatschappelijke vraagstukken, een veranderende arbeidsmarkt en een steeds diverser wordende studentenpopulatie dagen het hoger beroepsonderwijs uit om meer responsieve curricula te ontwikkelen. Een responsief curriculum is een curriculum dat flexibel met bovenstaande ontwikkelingen kan meebewegen. Dergelijke curricula vragen om een participatief ontwerpproces: oftewel om collaboratief curriculum design (CCD) in multi-actor design teams. In deze workshop gaan deelnemers spelenderwijs aan de slag met een set kaarten die als onderdeel van een PhD-traject is ontwikkeld om het gesprek aan te gaan over huidige en gewenste support voor dergelijke design teams. Het gaat om een prototype dat in de periode maart-april actief wordt ingezet om MT’s en onderwijskundigen voor te bereiden op grootschalige curriculumontwikkeling binnen een hogeschool in het zuiden van Nederland, die de context vormt van dit onderzoek. De workshop is met name interessant voor onderzoekers met interesse in (evaluatie van) curriculum co-design en ORD-bezoekers die benieuwd zijn naar manieren om actief met docenten en andere stakeholders in dialoog te treden over responsieve curricula of het ondersteunen van teams bij onderwijsvernieuwing.

Curriculum
Codesign, hbo, Team support

VR als toepassing voor het leren van leraren in opleiding (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)47Kelly Beekman; Fontys; Edwin Buijs; Hogeschool van Arnhem en Nijmegen; Debby Weerlink; Fontys

Tias – TZ 5do 16:00 – 17:30

Virtual Reality (VR) wordt steeds vaker ingezet in het onderwijs, ook in de lerarenopleidingen. In hoeverre studenten daadwerkelijk leren van de VR-leeromgeving is mede afhankelijk van de feedback die de studenten ontvangen. In ons onderzoek hebben we de leerervaring bij drie soorten feedback (docentfeedback, peerfeedback en voorgeprogrammeerde feedback) vergeleken.

Leraar & Lerarenopleiding
aanstaande leraren, feedback, Virtual Reality

Dialoog over leren met digitale technologie (2/2)

Workshop (60 minuten)614Jos Van den Brand; Thomas More Hogeschool; Marleen Evers; KU Leuven

Tias – TZ 5do 16:00 – 17:30

Digitale onderwijsapps en platforms zijn razendsnel geïntegreerd in de onderwijspraktijk van Nederlandse basisscholen. Van leerlingvolgsystemen tot adaptieve leerplatforms. Aanvankelijk reageerden scholen enthousiast: leerkrachten kunnen leerlingen tijdens de les monitoren, in plaats van erna. Daardoor kan de leerkracht beter hulp bieden. Bovendien neemt het nakijkwerk uit handen. Door deze instrumentele benadering blijven de fundamentele waarden die in digitalisering van de klas op het spel staan buiten beschouwing. Pas de laatste tijd zijn er ook kritische geluiden van scholen te horen. Bij kinderen die bijvoorbeeld niet goed zijn in lezen en rekenen, werken digitale lessen eerder averechts. Dit roept bij scholen vragen op over de impact van digitale technologie op pedagogische en didactische waarden.Dit praktijkgericht onderzoek ontwikkelt hiervoor in drie stappen een dialoogmodel voor basisscholen:Stap 1: Casuïstiek verzamelen over de pedagogische en didactische impact van digitale technologie in de onder-, midden – en bovenbouw van twee basisscholen.Stap 2: De casuïstiek bewerken tot praktijkverhalen.Stap 3: Een dialoogvorm ontwikkelen en uitproberen om in gesprek te gaan over deze praktijkverhalen.Bij dit onderzoek werken we samen met Kennisnet en de Universiteit van Utrecht.Wij gaan met de deelnemers in dialoog over de eerste bevindingen van ons onderzoek.

Leraar & Lerarenopleiding
Basisonderwijs, Pedagogisch handelen, Persoonsvorming, Rouw

Het ontwikkelen van een evaluatie-instrument voor een responsief curriculum voor het opleiden van leraren in het hbo (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)203Rieke van Bemmel; Open Universiteit

Tias – TZ 8do 16:00 – 17:30

Bij lerarenopleidingen staat flexibiliseren volop in de belangstelling. Onder druk van het lerarentekort proberen opleidingsteams van lerarenopleidingen het curriculum aantrekkelijker en toegankelijker te maken door het ontwerpen van een responsief curriculum waarin een individuele benadering en maatwerk centraal staan. Essentieel onderdeel van een ontwerpproces is evaluatie en deze kan in elke fase van een ontwerp worden uitgevoerd, zodat teams tijdens het ontwerpen regelmatig en tijdig zicht krijgen op knelpunten. Echter, er is nog weinig bekend over hoe en met welk instrument een responsief curriculum geëvalueerd kan worden. Doel van dit onderzoek is om een instrument te ontwikkelen waarmee geëvalueerd kan worden welke invulling responsiviteit krijgt. We hanteren een kwalitatieve, ontwerpgerichte aanpak waarin we in focusgroepen met experts en docentontwikkelteams op iteratieve wijze een evaluatie-instrument voor responsieve lerarenopleidingen ontwikkelen en testen. Het resultaat is een bruikbaar en gevalideerd instrument waarmee een responsief curriculum niet met extern opgelegde, maar zelf ontwikkelde criteria geëvalueerd kan worden. Met dit evaluatie-instrument kan regelmatig en tijdig geanticipeerd worden op knelpunten.

Curriculum
curriculumevaluatie, flexibilisering, lerarenopleiding, responsief curriculum

Taalsteun in de geschiedenisles (2/2) Primaire bronnen lezen, erover en schrijven en gesprek gaan.

Workshop (60 minuten)360AnneChristien Tammes ; SLO; Johan van Driel; SLO

Tias – TZ 8do 16:00 – 17:30

Primaire bronnen spelen een belangrijke rol in het geschiedenisonderwijs. Als bronnen elkaar tegenspreken, kunnen leerlingen worden aangezet tot diep redeneren over het verleden en tot kritische reflectie over informatie (Reisman, 2015). Daarbij speelt taal een belangrijke rol.

Aandacht voor taal in het geschiedenisonderwijs helpt leerlingen bij het redeneren over primaire bronnen. De door ons ontwikkelde handreiking ‘Primaire bronnen bij geschiedenis’ baseert zich op de principes van taalgericht vakonderwijs en biedt handvatten om expliciet aandacht te besteden aan de lees-, schrijf- en mondelinge taalvaardigheid van leerlingen, die aansluit bij de werkwijze van historici. De drie bijbehorende lessenseries zijn voorbeeldmatig en kant-en-klaar te gebruiken.

De lessen dragen ook bij aan kritisch, democratisch burgerschap (Veugelers, 2015) en kritische informatievaardigheden (Nokes & De La Paz, 2015). Essentiele vaardigheden voor jongeren die op social media veel te maken krijgen met geframede informatie: informatie die uit de context is gehaald of belicht vanuit een bepaalde invalshoek. Leerlingen leren sneller het frame herkennen van waaruit informatie is beschreven en leren te zoeken naar bewijs.

Curriculum
basisvaardigheden, historisch redereneren, kritische informatieverwerving, taalgericht vakonderwijs

Leren (om) de wereld te veranderen: continuïteit en discontinuīteit in klimaatactivisme (1/2)

Alternatieve presentatievorm (60 minuten)236Kaja Chmielewska; Universiteit Utrecht; Larike Bronkhorst; Universiteit Utrecht

Tias – TZ 9do 16:00 – 17:30

Jongeren voelen de urgentie van de klimaatcrisis. Door met klimaatactivisme hun scepsis over bestaande structuren, waaronder onderwijs, te uiten, leren adolescenten eigenlijk. Echter, bestaand onderzoek heeft beperkt aandacht voor de plek van activisme in het leven van jongeren én hoe dit bijdraagt aan het leren (om) de wereld te veranderen. Deze studie verkent het leren van klimaatactivisme door (on)bedoelde discontinuïteiten tussen de verschillende contexten, waaronder onderwijs, waarin jongeren zich dagelijks begeven. De onderzoeksvraag luidt: wat leren adolescenten wanneer ze dis/continuïteit tussen klimaatactivisme en andere levensbrede contexten ervaren?Veertien jongeren in de leeftijd van 19 tot 27 jaar namen vrijwillig deel aan dit onderzoek. Inhoudsanalyse van participerende observaties en interviews laat zien dat jongeren door dis/continuïteit in activisme leren over het klimaat, activisme, intersectionaliteit, democratie en systeemstructuren; leren om zich te organiseren, te socialiseren en perspectief(en) in te nemen; terwijl ze leren wie ze zijn en wie ze willen worden. Een deel van de jongeren ervaart structurele discontinuïteit en ziet zich genoodzaakt hun activisme voor zichzelf te houden en/of zich terug te trekken uit verschillende contexten, waaronder school. Meer expliciete ruimte in het onderwijs en daarbuiten voor het delen en vormgeven van wat belangrijk is voor jongeren lijkt wenselijk.

Onderwijs & Samenleving
activisme, boundary crossing, klimaat

Hoopvol of angstig over klimaatverandering? De rol van emoties in jeugdliteratuur op gedragsintentie (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)782Marije van Amelsvoort; Tilburg University

Tias – TZ 9do 16:00 – 17:30

Verhalen zijn belangrijk. Ze helpen om een steeds ingewikkeldere wereld te begrijpen. Als een van de grote uitdagingen van onze tijd speelt klimaatverandering vaker een hoofdrol in verhalen, ook in verhalen voor kinderen. Waar sommige klimaatverhalen een neutrale insteek hebben, hebben andere verhalen het over de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde. Zoiets maakt natuurlijk nogal uit voor wie zich verantwoordelijk voelt en bereid is er iets aan te doen. Wat misschien ook uitmaakt voor de bereidheid om iets aan klimaatverandering te doen is of een verhaal vooral negatief is (De aarde wordt steeds warmer, het weer extremer en we doen er met zijn allen onvoldoende aan) of dat het een hoopvolle ondertoon heeft (De aarde wordt steeds warmer, maar het is nog niet te laat om er iets aan te doen). In het hier beschreven onderzoek hebben we bij kinderen uit de hoogste klassen van het primair onderwijs gekeken hoe verhalen hen beïnvloeden en hoe emotie daar een rol in speelt. De focus lag hierbij op de emoties hoop en angst.

Leren & Instructie
emoties, jeugliteratuur, klimaatcommunicatie

vrijdag 12 jul 2024

09:00 – 10:30 Parallelsessie 6

De waarde van interprofessionele leeromgevingen in relatie tot maatschappelijke opgaven

Symposium (90 minuten)78Janna Bruijning; Hogeschool Utrecht; Harry Rorije; Hogeschool Utrecht; Erica Bouw; Hogeschool Utrecht; Ilya Zitter; Hogeschool Utrecht; Josien Engel; Hogeschool Utrecht

Cobbenhagen – Aulavr 09:00 – 10:30

Om verder te komen met maatschappelijke opgaves, zullen alle betrokkenen moeten leren en zich blijven ontwikkelen. Dat kan in leeromgevingen waarin mensen vanuit verschillende werelden samen werken aan een concreet vraagstuk. Zulke leeromgevingen zijn te zien als een soort van infrastructuur en als voorziening ingericht in nieuwe en bestaande wijken waarin men leert op elkaar af te stemmen en in lijn brengen van verschillende denkbeelden, talen, concepten en (deel)oplossingen. De kennis over het ontwerpen van deze leeromgevingen en welke (maatschappelijke) waarde wordt behaald voor betrokkenen is nog schaars. Doelstelling van dit symposium is om kennis uit onderzoek naar grensoverstijgende leeromgevingen te delen, zodat inzicht ontstaat hoe deze leeromgevingen ontworpen kunnen worden, op welke wijze deze leeromgevingen gezamenlijk een sterk geheel gaan vormen en welke waarde gecreëerd kan worden voor betrokkenen als ze samen leren en innoveren in deze leeromgevingen. In dit symposium worden resultaten van onderzoek naar ontwerpprincipes voor deze leeromgevingen, waardecreatie in interprofessionele leeromgevingen en het verduurzamen van interprofessionele leeromgevingen in het hoger beroepsonderwijs gedeeld met deelnemers.

Bedrijfsopleidingen en Vakmanschap, Beroepsonderwijs
Interprofessioneel leren, Maatschappelijke opgaven, Waardecreatie

SPOTLIGHT Toekomstbehendig Hoger Onderwijs

Alternatieve presentatievorm (90 minuten)216Max Kusters; ICLON Leiden University

Cobbenhagen – C 187vr 09:00 – 10:30

Het hoger onderwijs zocht en zoekt naar manieren om maatschappelijke vraagstukken van nu en de toekomst te begrijpen en waar mogelijk op te lossen. Bijvoorbeeld door met studenten en eventuele partners van buiten het hoger onderwijs samen te werken aan en te leren van authentieke vraagstukken. Het vormgeven van curricula waarin zulke vraagstukken een sterkere rol spelen roept verschillende vragen op. Hoe bereiden we studenten adequaat voor op een steeds veranderende maatschappij en arbeidsmarkt? Welke rol heeft het werkveld daarin? Ervaren docenten ruimte voor ontwikkeling van innovatief, meer open onderwijs? Hoe verhoudt innovatief, open onderwijs zich tot eisen omtrent kwaliteit, examinering en accreditatie?In deze spotlightsessie introduceren we drie thema’s en ruimte voor discussie: 1) responsief curriculum, 2) professionele ruimte van docenten en 3) kwaliteitscriteria van het hoger onderwijs.In deze spotlightsessie nodigen we experts uit op bovenstaande gebieden om hun kennis te delen, terwijl we het publiek uitnodigen deel te nemen aan interactieve discussies. Iedere expert bereidt een stelling voor die direct na de lezing wordt bediscussieerd met het publiek. Aan het einde van de sessie is er ruimte voor verdere verkenning.

Hoger Onderwijs
Kwaliteitscriteria, Professionele ruimte

Breng impact in beeld met de tool ‘Leren(d) impact maken’ (1/2)

Workshop (60 minuten)452Haske Van Vlokhoven; HAN University of Applied Sciences; Guuske Van Teunenbroek; HAN University of Applied Sciences; Anne Khaled; HAN University of Applied Sciences

Cobbenhagen – Ruth Firstvr 09:00 – 10:30

In deze workshop presenteren we de tool Leren(d) impact maken, een tool voor het identificeren en versterken van de impact van onderwijsinnovaties in hoger onderwijs. Steeds meer opleidingen zijn betrokken bij transdisciplinair onderwijs en/of interprofessioneel leren middels open-eind leeromgevingen en veronderstellen dat de activiteiten en producten doorwerking hebben, maar vinden het nog een uitdaging om hier grip op te krijgen. De onderwijsinnovatie Praktijkinnovatie Gezondheidszorg en Welzijn (PZW) van de HAN erkent dit en wilde een lerende werkwijze ontwikkelen waarmee de impact in kaart kan worden gebracht en vergroot. Een literatuurverkenning, expertinterviews, een impact-evaluatie van het eerste cohort PZW studenten en een validatie van een eerste prototype resulteerde in een definitie van impact en vijf principes voor ontwerp. Tijdens de workshop leggen de onderzoekers de achtergrond van de tool uit waarna de deelnemers aan de slag gaan met eigen casuïstiek. De deelnemers brengen al werkende wijze op het canvas hun acties in beeld op de vijf impact domeinen. Vervolgens bediscussiëren de deelnemers en onderzoekers de relevantie en toepasbaarheid van de tool.

Hoger Onderwijs
Doorwerking, Impact, Interprofessioneel leren, Transdisciplinair onderwijs

“I’ve now considered it as a piece of home”; kwalitatief onderzoek naar sense of belonging onder international studenten (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)519Elisabeth Klinkenberg; Hogeschool Inholland; Fleur Hessing; Hogeschool Inholland

Cobbenhagen – Ruth Firstvr 09:00 – 10:30

Sense of belonging is een gevoel van verbondenheid met een groep of gemeenschap en is van belang voor het welzijn en succes van individuen. Deze basisbehoefte, erkend door Maslow en recentere studies, heeft specifieke relevantie voor studenten, waarbij een lage sense of belonging negatieve effecten kan hebben op studieresultaten en welzijn. Dit komt vooral naar voren bij internationale studenten die, geconfronteerd met taalbarrières en culturele verschillen, moeite kunnen hebben om zich thuis te voelen in hun studieomgeving.Een lopend onderzoek bij hogeschool Inholland onderzoekt dit vraagstuk door middel van 21 semi-gestructureerde interviews met internationale studenten. De voorlopige bevindingen suggereren dat studenten, ondanks dat ze voelen dat ze zichzelf kunnen zijn en waardevolle vriendschappen hebben ontwikkeld, uitdagingen ondervinden bij het aansluiten bij Nederlandse studenten. Bovendien blijkt huisvesting van invloed op de sense of belonging.Hoewel de meeste studenten een progressieve en open houding in Nederland ervaren, benadrukt het onderzoek de behoefte aan meer inzicht in- en interventies gericht op specifieke factoren die de sense of belonging beïnvloeden. Met name het thuis voelen in de academische en sociale omgeving blijft een uitdaging voor internationale studenten. De uiteindelijke resultaten, inclusief wetenschappelijke en praktische implicaties, delen de onderzoekers graag tijdens de Onderwijs Research Dagen.

Hoger Onderwijs
Internationale studenten, Studentenwelzijn

Actief leren in active learning spaces (1/6)

Poster: Meedenksessie284Jet Bierman; Universiteit van Amsterdam

Cube – Kleine foyervr 09:00 – 10:30

Het universitair onderwijs verandert geleidelijk van voornamelijk docentgericht naar meer studentgericht onderwijs. Voor universiteiten is het een uitdaging om actieve manieren van leren die horen bij studentgericht onderwijs te faciliteren in traditionele onderwijsruimtes. De meeste universiteiten hebben daarom speciale onderwijsruimtes ontwikkeld die actief leren kunnen stimuleren, zogenaamde active learning spaces (ALC’s). Binnen dit promotietraject worden ALC’s van verschillende universiteiten in Nederland onderzocht om beter te begrijpen wat er precies gebeurt in dit soort ruimtes en hoe ze (kunnen) bijdragen aan actief leren, vanuit het perspectief van docenten en van studenten.

Hoger Onderwijs
Actief leren, Docenten, Onderwijsruimtes, Studenten

Programmatisch toetsen als ontwerpvraagstuk: samenspel in curriculum en e-portfolio (2/6)

Poster: Meedenksessie432Bas Agricola; Hogeschool Utrecht; Lieke Ceelen; Open Universiteit

Cube – Kleine foyervr 09:00 – 10:30

Een groeiend aantal opleidingen in het hbo heeft de afgelopen jaren gekozen om programmatisch toetsen te implementeren. Studenten verzamelen gedurende lange tijd een mix aan datapunten, waarop zij feedback krijgen. Die datapunten worden verzameld in een e-portfolio. Op basis van de verzamelde informatie in het e-portfolio – in de vorm van datapunten – worden beslissingen genomen over de leeruitkomsten die centraal staan. Bij programmatisch toetsen ondersteunt een e-portfolio in het begeleiden en beoordelen van het leerproces van de student. In dit project wordt onderzocht hoe hbo-opleidingen hun e-portfolio inrichten, gebaseerd en afgestemd op de programmatische ontwerpkeuzes in hun curriculum en aansluitend bij hun eigen context. De focus van het onderzoek richt zich op het samenspel tussen ontwerpkeuzes, overwegingen en ervaringen van programmatisch toetsen in het curriculum en in het e-portfolio.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
eportfolio, ontwerpkeuzes

Samen voor de SDG’s. Participatief onderzoek aan Learning Communities (3/6)

Poster: Meedenksessie457Bastienne Bernasco; Saxion

Cube – Kleine foyervr 09:00 – 10:30

Het onderzoek is onderdeel van een PD traject binnen het domein Leren en Professionaliseren. In dit traject wordt gewerkt aan een aanpak waarmee learning communities kunnen worden ontwikkeld en ingebed in het ecosysteem van hogescholen en hun beroepspraktijk. Het onderzoek binnen het PD traject richt zich op vijf dimensies van werken, leren en innoveren van learning communities die vanuit een gezamenlijke missie werken aan de SDG’s. In een participatief onderzoeksdesign wordt samen met betrokken docenten, studenten, werkveldpartners en LC-experts, gezocht naar werkzame mechanismes in relatie tot ondersteuning, ecosysteem, randvoorwaarden, leerprocessen en opbrengsten van beginnende en best practice LC’s in het ecosysteem van twee hogescholen. Dit participatief onderzoek heeft als doel om representatieve stakeholders zelf te laten ervaren welke mechanismes werkzaam zijn in de praktijk van learning communities waar zij deel van uitmaken. Aanvullende inzichten rondom participatief onderzoek als methode, worden gezocht middels de voorgestelde poster presentatie.

Hoger Onderwijs
collectief leren, hoger onderwijs, learning communities, sustainable development goals

Leiderschapsidentiteit ontwikkeling van lerarenopleiders tijdens innovatieprocessen (4/6)

Poster: Meedenksessie484Meity Feher ; Fontys Lerarenopleiding Sittard

Cube – Kleine foyervr 09:00 – 10:30

In een snel veranderende maatschappij met een toenemend lerarentekort wordt innoveren in lerarenopleidingen urgenter. Dit vraagt om duurzame innovatieprocessen zoals, flexibele opleidingsmogelijkheden, inhoudelijke aanpassingen van curricula en harmonisatie van organisatieprocessen tussen verschillende sectoren en opleidingen.Lerarenopleiders spelen een sleutelrol bij het leiden van deze innovatieprocessen.Hoe lerarenopleiders zich ontwikkelen in deze leiderschapsrol is niet eerder onderzocht terwijl leiderschap wel een krachtig element voor succesvol en duurzaam innoveren is.Uit de praktijk blijkt succesvol innoveren in het onderwijs geen vanzelfsprekendheid is. Dit promotieonderzoek richt zich daarom op de ontwikkeling van leiderschapsidentiteit van lerarenopleiders tijdens deze innovatieprocessen.

Leraar & Lerarenopleiding
Flexibilisering lerarenopleiding, Leiderschapsidentiteit ontwikkeling, Lerarenopleiders, Onderwijsinnovatieprocessen

De OpMaat, waar leren centraal staat (5/6)

Poster: Meedenksessie621Petra Poelmans; Rotterdam University of Applied Sciences (Hogeschool Rotterdam)

Cube – Kleine foyervr 09:00 – 10:30

In Nederland en Vlaanderen kennen we de leerplicht. Ondanks deze regel zijn er kwalificatie- of leerplichtige jongeren die meer dan drie maanden verzuimen. Wat opvalt in relevante literatuur en ontwikkeling van aanpakken aangaande thuiszitters is dat er vooral óver en veel minder mét de thuisblijvers wordt gesproken. Binnen het onderzoek dat gepresenteerd wordt staat het perspectief van de thuiszitters wel centraal. Op basis van, semi gestructureerde interviews waarbinnen aandacht is voor motivatie, sociale en persoonlijke weerbaarheid en omgevingsfactoren, met leerlingen en met hun ouders/voogd worden succesfactoren en belemmerende factoren achterhaald. Deze factoren worden toegepast in de ontwikkeling van de OpMaat. Een plek waar thuizitters de stap naar leren weer kunnen maken. Binnen de OpMaat staat een veilig en krachtig pedagogisch leerklimaat centraal door onder meer aandacht te schenken aan competentie, autonomie en (vooral) verbondenheid, drie basisbehoeften voor groei (Vansteenkisten et al 2021; Poelmans, 2023).

Onderwijs & Samenleving
onderwijsontwikkeling, thuiszitters

Onderwijsinnovatie: een ontwikkelingstool voor beginnende docenten? (6/6)

Poster: Meedenksessie715Isabel Braadbaart; Vrije Universiteit

Cube – Kleine foyervr 09:00 – 10:30

Junior docenten spelen een drijvende rol bij onderwijsinnovatie bij de bèta faculteit op de VU. Echter krijgen ze weinig praktische ervaring hiermee in hun BKO, dus hebben ze begeleiding nodig om dit goed uit te voeren. Effectieve innovatie in het onderwijs vergt dat docenten beleid, praktijk, onderzoek en theorie samen kunnen brengen. Junior docenten, als beginnende docenten, zullen juist gericht zijn op de basisvaardigheden eigen maken. Toch kiezen ze er vaak voor om actief aan de slag te gaan met de verbetering van het onderwijs. Door in gesprek te gaan met junior docenten die innovatie voorstellen indienen, brengen we in kaart wat deze docenten motiveert om onderwijs te innoveren, hoe de huidige begeleiding eruit ziet, wat de positieve en negatieve kanten daarvan zijn, en wat mogelijke verbeteringspunten zijn.

Hoger Onderwijs
beginnende docenten, hoger onderwijs, junior docenten

Offline versus Online Leeromgevingen: Percepties over Inclusiviteit in het Hoger Onderwijs (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)175Rinotha Senathirajah; Avans Hogeschool

Cube 15vr 09:00 – 10:30

Inclusiviteit van leeromgevingen speelt een belangrijke rol in de academische resultaten en het welzijn van vooral studenten uit culturele minderheidsgroepen. In dit kwalitatieve onderzoek onderzochten we de percepties ten op zichte van inclusiviteit van de hoger onderwijs-leeromgevingen van studenten en docenten uit culturele minderheidsgroepen en hoe deze veranderden tijdens de transitie naar voornamelijk online onderwijs tijdens de COVID-19-pandemie. Er zijn drie online focusgroep-interviews gehouden met studenten uit culturele minderheidsgroepen (N = 12, Mage = 21.42) en drie met docenten uit culturele minderheidsgroepen (N = 5, Mage = 34.20) aan een grote stedelijke universiteit in Nederland. Thematische analyse bracht aan het licht dat vier thema’s belangrijk zijn voor het creëren van inclusieve leeromgevingen: inclusief curriculum, cultuur gerelateerde en zorgzame docentpraktijken, cultuurrepresentatie en beschikbare middelen. Het tonen van zorg jegens de studenten, vooral in uitdagende tijden zoals de COVID-19-uitbraak, werd als zeer belangrijk beschouwd voor het welzijn van studenten in online onderwijs. Daarnaast vonden docenten toegang tot technologische hulpmiddelen belangrijk voor de deelname van leerlingen aan online onderwijs. De bevindingen suggereerden dat we ons in toekomstig onderzoek meer op deze 4 thema’s zouden concentreren om inclusieve leeromgevingen in het hoger onderwijs beter te begrijpen en te creëren.

Hoger Onderwijs
hoger onderwijs, kwalitatief onderzoek, online leeromgeving

Perspectieven op inclusie; doelen, opvattingen en ervaringen van lerarenopleiders en docenten in opleiding (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)490Tessa Mearns; ICLON, Universiteit Leiden

Cube 15vr 09:00 – 10:30

Er is een groeiende erkenning in Nederland van de noodzaak van een meer rechtvaardig en inclusief onderwijssysteem. In vergelijking met andere perspectieven op gelijke kansen is een op sociale rechtvaardigheid gerichte lerarenopleiding nog onbekend bij veel docenten en kan als “radicaal” worden beschouwd (Hosseini et al., 2021: 18). Daarom is het belangrijk om samen te werken aan verandering (Jupp & Sleeter, 2016) en in dialoog te blijven over opvattingen (Cochran-Smith et al., 2016). Met als doel om deze dialoog te openen in de context van een curriculumherziening aan een universitaire lerarenopleiding, onderzochten we in deze kleinschalige studie de opvattingen en ervaringen van studenten en lerarenopleiders met betrekking tot het thema inclusie. Een ontwikkelteam van negen lerarenopleiders, van wie 2 onderzoekers, voerden interviews uit met elkaar, met collega’s en met studenten, volgens een protocol gebaseerd op doelsystemen en de laddering methode (Janssen et al., 2013). Een eerste analyse met een schema gebaseerd op Hosseini et al. (2021) en Jenks et al. (2001) laat zien dat verschillende perspectieven vertegenwoordigd zijn in de doelen, opvattingen en ervaringen van lerenopleiders en docenten in opleiding, en dat er niet altijd duidelijke grenzen tussen de perspectieven zijn.

Leraar & Lerarenopleiding
Curriculum, Inclusie, Sociale rechtvaardigheid

Ontwikkelingstaken in relatie tot inclusief onderwijs bij vakdocenten in integratieklassen in Wenen: drie casestudies (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)730Judith ’t Gilde; Vrije Universiteit Amsterdam

Cube 15vr 09:00 – 10:30

In 2008 ratificeerde Oostenrijk het VN-Verdrag Handicap. Vervolgens maakte het land een plan om het onderwijs inclusiever te maken, ook op het middelbaar onderwijs op allgemeinbildende höhere Schule (AHS), wat gelijk staat aan VWO in Nederland. Leerlingen met special educational needs (SEN) kunnen op AHS scholen terecht in integratieklassen. Deze bestaan uit: reguliere AHS leerlingen, maximaal vijf leerlingen met SEN, een vakdocent en een speciaal onderwijs docent (Buchner and Proyer, 2020).Dit onderzoek keek naar welke ontwikkelingstaken, of terwijl uitdagingen er ontstaan voor vakdocenten die op AHS scholen werken in integratieklassen in Wenen, Oostenrijk. In Duitsland onderzocht Hericks (2006) het concept van ontwikkelingstaken in relatie tot beginnende leerkrachten. Hij vond vier ontwikkelingstaken (Hericks, 2006). Er bestaat geen onderzoek naar ontwikkelingstaken van docenten in relatie tot inclusief onderwijs.

In dit onderzoek vonden observaties plaats en werden interviews met twaalf vakdocenten, drie directeuren, en vijf speciaal onderwijs docenten gevoerd. Vervolgens zijn drie contrasterende casussen geselecteerd en diep geanalyseerd met de Duitse dokumentarische methode. Daaruit kwamen drie ontwikkelingstaken voor vakdocenten die in integratieklassen werken: (1) het ontwikkelen van een pedagogisch-didactisch perspectief waar deelname van álle leerlingen centraal staat; (2) samenwerking met de speciaal onderwijs docent; (3) inclusief onderwijs erkennen en promoten op schoolniveau.

Leraar & Lerarenopleiding
inclusief onderwijs, ontwikkelingstaken, professionele ontwikkeling leraren

Leraren leren ontwerpen

Symposium (90 minuten)451Nienke Nieveen; Technische Universiteit Eindhoven, Eindhoven School of Education; Marieke Thurlings; Eindhoven School of Education, AP&SE, TU/e; Elvira Folmer; HAN; Roel Grol; HAN

Cube 16vr 09:00 – 10:30

Dit symposium gaat over de vraag hoe leraren leren ontwerpen. Deze vraag bespreken we vanuit drie invalshoeken.

Bijdrage één bespreekt de ontwikkelingen in het Nederlandse onderwijsbeleid, waarin scholen worden aangemoedigd om een breed scala aan contextspecifieke keuzes te maken. In de praktijk ervaren leraren uitdagingen bij het vormgeven aan het curriculum en is er vraag naar betere voorbereiding op dit gebied. Deze bijdrage richt zich op de vraag hoe leraren beter voorbereid kunnen worden op ontwerptaken.Bijdrage twee stelt zich ten doel om te inventariseren in welke mate lerarenopleidingen hun studenten voorbereiden op hun toekomstige ontwerprol. De hoofdvraag luidt: hoe ziet de leerlijn ‘ontwerpen’ eruit in enkele tweedegraads lerarenopleidingen en welke overeenkomsten en verschillen worden tussen opleidingen zichtbaar?Bijdrage drie presenteert een casus binnen een universitaire lerarenopleiding, waar een curriculumvernieuwing plaatsvond. In deze werd een nieuw vak ontwikkeld: Educational Design Research. In dit vak werken studenten in een groep aan het ontwikkelen van onderwijsmateriaal rondom thema’s aangedragen door scholen. Het doel van deze bijdrage is tweeledig: het beschrijven van het huidige vak EDR alsmede het ontwerpproces van het vak.

Curriculum
loopbaanpaden, ontwerpen, professionele ontwikkeling, schooleigen curriculumontwikkeling

Inductie van startende leraren nader bekeken

Symposium (90 minuten)632Piety Runhaar; Wageningen Universiteit; Julia van Leeuwen; Radboud Universiteit; Helma Oolbekkink-Marchand; Hogeschool Arnhem en Nijmegen; Michelle Helms-Lorenz; Rijksuniversiteit Groningen

Cube 17vr 09:00 – 10:30

Begeleiding van startende leraren is belangrijker dan ooit. Alhoewel het belang van een goede begeleiding van starters (of: inductie) in het algemeen onderkend wordt als een manier om starters te behouden voor het beroep en bij te dragen aan hun professionele ontwikkeling, is de praktijk van inductie weerbarstig en complex. Dergelijke complexiteit maakt noodzakelijk dat de begeleiding van starters vanuit het perspectief van de betrokkenen op alle niveaus, en de interactie daartussen, in samenhang onderzocht dient te worden. Dit roept de vraag op welke opvattingen er leven bij verschillende actoren, voornamelijk die van schoolleider, coach/starter en HRM, met betrekking tot over inductie van startende leraren. In dit symposium brengen we die verschillende actoren bij elkaar vanuit de ecologische systeembenadering. Resultaten van onderzoeken naar hoe innovatief professioneel potentieel tot stand komt in interactie tussen schoolleiders en starters, hoe HRM een bijdrage kan leveren aan inductie en hoe overheidsbeleid- en sturing invloed heeft op het vormgeven van inductie worden in dit symposium gepresenteerd.

Beleid & Organisatie
Ecologisch perspectief, Inductie, Schoolorganisatie

Studenten ondersteunen bij zelfregulerend leren: aandacht voor het studentenperspectief

Symposium (90 minuten)541Morane Stevens; KU Leuven; Peter Verkoeijen; Avans Hogeschool; Peter Verkoeijen; Avans Hogeschool

Cube 20vr 09:00 – 10:30

In tegenstelling tot gangbare veronderstellingen, conformeren studenten zich qua leergedragingen niet altijd aan de ontworpen leeromgeving. Hoewel er binnen diverse leercontexten gevallen van ‘afwijkende’ leergedragingen zijn gedocumenteerd, zijn er nauwelijks diepgaande studies naar onderliggende oorzaken. Deze bijdrage benadert deze kwestie vanuit het perspectief van zelfregulerend leren, met specifieke aandacht voor de verschillende variabelen en processen die nodig zijn voor effectieve zelfregulatie binnen het hoger onderwijs. Het doel van de sessie is om doordachte stappen te zetten richting het analyseren en begrijpen van het studentenperspectief, om van daaruit het leerproces te faciliteren.

Leren & Instructie
Instructional design, Zelfregulerend leren

Wat doen leraren, schoolleider en bestuurders om zich te blijven ontwikkelen? (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)90Hannah Bijlsma; Radboud Universiteit; Yael Reijmer; Inspectie van het Onderwijs

Cube 21vr 09:00 – 10:30

Onderwijsprofessionals staan voor de uitdaging van voortdurende veranderingen in de maatschappij en in het onderwijs. Daarom is het cruciaal dat zij blijven leren en ontwikkelen. Hoewel Nederlandse onderwijsprofessionals een aanzienlijke deel van hun tijd aan professionalisering besteden, blijft de inhoud en effectiviteit ervan grotendeels onbekend. Dit onderzoek richt zich op deze vraagstukken. Via vragenlijsten zijn data verzameld van 325 po-, 100 (v)so-, en 320 vo-scholen en 281 mbo-opleidingen. Bij 57 scholen en opleidingen zijn daarnaast ook interviews afgenomen. Dit onderzoek biedt inzichten in professionalisering op alle niveaus, van leraren tot bestuurders, en informeert onderwijsprofessionals over wat zij als effectief ervaren.

Leraar & Lerarenopleiding
Ervaren effectiviteit, Onderwijsprofessionals, Professionalisering, Scholing

De rol van waarden in leiderschap in de dynamiek van de context (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)404Wouter Schenke; Penta Nova

Cube 21vr 09:00 – 10:30

Schoolleiders zijn actief in de visievorming in hun school en in het stimuleren van teamontwikkeling. Zij worden daarbij beïnvloed door de teamsamenstelling, maar ook door hun persoonlijke identiteit in wie zij zijn als schoolleider. Waarden spelen een rol in hoe schoolleiders handelen en keuzes maken. Waarden worden omschreven als persoonlijke of collectieve concepten die dienen als moreel kompas en richting geven in houding, gedrag, schooldoelen en besluitvorming. Het doel van deze sessie is inzichten te delen over hoe waarden een rol spelen in leiderschap, met oog voor de perspectieven van schoolleiders en leraren. In deze sessie van 30 minuten wordt een paperpresentatie gegeven gevolgd door een gesprek met de aanwezigen over de resultaten en het wetenschappelijke en praktijkbelang ervan.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Beleid & Organisatie
Gespreid leiderschap, Leiderschap, Schoolleider

Leerbehoeftes van leraren po en vo tussen 2013 en 2018 vergeleken (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)478Rikkert van der Lans; UvA

Cube 21vr 09:00 – 10:30

Inleiding. Professioneel leren (PL) is effectiever wanneer het aansluit op de eigen leerbehoeftes en samenwerkend (collaboratief) plaatsneemt. Zulke samenwerking organiseren in scholen vereist dat leraren elkaars leerbehoeftes kennen en kennis hebben over veelvoorkomende combinaties van leerbehoeftes waarop samenwerking kansrijk is. Doel van deze studie is om kennis te vergroten over de samenhang tussen leerbehoeftes bij leraren po en vo en verandering door de tijd.Methode. Drie steekproeven uit de Teaching and Learning International Survey (TALIS) 2013 en 2018 (n= 1912, n= 1884, n = 1504). Leerbehoeftes aan 14 PL-inhoudsgebieden. Samenhang is onderzocht met de circumplex methode. De circumplex plaatst leerbehoeftes op een cirkel zodat de afstand tussen leerbehoeftes een functie is van hun correlatie.Resultaten. Leraren po en vo positioneren en spreiden leerbehoeftes gelijk over de cirkel. Dit betekent dat beide groepen dezelfde inhoudsgebieden voor PL met elkaar associëren en combineren. Uitzonderingen zijn de PL-inhoudsgebieden “ICT vaardigheden” en “onderwijzen van generieke vaardigheden”. Er zijn geen aanwijzingen voor verandering door de tijd.Discussie. Kennis over samenhang geeft inzicht in PL-inhoudsgebieden waaraan leraren vaker een gecombineerde leerbehoefte hebben. Zulke kennis ondersteunt de organisatie van het samenwerkend professioneel leren en het afstemmen op de leerbehoeftes en motivatie van leraren.

Leraar & Lerarenopleiding
afstemmen, Leerbehoeftes, Professioneel leren, samenwerkend leren

Ondersteuning van sociaal-emotioneel leren in het speciaal onderwijs (1/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)309Diana van Veen; Hogeschool Inholland

Cube 36vr 09:00 – 10:30

Leerlingen in het speciaal onderwijs lopen het risico op een lager welzijn als gevolg van verminderde sociale vaardigheden (Hassani & Schwab, 2021). Beperkingen op fysiek, cognitief of sensorisch gebied belemmeren het proces van sociaal-emotioneel leren (SEL) (Frostad & Pijl, 2007). Onder andere het oefenen van spel, visualisatie van SEL en modelleren van sociaal gedrag in de klas versterken SEL (Hagarty & Morgan, 2020; Slovák & Fitzpatrick, 2015). Technologie kan hierbij ondersteunen (Murphy et al., 2021; Walker & Weidenbrenner, 2019). Het effect van de inzet van technologie wordt mede bepaald door de didactische keuzes van de leraar (Scheltinga et al., 2011). Onderzoek naar de effecten van de inzet van technologie door samenwerken in pilots ondersteunt de implementatie en benutting van het potentieel van technologie in het onderwijs (Saab, 2022). Het lectoraat Teaching, Learning & Technology werkt samen met Heliomare om het potentieel van technologie voor SEL in het speciaal onderwijs beter te benutten. De eerste fase omvat een nulmeting met als resultaat inzicht in mogelijkheden voor opschalen van huidige inzet technologie en mogelijkheden voor pilots met nieuwe technologie.Het doel is feedback ophalen op de opzet van de volgende fase in het onderzoek met behulp van een feedbackcanvas.

Leraar & Lerarenopleiding
ondersteuning, sociaalemotioneel leren, speciaal onderwijs

De waarde(n) van leiderschap in een professionele leercultuur (2/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)363Anoeska van den Noort; Penta Nova

Cube 36vr 09:00 – 10:30

Een professionele leercultuur draagt bij aan het leren en ontwikkelen van de leerlingen en van het schoolteam. Een professionele leercultuur kenmerkt zich onder meer door een heldere, gedeelde visie en onderliggende waarden (Ros, 2022). De rol van de schoolleider hierin is naast het vervullen van een voorbeeldrol, het verbinden van de individuele en collectieve waarden en het stimuleren van de dialoog daarover (Andersen et al., 2022). In een professionele leercultuur wordt leiderschap gespreid (Ros, 2022) en verantwoordelijkheid gedeeld (Inspectie van het Onderwijs, z.j.). Dit vraagt van de schoolleider onder andere dat hij vertrouwen en ruimte geeft (De Jong et al., 2022). Het doel van dit promotieonderzoek in samenwerking met Penta Nova en Wageningen University is het verkrijgen van inzicht in hoe de professionele leercultuur, leiderschap en waardengericht werken samenhangen.

Beleid & Organisatie
Gespreid leiderschap, Professionele leercultuur, Waardengericht werken

De toepasbaarheid van onderwijs op afstand (3/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)654Anke Suijkerbuijk; Oberon; Ton Klein; Oberon

Cube 36vr 09:00 – 10:30

Digitaal- en afstandsonderwijs bieden veel mogelijkheden voor verschillende doelgroepen in het funderend onderwijs. Onderzoek laat zien dat voor bepaalde groepen specifieke kansen of risico’s bestaan bij deze vorm van onderwijs. Met name voor de groeiende groep (dreigende)thuiszitters is het van belang om na te gaan wat bekend is over inrichtingsvormen van digitaal onderwijs die goed aansluiten bij hun individuele situatie.In opdracht van Kennisnet wordt een literatuuronderzoek uitgevoerd om inzicht te geven in wat bekend is over de inzet en opbrengsten van digitaal afstandsonderwijs. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen digitaal afstandsonderwijs ten behoeve van kwaliteitsverbetering, als preventieve inzet bij leerlingen die tijdelijk niet (volledig) naar school gaan en als curatieve inzet bij leerlingen waarvoor het gedurende een langere periode lichamelijk of psychisch niet mogelijk is naar een fysieke school te gaan.In deze ronde tafel sessie zullen we met deelnemers en experts in gesprek gaan over bevindingen uit het onderzoek en de mate waarin men afstandsonderwijs toepasbaar vindt. Hierbij zullen we ingaan op de voor- en nadelen van de inzet van digitaal afstandsonderwijs bij leerlingen met verschillende ondersteuningsbehoeften

ICT in Onderwijs & Opleiding
afstandsonderwijs, Digitaal onderwijs, digitale school, thuiszitters

Het ontwikkelen en beproeven van geactualiseerde kerndoelen Nederlands, rekenen en wiskunde en burgerschap.

Symposium (90 minuten)210Luuk Kampman; SLO; Jeroen Bron; SLO; Annette van Noorel; SLO; Lianne Roosenbrand; SLO

Cube Z1vr 09:00 – 10:30

Leerlingen en scholen zijn gebaat bij een doordacht, samenhangend, consistent en realiseerbaar curriculum. Het slagen daarvan start bij een gedegen voorbereiding, heldere kaders en kwaliteitseisen, en een transparant proces met betrokkenheid van leraren en (vak)experts en scholen.De landelijke eisen over de inhoud van het onderwijs zoals vastgelegd in kerndoelen en examenprogramma’s worden momenteel in opdracht van het Ministerie van OC&W geactualiseerd onder regie van SLO, het landelijke expertisecentrum voor het curriculum.In dit symposium worden de eerste opbrengsten gepresenteerd. Ingegaan wordt op de realisatie van de ontwerpprincipes en kwaliteitseisen, de ervaringen met het ontwikkelproces in de teams en de samenwerking met externe betrokkenen en de uitkomsten van de fase van beproeven met scholen in verschillende regio’s in het land. Daarbij worden voorbeelden van conceptkerndoelen die dit proces tot nu toe heeft opgeleverd gepresenteerd met aandacht voor de wijze van formuleren en consistentie van de doelen. Er worden gegevens gepresenteerd die zijn verzameld door een intern monitorteam en gegevens die voortkomen uit het voorleggen van concepten aan scholen. In het symposium staan de leergebieden Nederlands, rekenen en wiskunde en burgerschap centraal.

Curriculum
basisvaardigheden, kerndoelen, leerplanontwikkeling, monitoring

Interprofessionele samenwerking voor inclusief onderwijs

Symposium (90 minuten)573Elisa Kupers; Rijksuniversiteit Groningen; Kyra Meutstege; Hogeschool KPZ; Carla Geveke; Hanzehogeschool Groningen; Trynke Keuning Keuning; Hogeschool KPZ; Marieke Van Geel; Universiteit Twente

Esplanada – Blackboxvr 09:00 – 10:30

Het realiseren van inclusief onderwijs gaat om het afstemmen van de infrastructuur, het pedagogisch-didactisch handelen en het onderwijsaanbod op de behoeften van álle leerlingen. Om het onderwijs binnen het regulier onderwijs af te stemmen op de behoeften van leerlingen met onderwijs-zorgbehoeftes, met een auditieve beperking, of spraak-taal ontwikkelstoornis is vaak intensieve samenwerking tussen de leerkracht en andere professionals nodig. Hierbij kan gedacht worden aan een jeugdhulpverlener, ambulant begeleider of logopedist. Ook binnen de context van het speciaal onderwijs wordt door professionals met verschillende achtergronden samengewerkt aan het optimaliseren van de onderwijssituatie. In de drie bijdragen in dit symposium wordt interprofessionele samenwerking voor inclusief onderwijs vanuit verschillende contexten en aandachtspunten belicht. De eerste bijdrage focust op het vormgeven van deze samenwerking binnen het primair onderwijs, met aandacht voor pedagogisch-didactisch handelen en organisatorische vereisten. De tweede bijdrage behandelt het afstemmen van onderwijs op leerlingen met auditieve beperkingen of TOS, zowel binnen speciaal als regulier onderwijs. De derde bijdrage presenteert een kwalitatieve studie over de samenwerking tussen jeugd-ggz en leraren in het speciaal onderwijs. Deze studies dragen ieder vanuit een eigen perspectief bij aan de ontwikkeling van kennis over (factoren die samenhangen met) succesvolle interprofessionele samenwerking voor inclusief onderwijs.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leraar & Lerarenopleiding
inclusief onderwijs, jeugdhulpverlening, onderwijszorg

Onderzoekend vermogen duurzaam verankeren in de lerarenopleiding? Dilemma’s en werkende mechanismen (1/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)390Belinda Ommering; Hogeschool Utrecht; Ellen de Kwant; Hogeschool Utrecht

Koopmans – K 1201vr 09:00 – 10:30

Wil je meepraten en denken over de wijze waarop we onderzoekend vermogen, nauw verbonden aan beroepsprocessen, kunnen laten landen in een integraal curriculumontwerp van de lerarenopleiding? Tijdens deze sessie gaan we in gesprek over de wijze waarop onderzoekend vermogen binnen een integraal ontwerp in de opleidingspraktijk verankerd wordt. Hoe zorgen we ervoor dat het onderzoekend vermogen niet verdwijnt in de veelheid aan thematieken als er geen aparte lessen voor zijn? Wat zijn de mogelijke werkende mechanismen om dit te realiseren?De sessie start met een korte introductie van het vraagstuk. Vervolgens gaan we aan de hand van een verkennend evaluatieonderzoek dat op dit moment uitgevoerd wordt, in gesprek over het duurzaam kunnen realiseren van voldoende kwaliteit als het gaat om de ontwikkeling van onderzoekend vermogen binnen een integraal opleidingsontwerp en de rol van zogenaamde ‘ambassadeurs onderzoekend vermogen’ hierin. Wat zijn de mogelijke werkende mechanismen en hoe kunnen lerarenopleiders verder ondersteund worden bij het verankeren van onderzoekend vermogen in het curriculum van de lerarenopleiding.

Leraar & Lerarenopleiding
Docentprofessionalisering, Implementatie, Onderwijskwaliteit, Onderzoekend Vermogen

Waarde voor de diëtist van de toekomst creëren door het ontwikkelen van onderzoekend vermogen (2/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)662Maartje de Groot; De Haagse Hogeschool; Monique Ridder; De Haagse Hogeschool

Koopmans – K 1201vr 09:00 – 10:30

De Haagse opleiding Voeding & Diëtetiek wil innovatieve professionals opleiden, die inspelen op ontwikkelingen in de maatschappij en de gezondheidszorg. Daarvoor is belangrijk dat studenten onderzoekend vermogen ontwikkelen en dit in de afstudeerfase inzetten om 1) hun handelen in de praktijk te verbeteren en 2) tot innovatieve beroepsproducten te komen. Om een innovatie in de beroepspraktijk te realiseren middels praktijkgericht onderzoek, zijn een passende opdracht, passende onderzoeksmethoden en passende begeleiding voor studenten voorwaardelijk. Wendbaarheid en onderzoekend vermogen van docenten achten we belangrijk voor het begeleiden van studenten bij een innovatieopdracht waarvan de uitkomst vooraf niet bekend is. Het onderwijs van de afstudeerfase wordt voorjaar 2024 doorontwikkeld. In innovatieteams wordt volgens ‘De ontwerpaanpak voor samen innoveren’ gestructureerd gewerkt aan het ontwerp van de vernieuwde afstudeerfase en tegelijkertijd aan het professionaliseren van docenten gericht op het versterken van het eigen onderzoekend vermogen en het begeleiden van studenten om onderzoekend vermogen te benutten ten bate van praktijkinnovatie in de brede beroepscontext van Voeding en Diëtetiek. Parallel aan de innovatieontwikkeling onderzoeken we het ontwikkelproces volgens eerdergenoemde ontwerpaanpak. Aan de ronde tafel delen we op interactieve wijze onze ervaringen en inzichten.

Hoger Onderwijs
Afstudeerfase, Innovatieteams, Innoverend vermogen

Design-Based Education passend maken bij kenmerken van het beroep en domein (3/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)713Migchiel Riemer van Diggelen; NHL Stenden

Koopmans – K 1201vr 09:00 – 10:30

Steeds meer hoger onderwijsinstellingen omarmen Challenge-based en Design-based learning om studenten voor te bereiden op de toekomst. Dit geldt ook voor NHL Stenden, een Noord-Nederlandse hbo-instelling, die Design-Based Education (DBE) aan al haar studenten aanbiedt. DBE, een specifiek onderwijsconcept, leert studenten Design Thinking te gebruiken in multidisciplinaire teams voor het oplossen van complexe problemen, met nadruk op interculturele competenties, persoonlijk leiderschap en duurzaamheid. Hoewel opleidingen overwegend positief gewaardeerd worden bij accreditaties en de Nationale Studenten Enquête (NSE) laat zien dat studenten relatief tevreden zijn krijgt DBE in de praktijk op verschillende wijze vorm. Het doel van deze studie is om de verschillende verschijningsvormen van DBE te duiden vanuit kenmerken van het domein en de beroepscontext. Tijdens het rondetafelgesprek willen we in dialoog met deelnemers de lijst van concepten, indicatoren en stellingen bespreken en verder verfijnen.

Hoger Onderwijs
Beroepskenmerken, Curriculumontwerp, DesignBased Eduction, Domeinkenmerken

De storyline methodiek, een waardevol verhaal achter de cijfers! (1/2)

Workshop (60 minuten)191Jorik Arts; Fontys Hogescholen; Mieke Jaspers; Fontys Hogescholen

Koopmans – K 1206vr 09:00 – 10:30

Zowel binnen het mbo als het voortgezet onderwijs blijven aspecten omtrent beleving van onderwijs vaak onderbelicht. In het vo leidt dit ertoe dat problemen met motivatie voor schoolwerk of keuze mogelijk over het hoofd worden gezien. In het mbo kunnen studenten die twijfelen over de studiekeuze vroegtijdig uitvallen nog voordat de opleiding deze twijfel in beeld heeft.Een laagdrempelige manier om vo leerlingen en mbo studenten zelf aan het woord te laten is door hen te vragen om relevante aspecten zoals motivatie of zeker over studiekeuze te visualiseren met een zogenaamde storyline. Het visualiseren helpt om gedachten die minder gemakkelijk onder woorden te brengen zijn, te delen met een mentor/studieloopbaanbegeleider.Uit de eerste verkenning komt naar voren dat leerlingen/studenten het fijn vinden om op een niet-talige manier te werken. Docenten geven aan dat de gesprekken een heel ander verloop kennen dan voorheen. De storylines geven een waardevoller beeld van wat leerlingen en studenten beweegt dan de cijfers alleen (individueel niveau). De werkwijze maakte bovendien ongewenste/onverwachte effecten van curriculumontwerp zichtbaar (organisatieniveau).Tijdens de workshop wordt een theoretisch kader gedeeld worden, samen met enkele opbrengsten. Deelnemers gaan vervolgens zelf aan de slag met de storyline methodiek.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
Feedbackdialoog, Motivatie, Studiesucces

Onderzoeksverhalen van waarde: het dekoloniseren van onderwijsonderzoeksmethodologieën (2/2)

Alternatieve presentatievorm (30 minuten)436Esther Kamara; Hogeschool van Amsterdam; Bodil Liesdek; Hogeschool van Amsterdam; Monique Leijgraaf; Hogeschool IPABO

Koopmans – K 1206vr 09:00 – 10:30

In deze sessie delen we enkele verhalen over onze onderzoekservaringen binnen een onderzoeksproject naar een initiatief waarin scholen en creatieve wijkpartners in Nieuw-West samenwerken (storytelling), en nodigen we deelnemers aan de sessie uit tot het maken van gezamenlijke verhalen waarin het dekoloniseren van onderwijsonderzoeksmethodologieën centraal staat (storymaking).Zo vertellen we het verhaal over ons postkoloniale perspectief op onderwijsonderzoek en kennis, het dekoloniseren van onderwijsonderzoeksmethodologieën en het omarmen van indigenous perspectieven op onderwijsonderzoek en kennis (Collins, 2000; Esposito & Evans-Winters, 2022; Dzodan, 2019; Chilisa, 2020). Daarnaast delen we ons verhaal over onze concrete ervaringen met dit onderzoek, waarin het echt aanwezig zijn en contact maken (Cairo, 2023) met de wijkpartners en de scholen centraal stond. In dit verhaal vertellen we ook van de flexibiliteit die deze manier van onderwijsonderzoek van ons vroeg: we hebben meerdere malen ons onderzoek aangepast op basis van wat we zagen gebeuren. Het verhaal dat we samen met de deelnemers aan deze sessie willen creëren (storymaking) heeft betrekking op toegankelijke vormen om ons onderzoeksverhaal te vertellen, waarmee we mensen hopen aan te zetten tot reflectie en actie binnen hun eigen context.

Onderwijs & Samenleving
Onderwijsonderzoek, Postkoloniale methodologie, Storytelling

Inclusief onderwijs, waarde(n)vol concept? (1/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)415Lieve De Coninck; Hogeschool van Amsterdam; Mieke Van Diepen; Hogeschool van Amsterdam

Koopmans – K7vr 09:00 – 10:30

‘Inclusief (hoger) onderwijs’ is momenteel een breed gedeeld streven (Dibbets & Verbeek 2022, VNH 2022), maar ook een diffuus begrip (Krischler, Powell & Pit-Ten Cate 2019). Wat betekent het nu precies, of precies niet? Dan gaat het over de toegankelijkheid van een systeem, dan over een voorwaarde voor leren, en dan weer over sociale veiligheid. En welke rol spelen waarden en normen in dit streven? Inclusie kan niet bestaan zonder (conceptuele) begrenzing, maar elk normatief kader sluit per definitie ook uit (Hedegaard Hansen 2012). In dit rondetafelgesprek bespreken we wat het concept ‘inclusie’ inhoudt in de context van het Nederlandse (hoger) onderwijs anno nu en welke waarde(n) het vertegenwoordigt. Leidende vragen daarbij zijn: Wie of wat moet worden geïncludeerd, bij wat, en: waarom? Meer conceptuele helderheid en common ground helpt het onderzoek én de praktijk van inclusie vooruit.

Onderwijs & Samenleving
definitie, inclusief onderwijs, normen

Maximale impact door kwetsbaarheid, vertrouwen en verbinding- lessen uit een Professionele Leergemeenschap (2/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)546Sebastiaan Elstgeest; Saxion; Lynn TakkenBuschers; Janina den Hertog; Saxion; Saxion; Linda Kroon; Saxion

Koopmans – K7vr 09:00 – 10:30

Grote maatschappelijke uitdagingen vragen om onderwijsinnovatie. Leergemeenschappen zijn een krachtige innovatieve oplossing om leren, werken en innoveren te combineren (Schipper et al., 2022) en bij te dragen aan die uitdagingen (Topsectoren, 2019). Saxion Parttime School ontwikkelde daarom twee modules in de vorm van een professionele leergemeenschap (PLG), genaamd “Ontdek morgen” gericht op het omgaan met complexiteit en het versterken van future skills van professionals. Kernelementen van de modules zijn een open collectieve en persoonlijke opdracht, futures literacy (UNESCO), vertragen en verbinden. Hiermeeworden deelnemers zich bewust op hun aannames en kunnen ze hun gedrag aanpassen.De impact van de modules opde ontwikkeling van professionals en hun gedrag op het werkis vervolgens onderzochtom de waarde van de modules te bepalen. In de ronde tafel willen we verkennen onder welke voorwaarden de waarden, die bij de modules aan bod komen, van meerwaarde zijn voor het reguliere onderwijs. Hoe zorgen we voor kwetsbaarheid, vertrouwen en verbondenheid in het onderwijs zodat reguliere studenten zich bewust worden van de impact die zij kunnen hebben?

Onderwijs & Samenleving
Verbinding, Vertraging, Vertrouwen, Waarde

Een landelijk Kennisinstituut Onderwijs – wat betekent dit voor onderwijsonderzoek? (3/3)

Rondetafelgesprek (30 minuten)740Inge de Wolf; Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek; Rosanne Zwart; Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek

Koopmans – K7vr 09:00 – 10:30

In de afgelopen jaren is er veel aandacht geweest voor de versterking van de landelijke kennisinfrastructuur voor het onderwijs. In dat kader wordt er momenteel gewerkt aan het opzetten van een landelijk Kennisinstituut voor het Onderwijs. Het NRO zal zich de komende jaren doorontwikkelen naar zo’n instituut. Naast het uitzetten van onderzoek, zal een kennisinstituut ook een landelijke kennisagenda maken, meer aan kennisdeling doen, evidence informed werken stimuleren en nieuwe taken rond monitoring en evaluatie op zich nemen. Het kennisinstituut neemt een belangrijke plek in in de bestaande kennisinfrastructuur. Het staat in nauwe verbinding met organisaties en netwerken in deze kennisinfrastructuur. Het organiseert gerichte partnerschappen met de belangrijkste organisaties en netwerken. Deze partnerschappen kunnen verschillende vormen aannemen, variërend van wederzijdse samenwerkingsafspraken (bijvoorbeeld over kennisdeling) tot financiering.

Wat betekent dit voor onderwijsonderzoek? Welke nieuwe kansen liggen er? En hoe verhoudt dit kennisinstituut zich tot bestaande wetenschappelijke kennispartners?In de ronde tafel bespreken we met de deelnemers welke verbindingen met het kennisinstituut voor hen van waarde zijn.

Onderwijs & Samenleving
Evidenceinformed, Kenniscirculatie, Kennisinstituut, Verbinden

Professionele ontwikkeling van leidinggevenden in het onderwijs

Symposium (90 minuten)509Annemarie Neeleman; Hogeschool Rotterdam; Niek Van den Bogert; Hogeschool Rotterdam; Taco Bischeroux; Hogeschool Utrecht; Angela de Jong; Hogeschool Utrecht; Mieke Koeslag-Kreunen; Hogeschool Utrecht; Mees Kok; Hogeschool Utrecht; Elsemarijn Ippel; Hogeschool Utrecht; Rachel Verheijen-Tiemstra; Fontys Hogeschool; Patricia Brouwer; Hogeschool Utrecht; Akke Hak; Hogeschool Utrecht

Simon – S8vr 09:00 – 10:30

In een context waarin het tekort aan schoolleiders oploopt en hun rol in complexiteit toeneemt, is over de professionele ontwikkeling van schoolleiders relatief nog weinig bekend. In dit symposium worden bijdragen gebundeld die zich richten op professionele ontwikkeling van schoolleiders en overige leidinggevenden in het onderwijs waarmee een bijdrage geleverd kan worden aan de versterking van deze doelgroep. In toenemende mate wordt gepleit voor het conceptualiseren van een school als ‘lerende organisatie’. Oftewel, een school die het vermogen heeft zich routinematig en systematisch te veranderen en te innoveren en aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen en omstandigheden. Een lerende organisatie vraagt o.a. om leiderschap gericht op leren, waarbinnen ook de leidinggevende zelf lerende is. In dit symposium worden hieromtrent drie papers gepresenteerd. De eerste gaat in op de ontwikkeling van een meetinstrument voor de school als lerende organisatie. De tweede richt zich op ontwikkelingen van mentale leiderschapsmodellen van leidinggevenden om het leiderschapsgedrag beter te kunnen begrijpen. De derde focust op de ontwikkeling van inclusief leiderschap, een leiderschapsbenadering die effectief wordt geacht in contexten die zich kenmerken door diversiteit. De referent zal tot slot deze sessies bespreken en is er gelegenheid tot het stellen van vragen en discussie.

Beleid & Organisatie
leidinggevenden, leren en ontwikkelen, professionele ontwikkeling, schoolleiders

Leerlingen en studenten voorbereiden op een betekenisvol leven in een veranderende wereld vanuit een agency perspectief

Symposium (90 minuten)501Nicolette Van Halem; Universiteit van Amsterdam; Janine Haenen; De Haagse Hogeschool; Anja Schoots-Snijder; Universiteit Leiden; Monique Volman; Universiteit van Amsterdam

Simon SZ 31vr 09:00 – 10:30

Agency, een term die moeilijk te vertalen is naar het Nederlands, krijgt steeds meer aandacht in de Nederlandse onderwijsliteratuur. Het wordt gezien als voorwaardelijk voor burgerschap, waarbij mensen samenwerken aan het vormgeven van de maatschappij. Daarnaast wordt het gezien als voorwaardelijk voor de persoonlijke ontwikkeling van de lerende en levenlang leren. Onderzoek kan bijdragen aan de conceptualisatie van agency, inzicht in het belang van agency voor leerlingen en studenten, en kennis over effectief beleid en praktijken. Dit papersymposium heeft als doel de resultaten en implicaties van onderzoek naar het bevorderen van agency in het onderwijs te delen en te bespreken, met specifieke focus op leerlingen en studenten in verschillende onderwijssectoren. Het symposium omvat paperpresentaties over:Profielen van student agency in open leeromgevingen in het hoger onderwijsSamenhangend leerlinggericht onderwijs voor sterker leerling agencyStudent agency in relatie tot leren en welzijnDe veranderkracht van jongeren

Onderwijs & Samenleving
toekomstgericht onderwijs, veranderkracht

Dynamieken in hybride leeromgevingen: wat als onderwijs partner is? Balanceren tussen vertragen en NU impact maken (1/2)

Workshop (60 minuten)593Ina Tilma; Avans; Sandra Wagemakers; Avans

Tias – TZ 3vr 09:00 – 10:30

Hybride leer- en innovatieomgevingen werken op het snijvlak van praktijk, onderwijs en onderzoek aan wicked problems. Het zijn krachtige instrumenten om leren, innoveren en transformeren te bevorderen. Zij kenmerken zich door inter- of transdisciplinariteit. Door gezamenlijke inspanningen worden nieuwe kennis, producten en oplossingen gecreëerd. Deze gezamenlijke beweging vereist onderlinge afstemming en vertraging om tot impact te komen.Uit ons onderzoek blijkt dat als onderwijs partner is, het vaak een bepalende rol heeft. Onderwijs is inflexibel bijvoorbeeld in roostering, beoordelingen, en verwachtingen van opleidingen. Dit belemmert gelijkwaardige samenwerking en maatschappelijke impact. Idealiter leren partijen door samenwerkend grenzen op te zoeken, daarin te schuren, die te overschrijden en zo tot ideeën te komen. Reflectie is daarbij essentieel (Jansen e.a., 2020).In deze workshop lichten we thema’s uit ons onderzoek toe. Deelnemers gaan met elkaar in gesprek over de betekenis ervan voor transdisciplinair leren en doceren. Zij spelen een spel dat voortgekomen is uit actie-onderzoek naar hoe docenten/facilitators het leren in hybride leeromgevingen kunnen stimuleren (Grahame & Tilma, 2020). Met dit spel ondervinden deelnemers de waarde van vertragen en reflecteren in samenwerking terwijl ze ook impact willen maken. Ze maken kennis met een spel als inspiratie om te reflecteren in een lerende omgeving.

Hoger Onderwijs
hybride leeromgeving, reflectie, samenwerking

Betekenisvol werken in het onderwijs. Een vergelijkende analyse. (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)689Ruud van der Aa; CAOP

Tias – TZ 3vr 09:00 – 10:30

De personeelstekorten in het primair en voortgezet onderwijs zijn groot en structureel van aard. Daar waar in het verleden vaak werd vertrouwd op de intrinsieke aspecten die een baan in het onderwijs aantrekkelijk zouden maken, is er steeds meer aandacht voor extrinsieke motieven (concurrerend salaris, arbeidsmarkttoelage). Tegelijkertijd is er een trend waarin de (intrinsieke) betekenis van werk van toenemend belang wordt geacht. Denk bijvoorbeeld aan het onderscheid tussen cruciale- en niet-cruciale beroepen tijdens de corona-pandemie. Of denk aan de discussie over bullshitbanen. Maar ook in ander verband wordt voor de (intrinsieke) waarde of betekenis van werk steeds vaker aandacht gevraagd. Maar wat is eigenlijk de betekenis van werk? En wanneer is werk betekenisvol? En heeft de sector onderwijs daarin een streepje voor in vergelijking met andere sectoren, vanuit het idee dat onderwijs toch een maatschappelijk belang dient (public service motivation)?. In ons paper onderzoeken wij in hoeverre werkenden in het onderwijs hun werk als betekenisvol ervaren en in hoeverre dit afwijkt van de ervaring van werkenden in anderen publieke en private sectoren. We doen dit aan de hand van de Comprehensive Meaningful Work Scale (CMWS) van Lips-Wiersma & Wright (2012), gemeten bij ruim 2.000 respondenten in de genoemde sectoren

Onderwijs & Samenleving
Betekenisvol werk, Werken in het onderwijs

SPOTLIGHT Best of Both Worlds – The Game: de optimale combinatie van mens en techniek in het onderwijs

Alternatieve presentatievorm (60 minuten)787Nynke Bos; Hogeschool Inholland; Suzan van Brussel; Avans Hogeschool

Tias – TZ 4vr 09:00 – 10:30

Het nieuwe divisiebestuur van ICT in Onderwijs & Opleiding speelt graag het spel Best of Both Worlds: wat is in jouw onderwijs(ontwerp) de optimale combinatie tussen mens en techniek? Deze vraag staat centraal bij het spelen van ‘Best of Both Worlds’ tijdens deze workshop. Verken elkaars perspectieven over een praktijkcasus en bepaal vanuit jouw rol hoe het onderwijskundig doel het best wordt bediend. Kruip in de huid van de student, docent, tech-ambassadeur, mens-ambassadeur of advocaat van de duivel! Aan het eind van het spel hebben de spelers meer inzicht in hoe technologie kan worden ingezet in het onderwijs op zo’n manier dat het ons mensen versterkt en verder helpt. Het spel is ontwikkeld door dr. Esther van der Stappen, lector Digitale Didactiek bij Avans Hogeschool en enkele kenniskringleden.

ICT in Onderwijs & Opleiding
Game, Onderwijsontwerp

Hoe ouder, hoe minder plezier op school – Welbevinden en sociaal-emotionele ontwikkeling van PO- en VO-leerlingen. (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)187Anne de Bruijn; Vrije Universiteit Amsterdam

Tias – TZ 5vr 09:00 – 10:30

COVID-19 heeft een enorme impact gehad op sociaal-emotioneel welbevinden en functioneren van leerlingen. De inzet van effectieve onderwijsaanpakken hiervoor vereist zicht op de factoren die relateren aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Dit onderzoek kijkt daarom naar school- en kind-factoren die voorspellend zijn voor motivatie, academisch zelfconcept, schoolwelbevinden, en sociale acceptatie van PO- en VO-leerlingen. Hiervoor is data gebruikt van een effectiviteitsstudie naar COVID-19-gerelateerde interventieprogramma’s. 3764 ouders van BO-leerlingen en 2545 VO-leerlingen vulden gevalideerde vragenlijsten in over motivatie, academisch zelfconcept, schoolwelbevinden, en sociale acceptatie. Schoolkenmerken (schoolgrootte, achterstandsscore, urbanisatieniveau, denominatie) zijn opgehaald uit CBS- en DUO-databases. Op leerling-niveau zijn klas/groep, deelname aan een COVID-19-interventieprogramma, moment van invullen (halverwege/eind schooljaar), en schoolniveau (voor VO-leerlingen) meegenomen. Uit Multilevel General Linear Mixed Modellen, afzonderlijk voor PO- en VO-leerlingen, bleken vooral factoren op leerling-niveau (klas/groep, interventiedeelname) voorspellend voor sociaal-emotionele uitkomsten. Op schoolniveau was enkel school-achterstandsscore een significante voorspeller, specifiek voor motivatie van PO-leerlingen. Met het oog op gelijke kansen lijkt de kleine rol die schoolfactoren spelen een gunstig resultaat. Positief is bovendien dat scholen een goed beeld lijken te hebben gehad van risicoleerlingen ten tijden van COVID-19. Deze resultaten kunnen scholen helpen om leerlingen te identificeren die mogelijk het meest baat hebben bij sociaal-emotionele interventieprogramma’s.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Onderwijs & Samenleving
COVID19, Meetinstrumenten, Sociaalemotionele ontwikkeling, Welbevinden

Werken aan zelfbeeldontwikkeling – Van wetenschap naar praktijkproduct (2/2)

Workshop (60 minuten)194Kim Smeets; Fontys Hogeschool; Kim Lijbers; SSPOH

Tias – TZ 5vr 09:00 – 10:30

Aandacht besteden aan een positief en adequaat zelfbeeld is van belang voor het psychologisch welzijn en draagt bij aan academische prestaties van kinderen. Binnen de onderwijsonderzoekswerkplaats POINT040 is een product ontwikkeld om met kinderen met zelfbeeldontwikkeling aan de slag te gaan: KarakterKracht. Het doel van dit product is om kinderen zichzelf beter te laten begrijpen en beter begrepen te worden door anderen. In deze workshop gaan we kort in op het belang van het ontwikkelen van een positief en adequaat zelfbeeld o.b.v. wetenschappelijke kennis. Vervolgens nemen we je mee in het ontwikkelproces van KarakterKracht: hoe zijn wetenschap en onderzoeksvaardigheden vertaald naar de praktijk? Tot slot laten we je kennis maken met KarakterKracht door de inzet van twee van de interactieve werkvormen uit KarakterKracht.

Leren & Instructie
Karakterkrachten, Positieve psychologie, Zelfbeeldontwikkeling

Stress en veerkracht van docenten van uur tot uur (1/3)

Paperpresentatie (30 minuten)619Joost Jansen in de Wal; Universiteit van Amsterdam

Tias – TZ 8vr 09:00 – 10:30

Docenten ervaren stress van hun primaire taken. Docenten die meer veerkracht ervaren, geven aan minder stress te ervaren dan hun collega’s. Voor meer overtuigend bewijs over de causale relatie tussen stress en veerkracht is onderzoek naar hoe stress en veerkracht over tijd, binnen docenten, variëren en met elkaar samenhangen belangrijk. Stress wordt in deze studie geconceptualiseerd als de emotionele angstreactie (anxiety) die volgt op het ervaren van een stressor. Veerkracht wordt geconceptualiseerd als 1) het snel kunnen herstellen van eerder ervaren stress en 2) een hoge mate van vertrouwen in het succesvol om kunnen gaan met stress tijdens het komende lesuur. Er werd gedurende tien werkdagen data verzameld onder zeven docenten van dezelfde middelbare school. Er zijn 267 vragenlijsten ingevuld. Data worden geanalyseerd aan de hand van Dynamic Structural Equation Modeling. De resultaten laten zien dat in de huidige steekproef veerkracht negatief voorspellend is voor stress onder docenten, maar niet andersom. Dit is het eerste onderzoek dat dergelijke effecten over tijd heen aantoont. Het suggereert het nut van interventies gericht op het vergroten van veerkracht, al moeten de effecten worden bevestigd in onderzoek waaraan grotere aantallen docenten meedoen.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leraar & Lerarenopleiding
Docenten, Stress, Veerkracht

Drijfveren en werkdruk in het primair onderwijs (2/3)

Paperpresentatie (30 minuten)647Tom Rongen; Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University

Tias – TZ 8vr 09:00 – 10:30

Het lerarentekort is een langlopend probleem in het Nederlands onderwijs, met tekorten van 9800fte in 2023. (Adriaens et al., 2023). Werkdruk is een grote verklarende factor voor dit probleem.

Ons onderzoek analyseert in welke mate arbeidsvoorwaarden waarvan verwacht worden dat ze de werkdruk beïnvloeden een rol spelen in het behoud van leraren en aantrekken van oud-leraren. Door middel van een vignetexperiment vragen we (oud-)leraren de kans aan te geven dat zij uit het onderwijs vertrekken (willen terugkeren) onder bepaalde arbeidsvoorwaarden. De keuze voor de specifieke arbeidsvoorwaarden vloeit voort uit het job demands-resources model van Demerouti et al. (2001), waarin burn-out een gevolg is van een combinatie van te hoge eisen en te weinig middelen in het onderwijs. De voorwaarden zijn: een loonsverhoging, mogelijkheid tot professionele ontwikkeling, promotie, gratis en beschikbare kinderopvang, onderwijsassistenten, en flexibiliteit in de planning.

Uit de resultaten blijkt dat het verbeteren van elke arbeidsvoorwaarde tot een significant lagere vertrekintentie van leraren leidt maar dat een loonsverhoging of onderwijsassistent de vertrekintentie het meest verminderd. Deze twee voorwaarden zijn naast promotie ook het meest effectief in het vergroten van de terugkeerintentie. Heterogeniteitsanalyses laten zien dat deze resultaten het sterkst zijn voor werknemers die een hoge werkdruk ervaren.

Leraar & Lerarenopleiding
Arbeidsvoorwaarden, Lerarentekort

De waarde van veerkracht: Hoe docenten reageerden tijdens de coronapandemie (3/3)

Paperpresentatie (30 minuten)721Chevy van Dorresteijn; Vrije Universiteit

Tias – TZ 8vr 09:00 – 10:30

Crises doen een appel op veerkracht. Over de veerkracht van docenten tijdens onderwijscrises is weinig bekend; van de coronapandemie valt daarom veel te leren. In deze studie is onderzocht hoe de drie mechanismen die een veerkrachtige reactie vormen—cognitieve reactie, gedragsmatige reactie en contextuele versterking van reacties—verschilden voor docenten in het hoger onderwijs die positief dan wel negatief terugblikten op het online lesgeven tijdens de coronapandemie. Open vragen uit een vragenlijst over de ervaringen van docenten met online lesgeven (N=705) werden geanalyseerd. Docenten verschilden vooral in hun cognitieve reactie: de reactie van docenten met een negatiever sentiment bleef vaker beperkt tot het signaleren van problemen, terwijl docenten met een positiever sentiment de problemen doorgaans diepgaander analyseerden en alternatieve oplossingen zochten. De context bleek de verschillen te versterken. De resultaten laten zien dat een veerkrachtige reactie een complex samenspel behelst, waarbij de wisselwerking tussen de reactie van het individu en de organisatorische context van belang is. Deze studie draagt bij aan inzicht in hoe docenten ondersteund kunnen worden om veerkrachtig(er) door toekomstige onderwijscrises te navigeren, bijvoorbeeld door hen te ondersteunen bij het analyseren van de (onderwijskundige) problemen die de crisis meebrengt en het zoeken naar concrete oplossingen.

Hoger Onderwijs
Docenten, Online lesgeven, Veerkracht

Praktijkgerichte programma’s in het havo-curriculum: Wat vinden leerlingen en docenten ervan? (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)518Robin Willemsen; SLO

Tias – TZ 9vr 09:00 – 10:30

Het kiezen van een vervolgopleiding is lastig voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het havo-curriculum speelt hier op in met praktijkgerichte programma’s maatschappij en technologie, in een grote en kleine variant, welke aansluiten op kenmerken van challenge based learning. In deze studie onderzoeken we wat leerlingen en docenten van de programma’s vinden om de vermoedelijke bruikbaarheid en effectiviteit in kaart te brengen. Met vragenlijsten verzamelen we twee keer per schooljaar data over de leerling- en docentenervaringen. Beide praktijkgerichte programma’s zijn bruikbaar; docenten kunnen de programma’s vormgeven in de lespraktijk. Docenten geven, veelal, een hogere waardering voor de programma’s dan leerlingen. In hun ogen is het een mooie aanvulling op het havo-curriculum omdat leerlingen praktijkervaringen opdoen. Qua effectiviteit zien we dat zowel leerlingen als docenten aangeven dat leerlingen leren over hun sterke en zwakke kanten. Vooral docenten en leerlingen uit de grote variant vinden dat leerlingen ook leren over vervolgopleidingen en beroepen. Uit het onderzoek komt naar voren dat de praktijkgerichte programma’s potentie tonen voor een bruikbaar en effectief schoolexamenvak, en biedt handvatten voor de (door)ontwikkeling van de programma’s en het implementeren ervan in onderwijs. Generalisatie van challenged based learning naar andere onderwijscontexten lijkt hiermee mogelijk.

Curriculum
Curriculum, Evaluatie, Praktijkervaring

Onderzoek met daadwerkelijke impact op de waarde(n) van onderwijs; hoe pak je dat aan? (2/2)

Workshop (60 minuten)766Marlies Welbie; Lectoraat Onderzoekend Vermogen, Hogeschool Utrecht; Marieke Zielhuis; Lectoraat Onderzoekend Vermogen, Hogeschool Utrecht

Tias – TZ 9vr 09:00 – 10:30

De ongelijkheid in kansen van mensen in het onderwijs in relatie tot hun Sociaal Economische Status is groot en de laatste decennia gelijk gebleven. Het verkleinen van deze ‘kloof’ is een zeer complexe maatschappelijke uitdaging. Wil je met behulp van onderzoek bijdragen aan het oplossen van een dergelijk complex maatschappelijk probleem dan volstaat het niet om je uitsluitend te richten op het begrijpen en theoretiseren ervan. Het vraagt om onderzoek dat daadwerkelijk positieve impact heeft op de praktijk. Daarvoor is het nodig om de praktijk als gelijkwaardige partner te betrekken. En dan niet alleen bij het uitvoeren, maar ook bij het opzetten van onderzoek. In deze workshop leer je hoe je samen met leraren, ouders, leerlingen en andere betrokkenen kunt werken aan een praktijkgericht onderzoeksvoorstel met behulp van de methodiek ‘Cirkelen Rond Je Onderzoek’. Deze methodiek is ontwikkeld door het Lectoraat Onderzoekend Vermogen van Hogeschool Utrecht in opdracht van de financier van zorgonderzoek ZonMw. In de workshop geven we toelichting op de methodiek. Daarnaast laten we je ervaren hoe je met behulp van de werkvormen uit de methodiek mensen met verschillende perspectieven en verschillende vormen van (ervarings-)kennis als gelijkwaardige partners kunt betrekken bij het ontwikkelen van een onderzoeksvoorstel.

Onderwijs & Samenleving
impact van onderzoek, onderzoek en praktijk, onderzoeksvoorstel, verbinding onderwijs

11:15 – 12:15 Parallelsessie 7

Interculturele competentieontwikkeling en diversiteitsbenutting in teams: Een scoping review (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)351Mees Kok; Hogeschool Utrecht

Cobbenhagen – Aulavr 11:15 – 12:15

De Nederlandse grootstedelijke beroepsonderwijscontext wordt gekenmerkt door culturele diversiteit en ongelijk verdeelde kansen onder leerlingen én docenten. Beroepsonderwijsteams staan dan ook voor de taak om hun eigen culturele diversiteit te begrijpen en te benutten om te kunnen omgaan met diverse studentenpopulaties. Voorliggend paper focust op de daarvoor benodigde interculturele competentieontwikkeling. Hoewel individuele interculturele competentie in onderzoek veel aandacht krijgt, benadrukt eerder onderzoek de waarde van een meer relationele, interactieve teambenadering. Ondanks dat diversiteitsbenutting vaak genoemd wordt in relatie tot teamsamenwerking, wordt de positieve impact van culturele diversiteit op teamsamenwerking niet eenduidig bevestigd. Onderhavige scoping review beoogt daarom deze onderzoeksvraag te beantwoorden: Hoe wordt interculturele competentieontwikkeling en de benutting van culturele diversiteit van teams beschreven in onderzoeksliteratuur? Na het screenen van 1068 abstracts werden negen studies geselecteerd, geabstraheerd door data-extractie en thematisch geanalyseerd. Bevindingen werden verrijkt door middel van praktijkconsultatie. Resultaten tonen het belang van het benutten van interculturele relaties, erkenning van machtsverhoudingen en culturele (zelf)reflexiviteit. De bevindingen bieden een basis voor bijvoorbeeld het ontwikkelen van een observatiekader voor beroepsonderwijsteams.

Leraar & Lerarenopleiding
beroepsonderwijsteams, culturele diversiteit, Interculturele competentieontwikkeling

De waarden van onderzoeksprogramma’s (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)477Jelle Ris ; Hogeschool Rotterdam; Matthijs Wieldraaijer; Hogeschool Rotterdam, Instituut voor Lerarenopleidingen

Cobbenhagen – Aulavr 11:15 – 12:15

Er wordt door vele pedagogen geclaimd dat geesteswetenschappelijke pedagogiek is verdrongen door de empirisch-analytische pedagogiek. Hoewel meerdere pedagogen de stelling onderschrijven dat het vakgebied van de pedagogiek zich daardoor in een kritieke toestand bevindt is deze these nog nauwelijks empirisch onderzocht. Doel van dit onderzoek is om uit de pedagogische literatuur die gebruikt wordt op de tweedegraads lerarenopleidingen af te leiden tot welk onderzoeksprogramma deze kan worden geschaard. De pedagogische literatuur die gebruikt wordt op lerarenopleiding geeft inzicht in de wijze waarop studenten worden opgeleid. Welke mensbeelden, visies op onderwijs en normatieve oriëntaties krijgen zij mee? De keuze voor onderzoeksprogramma’s hebben een normatieve dimensie. Scherp gesteld: moeten we de mensen in het onderwijs als stimulus-respons-machines zien die op een wetmatige wijze werken of zijn leerlingen en docenten personen die agency hebben: vrijheid van handelen en in staat tot zelfreflectie, zoals de geesteswetenschappelijke traditie stelt? De geesteswetenschappelijke pedagogiek is afgaande op de bestudeerde literatuur inderdaad verdrongen door de empirisch-analytische pedagogiek en de onderwijskunde. Zo wordt er in de pedagogische literatuur die is voorgeschreven op lerarenopleidingen weinig gereflecteerd op doel en bedoeling van onderwijs. En brede vorming en ethisch handelen zijn geen thema’s die een prominente plek krijgen in de pedagogische literatuur.

Leraar & Lerarenopleiding
Empirischanalytische pedagogiek, Geesteswetenschappelijke pedagogiek, Pedagogische literatuur, Waarden van onderzoeksprogramma's

Schurende perspectieven: bron van conflict of meerwaarde? Een kennismaking met het VU Mixed Classroom Educational Model

Workshop (60 minuten)93Siema Ramdas; Vrije Universiteit

Cobbenhagen – C 187vr 11:15 – 12:15

De toenemende polarisatie in de samenleving vraagt om studenten die zich kunnen verplaatsen in andere perspectieven, nuance kunnen aanbrengen in maatschappelijke discussies, en “wicked problems” kunnen oplossen. Hoewel de meeste docenten in het hoger onderwijs het hiermee eens zijn blijft de vertaling naar de praktijk een uitdaging. Want hoe zorg je dat iedere student zich welkom voelt en psychologische veiligheid ervaart? Hoe praten we over (academische) waarden als de emoties soms hoog oplopen? Hoe zet je de diversiteit binnen een groep in als meerwaarde voor het leerproces van alle studenten? Aan de Vrije Universiteit Amsterdam werd in antwoord op deze vragen een didactisch model ontwikkeld: het VU Mixed Classroom Educational Model. Tijdens deze workshop maken deelnemers niet alleen op interactieve wijze kennis met het onderwijsmodel, maar verkennen ze hun eigen waarden en hoe die invloed hebben op het leerklimaat dat zij creëren. Op deze manier draagt de input van de deelnemers bij aan breder lopend onderzoek naar wat docenten drijft om inclusie en diversiteit actief een plek te geven in het hoger onderwijs.

Hoger Onderwijs
Diversiteit, Inclusie, Perspectieven

De ontwikkelkaart voor praktijkgerichte onderzoekers: aan de slag met jouw eigen leerroute

Workshop (60 minuten)58Belinda Ommering; Hogeschool Utrecht; Liesbeth Boers; Hogeschool Utrecht

Cobbenhagen – Ruth Firstvr 11:15 – 12:15

Ben je ook zo benieuwd naar wat praktijkgericht onderzoek nu eigenlijk inhoudt en hoe je je hier verder in kan ontwikkelen? In deze workshop kan gewerkt worden aan het creëren van een eigen leerroute met concrete ontwikkelstappen als praktijkgerichte onderzoeker. Dit wordt gedaan aan de hand van de ontwikkelkaart voor praktijkgerichte onderzoekers, een inspiratie- en gesprekstool ontwikkeld op Hogeschool Utrecht die zicht kan bieden op de verschillende thematieken waar je als praktijkgerichte onderzoeker (van junior tot expert) mee te maken krijgt. De ontwikkelkaart is bedoeld om je te inspireren na te denken of in gesprek te gaan (met bijvoorbeeld een collega-onderzoeker of je leidinggevende) over je eigen ontwikkeling. Daarnaast kan de ontwikkelkaart ook interessant zijn op teamniveau, om het gesprek aan te gaan waar je als team staat en naartoe zou kunnen willen ontwikkelen. Deze interactieve workshop geeft niet alleen de kans om de eigen leerroute uit te werken, maar biedt ook de mogelijkheden om in dialoog met andere professionals het gesprek aan te gaan over (praktijkgericht) onderzoek en de ontwikkeling van onderzoekers.

Hoger Onderwijs
Ontwikkeling, Ontwikkelkaart, Praktijkgericht onderzoek, Professionalisering

Meer docenten van kleur in het vo (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)310Oumaima El Ghoulbzouri; Voion

Cube 15vr 11:15 – 12:15

In het voortgezet onderwijs (vo) vormen docenten wat etnische achtergrond betreft geen afspiegeling van de leerling- en beroepsbevolking. Onderzoek laat zien dat diverse onderwijsteams van grote waarde zijn voor leerlingen en onderwijsprofessionals. Zo kan het gelijke kansen bevorderen. Wat zijn mogelijke verklaringen voor de ondervertegenwoordiging in het vo van docenten van kleur? En hoe kunnen scholen meer docenten van kleur aantrekken en ervoor zorgen dat zij zich thuis (blijven) voelen in het onderwijs? Voion, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs, heeft kwalitatief onderzoek laten uitvoeren om deze vragen te beantwoorden. Uit interviews met 15 docenten van kleur die werkzaam zijn (of zijn geweest) in het voortgezet onderwijs komt een aantal thema’s naar voren die een rol spelen bij uitstroom. Hoge werkdruk is zo’n thema; docenten van kleur werken relatief vaak op scholen met een etnisch diverse leerlingpopulatie en met veel leerlingen met het risico op leerachterstanden. Dit stelt docenten voor extra uitdagingen. Andere thema’s zijn ongelijke behandeling van leerlingen van kleur en docenten van kleur en het ontbreken van structureel diversiteitsbeleid op de school. Aanbevelingen zijn dan ook het vergroten van ondersteuning, het ontwikkelen van een professionele aanspreekcultuur en aandacht voor vieringen uit andere culturen.

Leraar & Lerarenopleiding
Diversiteit, Gelijke kansen, Inclusie, Rolmodellen

Cultureel responsieve klassenmanagementstrategieën van een ‘Warm Demander’ vanuit het Interpersoonlijk Perspectief (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)516Simone Polderdijk; Universiteit Utrecht

Cube 15vr 11:15 – 12:15

Het responsief handelen in een klas met een sterk diverse leerlingpopulatie langs sociaaleconomische en culturele lijnen (kenmerkend voor de stedelijke context) vraagt veel van leraren hun klassenmanagementstrategieën (van Tartwijk et al., 2009). In de Amerikaanse literatuur wordt een Warm Demander beschreven als een leerkracht die door warmte en hoge verwachtingen erin slaagt academische prestaties van alle leerlingen te ondersteunen (Ware, 2006). Er is een kwalitatieve literatuurstudie uitgevoerd naar casestudies van Warm Demanders. Door middel van secundaire data-analyse zijn negen artikelen geanalyseerd, waarmee in totaal het handelen van 26 Warm Demanders die lesgaven in ‘urban classrooms’ in de VS is beschreven. Zowel dagelijkse interacties als de opgebouwde relaties worden gekenmerkt door een hoge mate van invloed en nabijheid, maar op het niveau van dagelijkse interacties is ook frequent een laag niveau van nabijheid gecodeerd. Door het handelen van succesvolle docenten uit de VS te beschrijven aan de hand van een theoretisch raamwerk dat ook in de Europees onderzoek veelvuldig is gebruikt, en dat in lerarenopleidingen gebruikt wordt om effectief docentgedrag te oefenen, zetten we een eerste stap naar het concretiseren van effectief en responsief handelen in urban classrooms.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leraar & Lerarenopleiding
cultureel responsief lesgeven, interpersoonlijk leraargedrag, urban classrooms, warm demander

Aan de slag met studievertraging

Workshop (60 minuten)245Marieke Thurlings; Eindhoven School of Education, AP&SE, TU/e

Cube 16vr 11:15 – 12:15

In deze workshop staan factoren centraal die, in onze ervaring, bijdragen aan het vlottrekken van studievertraging en het voorkomen daarvan. Deze factoren zijn essentiële kenmerken van verschillende interventies die we in onze universitaire lerarenopleiding inzetten om studievertraging rondom het afstudeeronderzoek vlot te trekken én dat te voorkomen. De interventies blijken, op basis van een descriptieve analyse van het aantal uitgereikte diploma’s, effectief: er studeren meer studenten nominaal af én studenten die al langer dan drie jaar met de opleiding bezig zijn hebben vaker hun diploma ontvangen. De doelen van de workshop zijn (1) het delen van de factoren en interventies vanuit onze opleiding en die vanuit opleidingen van de deelnemers (2) het leren van elkaars ervaringen en in dialoog te gaan over het door-ontwikkelen van interventies (zowel op onze opleiding als op die van de deelnemers). De workshop is bedoeld voor lerarenopleiders en docenten verbonden aan andere opleidingen die zich bezighouden met zorgstudenten, studentenwelzijn en studievertraging; en voor anderen die geïnteresseerd zijn in deze onderwerpen. In lerarenopleidingen is studievertraging (rondom het afstudeeronderzoek) een vaker voorkomend verschijnsel. Met de workshop beogen we om te leren van elkaars ervaringen.

Leraar & Lerarenopleiding
Interventies, Studievertraging, Zorgstudenten

Iedereen hoort erbij! De sociale participatie van kleuters met beperkingen bevorderen via reguliere klasgenoten (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)554Florianne Rademaker; Rijksuniversiteit Groningen

Cube 20vr 11:15 – 12:15

Binnen het regulier onderwijs blijft de sociale participatie van leerlingen met beperkingen achter, waarbij een negatieve attitude van klasgenoten vaak als belangrijke barrière wordt genoemd (Freer, 2023). De sleutel tot verbetering zou liggen in het bevorderen van positieve attitudes bij klasgenoten. De meest voorkomende manieren om een positieve attitude ten opzichte van beperkingen te bevorderen zijn face-to-face contact, informatie, of een combinatie van beide (cq. Contact Theorie Allport, 1954; McManus et al., 2021). In deze quasi-experimentele studie zijn de effecten van de interventie “Iedereen hoort erbij!” op reguliere kleuters (n = 332) onderzocht. Deze interventie combineerde coöperatief leren met prentenboeken over beperkingen en geleide kringgesprekken. Het effect op zowel de attitudes ten aanzien van beperkingen, alsmede de acceptatie en vriendschappen van klasgenoten met een beperking is onderzocht. De resultaten toonden aan dat, ondanks een algemene verslechtering van attitudes over de tijd, de interventie een klein verzachtend effect had op deze neerwaartse trend. Er werden geen effecten gevonden op acceptatie en vriendschappen. Positieve attitudes en acceptatie waren al hoog bij de voormeting, hetgeen suggereert dat er mogelijk weinig ruimte was voor verbetering.

Onderwijs & Samenleving
Contact Theorie, Cooperatief leren, Kleuters

Een succesvolle klas: het belang van verbondenheid in en met de klas (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)661Christiaan Oostdijk; Hogeschool Inholland; Ellen Leen; Hogeschool Inholland

Cube 20vr 11:15 – 12:15

In het kader van onderwijskwaliteit en leerresultaten hebben we met dit onderzoek gekeken naar de essentiële rol van verbondenheid in een informaticaklas gedurende hun 1e en 2e studiejaar. De focus ligt op drie dimensies van verbondenheid – sociaal, academisch en de klasgemeenschap – en de impact ervan op leergedrag, welzijn en studiesucces. De onderzoeksvragen verkennen elementen van verbondenheid vanuit zowel student- als docentperspectief, onderzoeken de betekenis ervan voor student- en studiesucces, en analyseren de rol van docenten en organisaties.Het onderzoek op basis van observaties en gesprekken laat zien dat studenten binding creëren door o.a. samenwerking, respectvolle communicatie en naleving van afspraken. Docenten dragen bij door aandacht voor studievoortgang en oplossingen te bieden. Klasgemeenschap wordt bevorderd door een veilige omgeving en diversiteit in klassensamenstelling. Deze inzichten hebben ook directe relevantie voor de dagelijkse onderwijspraktijk. Ze voorzien docenten en organisaties van waardevolle aanknopingspunten om effectief bij te dragen aan het versterken van verbondenheid in educatieve contexten om het welzijn en studiesucces van studenten te bevorderen.

Hoger Onderwijs
Rol docent, Rol organisatie, Succesvolle klas, Verbondenheid

De overgang van het speciaal basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)162Erik Fleur; Ministerie van OCW/DUOIP

Cube 21vr 11:15 – 12:15

Over het algemeen heeft het schooladvies in het basisonderwijs (bo) een hoge voorspellende waarde voor het onderwijsniveau in de derde klas. Over het speciaal basisonderwijs (sbo) is, wat dit betreft, minder bekend. In deze studie is een aantal aspecten van de overgang van het sbo naar het vo bestudeerd, en vergeleken met wat geldt voor het reguliere bo. Daarnaast zijn mogelijke verschillen tussen meisjes en jongens bestudeerd. Hiertoe is gebruik gemaakt van populatiegegevens van leerlingen die het sbo of het bo hebben afgerond in 2014-2015 tot en met 2019-2020 en een advies kregen voor plaatsing in het vo. Het zwaartepunt van de advisering in het sbo (ruim 70%) ligt bij de enkelvoudige adviezen pro en vmbo-bb, terwijl de advisering in het bo het complete spectrum beslaat. Van de sbo-leerlingen zat zo’n 71% na drie jaar op het niveau van het schooladvies, bij de bo-leerlingen was dit percentage zo’n 64%. Meisjes komen in het bo vaker boven het niveau van het schooladvies uit in de derde klas dan jongens. In het sbo geldt dit alleen voor meisjes met de adviezen vmbo-bb en vmbo-kb. Bij sbo-leerlingen die een advies vmbo-bb of hoger kregen, zijn de percentages zittenblijven iets hoger dan bij bo-leerlingen.

Onderwijs & Samenleving
doorstroom, Speciaal basisonderwijs, voorspellende waarde

Naar het gespecialiseerd onderwijs of niet? (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)260Nienke Ruijs; Maastricht University

Cube 21vr 11:15 – 12:15

Met de Route naar Inclusief Onderwijs 2035 wordt ernaar gestreefd dat meer leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften naar het reguliere onderwijs gaan. We weten echter niet goed wat verschillende typen onderwijs betekenen voor de prestaties van leerlingen: is regulier onderwijs inderdaad beter voor de schoolprestaties van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften?Bij de invoering van Passend Onderwijs werden budgetten herverdeeld tussen regio’s. Dit zorgde voor een (tijdelijke) daling in het percentage leerlingen in het speciaal onderwijs, vooral in regio’s die moesten bezuinigen en voor leerlingen die een grote kans hebben op instroom in het vso. In dit onderzoek gebruiken we de vereveningsopdracht als instrumentele variabele. We onderzoeken of doorstroom naar het regulier voortgezet onderwijs in plaats van het voortgezet speciaal onderwijs de kans op het behalen van een startkwalificatie beïnvloedt.11-jarige so-leerlingen die door de vereveningsopdracht doorstromen naar het reguliere voortgezet onderwijs blijken op 18, 19 en 20-jarige leeftijd relatief vaker een startkwalificatie te hebben behaald. Dit betekent niet dat regulier onderwijs beter is voor álle leerlingen: we kijken in dit onderzoek alleen naar “twijfelgevallen” op de grens tussen regulier en voortgezet speciaal onderwijs. Voor deze leerlingen lijkt een meer inclusieve onderwijssetting beter voor de onderwijsprestaties.

Onderwijs & Samenleving
inclusief onderwijs, leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften, schoolprestaties, speciaal onderwijs

Kennisbenutting door docenten in het hoger onderwijs (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)650Judith Conijn; Kohnstamm Instituut; Marianne Boogaard; Kohnstamm Instituut; Esmée Lalihatu; Kohnstamm Instituut

Esplanada – Blackboxvr 11:15 – 12:15

Over studievoortgang in het hoger onderwijs is veel kennis beschikbaar, maar de ervaring leert dat docenten, opleidingen en onderwijsinstellingen nog niet altijd gebruikmaken van die kennis. In opdracht van de ETHO (Expertgroep Toegankelijkheid Hoger Onderwijs) heeft Kohnstamm Instituut drie deelstudies uitgevoerd: een literatuurstudie, een survey en (focusgroep)interviews. De hoofdvragen van de deelstudies waren als volgt: ‘In hoeverre en op welke manier verwerven docenten in het hoger onderwijs kennis over het faciliteren van studievoortgang? In hoeverre passen zij die kennis toe in hun onderwijspraktijk? Hoe kan kennisbenutting door docenten in het hoger onderwijs worden vergroot?’ Uit de resultaten blijkt dat er verschillende aanleidingen zijn waardoor docenten op zoek gaan naar kennis. Collega’s zijn vervolgens een belangrijke bron waar docenten hun kennis halen, maar de structuur en cultuur van een organisatie speelt een belangrijke rol bij kennisdeling. Verder noemen de docenten in de interviews dat onder andere infographics goed toepasbaar zijn in hun onderwijspraktijk vanwege de beknoptheid. Een van de vaakst genoemde criteria voor een kennisproduct is dan ook ‘kort’, naast bijvoorbeeld ’praktisch’. Op basis van de resultaten van de drie deelstudies wil ETHO de beschikbare kennis beter vindbaar, bereikbaar en toepasbaar maken voor onderwijsprofessionals in het hoger onderwijs.

Hoger Onderwijs
hoger onderwijs, kennisbenutting, studievoortgang

Het benutten van kennis over Inclusief Hoger Onderwijs: ervaringen op drie opleidingen (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)698Machteld de Jong; Hogeschool Inholland; Aliya Celik; Diversity Included; Rick Wolff; Risbo/EUR

Esplanada – Blackboxvr 11:15 – 12:15

Het is makkelijker gezegd dan gedaan: docenten dienen meer aandacht te besteden aan het inclusiever maken van hun onderwijs. Dit vereist wel dat zij hierover kennis verzamelen. In het onderzoek dat wij presenteren – onderzoek dat is mogelijk gemaakt door de NRO Expertgroep Toegankelijk Hoger Onderwijs – zijn docenten van drie hoger onderwijsopleidingen (twee hbo- en een wo-opleiding) enkele maanden gevolgd bij hun zoektocht naar kennis over inclusief onderwijs. In het onderzoek stond de volgende onderzoeksvraag centraal:Op welke manier krijgt het thema inclusief onderwijs concreet vorm binnen de onderwijspraktijk van docententeams in het hoger onderwijs en welke rol speelt kennisbenutting daarbij?Hiervan afgeleid hebben wij ons beziggehouden met vragen als: hoe gaan docenten op zoek? Welke factoren maken deze zoektocht makkelijker, en welke factoren verhinderen dit juist? Veranderen factoren door te tijd heen? En als kennis over inclusief onderwijs eenmaal is gevonden: hoe waardevol is deze kennis dan voor docenten en op welke manieren passen zij deze kennis toe? Inzicht in deze vragen is van belang als je wilt dat onderwijskennis over inclusief onderwijs ook gebruikt gaat worden in de onderwijspraktijk.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Hoger Onderwijs
Docententeams

De betekenis van toetsbekwaamheid in hoger onderwijs; een literatuurstudie.

Rondetafelgesprek (30 minuten)688Kitty Meijer; Open University

Koopmans – K 1201vr 11:15 – 12:15

Toetsbekwaamheid is een belangrijk onderdeel van docentcompetenties om zowel het leerproces van studenten te kunnen sturen als de kwaliteit van het onderwijs te kunnen waarborgen (o.a. Popham, 2009; Smith, 2011). Vanuit een sociaal-cultureel perspectief wordt toetsbekwaamheid beschouwd als een dynamische, contextafhankelijke sociale praktijk. Er is echter nog geen coherente kennisbasis over toetsbekwaamheid vanuit dit perspectief in de context van het hoger beroepsonderwijs. In deze context betreft toetsbekwaamheid, naast het toetsen in enkelvoudige leersituaties, ook toetsbekwaamheid op opleidings- en programmaniveau zoals voor het ontwerpen van curricula. Middels een systematische literatuur review worden bouwstenen voor een coherente kennisbasis geïdentificeerd. Tijdens de ronde tafel worden de resultaten besproken en de implicaties van de gevonden karakteristieken voor een mogelijk conceptueel kader verkend.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
Hoger beroepsonderwijs, Literatuur studie, Toetsbekwaamheid

Toolbox voor een professionele dialoog bij Samen Opleiden & Professionaliseren

Workshop (60 minuten)428Saskia Brokamp; Hogeschool Utrecht; Ditte Lockhorst; Oberon; Lotte Henrichs; Universiteit Utrecht; Martine van Rijswijk; Universiteit Utrecht

Koopmans – K 1206vr 11:15 – 12:15

In deze workshop leggen wij in een actieve werkvorm aan de deelnemers een toolbox voor, die gebruikers in staat stelt een continue professionele dialoog te voeren bij het opleiden en professionaliseren van leraren. Een professionele dialoog stelt mulit-disciplinaire teams (van leraren in opleiding, leraren, opleiders en onderzoekers) in staat om een gelijkwaardige en productieve samenwerkingsrelatie te bewerkstelligen. In de voorliggende toolbox is het onderwerp van de professionele dialoog het gezamenlijk komen tot deskundigheidsbevordering op het gebied van diversiteits-sensitief lesgeven (DSL). De toolbox kan in de toekomst ook voor andere thema’s worden ingezet. De toolbox is het resultaat van co-constructie tussen onderwijsonderzoekers en leraren aan zes vo-scholen in Utrecht. In de workshop leggen wij de eerste versie van de toolbox voor, en presenteren we kort de eerste bevindingen van de participerende leraren in het vo. Daarna stellen we deelnemers aan de workshop in staat om onderdelen van de toolbox uit te proberen aan de hand van een realistische casus en te reflecteren op manieren waarop zij de toolbox in hun eigen context zouden kunnen inzetten.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leraar & Lerarenopleiding
Leraren opleiden, Opleiden in partnertschap, Professionele dialoog, Strategisch HRM

Wat dingen doen. De waarde van Bruno Latour voor de onderwijspraktijk

Workshop (60 minuten)239Arda Oosterhoff; NHLStenden hogeschool

Koopmans – K7vr 11:15 – 12:15

Onderzoek naar agency richt zich vaak op menselijke actoren: leraren, studenten, managers. Echter, de onderwijspraktijk is vol met dingen: van tafels en stoelen tot tablets en leerlingvolgsystemen. Ook dingen hebben agency, heeft Bruno Latour ons laten zien. Actor-Network Theory (ANT) wijst ons erop dat objecten, technologieën, regels, standaarden, een actieve invloed uitoefenen op onze dagelijkse praktijken (Latour, 2005). Dat doen zij niet op zichzelf, maar als onderdeel van sociomateriële netwerken: uitgebreide, dynamische, intra-actieve netwerken van mensen en niet-mensen.In het onderwijs is de afgelopen decennia de standaardisatie en dataficatie toegenomen. Voor professionals die in het onderwijs werken – leraren, managers, beleidsmakers – is het ontwikkelen van sociomateriële sensitiviteit belangrijk. Onderwijsprofessionals maken zelf actief deel uit van steeds uitgebreidere en ondoorzichtigere sociomateriële netwerken, maar zijn zich vaak niet bewust van de invloed van die netwerken op hun eigen praktijken en ook niet van hun eigen (mogelijke) rol in die netwerken.In een workshop wil ik met collega-onderzoekers de volgende vraag verkennen: Hoe kunnen we de ontwikkeling van sociomateriële sensitiviteit van onderwijsprofessionals stimuleren en ondersteunen?Opzet:Interactieve paperpresentatie: een ANT-analyse van de werking van standaardenUitproberen: toepassen van post-humanistische heuristiekenDialoog: de waarde van ANT en de heuristieken voor onderwijsprofessionals

Leraar & Lerarenopleiding
ActorNetwork Theory, Agency, Posthumanistische heuristieken, Sociomateriële sensitiviteit

Iedereen gemotiveerd? Een blik op de inzet en toetsmotivatie bij leerlingen voor centrale toetsen (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)238Daphné Van Looy; Universiteit Gent

Simon – S8vr 11:15 – 12:15

Grootschalige (inter)nationale onderzoeken leiden tot onderwijskwaliteitsuitspraken, resulterend in de vraag naar de mate waarin (interpretaties) van toetsresultaten mogelijks gebiased zijn door verschillen in toetsmotivatie tussen (groepen) leerlingen. In het bijzonder wanneer toetsen geen invloed hebben op schoolresultaten van leerlingen, toont onderzoek dat leerlingen tegen de verwachting in toch gemotiveerd kunnen zijn om zich in te zetten. Vanuit een innovatief toetsmotivatiekader, bestaande uit doelen en motieven, breidt dit onderzoek de kennisbasis over toetsmotivatie van leerlingen uit. Het huidige onderzoek zoomt daarvoor in op de toetsdoelen en toetsmotieven van 1628 leerlingen in het tweede jaar van het secundair onderwijs in relatie tot hun zelfgerapporteerde inzet en rekeninghoudend met leerlingkenmerken. Het onderzoek vond plaats in het kader van de kalibratiestudie van de centrale toetsen in Vlaanderen. T-testen tonen aan dat leerlingen zich gemiddeld minder inzetten voor een low-stakes wiskundetoets. Een lineair regressiemodel brengt in kaart welke factoren inzet voor een low-stakes wiskundetoets beïnvloeden. De resultaten tonen aan dat toetsdoelen, toetsmotieven, testangst, geslacht en SES een significante rol spelen in de geleverde inzet op de toets in tegenstelling tot de finaliteit van de richting die leerlingen volgen. Suggesties voor vervolgonderzoek naar inzet en toetmotivatie worden, samen met implicaties voor de praktijk, geformuleerd.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
Centrale toetsen, Toetsinzet, Toetsmotivatie

Student Perception of Suitable and Fair Performance-Based Assessment in Higher Education (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)588S.W.L. Van Buel; Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR); J.C. Arboleda; Rijksuniversiteit Groningen (RUG)

Simon – S8vr 11:15 – 12:15

Performance-based assessments (PBA) varying in degrees and components of standardization are commonly used in higher education to assess students’ competencies. However, an open question is how students perceive them, which this study aims to answer. It is of high relevance to answer that question, as stakeholder perceptions are known to influence adoption of assessment procedures, and because student motivation and achievement can be negatively influenced by negative assessment perceptions. Through two preregistered studies, we explore how varying degrees and components of standardization in PBA, defined as rating standardization (RS), integration standardization (IS), and comparative judgment (CJ), impact students’ perceived suitability (study 1) and perceived fairness (study 2). Specifically, the first study investigates the impact of RS, IS, and CJ on students’ perceived validity, decontextualization, reductionism, feedback usefulness, and course-taking intentions. Study 2 investigates how RS, IS and CJ, affect students’ perceived procedural and distributive justice, equity, and equality, with a specific focus on potential differences between ethnic minority and majority students. Data analysis is performed using ANOVAs, Linear Mixed Models, and relative importance analysis, among others. No results are available yet.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Assessment, Methodologie & Evaluatie
higher education, Performancebased assessment, standardization, validity & fairness

Inclusief onderzoek: duiding en handvatten

Workshop (60 minuten)668Sofie Sergeant; Hogeschool Utrecht; Karin Diemel; Fontys Hogeschool; Tisja Korthals Altes; Windesheim University of Applied Sciences; Jantien Gerdes; Windesheim University of Applied Sciences

Tias – TZ 10vr 11:15 – 12:15

Inclusief onderwijs vraagt om inclusief onderzoek. Bij inclusief onderzoek zijn personen op meerdere vlakken betrokken tijdens het gehele onderzoekstraject, van ideeontplooiing tot implementatie. Binnen het onderwijs kun je daarbij denken aan onderzoek waarbij leraren maar ook leerlingen, ouders of studenten een actieve rol als co-researcher spelen.Inclusief onderzoek geeft niet alleen meer stem aan de praktijk, maar verbetert ook het onderzoek. De implementatie van inclusief onderzoek is echter niet zo eenvoudig als je zou hopen en kan op verschillende manieren worden ingericht. Door transparant te maken welke keuzes onderzoekers op basis van welke redenering hebben gemaakt, kan de validiteit, waarde en interpretatie van onderzoeksresultaten in de onderwijswetenschappen worden verduidelijkt. In deze workshop werken de deelnemers met een prototype-tool waarin de ‘De 3 R-en van inclusief onderzoek: redenen, rollen en reflexiviteit’- centraal staan. De tool beoogt onderzoekers op interactieve wijze te ondersteunen bij het denken over inclusief onderzoek en het (transparant) maken van keuzes hierin. De workshop bestaat uit een korte theoretische inleiding waarna de deelnemers aan de hand van korte opdrachten, reflectievragen en spellen reflecteren op hun onderzoeksmethoden.

Leraar & Lerarenopleiding
Gelijkwaardigheid, Inclusie, Methodologie, Onderzoek

Blended onderwijsontwerp evalueren

Workshop (60 minuten)522Renée Schrauwen; Hogeschool InHolland

Tias – TZ 3vr 11:15 – 12:15

Het ontwerpen van onderwijs is een (tijds)intensief proces. In de praktijk zien we dat de nadruk ligt op uitvoering, waardoor kansen in het ontwerpproces onvoldoende benut worden. Volgens het ADDIE-model is dit proces op te delen in verschillende fasen (Molenda, 2003). De analysefase waarin leerbehoeften geïdentificeerd worden; de design-fase waarin het leertraject gestructureerd wordt en leerdoelen worden vastgesteld; de development-fase, waarin het ontwerp verder wordt uitgewerkt; de implementatiefase en tot slot de evaluatiefase, met als doel het doorontwikkelen van het onderwijsontwerp. Momenteel worden hierbij studentevaluaties uitgevoerd, terwijl onderzoek aantoont dat deze onbetrouwbaar en invalide zijn (Heffernan, 2022). De gepresenteerde toolbox richt zich op het effectief evalueren van (blended) onderwijs. De toolbox is gebaseerd op een uitgebreide literatuurstudie, waarbij zowel evaluatietheorieën als -instrumenten zijn onderzocht. Daarnaast zijn docent- en studentvragenlijsten verzameld, beoordeeld en ingevoegd in de toolbox. Tegelijkertijd is een vragenlijst uitgezet, om inzicht te verkrijgen in de evaluatiebehoeften van docenten. Op basis van de theorie en resultaten is een conceptversie ontwikkeld. Deze versie is ter feedback voorgelegd aan onderwijsadviseurs, en onderwijsteams.Tijdens deze workshop kunnen docenten met behulp van de toolbox de fasen van het ontwerpproces doorlopen, waardoor ze met concrete handvatten hun eigen onderwijsontwerp kunnen versterken.

ICT in Onderwijs & Opleiding
Blended learning, Evalueren, Onderwijsontwerp, Toolbox

Ondersteuning van chronisch of langdurig zieke leerlingen: de perspectieven van het onderwijspersoneel (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)89Katie Goeman; KU Leuven; Karlien De Jaeger; KU Leuven

Tias – TZ 4vr 11:15 – 12:15

Chronisch of langdurig zieke leerlingen in Vlaanderen hebben toegang tot diverse vormen van onderwijsondersteuning, zoals internetgebaseerd onderwijs, via thuisonderricht en in ziekenhuisscholen. Deze bijdrage rapporteert over vier exploratieve studies, uitgevoerd tussen 2021 en 2023, die gericht zijn op het identificeren van kritische succesfactoren voor dergelijke alternatieve onderwijstrajecten. Meer specifiek belicht ze de perspectieven van het onderwijspersoneel, met het eco-triadisch model als theoretisch vertrekpunt. De resultaten onderstrepen het belang van frequente en efficiënte communicatie gedurende alle fasen van het onderwijsondersteuningstraject. Verder zijn informatie en sensibilisering, flexibele procedures, een duidelijk zorgbeleid (en bijbehorende zorgstructuur) op de thuisschool en een centraal digitaal platform essentieel. Het delen van ervaringen blijkt tevens cruciaal voor het onderwijspersoneel. De aanbevelingen voor de praktijk richten zich op de implementatie van een digitaal platform, de herziening van de regelgeving en het invoeren van meer flexibele procedures. Op theoretisch vlak dringt een verfijning van het eco-triadisch model zich op, waarbij specifieke aspecten van interactie gedifferentieerd worden per fase van het ondersteuningstraject en per actor. Verder onderzoek naar andere actoren (dan het onderwijspersoneel) wordt aanbevolen om een holistisch begrip van de ondersteuning van chronisch of langdurig zieke leerlingen te verkrijgen.

Onderwijs & Samenleving
Onderwijsondersteuning, Secundair Onderwijs, Zieke leerlingen

Evaluatie van het onderwijsaanbod voor zieke leerlingen in Vlaanderen (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)443Ella Desmedt; IDEA Consult

Tias – TZ 4vr 11:15 – 12:15

Elk kind heeft recht op onderwijs, ook zieke leerlingen. Daarom zijn er vijf Vlaamse overheidsmaatregelen met als doel leerachterstand beperken en terugkeer naar school voorbereiden:

• Maatregelen binnen het zorgbeleid van een school;

• Ziekenhuisonderwijs;

• Tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH);

• DMOB, of onderwijs in de kinderpsychiatrie;

• Bednet (synchroon internetonderwijs).

Elke maatregel wordt door een andere actor aangeboden.

Dit onderzoek is een evaluatie van dit onderwijsaanbod in opdracht van de Vlaamse overheid met als evaluatiecriteria relevantie, coherentie, effectiviteit en efficiëntie.Het evaluatiekader bestond uit 21 evaluatievragen en toetsingscriteria gebaseerd op wetenschappelijke en praktijkinzichten over kwaliteitsvol onderwijsaanbod voor zieke leerlingen. Het centrale theoretisch kader inzake beleidsevaluatie was Chen’s ‘practical program evaluation’ (2014). De toetsingscriteria voor een kwaliteitsvol onderwijsaanbod voor zieke leerlingen baseerden we op de ‘whole school’ benadering (Demeulenaere (2018); Lum et al. (2017); Mintz et al. (2018)). Een mix van onderzoeksmethoden werd gebruikt: analyse van administratieve data, 2 online surveys (bij leerlingenbegeleiders en ouders van zieke leerlingen), interviews, onlinefocusgroepen en 3 casestudies.

Onderwijs & Samenleving
beleidsevaluatie, leerrecht, zorgbeleid

Learning Bubbles: Hoe geef je leerlingen een stem in een impactanalyse? (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)367Karel Moons; UCLL Research & Expertise

Tias – TZ 5vr 11:15 – 12:15

Learning Bubbles is een Erasmus+ project waarin leerlingen worden opgevangen in een Community Garden. In de ‘Learning Bubble’ wordt voor elke leerling een leerpad uitgewerkt waarin outdoor learning, digital learning en huiswerkbegeleiding samenkomen. Vanuit UCLL werd de impact van het project onderzocht. Er werd gekozen voor het implementeren van een aantal Strengthts-Based instrumenten die de leerlingen een stem gaven in de impactanalyse en er tegelijk voor zorgden dat begeleiders de leerpaden onmiddellijk konden bijsturen (Teachmi, n.d.). De methode legt zo een aantal (on-)waarden in klassieke impactanalyses bloot, waar het in kaart brengen van de impact zich dikwijls beperkt tot het bevragen van begeleiders en er ‘over’ de leerlingen wordt gepraat. Tegelijk zorgde de methodologie voor een synergie tussen de doelen van de verschillende belanghebbenden, zonder daardoor aan objectiviteit in te boeten. De impactanalyse laat zien dat meenemen van de gevoelswereld van leerlingen in het leerproces een belangrijke voorwaarde kan zijn om hen terug te doen deelnemen aan het leven en leren op school.Het partnerschap van Learning Bubbles bestond uit drie nationale organisaties die Community Gardens inhoudelijk ondersteunen, vijf secundaire scholen, drie Community Gardens en het expertisecentrum ‘Education & Development’ van UCLL voor de externe evaluatie en de impactanalyse.

Onderwijs & Samenleving
Community Gardens, Diversiteit, Impactmeting, Outreachend werken

“Ik wil mijn eigen waarden minder laten meespelen”: Evaluatie van het DIALOOG+ docentprofessionaliseringstraject (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)476Isolde De Groot; Hogeschool van Amsterdam; Yaël Weening; Hogeschool van Amsterdam

Tias – TZ 5vr 11:15 – 12:15

Docenten in Nederland weten veelal niet goed hoe ze maatschappelijke onderwerpen in de les kunnen bespreken op een manier die bijdraagt aan burgerschapsvorming van leerlingen. In dit paper presenteren wij de resultaten van een SIA-onderzoeksproject waarin we een docentprofessionaliseringstraining (DPT) ontwikkelen en evalueren, gericht op het verzorgen vandialogisch onderwijs over (controversiële) maatschappelijke thema’s – in het bijzonder het lesprogramma DIALOOG+. Centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre is de (prototype) DPT relevant en bruikbaar voor docenten maatschappijvakken die onderwijs geven aan 3 vmbo en/of havo/vwo? Op basis van een thematische analyse van kwalitatieve interviews met acht expert docenten en literatuur over dialogisch onderwijs identificeren wij zes centrale docentcompetenties die het DPT moet bevorderen. Na een beknopte weergave van de trainingsbijeenkomsten, presenteren we tevens de uitkomsten van een thematische analyse van focusgroep interviews, logboeken en een survey, afgenomen bij docenten die participeerden in de try-out (N= 18), ten aanzien van de sterke kanten en ontwikkelpunten van het prototype DPT en de bijdrage ervan aan hun professionele ontwikkeling. Tevens bespreken we de bijdrage van ons onderzoek aan academische kennis over ontwikkelvragen van docenten op het gebied van dialogisch onderwijs, en werkzame professionaliseringsstrategieën in dit kader.

Onderwijs & Samenleving
Burgerschapsonderwijs, Dialoog, Professionalisering, Voortgezet onderwijs

De aard en waarde van verbindende vaardigheden in het curriculum (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)468Yvette Sol; SLO

Tias – TZ 8vr 11:15 – 12:15

Naar aanleiding van diverse kritiek die van meet af aan is geuit op de 21e-eeuwse vaardigheden (in het onderwijs in Nederland bekend van de roos van SLO en Kennisnet), en eigen redenen, heeft SLO, aan de hand van ontwerpprincipes, voor de actualisering van het landelijke curriculum voor po en vo een nieuwe categorisering van vaardigheden ontwikkeld, met duidelijke afbakeningen, omschrijvingen en onderlinge relaties. De twee categorieën die daarin centraal staan zijn de basisvaardigheden en de vakvaardigheden. De ontwikkeling daarvan kan worden ondersteund door en kan doorwerken in de ontwikkeling van drie leervaardigheden, drie denkvaardigheden en drie samengestelde vaardigheden. De vaardigheden in deze drie categorieën worden ‘verbindende vaardigheden’ genoemd, omdat ze in alle vakken en leergebieden een rol spelen en daardoor deze met elkaar kunnen verbinden (en daarmee mogelijk ook bijdragen aan meer samenhang in het curriculum). In de presentatie wordt ingegaan op de wetenschappelijke fundering van deze nieuwe indeling en specifiek op de vormen waarin, manieren waarop en mate waarin verbindende vaardigheden een vakoverstijgend karakter kunnen hebben of verkrijgen. Om op dit laatste meer zicht te krijgen is aanvullende literatuur bestudeerd. De daaruit verkregen bevindingen worden gepresenteerd en bediscussieerd, en in de context geplaatst van het beoogde nieuwe landelijke curriculum.

Curriculum
Curriculum, Vaardigheden

(De) Motiverend Lesgeven voor Leerlingen van Diverse Achtergronden en de Rol van Verwachtingen

Paperpresentatie (30 minuten)577Jonne Bloem; Universiteit Utrecht

Tias – TZ 8vr 11:15 – 12:15

Alle leerlingen, ongeacht hun (culturele) achtergrond hebben baat bij motiverend lesgeven van de leerkracht. Echter, eerder onderzoek suggereert dat leerkrachten verschillen in de mate waarin zij (de)motiverend lesgeven, bijvoorbeeld voor leerlingen van verschillende sociaaleconomische en etnische achtergronden. Mogelijk spelen de verschillen in verwachtingen van de leerkracht hierbij een rol. In dit onderzoek kijken wij daarom naar de mate waarin leerkrachten verschillende verwachtingen hebben van leerlingen van diverse achtergronden en of dit vervolgens zorgt voor verschillen in (de)motiverend lesgeven. Voorlopige resultaten op basis van pilotdata (n=92 leerkrachten en 247 leerlingen) laten zien dat leerkrachten lagere verwachtingen hebben van leerlingen met een lagere SES dan met een hogere SES. Verwachtingen verschilden niet op basis van migratieachtergrond. Lagere verwachtingen hingen vervolgens samen met minder motiverende strategieën en meer demotiverende strategieën. Voor de meeste (de)motiverende strategieën werd er geen directe relatie met achtergrond gevonden. De bevindingen laten zien hoe verwachtingen van de leerkracht uitwerken op hun gedrag. Daarmee kan dit onderzoek leerkrachten inzichten geven in hoe hun gedrag, ontstaan vanuit goede intenties, de motivatie en prestaties van leerlingen stimuleert of juist ondermijnt. Tijdens de ORD2024 zullen de eerste resultaten op basis van de daadwerkelijke data (68 leerkrachten en hun 1176 leerlingen) bekend zijn.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Leraar & Lerarenopleiding
(De)motiverend lesgeven, Kansengelijkheid, Verwachtingen

Zelfsturend leren binnen een authentieke leeromgeving: De impact van een interventie (1/2)

Paperpresentatie (30 minuten)539Janina den Hertog; Saxion; Sóphie Verdegaal; Saxion

Tias – TZ 9vr 11:15 – 12:15

Zelfsturend leren wordt belangrijker in het hoger onderwijs, omdat de arbeidsmarkt vraagt om zelfsturende professionals (Hughes et al., 2017; Pyrhonen et al., 2019). Authentieke Leeromgevingen (ALO’s) zijn mogelijk een manier om deze vaardigheden te stimuleren, omdat zij de realiteit van het werkveld in het curriculum integreren (Herrington, 2006). Het TALENTs-project concentreert zich op het creëren van ALO’s, gericht op het optimaliseren van studentkansen en het bevorderen van zelfsturende vaardigheden.Het onderzoek richt zich op het herontwerp van het eerste jaar van een Saxion-opleiding volgens ALO-principes, met als doel ontwerprichtlijnen te formuleren voor het ontwikkelen van ALO’s die zelfsturende vaardigheden bevorderen. De theorie benadrukt het belang van zelfsturende vaardigheden en de noodzaak van ondersteuning voor studenten in dit proces (e.g. Moos & Ringdal, 2012; Vrieling et al., 2014).De onderzoeksmethode omvat een case-study met een mixed-methods design (Creswell, 2009), waarbij data worden verzameld via een opleidingsscan, vragenlijsten, interviews en fieldnotes.Resultaten tonen dat in de pilotfase aanpassingen nodig waren, maar in de tweede fase werd het concept positiever ontvangen, hoewel met kritiek op de uitvoering. Praktische ontwerprichtlijnen zijn samengevat, en het onderzoek draagt wetenschappelijk bij aan inzichten in het faciliteren van zelfsturing bij Hbo-studenten.

Dit onderzoek is NRO-gefinancierd.

Curriculum
Authentieke, Leeromgeving, Leren, Zelfsturend

Hoe stimuleer je de ontwikkeling van executieve functies bij kleuters? Inzichten uit een metareview (2/2)

Paperpresentatie (30 minuten)780Kathleen Bodvin; KU Leuven

Tias – TZ 9vr 11:15 – 12:15

Wat zijn volgens de internationale literatuur effectieve praktijken die de kennis en vaardigheden van kleuters rond executieve functies (EF) in het kleuteronderwijs kunnen versterken? We voerden een metareview uit. Via een streng systematisch selectieproces werden 12 reviews van interventiestudies geselecteerd die rapporteerden over interventies gericht op EF van kleuters. De conclusies betroffen het belang om (1) doorheen de dag, tijdens verschillende activiteiten en inhoudsgebieden aandacht te schenken aan EF; (2) speciaal ontworpen spelen in te zetten waarbij kleuters hun impulscontrole, werkgeheugen en flexibel denken oefenen; (3) spelen steeds uitdagender maken door de regels of rollen te veranderen; (4) kleuters te vragen om na te denken over hun ervaring met het spelen van een spel; (5) gepast EF-gedrag te modelen door de leraar; (6) uitdaging, aanmoediging en feedback te bieden ter versterking van de EF-competenties; (7) cognitieve scaffolding te bieden door bijvoorbeeld een interne begeleidende stem te activeren. Wil het kleuteronderwijs impact hebben, dan is het uiterst belangrijk dat het kleuteronderwijs van hoge kwaliteit is. Voorliggend onderzoek bundelt de wetenschappelijke evidentie en informeert het onderwijsveld over effectieve didactiek voor EF bij kleuters, waarmee het fundament gelegd wordt voor toekomstig leren.

Curriculum
effectief kleuteronderwijs, metareview